Buiten de lijnen schrijven

Analyse

Artistieke vrijheid in een migratiecontext

Buiten de lijnen schrijven

collage
collage

Auteurs met een migratieachtergrond schrijven opvallend vaak over migratiethema’s. Is dat toeval, het gevolg van verwachting en sturing van buitenaf of is het een persoonlijke keuze? En hoeveel vrijheid hebben ze dan om die eigen keuze te maken en vanuit hun eigen perspectief te werken?

Fikry El Azzouzi schetst in Drarrie in de nacht het leven van tieners in een volkswijk die, zoekend naar een plaats in de samenleving, een eigen wereldje creëren. Daarbij komen onder meer thema’s zoals kleine criminaliteit en radicalisering aan bod. Door de spreektaal van de jongeren te gebruiken, geeft El Azzouzi een rauwe inkijk in het leven van een deel van de bevolking dat onzichtbaar blijft of dikwijls in een negatief daglicht staat.

In Het moois dat we delen schrijft Ish Ait Hamou over de traumatische aanslagen van 2016 en de groeiende kloof tussen geracialiseerde gemeenschappen en de witte meerderheid. Hij vertelt over een ontmoeting tussen een vermeende terroriste, die geen terroriste blijkt te zijn, en één van de slachtoffers van de aanslag. De auteur treedt in een crisismoment op als een verzoenende stem.

Beide romans waren succesvol en bereikten een breed publiek. Het zijn twee voorbeelden van een almaar groter wordend aanbod van wat we “migratieliteratuur” kunnen noemen. Maar wat vertelt hun aanpak ons over artistieke vrijheid? Zijn deze schrijvers meer beperkt in hun onderwerpkeuzes vanwege hun etnische achtergrond? En is het de taak van een fictieschrijver om te informeren of te verbinden?

Gatekeepers

Chika Unigwe is een succesvolle Belgische schrijfster met Nigeriaanse roots die zowel in het Nederlands als in het Engels schrijft. Ze begon in de eerste plaats te schrijven uit liefde voor taal. ‘Ik schrijf niet om te informeren maar om leesplezier te verschaffen. Je brengt menselijke verhalen, en in dat plezier sijpelt er altijd informatie door waarvan je iets bijleert’, zegt ze in een videogesprek vanuit de VS, waar ze ondertussen zestien jaar woont.

‘Het is volkomen normaal dat er een verschil is tussen wat mensen van kleur schrijven en wat witte auteurs neerpennen. Net zoals er een verschil is tussen wat een vrouw schrijft en wat een man schrijft’, gaat ze verder. ‘Als een zwarte Nigeriaanse vrouw loop ik anders in het leven dan een Nigeriaanse man. Je schrijft uiteindelijk niet in een vacuüm, maar over dingen waar je van wakker ligt. En voor mij zijn dat de mensen die zich aan de rand van de samenleving bevinden’. Het is ook geen toeval dat één van haar meest bekende romans, Fata Morgana, over Nigeriaanse prostituees in Antwerpen gaat.

‘Het is alvast geen kwestie van opgelegde onderwerpen. Tegelijk is het geen toeval dat we geen romans schrijven over reizen, over liefde of over een dag op het strand. Niemand verbiedt ons om zulke boeken te schrijven, maar de kans is groot dat ze in de schuif belanden.’

Ze verwijst met die uitspraak naar de zogeheten “gatekeepers”. ‘In de VS zijn die gatekeepers je agent die het manuscript aan de uitgeverij aanbiedt, en je redacteur. In Europa worden die rollen traditioneel vervuld door oudere, witte mannen. Deze poortwachters zien schrijverschap als een zakelijke aangelegenheid en willen boeken uitgeven die commercieel aantrekkelijk zijn.

Hun kijk op Afrika verklaart ook waarom ze vaak vragen om te schrijven over stereotype thema’s zoals migratie, oorlog of conflict. Voor auteurs van kleur in het Westen is het dus voortdurend balanceren tussen wat ze willen schrijven en wat de markt van hen verlangt. Een liefdesverhaal schrijven over een twintigjarig meisje in Nigeria wordt niet zo interessant gevonden als een verhaal over de Chibok-meisjes (meisjes die door Boko Haram in 2014 ontvoerd werden in het stadje Chibok in Nigeria, red.).’

Tegenwoordig zijn lgbtq-verhalen van Afrikaanse auteurs bijzonder populair, merkt Unigwe nog op. ‘Een vriendin van mij kreeg van haar uitgever te horen dat als ze bepaalde aanpassingen aan haar kortverhaal doorvoerde, ze meteen ook best trans-personages kon introduceren.’

Grote verwachtingen

‘Migratieliteratuur probeert het narratief over migratie te herschrijven’, zegt Zahra El Morabit Sghire van de UGent. De onderzoekster nam voor haar doctoraatsverhandeling Spaanstalige literaire producties van vijf auteurs van de zogenaamde “1,5 generatie” in Catalonië onder de loep.

‘Deze auteurs zijn in Marokko geboren en voegden zich als vijf-, zes-, of zevenjarige bij de vader in Spanje. Die generatie is oud genoeg om zich Marokko te herinneren én jong genoeg om gewoon in het onderwijs in te stromen. Ze zijn perfect tweetalig en zijn thuis in normen en culturen van beide landen.’

Waarmee El Morabit Sghire het verschil verduidelijkt tussen de “1,5 generatie” en de eerste of tweede generatie migranten. ‘Deze auteurs putten uit hun eigen ervaring om fictie te maken. Maar die fictie bevat ook een stuk informatie over iets dat niet gekend is, niet gezien of verkeerd begrepen wordt’.

Bovendien blijken vier van de vijf schrijvers over personages te schrijven die in hun kindertijd verhuizen. ‘Juist omdat ze hun verhalen uit eigen ervaring putten, komen hun romans authentiek over waardoor ze makkelijker empathie losmaken. In die zin is immigratieliteratuur zeker voor een stuk informatief’, zegt de onderzoekster. En dat is er juist de kracht van.

‘Maar’, waarschuwt Zahra El Morabit Sghire, ‘het kan ook beperkend werken.’ De verwachting om over migratie te schrijven is immers sterk. Dat ligt niet aan migratie zelf, maar aan de manier waarop dit thema het publiek debat beheerst. ‘Als je elke dag met dat thema geconfronteerd wordt, blijft het ook een thema waarover je iets te zeggen hebt. Als niemand meer over migratie zou spreken, zouden deze schrijvers gemakkelijker andere kwesties kunnen aankaarten’, verduidelijkt ze.

Binnen én buiten de lijnen kleuren

‘Tegelijkertijd blijven deze auteurs vrij in de manier waarop ze hun verhalen overbrengen’, gaat Zahra El Morabit Sghire verder. ‘Ze kunnen nog steeds innoveren in stijl, in metaforen, in hoe ze de tijdslijn construeren. Uiteindelijk kan om het even welk verhaal op verschillende manieren geschreven worden, en daar draait literatuur ook om. Migratieliteratuur is uiteindelijk geen genre. Je kunt migratieliteratuur schrijven als historische fictie, als een verhaal dat zich in de toekomst afspeelt, of zelfs als sciencefiction’, benadrukt ze.

‘Iemand die in Spanje erin geslaagd is om zowel binnen als buiten de lijnen te kleuren, is schrijver Youssef El Maimouni’, vertelt de onderzoekster. ‘Hij schrijft dan wel over migratie, of eerder over discriminatie en de hiërarchie tussen Spanjaarden en Marokkanen, maar hij doet dat in verschillende genres. De eerste roman van zijn succesvolle trilogie, is een historisch verhaal waarin het hoofdpersonage, net als hij, Youssef heet. De roman vertelt over een Marokkaanse soldaat die meevocht in de Spaanse oorlog. Iets wat nooit aan bod komt wanneer deze oorlog ter sprake komt.’

‘Zijn tweede werk is een detectiveverhaal. Het hoofdpersonage heet weer Youssef, en heeft hetzelfde beroep als de echte Youssef. In die roman komen thema’s aan bod die met migratie te maken hebben, maar ook tal van andere kwesties. In de volgende roman, waaraan hij momenteel werkt, situeert hij het verhaal in de toekomst. En ik vermoed dat het hoofdpersonage weer Youssef zal heten. Het is een spel met genres, waarin hij trouw blijft aan de thematiek die hij belangrijk vindt en die hij vanuit verschillende perspectieven probeert te belichten.’

Ideologie

Het is niet omdat een auteur een migratieachtergrond heeft dat hij niet in de valkuil van de stereotypen kan vallen. Soms kan dat heel subtiel zijn. In Het moois dat we delen bijvoorbeeld, hanteert Ish Ait Hamou een vrij simplistische benadering van thema’s als goed en kwaad, schuld en onschuld. Hoewel hij een personage opvoert dat als schuldig wordt beschouwd, maar in werkelijkheid onschuldig is, trapt hij toch in de val van een gangbaar, eendimensionaal narratief over de verantwoordelijkheid bij terrorisme. Daardoor lijkt die verantwoordelijkheid impliciet bij één partij te liggen, terwijl andere actoren buiten beeld blijven. Zo wordt het dominante verhaal opnieuw bevestigd.

‘Literatuur kan verbindend werken door inkijk te bieden in de complexiteit van het leven en van mensen. Wie zich hiermee verzoent, word misschien ook empathischer.’
Rachida Lamrabet, schrijfster

Het is ook niet altijd uit marktgedreven overwegingen dat gatekeepers artistieke uitingen in een bepaalde richting proberen te duwen. Soms spelen ideologische motieven een rol en willen de poortwachters dat je hun visie niet alleen omarmt maar ook vertolkt. En dat kan bewust of onbewust gebeuren. ‘In artistieke milieus staan mensen doorgaans open voor andere culturen. Maar als het gaat om hoe andersdenkenden thema’s als geloof of liefde benaderen, kan de teleurstelling soms groot zijn, omdat die niet overeenkomt met hun eigen visie die ze vaak als vanzelfsprekend beschouwen. ‘Het gebeurt wel eens dat ze de auteur daarop aanspreken en proberen te beïnvloeden’, zegt een artieste die liever anoniem wil blijven.

Ook politieke gevoeligheden kunnen een rol spelen bij afwijzingen of ongemakkelijkheden. Dat ondervond schrijver en antropoloog Sinan Çankaya toen hij zijn mening over de oorlog in Gaza verkondigde in de inleiding van het essay Galmende Geschiedenissen. ‘Je hebt als artiest met een migratieachtergrond veel moed nodig en een flinke dosis alertheid om trouw te zijn aan je ideeën of overtuigingen en daarvoor op te komen’, zegt de anonieme artieste nog.

Perspectief

Schrijfster Rachida Lamrabet werd in 2017 ontslagen als juriste bij het Interfederaal Gelijkekansencentrum UNIA, na controverse over haar uitspraken over het boerkaverbod in een Knack-interview rond haar kortfilm Project Deburkanisation. Ze zegt dat – hoewel ze wel weet dat schrijven over bepaalde thema’s niet populair is – ze zich toch nooit heeft laten beperken in het uitkiezen van haar onderwerpen. ‘Ik schrijf in alle vrijheid over de thema’s die ik belangrijk vind, ongeacht de gevolgen of de reacties achteraf. En die gevolgen kunnen verregaand zijn. Zo stelde ze zich burgerlijke partij in twee rechtszaken tegen mensen die haar met de dood hadden bedreigd omwille van haar mening.

De laatste jaren kiest ze haar strijd zorgvuldiger. Lamrabet mengt zich niet langer zomaar in het publieke debat. Niet uit angst, maar omdat ze het weinig zinvol vindt. ‘Het debat is niet alleen sterk gepolariseerd, maar ook oninteressant want niemand luistert’, zegt ze. De auteur spaart haar energie voor zaken die er voor haar echt toe doen, en onderwerpen die ze nuttig en betekenisvol vindt.

‘Als schrijver word je in de eerste plaats gestuurd door je eigen situatie. Dat geldt trouwens voor alle auteurs. Ik zou wellicht andere verhalen schrijven, mocht ik in de middenklasse geboren zijn en mijn ouders hoogopgeleid waren. Maar schrijven vanuit het perspectief van iemand met migratieroots is volgens mij helemaal niet beperkend. Uiteindelijk gaat literatuur over de wereld en de mensen erin te doorgronden. Het gaat over schoonheid en lelijkheid. Dat is wat ik wil verwoorden.’

‘Ik weet heel goed dat schrijven over “de onderdrukte moslimvrouw” of over “brutale moslimmannen” gegeerd wordt, maar dat zijn verhalen die ver van de waarheid staan. Ik vind het interessant om over iets universeels te schrijven, maar dan beleefd en voorgesteld vanuit het perspectief van mensen zoals ik. Dat perspectief komt nog te weinig aan bod. Ik doe dit ook voor de jonge generatie, zodat zij, als ze iets moois willen lezen, ook iets kunnen vinden waarin ze zichzelf herkennen, en waarin hun leefwereld op een vanzelfsprekende en normale manier wordt weerspiegeld’, zegt Lamrabet. ‘Ik vind het spannend om deze verhalen en perspectieven met de wereld te delen. Het zou zonde zijn als ze het daglicht niet zouden zien’.

Verbinding

‘Literatuur kan verbindend werken door inkijk te bieden in de complexiteit van het leven en van mensen, maar ook in de schoonheid van die complexiteit’, gaat ze verder. ‘Wie zich verzoent met die complexiteit, word misschien ook empathischer.’

‘Ik kan niet weten wat mensen uit mijn boeken halen, maar lezers kunnen zich in personages herkennen, en dat kan als verbondenheid aanvoelen’, zegt Chika Unigwe van haar kant. ‘Rond de periode van de dood van George Floyd in 2020 steeg de vraag naar zowel fictie als non-fictieboeken van zwarte schrijvers in de VS enorm. Die toegenomen vraag kwam vooral van blanke Amerikanen. Mensen zoeken iets dat verbindt.’

De wil om te verbinden kan op zich soms al een doel zijn. ‘Zeker in tijden van polarisatie’, zegt onderzoekster Zahra El Morabit Sghire. ‘Voor anderen gaat het om zaken rechtzetten, of om wat vooral niet vergeten mag worden. Voor weer anderen is het puur spelen met taal. Hoe oppervlakkig of hoe complex men bepaalde kwesties benadert, is vooral een kwestie van stijl’.

‘Het is belangrijk dat iedereen kan schrijven wat hij of zij wil schrijven’, besluit ze nog.

Deze reportage werd geschreven voor de MO*special over artistieke vrijheid en democratie. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

speciale editie artistieke vrijheid

MO*special over artistieke vrijheid en democratie

Tags