Colombiaans zangeres Marta Gómez
‘We leven in moeilijke tijden, maar we moeten blijven zingen’

© Adrián Zapata (collage: MO*)

© Adrián Zapata (collage: MO*)
Zangeres Marta Gómez verheft vanuit Barcelona haar stem voor vrede, voor de bijzondere spirit van ‘‘haar’’ Latijns-Amerika en voor haar thuisland Colombia. ‘Het is zo belangrijk om te kunnen uitspreken wat er is gebeurd. Er is geen vrede, maar er is tenminste een proces.’
‘Totale vrede’, beloofde president Petro aan de Colombianen, die een halve eeuw conflict achter zich proberen te laten. Op zondag 31 mei beslissen ze in het stemhokje wie zijn opvolger wordt, maar het geweld is nooit helemaal weggeweest.
‘Ik vertrok uit Colombia met veel woede’, ‘me fui con mucha rabia’, herinnert de Colombiaanse zangeres Marta Gómez zich.
‘Ik had mijn hele leven in Colombia gewoond. In 1997 ging ik een paar maanden Engels leren in Canada. Toen ik terugkeerde, werd een van de broers van mijn vader ontvoerd. Er volgde een jaar van bellen en onderhandelen over losgeld, terwijl mijn oom ons zei niet te betalen. De hele situatie van onderhandelen over een ontvoering, en de angst die daarrond hangt, was verschrikkelijk.’
‘Mijn oom heeft een heel jaar vastgezeten in de jungle. Toen ze hem vrijlieten, vertrok van onze familie iedereen die kon.’
‘Dat heeft het leven van heel de familie veranderd. Met de ontvoering van mijn oom werd duidelijk dat we kwetsbaar waren en alles konden verliezen. Mijn oom heeft een heel jaar vastgezeten in de jungle. Toen ze hem vrijlieten, vertrok iedereen die kon.’
‘Mijn ouders gingen naar Canada. Ook mijn oom en zijn vrouw vertrokken. Ik wilde aan mijn muziekcarrière beginnen. Ik had in Colombia al verschillende muziekprojecten lopen en wilde mijn vrienden niet achterlaten. Maar mijn ouders zeiden dat ik ook weg moest. Ik vertrok niet uit eigen keuze.’
‘Ik had het privilege om in een goede muziekschool in de Verenigde Staten te kunnen gaan studeren. Veel mensen vertrekken in compleet andere omstandigheden. Maar ik kon mijn ouders wel niet meer zien. En zij konden tien jaar lang hun kleinkinderen in Colombia niet meer zien, want eenmaal je het Canadese vluchtelingenstatuut hebt, mag je niet terug. Het was heel moeilijk.’
‘En het was een moeilijke tijd voor het land. Jaime Garzón was net vermoord, een komiek die aan vredesprojecten had gewerkt. Hij was als een Colombiaanse Charlie Chaplin, heel geliefd.’
Jaime Garzón was een Colombiaanse journalist en komiek, die zich sociaal en maatschappelijk engageerde en onderhandelde met gewapende groepen voor het vrijlaten van gijzelaars. Op 13 augustus 1999 werd hij doodgeschoten in Bogotá. De moord werd gepleegd door een crimineel netwerk van extreemrechtse paramilitairen en ambtenaren van het voormalige Colombiaanse inlichtingen- en veiligheidsagentschap DAS en de ordediensten.
‘Ik vertrok dus met veel woede, en mijn liedjes van toen weerspiegelen dat. Toen ik na een jaar terugkeerde naar Colombia, mijn broers kon zien en de warmte van de mensen voelde, merkte ik dat in Colombia deze boosheid niet overheerste. Zo kon ik mij verzoenen met het land en de muziek maken die ik nu maak, vanuit tederheid.’
In het opnieuw verbinden met haar landgenoten kon Marta Gómez genezen. En zo vond de gelauwerde zangeres een manier om niet alleen de stem van haar landgenoten te zijn maar van heel de regio, en om de mensen die er wonen een plaats te geven in haar muziek en op de internationale podia die ze betreedt.
Latijns-Amerika voedt
Ik ontmoet Marta Gómez in een Argentijns koffiehuis in Barcelona. ‘Deze zaak is nieuw in de buurt’, zegt Gómez. Later tijdens ons gesprek besluiten we dat Barcelona een heel Latijns-Amerikaanse stad is.
De Spaanse krant El Periódico bevestigt dat met cijfers van de Gemeentelijke Dienst voor Data van Barcelona: 52% van de geregistreerde migranten (dat zijn 300.000 mensen) in Barcelona zijn Latijns-Amerikanen. Dit weerspiegelt de realiteit in de Latijns-Amerikaanse regio. De nationaliteiten die de afgelopen jaren het meest aanwezig waren in de Spaanse stad, zijn niet toevallig die van landen die onder economische en politieke crises en een gebrek aan veiligheid.
Eind jaren '90 voerden Marokkaanse migranten nog het lijstje van nationaliteiten in Barcelona aan, maar vandaag vormen Argentijnen, Colombianen, Peruanen, Venezolanen en, na Pakistanen, Ecuadoranen de grootste migrantengemeenschappen. Latijns-Amerika heeft het moeilijk.
De Colombiaanse zangeres woont intussen vijftien jaar in de Spaanse grootstad. Ze reist meerdere keren per jaar voor haar muziek naar Latijns-Amerika. ‘De regio voedt mij’, vertelt ze met een warme glimlach. Hoe gaat het er nu? Hoe gaat het met de mensen, voorbij de anonieme verhalen over drugsgeweld en migratie waarover we lezen? ‘Wat een goede vraag, me encanta, die hebben ze mij nog nooit gesteld’, antwoordt Gómez.
‘Aan het begin van mijn carrière stak ik mijn geld in showcases in de VS, maar mijn muziek heeft tijd nodig om te landen. Ik besliste om in de plaats daarvan een keer per jaar te investeren in een reis met muzikanten naar Latijns-Amerika. We gingen langs schooltjes in Noord-Argentinië, een dorp in Ecuador en andere plaatsen waar ik destijds nog zelf moest vragen of we mochten optreden.’
‘We mogen armoede niet romantiseren, maar in Latijns-Amerika voel je wel een strijd, een spirit, een rijkdom die je hier in Europa niet terugvindt.’
‘De situatie in Latijns-Amerika is moeilijk, zoals het altijd al is geweest. Soms zie je veranderingen in geest en in kracht, maar het is niet zozeer de realiteit die verandert. De eerste keren dat ik naar Ecuador reisde, waren tijdens de begindagen van de regering van Rafael Correa (eind jaren 2000, red.). Er leefden toen een grote hoop en trots op de inheemse wortels van het land. Nu voelt alles er anders, maar het is niet zo dat er voordien wél geld en werk was. De levensomstandigheden waren altijd al precair. Hetzelfde verhaal in Argentinië.’
‘In Latijns-Amerika is la lucha, de strijd, altijd aanwezig. We mogen armoede niet romantiseren, maar je voelt er een strijd, een spirit, een rijkdom die je hier in Europa niet terugvindt. De mensen die het minste hebben, geven het meest. Ik kom altijd met koffers vol cadeaus terug. De mensen in de regio géven.’
Voor de oorlog niets
Gómez studeerde aan het Berklee College of Music in Boston. Ze heeft 23 albums op haar naam staan en in 2014 won ze een Latin Grammy Award voor haar album Coloreando.
Op 31 mei vorig jaar stelde ze haar album Seré Guitarra voor op BarnaSants, een festival voor singer-songwriters en protestliederen in Barcelona. Het laatste lied van de avond, Para la guerra nada (Voor de oorlog niets) (2014), is gezien de mondiale situatie van vandaag een lied waar velen op zaten te wachten. Mensen in de zaal lichtten op bij de tekst:
Voor de wind een vlieger,
voor een schilderdoek een penseel,
voor de siësta een hangmat,
voor de ziel gebak,
voor de stilte een woord,
voor het oor een schelp,
een schommel voor de kinderjaren
en bij het gehoor een accordeon…
voor de oorlog niets.
Voor de oorlog niets, ‘para la guerra nada'’, weerklonk zacht in heel de zaal.
‘Ja het is opvallend,’ vertelt Gómez, ‘ik ben afkomstig uit een land met een lange geschiedenis van gewapend conflict maar ik schreef dit lied niet naar aanleiding van mijn geboorteland.’
‘Ik reisde vroeger vaak naar Israël’, legt ze uit. ‘Een bevriende artiest nodigde mij en muzikanten van overal, ook van Palestina en Egypte, uit om muziek te maken. Ik leerde een mooi land kennen, de mensen ontvingen mij met veel liefde. Ze zeiden mij dat ik als buitenstaander het conflict daar niet kon begrijpen.’
‘In die tijd begonnen in Colombia ook de grote protestmarsen. Toen de mensen tegen de FARC (rebellenbeweging, red.) protesteerden, stroomden de straten vol. Maar er was geen protest tegen het leger en de regering. Sommigen mogen blijkbaar oorlog voeren en anderen niet. Ik maakte geen ingewikkeld lied over de oorzaken van de oorlog, nee, nada: niets voor de oorlog, punt uit.’
‘Ik las over de Iron Dome, een Israëlisch verdedigingsmechanisme dat raketten tegenhoudt. Terwijl we als mensheid zo veel mooie dingen hebben gemaakt. Zoals koffie’, lacht de Colombiaanse terwijl ze naar het kopje op tafel wijst. ‘Dus vroeg ik aan de mensen die mij op sociale media volgen om met ideeën te komen over mooie uitvindingen. Het begon met een naïef idee, maar het lied was zo krachtig. Iedereen heeft dit lied gebruikt, links en zelfs extreem rechts, maar dat kan mij niets schelen. Para la guerra nada’, herhaalt Gómez beslist.
Vasthouden aan hoop
Gómez zong op BarnaSants onder luid applaus ook Plegaria para un niño dormido, smeekbede voor een slapend kind. Het is een nummer van een van de grote namen uit de Latijns-Amerikaanse rockscene, Luis Alberto Spinetta, en ze droeg het op aan de kinderen van Gaza:
Dat niemand het kind wakker maakt,
laat hem geluk dromen,
doe de vuile lappen weg,
weg van al het kwaad.
Het slapend kind lacht,
misschien voelt hij zich deze keer een mus,
uitgelaten spelend
in de tuinen van een plaats
waar hij wakker nooit zal komen.
‘Als ouders zoeken we hoop, lichtjes. Maar we mogen niet stil blijven en moeten ons uitspreken tegen het onrecht dat zich voor onze ogen afspeelt’, deelt Gómez met het publiek.
‘Dat is soms heel moeilijk’, vertelt ze mij in het koffiehuis in Barcelona. ‘Maar ik zeg altijd tegen mijn zoon dat we geboren worden om de wereld te veranderen. Als het niet lukt, heb je het geprobeerd en is dat is ook goed.’ Hoop is het begin van veel. ‘Ja,’ zegt Gómez, ‘en ook leven met vreugde doet zoveel.’
Vasthouden aan hoop is in Colombia, een land dat meer dan een halve eeuw conflict achter zich probeert te laten, een dappere plicht. Op 7 juni 2025, een week na ons gesprek, wordt senator en kandidaat in de voorronde van de presidentsverkiezingen, Miguel Uribe Turbay, tijdens een politieke bijeenkomst in Bogota neergeschoten. In augustus overleed hij aan zijn verwondingen.
Een dag vóór die aanval waren er in de stad Cali meerdere simultane ontploffingen in de buurt van politiebureaus. EN de departementen Cauca en Valle del Cauca worden geteisterd door gewapende confrontaties en ontploffingen.
Volgens de Colombiaanse journaliste María Fitzgerald tonen deze geweldfeiten, in tegenstelling tot wat mensen willen geloven, dat het geweld nooit helemaal weg is geweest. Het was wel gemakkelijk te negeren, omdat het niet met zoveel kracht tot in de centra van de grote steden te voelen was of omdat het geen politieke figuren van de hoge klassen of het centrum van het land trof.
Het geweld tegen mensenrechten- en landverdedigers duurt voort, ondanks een officieel discours van vrede, en vooral in de gebieden waar de Colombiaanse staat historisch geen voet aan de grond heeft. Volgens het Instituut voor Ontwikkelings- en Vredesstudies (Indepaz) zijn er in 2025 187 sociale leiders en mensenrechtenverdedigers vermoord. Dat is een stijging van 8% in vergelijking met 2024. In 2025 zijn daarnaast ook 39 voormalige FARC-leden en ondertekenaars van het vredesakkoord vermoord, 8 meer dan het jaar daarvoor.
Hoe zit het dan met de volledige vrede, die president Gustavo Petro in zijn verkiezingscampagne in 2022 aankondigde? En hoe kan je in moeilijke omstandigheden vasthouden aan hoop en blijven bouwen aan vrede? ‘Het is moeilijk, maar ik probeer optimistisch te zijn’, zegt Gómez beslist.
‘Ik steun deze regering en zou opnieuw voor hen stemmen. Ze hebben natuurlijk hun gebreken. Het was de eerste linkse regering in heel onze geschiedenis. En het zou prachtig zijn als ze Colombia helemaal hadden veranderd, maar in een land dat zo getekend is door vele jaren van oorlog en corruptie is dat gewoon niet mogelijk.’
‘Petro heeft veel goede dingen gedaan, ook in zijn tijd als burgemeester van Bogota. Toen voerde hij bijvoorbeeld nachtcrèches in voor ouders die ’s nachts moeten werken. Dat maakte een groot verschil voor veel werkende vrouwen. De president heeft veel betekend voor gezinnen in armoede.’
‘Veranderingen nemen tijd en zijn niet altijd zichtbaar voor iedereen. Als je het aan mijn moeder vraagt, heeft Petro niets gedaan, want hij heeft geen bruggen gebouwd. Maar hij heeft wel goede dingen gedaan. De regering heeft bijvoorbeeld, ondanks veel tegenwerking, ingezet op het teruggeven van land.’
Het teruggeven van land is een fundamenteel onderdeel van het Colombiaanse vredesakkoord van 2016 en van de vredespolitiek van de regering-Petro. Tijdens het gewapend conflict werd land met geweld afgenomen van boeren en inheemse gemeenschappen. De Colombiaanse regering wil dat land teruggeven aan de slachtoffers.
‘Veel hangt ook niet alleen af van de mooie plannen van Petro’, merkt Gómez op. ‘Organisaties die rond vredesopbouw werken, functioneren vaak met Europees en Noord-Amerikaans geld en zijn veel financiering kwijtgeraakt. Donald Trump heeft het geld voor ontmijning bijvoorbeeld helemaal weggenomen. Het opruimen en weghalen van mijnen in Colombia is daardoor bijna helemaal stilgevallen.’
‘Petro komt ook nooit op tijd, dat helpt niet’, lacht de zangeres. ‘Het was niet wat velen verwacht hadden, maar voor mij heeft de regering het goed gedaan’, besluit ze. ‘En we zijn niet veranderd in een nieuw Venezuela of Cuba.’ Gómez verwijst daarmee naar het spookbeeld dat politiek rechts bij verkiezingen in heel de regio gebruikt, om mensen af te schrikken voor linkse partijen te stemmen.
Praten over oorlog, bouwen aan vrede
‘We leven in moeilijke tijden, maar we moeten blijven zingen’, maande Gómez het publiek tijdens het BarnaSants-concert aan. En als voor vrede zingen aanstekelijk is, dan is aan vrede bouwen dat ook. In Barcelona doet Gómez dat met cultuur. In samenwerking met onder andere het Catalaans Internationaal Instituut voor de Vrede en het Colombiaanse consulaat.
‘We komen bijvoorbeeld samen met de Moeders van Soacha’, vertelt ze, een organisatie van de moeders, dochters en zussen van 19 mannen die tijdens het gewapend conflict vermoord zijn door het Colombiaanse leger. Voorwendsel voor die moorden was dat de mannen guerrillastrijders waren, gedood tijdens gevechten. Hun verhaal maakt deel uit van de meer dan 3000 buitengerechtelijke executies uitgevoerd door het Colombiaanse leger, gekend als falsos positivos.
‘We luisteren naar hun verhaal en zingen’, legt Gómez uit. ‘We komen niet alleen samen om zwaarmoedig te zijn, maar we verdrinken en verdringen het verdriet ook niet. Zo nodigen we ex-paramilitairen uit om hun verhaal te doen. We geven onze bijeenkomsten diepgang en herinnering. Een vriend van mij hier was guerrillero. Hij heeft nu een koffiehuis in een dorp in de buurt van Barcelona. We komen er vaak samen.’
‘Er leeft veel, er zijn ideeën‘, ziet de zangeres. ‘Er is meer bewustzijn. In Colombia mochten we lange tijd zelfs niet over de oorlog praten.’
‘Tijdens een concert in Duitsland vertelde ik dat ik uit een land in oorlog kwam. Er waren Colombianen in de zaal die boos werden en vertrokken. Uribe (Álvaro Uribe, president van 2002-2006 en 2006-2010, lc) zwaaide in zijn tijd als president met de vlag van de vrede. We konden op veilige wegen rijden, dus er was vrede. Terwijl het conflict nog woedde. Het speelde zich niet meer af in Bogota, maar Colombia was nog steeds een land in oorlog.’
‘Daarom was het na het vredesakkoord (van 2016, red.) zo belangrijk om te kunnen uitspreken wat er was gebeurd. Het is zoals met de dictatuur in Argentinië. Kunnen zeggen: “Er was een dictatuur, dit is er gebeurd.” Of hier in Spanje met Franco. Nu is er in Colombia een vredesproces. Er is geen vrede, maar er is tenminste een proces.’
‘Het vredesproces heeft ook andere gevolgen gehad. Ik heb vrienden die hier als vluchteling aankwamen. Na het vredesproces werd van veel mensen het vluchtelingenstatuut afgenomen: “Er is vrede, je kan terug.” Zij moesten illegaal blijven of een andere manier zoeken om te blijven, want ze kunnen niet terug. Hun leven is in Colombia nog altijd in gevaar.’
Verbonden met je land, of niet
Migratie, ballingschap, dessaraigo of ontworteling zijn thema's die als vanzelfsprekend terugkomen in Gómez' liedjes.
Vuelve ('Kom terug') schreef ze samen met slachtoffers van het gewapend conflict en gaat over wat Colombia voor hen betekent vanuit het buitenland. Het is een lied over de oorlog, over terugkeren, herinnering, herstel en hoop. Llévame en tus alas beschrijft een vrouw die een vogel ziet en mee wil op de vleugels. Het lied gaat over het verlangen om naar andere oorden te vliegen en je pijn achter je laten.
Wat betekent die desarraigo, ontworteling, precies? Het woord laat zich moeilijk vertalen naar het Nederlands. ‘Het is vreemd. Wanneer je je geboorteland achterlaat, kan je het gevoel krijgen dat je net meer Colombiaan wordt. Ik vertrok naar de Verenigde Staten en werd plots latina. In Colombia kende ik niemand van Peru of Ecuador. Ik kende de muziek van de regio niet, we luisterde naar muziek uit Noord-Amerika. Maar daar, in de Verenigde Staten, ontmoet je een Chileen, een Argentijn...’
‘En voor de mensen daar ben je allemaal hetzelfde’, lacht Gómez. ‘Je wordt Latijns-Amerikaan. En dat is mooi, want Colombia is een klassenmaatschappij. In de VS ontmoette ik bijvoorbeeld Latijns-Amerikanen die in keukens werkten, en je voelt je gelijk.’
‘Hier gebeurt hetzelfde. Er zijn veel Colombianen in Barcelona, ik voel me hier heel Colombiaans. Desarraigo is een mentaal proces. Sommigen vertrekken en verlaten hun land in moeilijke omstandigheden en willen er niet meer aan denken. Dat kan ook Ik reis veel voor mijn werk en ben heel verbonden met Latijns-Amerika. Desarraigo is iets dat kan evolueren. Je kan je ook heel verbonden voelen met het land dat je achterliet.’
De eerste woorden die Gómez op mijn audio-opname uitspreekt, waren: ‘Vrede is een prachtig woord.’ Marta Gómez, een artiest afkomstig uit een land dat werkt aan vrede, zingt ook in moeilijke tijden: Para la guerra nada.
Op 10 april dit jaar bracht Marta Gómez haar nieuwste album Arauca uit, in samenwerking met pianist en producer Antonio Mazzei.



