Indiaas bosbeheer maakt inheemsen werkloos

Gezinnen van de inheemse Soliga-bevolkingsgroep in Biligiri Rangana Betta (BRT), in de staat Karnataka, hebben moeite te overleven sinds de regering hen in 2006 verbood nog langer producten uit de jungle te verzamelen en verkopen.
De ongeveer 2.000 gezinnen die leefden van de producten uit het afgelegen natuurreservaat, hebben sinds 2006 te maken met de Natuurbeschermingswet die hen verbiedt in parken en reservaten niet-houtproducten zoals honing, kruiden, mossen en fruit te verzamelen voor commerciële doeleinden.
Voor het verbod verkochten de Soliga’s die verzamelde producten aan hun eigen coöperatie LAMPS (Large-scale Adivasi Multipurpose Society). Die verkocht ze vervolgens aan de hoogste bieders, meestal handelaren die de producten op hun beurt doorverkochten aan de industrie.
Ongeveer 12.500 van de in totaal 30.000 Soliga’s wonen in de bossen van Biligiri Rangana Betta. Daar verbouwen ze zelf wat gewassen, maar ze zijn grotendeels afhankelijk van de verkoop van bosproducten. Hun jarenlange aanwezigheid in de natuur gaf hen veel kennis van de ecologie van BRT.
Zonder de inkomsten uit de coöperatie, krijgen de Soliga-gezinnen het moeilijk. Actieve coöperatieleden, zoals Chikkanajegowda uit de nederzetting Kanneri in BRT, zijn nu werkloos. Chikkananjegowda’s vrouw, de 40-jarige Veeramma, vond tijdelijk werk als dagarbeidster op een nabijgelegen koffieplantage. Maar ook zij is nu werkloos.
“De mensen moeten nu lange afstanden afleggen om seizoenswerk of huishoudelijk werk te vinden”, legden Soliga-oudsten uit bij een bezoek van vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisatie Kalpavriksh. De ngo bezocht BRT om de situatie te onderzoeken.
“De helft van onze dagelijkse inkomsten van 60 roepie (1 euro, red.) gaat op aan busreizen om werk te vinden en we hebben nauwelijks voedsel om te verkopen of te eten”, zegt Veeramma. Naast de hut van Veeramma staat het onderkomen van de 42-jarige Gowramma. Zij vertelt dat haar gezin één keer per dag kan eten. Daarvoor wordt dagelijks 25 kilometer gereisd om suikerriet te snijden. “De boswachter wil niet dat we door het bos lopen, dus we moeten wel geld uitgeven aan de bus.”
De problemen zorgen voor spanningen en wederzijds wantrouwen tussen de Soliga’s en de boswachterij. In maart van dit jaar werden verschillende Soliga’s gearresteerd op verdenking van brandstichting. Volgens de Soliga’s werden de branden veroorzaakt door een paar baldadige jongeren. De handelwijze van de boswachters leidde tot veel woede. “Er waren nooit problemen”, zegt Veeramma. “Sinds vorig jaar liep het mis.”
Boswachter R. Raju verklaart dat er geen excessief geweld gebruikt is tegen de Soliga’s. “Vijfennegentig procent is onschuldig, maar er bestaat erg veel frustratie over het verzamelverbod.”
Al sinds 2004 is er contact met de overheid over de wet. Een belangrijke vraag daarbij was of de coöperatie, waar de Soliga’s van afhankelijk zijn voor hun levensonderhoud, commercieel is of niet. En of het verzamelen van de producten als ‘commercieel gebruik’ kan worden gezien.
Het Staatswildbeheer, dat zich in augustus over de kwestie boog, heeft de zaak van de Soliga’s doorverwezen naar de centrale regering in Delhi, die er nu over moet besluiten.
De Indiase regering stelde het verbod in ter bescherming van de bedreigde wilde planten en dieren. Ook inheemse bevolkingsgroepen in andere regio’s, zoals in de aangrenzende staat Kerala, werden er slachtoffer van. Maar de gevolgen voor de Soliga’s, die zo ongeveer vergroeid zijn met de bossen, zijn het meest ingrijpend.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift