Libanese kinderen verwerken trauma’s

“Ons huis is helemaal kapot omdat er raketten op vielen en er waren veel mensen gewond”, vertelt de negenjarige Issara. Haar twee broers, de vierjarige Hussein en de vijfjarige Mahmoud, luisteren stil. Dat doet ook Ola Attaya, een psychologe die Libanese kinderen helpt de Israëlische bombardementen te verwerken.
Ola staat op een geeft Issara een knuffel. “Het is goed hoor, het is goed. Je hoeft nu niet meer bang te zijn. Je bent hier veilig.” De broertjes van Issara hebben bijna niets meer gezegd sinds de familie vluchtte uit Ramieh, vlakbij de Israëlisch-Libanese grens.

“Zoals je ziet praten sommige kinderen bijna niet meer”, zegt Ola, in een vluchtelingencentrum in de Amerikaanse Universiteit in Beiroet. “We denken dat we ze kunnen helpen door ze te laten spelen en ze de gelegenheid te geven met ons te praten wanneer ze dat willen.”

Ola is manager van het vrijwilligersproject dat nu draait op zes scholen die zijn ingericht als vluchtelingencentrum. Honderden kinderen krijgen begeleiding bij het verwerken van de bombardementen. Bij het project zijn veertig psychologen, onderwijzers, animators, artiesten en studenten van de kunstacademie betrokken. Ze organiseren allerlei activiteiten voor de kinderen, zoals tekenen, spelen, theater en lezen. Veel kinderen lijken snel te herstellen.

“Het is belangrijk om er vroeg bij te zijn”, zegt Ola. “Als kinderen traumatische gebeurtenissen niet direct verwerken, dan worden ze ernstiger.” Haar team signaleert veel negatieve symptomen bij de kinderen: slaapstoornissen, nachtmerries, vastklampen aan ouders, moeilijkheden met praten, apathie, hyperactiviteit of hoofdpijn of maagpijn.

Het centrum van Ola lijkt echter een normale school. Kinderen tekenen, schilderen of schrijven in groepjes. Een andere groep luistert naar een onderwijzer die een sprookje voorleest. Een paar jongetjes rennen rond en dollen met andere kinderen.

De meeste gezinnen in het opvangcentrum komen uit het zuiden, waar de kinderen getuige waren van bombardementen en zagen hoe mensen gewond raakten of de dood vonden. “Kinderen zijn net sponzen, ze absorberen de angst van hun ouders”, zegt Ola. “Daarom is het belangrijk dat we zowel de kinderen als de ouders helpen.”

“Door verhalen worden kinderen aangemoedigd te tekenen en te schrijven, en uiteindelijk te praten over hun ervaringen”, zegt Ola. Maar de kinderen kijken ook naar plaatjes van verwoesting en ze luisteren naar verhalen over de dood. Twee meisjes van twaalf en dertien jaar oud, bekijken foto’s van twee jonge mannen. “Dat is mijn broer”, zegt een van hen. “Hij is een paar weken geleden door Israëli’s gedood bij een bombardement. Ik hield heel veel van hem.”

Sommige kinderen tekenen ansichtkaarten. “Die tekeningen willen we opsturen naar Israëlische kinderen”, zegt Ola. (JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift