Kunst in Beiroet: van oorlog naar trauma en weer terug

Reportage

Zoekend naar gerechtigheid, vechtend tegen (zelf)censuur

Kunst in Beiroet: van oorlog naar trauma en weer terug

Herinneringscultuur Beit Beirut
Herinneringscultuur Beit Beirut

Drie weken voor Beiroet meegesleurd werd in een oorlog waar het niet om heeft gevraagd, trok journaliste Tine Danckaers naar de Libanese hoofdstad. De bruisende stad is een bijzonder creatieve werkplaats voor lokale en mondiale kunst, maar zit wel vol alarmbellen.

‘Hoe was het in Beiroet?’ Het is een vraag waarop je meteen tien verschillende antwoorden kan bedenken. Samengebald komt het neer op: energiek, catastrofaal, gemakkelijk en warm, ontzettend duur en toch arm, bitterzoet. Een bezoek aan de Libanese hoofdstad is een weerzien met contrasterende emoties. Een wandeling door de hippe wijk Mar Mikhael zet de tegenstellingen nog eens op scherp. Glutenvrije kubbeh en trendy koffiebars gaan hier hand in hand met straatkunst, kleine en dure artistieke pop-ups, nog duurdere nieuwbouwprojecten, en - naar het schijnt - een bruisend nachtleven.

Maar de opvallende luwte in deze hippe wijk leidt naar de vraag voor wie dit allemaal is gebouwd. Het kosmopolitische plaatje oogt surreëel tegenover de grotere (geo)politieke en economische realiteit van Libanon dat de catastrofes en conflicten aan elkaar rijgt. Een aanhoudende staat van oorlog met buurland Israël, de politieke invloeden van Syrië, Iran en de Palestijnse zaak komen bovenop het wankele evenwicht van een sektarisch verdeelde regering.

Terwijl het ene conflict nog niet verteerd is, loert een ander om de hoek. Sinds Israël in 2024 een oorlog startte tegen de Libanese sjiitische verzetsbeweging Hezbollah, kreeg Libanon bijna dagelijks te maken met gerichte aanvallen op zijn grondgebied en een permanente bezetting van Zuid-Libanon.

Op 28 februari 2026 begonnen de VS en Israël hun onwettige oorlog tegen Iran. Twee dagen later werd ook Libanon meegezogen in het geweld en waren de eerste Israëlische luchtaanvallen in Libanon een feit. Drie weken na mijn bezoek plaatst die nieuwe oorlogsrealiteit de gesprekken met Libanese kunstenaars in een ander perspectief.

Met een nieuwe vergeldingsoorlog tegen Hezbollah wordt heel Libanon meegesleept in een oorlog die het niet wil. Noch de mensen die ik sprak, noch hun Libanese regering die deze mensen doorgaans kritisch benaderden. Israël lijkt deze keer te mikken op de totale vernietiging van de verzetsbeweging. Wat nog restte na de Israëlische luchtaanvallen van 2024 moet met de grond gelijkgemaakt worden. De bolwerken van Hezbollah in Zuid-Libanon en de zuiderse sjiitische wijken van Beiroet gaan eraan. Maar de Israëlische staat beoogt ook doelwitten in het centrum, zoals een hotel in Raoucheh, een toeristische wijk langs de kuststrook.

Het is nu koffiedik kijken hoe de situatie zal evolueren. Op het moment van schrijven, zijn al meer dan 1300 doden gevallen in Libanon. De vraag stelt zich dan ook hoe gepast het is om te schrijven over censuur en artistieke vrijheid in dit land. En toch. Kunstenaars ontsnappen niet aan de werkelijkheid die ze bevragen in hun werken. In de artistieke ruimte van Beiroet valt het op hoeveel kunstenaars de geweldgeschiedenis aftasten. Kunst is in Libanon een belangrijk onderdeel van de herinneringscultuur, noodzakelijk om de sociale en politieke barricades van vandaag en morgen te slopen.

Beit Beirut oude kapperszaak Herinneringscultuur

Beit Beirut oude kapperszaak Herinneringscultuur

Bubbel

‘Kunstenaars werken met het leven dat ze kennen’, zegt Ibrahim Elkhatib van kunstgalerij Tanit in Mar Mikhael. ‘Geweld, geopolitieke thema’s, de zoektocht naar poëzie tussen die realiteiten, spelen ontegensprekelijk een rol in het werk van Libanese kunstenaars.’ De galerij huisvest onder meer een fototentoonstelling Le Cerf Volant van Fouad Elkoury. De fotograaf plaatste oude foto’s uit Gaza naast poëtische woorden, gebaseerd op brieven die hij kreeg uit Gaza na oktober 2023.

In een aangrenzende ruimte buigt de Libanees-Italiaanse kunstenares Cristiana de Marchi zich in haar hedendaagse kantwerken over de plattegrond van een oorlogsstad als Beiroet, waar publieke ruimte een bijzonder schaars goed is geworden. Terug buiten de exporuimte vraagt een mens zich af wie deze kunstwerken te zien krijgt. Het vliegtuig van Zaventem naar Beiroet was nog niet half gevuld, een lege hop-on-hop-off-bus stopt om even leeg weer verder te rijden. Toeristen blijven weg uit een land dat wacht tot een volgende oorlog weer voorbij zal zijn. En toch huisvest Beiroet heel veel kunstgalerijtjes en geldt de stad als een hub voor hedendaagse kunst.

Het prachtige Sursock Museum biedt een indrukwekkende collectie van modernistische en hedendaagse Arabische kunstenaars. De Beiroetse kunstscène in dit conflictland drijft niet alleen op geweld, maar ook op creativiteit en energie. ‘Ga dat alsjeblieft niet benoemen als de zogenaamde resilience van de Libanezen. We hebben geen keuze. We ondergaan de miserie en zoeken manieren om ermee om te gaan’, klinkt het meermaals in gesprekken.

‘Ik leef in een bubbel om orde te vinden in de chaos, weg van het geweld’, vertelt Yasmine Taan in haar bureau op de Libanese Universiteit. De kunsthistorica komt haar kantoor in Hamra, een levendig district in centraal Beiroet, nauwelijks uit. Het straatleven is deze kleine tengere vrouw vreemd. ‘Ik trek me terug in de universiteit en in design. Kunst en de zoektocht naar ons erfgoed, het opzetten van een archief dat we nooit hebben gehad, brengen me rust. Ik merk dat ook bij vrienden. Dat verklaart misschien het enorme potentieel aan creativiteit en kunst hier in Beiroet. We hebben met z’n allen nood aan ruimtes waar we met onze angsten, trauma’s en kwaadheid terechtkunnen.’

Afbeelding uit de tentoonstelling ‘Le Cerf Volant’

Afbeelding uit de tentoonstelling ‘Le Cerf Volant’

Zelfcensuur

‘Kwaadheid is mijn motor’, zegt Chrystèle Khodor. De theatermaakster is razend: op de corrupte politici van haar land, op de sektarische leiders die bloed aan hun handen hebben, op de elites die haar stad uitverkopen, op Israël. Of ze een sigaret mag opsteken, vraagt Khodor. Ze probeert te stoppen.

‘Maar dat werkt niet goed wanneer er Israëlische drones boven je huis cirkelen’, zegt ze schamper. ‘Gisteren was weer zo’n dag.’ Op weg naar haar appartement vlakbij de kunstwijk Badaro zie je de besneeuwde bergtoppen van Mount Lebanon, waar drie weken later Israëlische luchtaanvallen zullen plaatsvinden. Alweer een geweldronde die haar geheugen deuken zal bezorgen.

Op haar persoonlijke website legt Chrystèle Khodor uit hoe de drang om het collectieve geheugen te herstellen een leidraad vormt in haar theaterwerk. ‘Ach, ik ben niet bijster origineel’, grijnst ze. ‘Zoveel Libanese kunstenaars, zeker theaterartiesten, zijn aan de slag met dat collectieve geheugen.’ Vooral Khodors generatiegenoten worstelen met de honger om beter te begrijpen wat zich heeft afgespeeld in de burgeroorlog die Libanon van 1975 tot 1990 in een geweldspiraal deed belanden.

Tot vandaag bepaalt die burgeroorlog wat gezegd en niet gezegd mag worden, zegt de theatermaakster. Ze verwijst naar de amnestiewet uit 1991, die niet alleen gericht was op het ontwapenen van milities, maar ook op verzoening. ‘Ik ben geboren in 1983. De eerste jaren van mijn leven waren dus oorlogsjaren. Daarna besliste Libanon om verder te gaan alsof er niets gebeurd was. Maar zo werkt het duidelijk niet. We leven dit gewelddadige heden omwille van dat bloedige verleden waarover niemand rekenschap heeft moeten afleggen. Wat weten we wanneer we naar de stembus trekken? Wie uit die oudere politieke elites heeft bloed aan de handen?’

‘Collectief herstel heeft in de eerste plaats een plek in justitie, niet in kunst’, zegt ze. ‘En toch voel ik als theatermaakster die noodzaak om verhalen te vertellen van mensen die nooit gehoord zijn geweest.’ Het is geen evidentie om verhalen op te rakelen uit een opgelegd stilzwijgen. Het oorlogsverleden, en de rol die religieuze politieke bewegingen en partijen speelden, zijn zeker rode lijnen voor de artistieke vrijheid in Libanon.

Toch ging Khodor ermee aan de slag toen ze een theaterstuk maakte over de betrokkenheid van de Falangisten (nationalistische groepering van maronitische christenen in Libanon) bij de slachtpartij in de Palestijnse kampen tijdens de burgeroorlog. ‘Dat is gebeurd, die rol hebben ze echt gespeeld. We weten het, maar mogen er niet over praten.’

Ze kreeg wel degelijk commentaar omdat ze de geschiedenis nodeloos omwoelde, vertelt Khodor. En dus past ze zelfcensuur toe voor haar eigen veiligheid, voegt ze eraan toe. Dat doet ze in de eerste plaats door te proberen om de radar te ontwijken. ‘Ik ben geen influencer, en werk meer in het buitenland dan in eigen land. Hier word ik beschouwd als een intellectueel die nichestukken maakt. Dus als ik hier optreed, is het voor een select publiek. Maar ik pas om een breder publiek aan te trekken. Dat is de zelfcensuur die ik hanteer.’

Herinneringscultuur Beit Beirut
Schoenen van de vermoorde Lokman Slim in de tentoonselling ‘Remaining’

Zoektocht naar gerechtigheid

The Gesture torent boven de haven van Beiroet uit. Een 25 meter hoge sculptuur die is opgetuigd uit verwrongen staalresten, brengt de catastrofe van de havenontploffing van 2020 in herinnering. Op 4 augustus dat jaar ontplofte bijna 3000 ton ammoniumnitraat in de haven. Honderden mensen lieten het leven, ruim 6500 mensen raakten gewond.

Bij de installatie in 2021 kreeg de Libanese kunstenaar Nadim Karam er tonnen kritiek voor over zich heen. Het was te vroeg om publiek te rouwen, zegden de critici. Eerst moest gerechtigheid komen voor de doden, de gewonden, de vermisten en de ontheemden. Bijna zes jaar later laat een rechtszaak nog altijd op zich wachten en ligt de havenontploffing op de stapel Libanese trauma’s die nog moet worden verwerkt.

Een district verder, in de volkse wijk Bourj Hammoud, rijden auto’s aan de ingang van Union Marks af en aan. De opening van de fototentoonstelling Remaining in deze oude textielfabriek/exporuimte trekt niet de minsten. Aan de hand van de foto’s van de Franse fotograaf Édouard Elias documenteert de tentoonstelling politieke moorden sinds 2005.

De expo verzet zich tegen het uitwissen van de slachtoffers en hun nabestaanden uit het collectieve geheugen. Levens van politici, activisten en journalisten, waaronder Lokman Slim, worden herdacht. ‘Vijf jaar na zijn dood staan ze nog altijd in onze hal’, zegt zijn weduwe, de Duits-Libanese documentairemaakster Monika Borgmann, terwijl ze naar de foto van Lokmans schoenen wijst. ‘Ik krijg het niet over mijn hart ze weg te doen.’

Lokman Slim was een uitgesproken criticus van Hezbollah en kreeg al in 2019 doodsbedreigingen. In een van zijn laatste interviews voor Al-Hadath TV sprak hij openlijk over de politieke corruptie achter de havenexplosie in 2020. De journalist hield Hezbollah verantwoordelijk voor de achteruitgang van Libanon, en legde de link met de tragedie. Twee weken later werd zijn lichaam, doorzeefd met kogels, teruggevonden nabij hun huis in Zuid-Libanon.

‘Drie rechters hebben zijn zaak “onderzocht”. Er gebeurde niets’, vertelt Borgmann. ‘Nu hebben we een vierde rechter die het dossier van de moord opnieuw opent. Dat danken we, denk ik wel, aan de nieuwe regering, die op het eerste gezicht een verschil wil maken met de vorige corrupte regeringen. We zullen zien of het justitieapparaat deze keer wel onafhankelijk zal kunnen werken.’

Een expo als deze zou tien jaar geleden niet mogelijk zijn geweest. ‘Het is een lichtpuntje, maar’, voegt Borgmann meteen toe, ‘zolang Libanon geen werk maakt van gerechtigheid, kan er geen vrije meningsuiting of artistieke vrijheid zijn.’

Een detail van een geborduurde kaart van Beirut

Christiana de Marchi Galerie tanit

Niet om te lachen

De Libanese grondwet garandeert vrijheid van meningsuiting die is vastgelegd in een aantal regels. Wat niet kan, is onder meer het beledigen van belangrijke politieke leiders of nationale instituten als het leger, en van de Libanese vlag. Maar de grenzen voor vrije meningsuiting volgen ook de goodwill en dictaten van machtige religieuze figuren en groepen. Kritiek op het fragiele sektarische systeem dat Libanon drijvende houdt en het ondergraven van religieuze waarden, krijgen ook code rood.

In de voorbije jaren botsten invloedrijke comedians tegen een aantal van die grenzen. In 2023 werd de bekende stand-upcomedian Nour Hajjar gearresteerd en ondervraagd. Hij had op het podium een grap gemaakt over Libanese soldaten die er een tweede job als postbezorger op nahielden, een gevolg van de economische crisis en de devaluatie van hun salaris in Libanese pond. Hajjar werd weer vrijgelaten.

Een andere bekende comedian, Shaden Fakih, kwam in nauwere schoenen. Fakih had in 2024 kritiek geuit op religieuze hoogwaardigheidsbekleders. Zowel de hoogste soennitische autoriteit in Libanon, als de Hoge Sjiitische Raad wilden haar aanklagen voor “godslastering, aanvallen op religieuze symbolen en aanzetting tot sektarische en racistische conflicten”. Nadat ze doodsbedreigingen en een lastercampagne over zich kreeg, vluchtte Fakih het land uit.

Raak niet aan Libanese idealen

Een Libanese administratie voor censuur, ondergebracht bij het ministerie van Veiligheid, ziet toe op media, film, theater en publicaties. Dit censuurorgaan kan werken weigeren of net toelating verlenen. Zo werd de vorige cultuurminister van Libanon, Mohammad Mortada, teruggefloten door de censuurautoriteiten toen hij de Amerikaanse film Barbie probeerde te bannen. Deze promotiefilm voor homoseksualiteit, aldus Mortada, bagatelliseerde het belang van het gezin en beledigde de morele en religieuze waarden van de Libanese samenleving.

‘De lijn is niet altijd goed zichtbaar’, zegt Roy Dib. De filmmaker en multimediakunstenaar ging in zijn werken al meermaals aan de slag met queer karakters of seksualiteit. Dib zag zelf een van zijn films geweigerd. ‘Normaal dringt de censuurcommissie aan om een zin of beeld dat ze niet vinden passen, weg te knippen. Maar nu werd mijn hele film geweigerd.’

De officiële argumentatie luidde dat zowel film als scenario uit elkaar zouden vallen, mocht erin geknipt worden. ‘Het zou aan de lijn van de film raken’, zegt Dibs. Dat de film vol queers, drugs en bloot zat, inclusief een expliciete penisscène, was niet het probleem, vernam hij later via informele bronnen. De censuurcommissie viel wel over het feit dat Dib heteroseksuele vrouwen uit context in een losbandige queeromgeving had geplaatst. Dat zou niet overeenkomen met de werkelijkheid.

Zijn film was een belediging voor de representatie en de waardigheid van de Libanese vrouw. ‘Queer personages in films mogen, zolang ze maar in hun eigen losgeslagen en stereotiepe vakje blijven, weg van de Libanese samenleving. Hoe meer queers worden afgebeeld als normale mensen, hoe groter het taboe is.’

Europese artistieke vrijheid

Kunstenaars werken met de werkelijkheid waarin ze leven. Ook als je, zoals veel Libanezen, elke avond een slaappil en bij het opstaan een antistress-pil slikt, ontsnap je niet aan de realiteit. Er is geen ontkomen aan de censuur of het geweld in Libanon, noch aan het geweld van scheefgetrokken mondiale machtsverhoudingen, noch aan het mondiale kolonialisme dat erin vervat zit.

Dat laatste maakt iemand als Roy Dib ietwat milder voor de censuur waartegen hij in eigen land moet opboksen. ‘Censuur is overal en volgt de voorschriften van een samenleving en zijn politiek’, zegt hij. ‘Ik ken Libanese kunstenaars die in Europese landen het woord “genocide” niet mogen gebruiken als ze over de Israëlische genocide in Gaza spreken. Wat zegt dat over de Europese artistieke vrijheid?’

Deze reportage werd geschreven voor de MO*special over Artistieke vrijheid en Democratie.
Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

speciale editie artistieke vrijheid

MO*special over artistieke vrijheid en democratie