Waarom moet alles gemakkelijk zijn?

Als we echt naar een duurzame wereld willen gaan, zal niet alles gemakkelijk zijn. Misschien is het woord gemakkelijk wel het verkeerde. Misschien is het te ‘gemakkelijk’ om te denken dat we dat debat kunnen voeren zonder het over waarden te hebben, schrijft MO*columnist Jan Mertens.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Het zou kunnen dat ik ouderwets ben. Of misschien dat ik in een aantal opzichten toch goed opgevoed ben. Ik moest in elk geval even slikken toen ik in de krant las dat er in mijn stad – in het kader van studentikoos vertier – een waterballonnengevecht was geweest waarbij studenten zo’n 150.000 waterballonnen naar elkaar gooiden.

Als kind vond ik het ook fijn, in de jeugdbeweging, om met waterballonnen te dollen. Dus helemaal wereldvreemd ben ik niet. Maar 150.000 ballonnen, gevuld met een erg kostbaar en schaars goed, en dat gesponsord door een bekend theemerk, is dat er niet een beetje over? (Eigenlijk denk ik: is dat niet geheel onaanvaardbaar en verwerpelijk?) Het zal ongetwijfeld leuk geweest zijn. Maar is dat een voldoende argument? Mogen we het toch niet hebben over de waarden die hier in het geding zijn? (Dat klinkt wel een beetje ouderwets, eigenlijk. Maar ik wil het even een beetje dik aanzetten.)

Ik hoor het regelmatig als ik ergens ga spreken: ‘Ja maar mijnheer, wat u zegt, dat is echt wel niet gemakkelijk.’ Voor die uitspraak was er dan misschien een discussie bezig over hoe we minder vlees kunnen eten, minder de auto gebruiken, minder de speelbal kunnen worden van reclame voor smartphones, …

Met dat soort discussies kom je op het glibberige terrein van de gedragsverandering, zoals we dat een beetje deftig omschrijven. Het punt is natuurlijk dat onze voetafdruk relatief het zwaarst is in de domeinen voeding, huisvesting en mobiliteit. Wat we eten, hoe we wonen en hoe we ons verplaatsen, daar is de zwaarste impact, en daar is ook de grootste milieuwinst te maken. Maar het gaat wel telkens over domeinen die verbonden zijn met de symbolen van onze westerse consumptieve levensstijl. Je moet dus steeds op je tellen passen.

Positieve verhalen

Allerlei deskundologen hebben mij ondertussen via diverse kanalen uitgelegd hoe ik dergelijke discussies moet voeren. Steeds positief blijven. Steeds aanmoedigen, niet bestraffen. Steeds hoopvolle perspectieven bieden. Steeds oplossingen aanbieden. Niet alarmistisch zijn. Niet veroordelen. Nudgen. Niet wijzen op individuele verantwoordelijkheid, maar het steeds hebben over structurele oorzaken en machtsverhoudingen. Niet moraliseren. Steeds wijzen op “what’s in it for me”. Steeds kijken naar win-winsituaties. Het steeds hebben over “welvaart” en “kwaliteit”, en niet over “minder”. Aansluiten bij de inzichten van de gedragswetenschap om efficiënte modellen in te zetten. De apparaten moraliseren, niet de mensen. En nog veel meer…

Het zal allemaal wel waar zijn, en ik ben in veel gevallen ook best wel overtuigd van een groot deel van die adviezen en inzichten. En toch… Er wringt iets, ergens in mijn hoofd, steeds weer. Soms zou ik stiekem graag willen antwoorden: ‘En dan? Waarom moet alles gemakkelijk zijn?’

We zijn ondertussen zo bang geworden om te moraliseren dat we niet meer durven spreken over waarden.

Ik heb me afgevraagd waarom ik soms een beetje kregelig word van het alleen maar “positieve” verhaal dat je mag brengen. Het is een beetje moeilijk uit te leggen, en misschien vergis ik me, maar wat me stoort, is de onderliggende veronderstelling dat je die discussie “waardevrij” zou moeten voeren. Zo ervaar ik het tenminste.

We zijn ondertussen zo bang geworden om te moraliseren dat we niet meer durven spreken over waarden. En dat vind ik een gevaarlijke ontwikkeling. In een aantal gevallen zou ik het echt willen kunnen zeggen: ‘Waarom moet alles gemakkelijk zijn?’

Een begin zou kunnen zijn om de term gemakkelijk wat selectiever te gebruiken. Als je als alleenstaande ouder met kleine kinderen je leven moet organiseren als je ex-partner zijn alimentatie niet betaalt en je loon te laat wordt gestort, dan is dat absoluut niet gemakkelijk. Zo iemand erop wijzen dat ze maar wat harder moet werken, dat is een akelige vorm van moraliseren. Maar dat is van een heel andere orde dan iemand die zegt dat hij het toch wel moeilijk vindt om zich voor te stellen dat hij zijn boodschappen ook met de fiets zou kunnen doen.

Zeggen dat vlees te lekker is en zeggen dat je je daarom niet kunt voorstellen dat je minder vlees zou eten, waarmee de discussie dan gesloten zou zijn, dat vind ik een beetje te “gemakkelijk”. Zeggen dat je wel weet dat een SUV te veel grondstoffen verslindt, maar ‘dat ze die dan maar niet moeten verkopen’, dat is een beetje flauw. Het is vooral een houding die getuigt van weinig vertrouwen in de mogelijkheden van de mens.

Onze levenswijze terug binnen de planetaire grenzen brengen, het is perfect mogelijk, maar eenvoudig zal het niet zijn.

Het is nu eenmaal wat het is. We wegen als mensheid te zwaar op de planeet. En dat geldt zeker voor een land als het onze. Onze levenswijze terug binnen de planetaire grenzen brengen, het is perfect mogelijk, maar eenvoudig zal het niet zijn. Mensen de illusie geven dat we onze manier van leven niet zullen moeten veranderen, omdat de technologie wel alles zal oplossen, is onverantwoordelijk. En het is vooral onrechtvaardig tegenover de volgende generaties, aan wie we dan de gevolgen van onze onwil doorschuiven. Zeggen dat we onszelf niet op ons gedrag mogen aanspreken omdat dat ‘moraliserend’ is, dat komt min of meer op hetzelfde neer.

Onze voetafdruk verkleinen zal inspanningen vragen. En het zal alleen lukken als we dingen doen die velen ervaren als niet gemakkelijk. En dan? Is dat dan zo erg? Misschien moeten we zoeken naar een taal die de waarden die in het spel zijn beter benoemen, en die uitdrukkelijk wel een plaats geven in het debat. Van mijn vader en mijn grootvader leerde ik dat je bij houtbewerking soms geduld moet hebben. Je moet je tijd nemen, zorgvuldig werken, luisteren naar het materiaal, niet zomaar kiezen voor “snelle” verbindingen, … Het resultaat is dat het ding dat zo ontstaat respect kan afdwingen. Omdat het degelijk is, duurzaam, sterk. En als maker heb je zo ook veel meer voldoening van je werk.

Die Kunst Der Fuge

Dingen doen die “moeilijk” zijn, het wordt door velen vaak ervaren als alleen maar iets “minder” doen. Het zal in een aantal gevallen onvermijdelijk over minder gaan, we moeten dat niet uit de weg gaan. Maar het zou goed zijn als we dat verbinden met enkele sterke waarden. Zelf ben ik er nogal van overtuigd dat het begrip “autonomie” hierin een sleutelrol kan spelen.

Als ik er zelf voor kan kiezen om tot een levensstijl te komen die minder zwaar weegt, dan vergroot dat mijn autonomie. Niemand moet mij komen zeggen wat ik moet doen, er zullen geen ingrijpende wetten moeten komen, ik heb zelf gedaan wat nodig is. De reclame die mij aanzet nog meer te consumeren, gebruikt daarbij boodschappen die beroep doen op mijn autonomie. Maar eigenlijk ben ik veel autonomer als die reclame mij niet kan raken. Als ik merk dat ik effectief minder zwaar kan wegen op de planeet en mij daardoor sterker verbonden kan voelen met wie na mij komt, dan maakt dat mijn leven letterlijk waardevoller, en dat versterkt mijn gevoel van autonomie.

Dat niet alles gemakkelijk moet zijn, het heeft voor mij niets te maken met een of ander masochisme of kastijding, “in het zweet uws aanschijns”, integendeel. Het gaat vooral om een ander soort rijkdom. Iets dat zich langzaam onthult. Zo heb ik de voorbije weken keer op keer opnieuw geluisterd naar een erg mooie nieuwe opname van Die Kunst der Fuge van Bach. Het is complexe en abstracte muziek, die zich maar langzaam opent. Je moet er moeite voor doen. Als je “gemakkelijk” wilt luisteren, blijft de muziek gesloten. Maar als je jezelf opent, je laat raken door die soms taaie schoonheid, geduldig als het hout, dan is het een beetje alsof je zelf iemand anders wordt. Rijker en rustiger in jezelf. Minder uit evenwicht te brengen. Gelukkig was het niet gemakkelijk om tot daar te komen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.