Afrika moet 'virale lading' van aidspatiënten beter controleren

Terwijl Afrika volop inzet op de antivirale behandeling van seropositieven, groeit de bezorgdheid bij experts dat de virale lading van hiv-patiënten onvoldoende getest wordt. Een standaardtest op geregelde tijdstippen kan hieraan verhelpen, maar de kostprijs is nog een hinderpaal. 

© IPS/Miriam Gathiga

De Wereldgezondheidsorganisatie raadt aan om de virale lading eerst om het half jaar en nadien jaarlijks te testen.

“Het geregeld testen van de virale lading (of viral load) helpt om tijdig patiënten te identificeren bij wie de behandeling niet aanslaat, voor ze resistent worden tegen aidsremmers, en houdt de infectie onder controle”, verklaart Teri Roberts, adviseur diagnostiek bij Artsen Zonder Grenzen (AZG).

Bij deze standaardtest meet men de hiv-waarden in het bloed, om na te gaan of de antivirale behandeling werkt. De Wereldgezondheidsorganisatie raadt aan om de virale lading te monitoren zes maanden na aanvang van de behandeling, nog eens zes maanden later en daarna om de twaalf maanden.

Routineonderzoek

Het testen van de virale lading is een routineonderzoek in rijke landen, maar is zeldzaam en duur in Afrika. “Zo’n test in het kader van het nationaal aidsprogramma kost in Kenia 18 euro, terwijl je in een gelijkaardige kliniek in Azië ongeveer 8 euro betaalt”, zegt Roberts.

Een AZG-studie wijst op een “dramatische kloof” tussen de productiekost van deze tests en de marktprijs die Afrikaanse landen betalen. Bovendien kan er zelden lokaal getest worden in Afrika, en worden de bloedstalen vaak naar een centraal laboratorium gestuurd.

Experts vrezen dat veel vrouwen die aidsremmers nemen nooit, of te laat, hun virale lading hebben laten meten. “De CD4-waarde daalt niet onmiddellijk wanneer de medicijnen falen, ze kan nog een tijdje hoog blijven. Tegen de tijd dat men ontdekt dat de behandeling niet aanslaat, zal er al veel schade aangericht zijn”, meent Dave Muthama van de Elizabeth Glaser Paediatric AIDS Foundation.

Groepsaankoop

Afrikaanse regeringen kunnen deze uitdagingen het hoofd bieden. “Terwijl Azië zijn eigen machines en reactanten produceert, voert Afrika alles in”, stelt John Ong’ech van het nationale ziekenhuis Kenyatta. “We moeten de optie bestuderen om deze zaken lokaal te produceren.”

Er zijn ook valkuilen aan lokaal gefabriceerde producten, in de vorm van royalty’s voor intellectuele eigendom. Die kunnen volgens AZG oplopen tot 65 procent van de productiekost van de tests.

Roberts pleit ervoor dat de grootste afnemers van de tests, zoals het Amerikaanse President’s Emergency Plan for AIDS Relief, voor groepsaankopen gaan en zo goedkopere prijzen voor iedereen bekomen. Maar Ong’ech heeft zijn twijfels bij de haalbaarheid hiervan, omdat de wetten daaromtrent verschillen in verschillende landen.

“Swaziland gebruikt een generiek open platform voor de aankoop van virale lading-tests, wat leidt tot concurrentie en lagere prijzen. Malawi gebruikt een gesloten platform, met hogere prijzen tot gevolg”, verklaart Roberts. Een test kost 26 euro in Swaziland en 18 euro in Malawi.

In een generiek open platform worden de elementen voor het testen van virale lading gehaald bij verschillende fabrikanten, terwijl dat in een gesloten platform van een producent komt.

Transparantie

Naarmate Afrikaanse landen meer gaan testen, zullen ze ook betere prijzen kunnen onderhandelen. Transparantie over de prijzen tussen verschillende landen en op verschillende plaatsen in een land, zou ook moeten helpen. Volgens Roberts kan een component in Kenia 18 of 8 euro kosten, naargelang de importeur.

“Grootschalig en geregeld testen van de virale lading is vandaag niet haalbaar omwille van de kostprijs en complexiteit”, denkt Roberts. “De complexiteit is al sterk verminderd en zal nog meer afnemen. We moeten nu strategieën ontwikkelen om de kosten te drukken.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift