Campagne voor breder Panamakanaal smijt met geld

Op zondag 22 oktober houdt Panama een referendum over de mogelijke verbreding van het Panamakanaal. Overheid en medestanders hebben naar schatting minstens 1 miljoen euro geïnvesteerd in een propagandacampagne om de Panamezen te overtuigen het voorstel te steunen. Hun overtuigingsmachine steekt schril af tegen de rode vlaggetjes van de tegenstanders.
De Panamezen zullen massaal ja stemmen op het voorstel om het Panamakanaal tussen de Atlantische en de Stille Oceaan te verbreden door een derde set sluizen toe te voegen. Dat voorspellen de laatste opiniepeilingen voor de sperperiode die intussen is ingegaan. Een stemsimulatie van het pollbedrijf Dichter & Neira kwam uit op 79 procent ja-stemmen. Twee andere peilingen leverden vergelijkbare resultaten op.

Het project zou volgens de overheid 4,19 miljard euro gaan kosten en de werken zullen zeven tot acht jaar in beslag nemen. Momenteel is het kanaal toegankelijk voor schepen van maximaal 32 meter breed, 12 meter diep en 294 meter lang, na de werken kunnen ook de nog grotere containerschepen erdoorheen.

Het grote verwachte aantal ja-stemmers heeft veel te maken met de voorspelling van de bevoegde overheid dat de nieuwe sluizenset gedurende de eerste elf jaar jaarlijks 910 miljoen euro aan extra inkomsten zal opleveren. Maar ook de immense propagandacampagne vóór het project weegt zonder twijfel door op de opinie. De overheid besteedt naar schatting 800000 euro aan het promoten van haar voorstel tot verbreding. Het pollbedrijf Ibope Time schat dat andere groepen daar nog eens251.000 euro hebben bijgelegd. Voeg daarbij nog de advertenties van de bedrijfswereld die het voorstel ook steunen.

De argumenten pro worden steeds weer herhaald: een breder kanaal is nodig om het competitief te houden, zou de inkomsten voor de staatskas verhogen, meer banen opleveren, een stimulans betekenen voor de havens, de banksector en de vrijhandelszone. Bovendien verdienen het Kanaalbestuur en zijn hoofd Alberto Alemán het vertrouwen van de kiezers, zo luidt het.

In de laatste weken is een nieuw element opgedoken: de Nicaraguaanse president Enrique Bolaños wil door zijn land een nieuw kanaal tussen beide oceanen bouwen. Dat onwaarschijnlijke idee dateert al van 1902, maar het is wel vreemd dat het net nu weer opduikt, vlak voor het Panamese referendum maar ook net voor het aflopen van Bolaños’ ambstermijn in januari 2007.

Rode vlaggetjes

De nee-campagne? Die moet het hebben van de rode vlaggetjes die het Nationaal Fonds voor de Verdediging van de Sociale Zekerheid door de straten van de hoofdstad heeft opgehangen, en de gedrukte richtlijnen van de bouwvakkersvakbond Suntracs. En vooral van de opiniepagina’s in de pers en de dagelijkse debatten op radio en televisie.

Onder de tegenstanders bevinden zich onder meer de econoom en voormalig vice-beheerder van het kanaal Julio Manduley en oud-president Jorge Illueca. Samen brachten ze een rapport uit met als titel “Ons kanaal: een onnodige en risicovolle uitbreiding op dit moment, of alternatieve nationale ontwikkeling voor iedereen”. De twee stellen zowat alles in vraag: van de toekomstvoorspellingen tot de geschatte constructiekosten.

Andere critici, zoals politiek wetenschapper Carlos Guevara, vrezen dat het plan de Panamese overheidsschuld tot gevaarlijke hoogten zal opdrijven. Panama zat eind 2005 met ruim acht miljard euro schuld, volgens Guevara kan die tegen 2011 zijn opgelopen tot dertien miljard.

Analist Raúl Leis waarschuwt dan weer dat “buitenlands personeel de eigen bouwvakkers kan verdrijven”. Hij zegt ook dat de kanaalverbreding de waterkwaliteit in het Gatúnmeer kan aantasten door extra invoer van zout zeewater. Geen detail, want dat meer levert het drinkwater voor de hoofdstad. Die bezorgdheid haalt hij uit een studie van de Panamese associatie van ingenieurs en architecten.

Ook de voorzitters van de twee belangrijkste oppositiepartijen in Panama, de Panameñista (Arnulfista) Partij en de Nationale Liberale Republikeinse Beweging (MOLIRENA) hebben opgeroepen nee te stemmen. Hoewel de partijen meer dan 300.000 aanhangers hebben, is het standpunt van de voorzitters relatief. De twee formaties hebben ook invloedrijke leden die zich voor de ja-stem hebben uitgesproken.

De oppositievoorzitters zeggen dat de overheid een ontwikkelingsplan voor het land moet opstellen voor ze een referendum houdt. Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties leeft 40,5 procent van de Panamezen onder de armoedegrens, en 26,5 procent in extreme armoede. Panama is ook het op één na het land met de grootste inkomensongelijkheid in Latijns-Amerika.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift