Nederlandstalig onderwijs in Brussel

In Brussel zitten niet alleen de elitescholen maar ook de wijkscholen eivol. Om de demografische tsunami van de komende jaren op te vangen, moeten op korte termijn meer dan 15.000 nieuwe plaatsen gecreëerd worden. Vlaanderen lijkt de hoofdstad in de steek te laten.

‘Ofwel is Brussel tweetalig en moeten alle middelen ingezet worden om die tweetaligheid te realiseren, ofwel eist men die tweetaligheid niet en laat men ons met rust.’ Mahjouba is razend. Voor haar dochtertje is er geen plaats in een van de vijf scholen die ze bij haar elektronische inschrijving aangeduid heeft. ‘Men heeft me naar Haren (op acht kilometer van Brussel centrum, sb) doorverwezen, terwijl ik in 1000 Brussel woon en stipt om acht uur op mijn werk moet zijn.’

Ook de criteria waaraan elke kandidaat-leerling moeten voldoen, vindt Mahjouba onrechtvaardig. ‘Eerst krijgen kinderen waarvan één van de ouders Nederlandstalig is voorrang, daarna komen kinderen wiens moeder geen diploma heeft aan de beurt (de zogenaamde Gelijke Onderwijs Kans-kinderen, sb) aan de beurt. Maar ik heb een graduaat. Pas na die twee groepen komen mensen zoals ik aan bod. Dat wil zeggen dat je problemen hebt als je universitair bent, tenzij je rijk bent natuurlijk. Dan is alles mogelijk.’

Ruim 176 kinderen waarvan de ouders zich via het elektronische inschrijvingssysteem bij het Nederlandstalig onderwijs in Brussel aangemeld hadden, konden niet ingeschreven worden. Wat het lot van die  kinderen zal zijn, kon Dimokritos Kavadios, docent politieke Wetenschappen (VUB en UA) en voorzitter van het Lokale Overlegplatform, eind juni niet zeggen. ‘We hebben daar geen zicht op. Ze kunnen buiten Brussel een school proberen te vinden of zich tot het Franstalig onderwijs richten. Of gewoon thuis blijven, dat kan ook.’

Witte scholen, zwarte scholen

Ook de Franstalige scholen kampen met plaatsgebrek. Aanvankelijk werd enkel gekampeerd voor de deur van de “beste” scholen, maar twee jaar geleden verplaatste het fenomeen zich ook naar de volksbuurten. Deskundigen hebben al lang gewaarschuwd voor de snelle bevolkingsgroei in Brussel. ‘Er wacht Brussel een demografische tsunami’, zegt Kavadios. Tegen 2025 moeten er minstens 15.000 nieuwe plaatsen komen in het kleuter- en basisonderwijs. Indien er niets verandert aan het beleid, krijgen we over tien jaar een herhaling van de rellen van Vorst en Molenbeek, maar dan tien keer heviger.’

Langs Nederlandstalige kant zitten Brusselse en Vlaamse politici niet altijd op dezelfde golflengte. Terwijl Brussels minister van Begroting Jean-Luc Vanraes (Open VLD) pleit voor het behoud van het marktaandeel van twintig procent Nederlandstalig onderwijs in Brussel en dus voor het creëren van nieuwe plaatsen, vindt Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) dat die ambitie achterhaald is. Hij haalt het belang van de kinderen aan als argument om geen nieuwe plaatsen te creëren.

Nederlandstalig onderwijs voor anderstaligen zou niet in het belang van die kinderen zijn, schreef hij begin maart in De Standaard. Het creëren van nieuwe plaatsen zou alleen de concentratie en bijgevolg de achterstand in de hand werken. Smet wil het aandeel leerlingen in Nederlandstalige scholen die van thuis uit Nederlands spreken optrekken van 45 naar 55 procent.

‘Dat is demagogie’, reageert Kavadios. ‘Het is de N-VA achterna lopen’, zegt hij. ‘En het werkt concentratie in de hand. Want in amper 15 van de 150 Nederlandstalige scholen in Brussel vind je meer dan 55 procent Nederlandstalige kinderen. In nog een vijftiental andere scholen ligt de Nederlandstalige populatie tussen 45 en 55 procent. Met de nieuwe maatregel gaan de Nederlandstaligen elkaar nog meer opzoeken en zich meer concentreren. Het verschil tussen witte scholen en zwarte scholen zal toenemen en de voortrekkersrol die de Nederlandstalige minderheid zou moeten spelen, zal verder afnemen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.’

Kavadios erkent wel dat het niet vanzelfsprekend is om tegelijk gelijke kansen te garanderen én gemengde scholen te hebben waar Nederlandstaligen een voortrekkersrol kunnen spelen. ‘Onderwijs is sinds het ontstaan van België al een pijnpunt geweest’, zegt Kavadios.
‘Het is een bevoegdheid van de gemeenschappen maar het gewest kent zijn eigen dynamiek. Er moet veel politieke wil zijn om onmiddellijk op de noden in de hoofdstad in te spelen. In het verleden heeft men ook besparingen doorgevoerd. Dat ging ten koste van de gebouwen. Besparen op lonen kon niet, want je hebt sterke vakbonden. Maar je lost het probleem niet op door bijkomende klassen te creëren of nieuwe scholen te bouwen. Je  moet ook leerkrachten aantrekken en behouden. Ook dat is een grote uitdaging in Brussel. Mensen moeten het als een missie zien om hier als leerkracht te werken.’

‘Een plaatsje op de schoolbank van een Nederlandstalige school in Brussel is geen garantie voor een betere toekomst.’

Instructietaal

Het argument dat anderstaligen meestal ook Franstalig zijn en dat het voor hen beter zou zijn dat ze in het Franstalig onderwijs terechtkomen, houdt volgens deskundigen en mensen die op het terrein actief zijn geen stand. Het Frans dat door allochtonen in Brussel gesproken wordt, is meestal gebroken Frans. ‘Of ze nu Nederlandstalig onderwijs of Franstalig onderwijs volgen, het zijn dezelfde uitdagingen’, zegt Hilde de Smet van de Foyer. ‘De schooltaal is een instructietaal, en daar moet in geïnvesteerd worden. Het echte probleem is niet zozeer een taalprobleem maar veeleer een probleem van armoede en sociale achterstand.’

De schooltijd is niet voldoende om de instructietaal onder de knie te krijgen. Ook de buitenschoolse activiteiten kunnen hierbij helpen. Omdat de sociale achtergrond van veel ouders niet leergunstig is, kunnen alleen ingrijpende maatregelen echt werken. Kavadios ziet twee mogelijkheden. Ten eerste ouders aansporen om hun kinderen naar het internaat te sturen. ‘Dat klinkt misschien hard en het kost ook geld, maar op die manier krijgen de kinderen een echte taalbad en nemen ze een leerhouding aan. Ten tweede moet men serieus nadenken over de invoering van een Brussels curriculum. Het basisonderwijs een jaartje langer laten duren, waarbij de nadruk wordt gelegd op het aanleren van de taal is geen overbodige luxe en evenmin verlies van tijd. Het kan alleen maar helpen om een sterke start te maken en de schoolcarrière op een succesvolle manier te beëindigen’, aldus Kavadios.

Wanneer het onderwijs faalt, duiken talloze zichtbare en onzichtbare problemen op. Kavadios wijst op de aversie tegenover de Vlaamse cultuur. ‘Uitgemaakt worden voor tête de Flamand is een dagelijkse realiteit. En het zijn de jongeren die door het schoolsysteem in de steek worden gelaten die dat soort aversie ontwikkelen. Een plaatsje verwerven op de schoolbank van een Nederlandstalige school in Brussel is geen garantie voor een betere toekomst. Te vaak worden jongeren in technische of beroepsrichtingen weggerangeerd. Velen verlaten de school zonder diploma. Het beleid moet in deze jongeren investeren.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur