België investeert in één Congo

Sinds twee jaar is de Democratische Republiek Congo, of wat daar van over blijft, opnieuw het belangrijkste partnerland van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. De verdeeldheid in dat land vormt daarbij niet zozeer een obstakel, eerder een uitdaging.
Als er al optimisme was over het Congolese vredesproces, dan wordt dat danig gerelativeerd door de berichten over het geweld in en om de stad Bunia. Die bewijzen dat in bepaalde delen van Congo recht en orde totaal ontbreken. En zonder elementaire veiligheid is ontwikkeling of wat dan ook zo goed als onmogelijk.
Toch is de Democratische Republiek Congo of wat daar van over blijft, sinds twee jaar het belangrijkste partnerland van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Met 48 miljoen euro (in 2001) zitten we weliswaar nog onder de helft van het uitgavenniveau van vóór 1989 ‘toen de Belgisch-Congolese relaties stuk liepen op de moordpartij aan de universiteit van Lubumbashi’ maar dat bedrag is wel het dubbele van wat we in 1999 besteedden.
Het tekent het hernieuwde engagement van ons land in Congo. Die inzet houdt overigens meer meer in dan hulpverlening. Als er één regio is waar het kleine België internationaal meetelt, dan is het wel Centraal-Afrika. Die invloed niet ten goede gebruiken, zou moreel laakbaar zijn. Frank Vandenbroucke gebruikte tien jaar geleden als buitenlandminister al dat argument om Belgische betrokkenheid in Centraal-Afrika te verdedigen.
De paarsgroene regering zat op hetzelfde spoor. ‘In feite is die politieke invloed zelfs belangrijker dan de hulp’, erkent Stephan Van Praet, Congo-adviseur op het kabinet van Eddy Boutmans. ‘België houdt Congo op de landkaart van de Europese Unie en de Verenigde Naties. Niet evident in periodes dat het Midden-Oosten de wereldagenda zo domineert.
Hoe we dat doen? Door Congo te agenderen, door diplomatieke actie op donorconferenties en door bijvoorbeeld een overbruggingskrediet te geven zodat Congo zijn achterstallen bij het Internationaal Monetair Fonds kan betalen en opnieuw op het goede spoor geraakt bij het IMF. De dynamiek die daarvan uitgaat, is belangrijker dan wat wij daar besteden.’
Om de eigen geloofwaardigheid terzake op peil te houden, wil Verhofstadt II het opnieuw mogelijk maken dat België troepen stuurt naar Centraal-Afrika. Na de parlementaire onderzoekscommissie naar de Rwandese genocide ‘waarin Verhofstadt een vooraanstaande rol speelde’ werd beslist geen troepen meer naar vroegere kolonies te sturen. De situatie van algehele onveiligheid in de provincie Ituri maakt echter duidelijk dat er omstandigheden zijn waarin niks zo’n verschil maakt als een serieuze VN-troepenmacht. En dus wil België op die beslissing terug komen.
Voor de troepenmacht voor Bunia-stad komt dat te laat. Frankrijk levert de meeste manschappen, terwijl België enkel logistieke steun biedt. Voor de rest van de provincie, waar het geweld naar alle waarschijnlijkheid gewoon voortgaat, komt zo’n internationale veiligheidsinspanning er voorlopig niet. België kan daar met meer overtuigingskracht op aandringen als het nu ook de daad bij het woord kan voegen door zelf manschappen te leveren.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2886   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur