‘Zonder democratische ruimte overleeft geen enkele solidariteit’

Nadia Molenaers (IOB)

17 maart 2026
Opinie

‘Zonder democratische ruimte overleeft geen enkele solidariteit’

Een man in blauwe klederdacht staat met zijn rug naar de camera. Op de achtergrond silhouetten van een klein dorpje in Mauritanië
Een man in blauwe klederdacht staat met zijn rug naar de camera. Op de achtergrond silhouetten van een klein dorpje in Mauritanië

Ontwikkelingssamenwerking ligt onder vuur. Van rechts klinkt het verwijt van verspilling, van links de kritiek op neokoloniale structuren. Deze dubbele legitimiteitscrisis is niet alleen een sectoraal probleem volgens Nadia Molenaers (IOB), maar vooral een waarschuwingssignaal voor de staat van onze democratie.

Ontwikkelingssamenwerking is een merkwaardig onthullend politiek object geworden. Voor sommigen is ze een morele noodzaak in een ongelijke en onderling afhankelijke wereld. Voor anderen is ze een luxe, een vorm van hypocrisie of een handige vermomming van nationaal belang. Ze wordt tegelijk aangevallen als naïef idealisme en weggezet als cynische machtspolitiek.

Die spanning is niet nieuw. Hulp is nooit louter solidariteit geweest, net zoals ze nooit volledig te herleiden viel tot geopolitieke berekening. Nieuw is wel het politieke klimaat waarin die spanning vandaag speelt. In gepolariseerde democratieën worden publieke kwesties steeds minder besproken als moeilijke vragen van afweging en institutionele keuze. Ze worden meegezogen in gemoraliseerde kampen, identiteitsgebonden verhalen en loyaliteitstests. Nuance lijkt zwakte. Ambivalentie wordt verdacht. De ruimte om onvolmaakte maar noodzakelijke publieke engagementen te verdedigen, krimpt.

Daarom is de crisis rond ontwikkelingssamenwerking meer dan een sectoraal probleem. De toenemende moeilijkheid om hulp te verantwoorden, als solidariteit of als strategie, weerspiegelt een bredere erosie van democratische ruimte.

Lange tijd rustte ontwikkelingssamenwerking op een delicaat evenwicht. Ze kon moreel gelegitimeerd worden, als solidariteit met armere landen en kwetsbare bevolkingsgroepen, maar tegelijk ook pragmatisch verdedigd worden, als bijdrage aan stabiliteit, welvaart en internationale orde. Dat evenwicht was intellectueel nooit netjes, maar politiek werkte het. Het liet overheden, middenveldorganisaties en burgers met uiteenlopende motieven toe om ontwikkelingssamenwerking te steunen.

Vandaag krimpt die middenruimte. De OESO stelde recent vast dat brede publieke, politieke en financiële steun voor ontwikkelingssamenwerking niet langer vanzelfsprekend is. Hulp krijgt steeds vaker kritiek uit tegengestelde richtingen, waarbij elke kritiek een deel van de waarheid raakt, maar het tegelijk moeilijker maakt om een bredere publieke rechtvaardiging overeind te houden.

Vanuit populistisch-rechtse hoek wordt hulp afgeschilderd als verspilling, naïviteit of elitair moralisme. Vanuit delen van de progressieve linkerzijde wordt ze bekritiseerd als paternalistisch, postkoloniaal, onvoldoende transformerend en verstrengeld met donorbelangen. Geen van beide kritieken is volledig onjuist. Hulp is vaak paternalistisch geweest. Ze is ook vaak geïnstrumentaliseerd. Ze heeft donorbelangen gediend, asymmetrieën gereproduceerd en is regelmatig tekortgeschoten tegenover haar eigen beloftes. En toch blijft ze een van de weinige geïnstitutionaliseerde manieren waarop staten proberen te reageren op mondiale ongelijkheid en collectieve kwetsbaarheid.

Polarisatie neemt steeds vaker de vorm aan van harde “wij-zij”-tegenstellingen die compromis bijna onmogelijk maken.

Het echte probleem is dat we steeds meer de democratische ruimte verliezen om die waarheden tegelijk vast te houden. Democratie vereist geen consensus, maar wel een gedeelde arena waarin meningsverschillen kunnen worden uitgesproken en verwerkt zonder dat elk conflict meteen existentieel wordt. Precies dat staat onder druk. Het Democracy Report 2025 van V-Dem documenteert de verdere verspreiding van autocratisering, terwijl de wereldwijde bevindingen van CIVICUS voor 2024 tonen dat burgerlijke vrijheden in een overweldigende meerderheid van landen en territoria worden ingeperkt.

In veel democratieën is het publieke debat gepolariseerder, performatiever en sterker identiteitsgebonden geworden. Standpunten worden niet alleen verdedigd, ze worden bewoond. Hulp bekritiseren wordt al snel gelezen als nationalistisch egoïsme. Hulp verdedigen wordt makkelijk weggezet als elitair deugdensignaal. Vanaf dat punt vernauwt het debat. Tegenstanders worden gemoraliseerd, motieven vastgepind, en de ruimte voor herziening, overtuiging en coalitievorming krimpt. Zoals Cherian George schrijft in The Journal of Democracy, neemt polarisatie steeds vaker de vorm aan van harde “wij-zij”-tegenstellingen die compromis bijna onmogelijk maken.

Dat is relevant voor ontwikkelingssamenwerking omdat hulp altijd afhankelijk is geweest van democratische bemiddeling. Ze was politiek nooit houdbaar op basis van louter altruïsme, maar ook niet op basis van louter nationaal belang. Ze had een publieke taal nodig waarin ethische verantwoordelijkheid en pragmatische berekening naast elkaar konden bestaan. Wanneer die taal verzwakt, wordt hulp veel moeilijker te verdedigen.

Daarom is deze legitimiteitscrisis een spiegel van een bredere democratische malaise. Als hulp alleen nog verdedigd kan worden als morele zuiverheid, stort ze vroeg of laat in onder het gewicht van haar hypocrisieën. Als hulp alleen nog verdedigd kan worden als strategisch nut, verliest ze elke ethische eigenheid en wordt ze gewoon een verlengstuk van buitenlands beleid. Recente ODI-analyse over het EU-debat laat zien dat meer transactionele narratieven over hulp explicieter worden, vooral in relatie tot defensie, veiligheid, migratie en concurrentievermogen.

Wat verdedigd moet worden, is dus niet een opgesmukte versie van ontwikkelingssamenwerking, maar de democratische ruimte waarin haar doelen, grenzen en contradicties nog ernstig besproken kunnen worden. Dat betekent een taal van internationale verantwoordelijkheid verdedigen die eerlijk is over belangen zonder alles daartoe te reduceren. Het betekent de koloniale en paternalistische erfenissen van hulp erkennen zonder daaruit af te leiden dat solidariteit onmogelijk of per definitie verdacht is.

De dubbele legitimiteitscrisis van hulp is dus niet zomaar een beleidsprobleem. Ze is een waarschuwingssignaal. Wanneer een democratie niet langer met nuance kan beargumenteren waarom zij zich ook voorbij haar grenzen zou moeten engageren, dan is niet alleen solidariteit in de problemen. Dan verliest democratie zelf een van haar wezenlijke vermogens: het vermogen om verschil, meningsverschil en verantwoordelijkheid samen te houden in een gedeelde politieke ruimte.

Nadia Molenaers is hoofddocent aan het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (IOB) van de UAntwerpen.

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in