“Oman wordt nieuwe sweatshop van Midden-Oosten”

Het Amerikaanse parlement buigt zich over een omstreden vrijhandelsakkoord tussen de VS en Oman. Vakbonden, milieuorganisaties en mensenrechtenactivisten nemen de overeenkomst onder vuur, maar dat protest lijkt de ratificatie niet te zullen tegenhouden.
De Amerikaanse president George W. Bush stuurde het akkoord dinsdag naar het Congres. Volgens hem zal de overeenkomst “de banden aanhalen met een gematigde islamitisch land” en “andere ontwikkelingslanden de voordelen van open markten en toenemende handel” duidelijk maken.

Oman telt maar drie miljoen inwoners, maar toch stuit de vrijhandelovereenkomst in de VS op veel kritiek. In een open brief aan het Amerikaanse parlement klagen meer dan 400 Amerikaanse en internationale organisaties dat het verdrag geen instrumenten bevat om de bescherming van arbeiders en het milieu af te dwingen. Dat zou van Oman een “exportsweatshop” kunnen maken - een verwijzing naar de overvolle naaiateliers in Azië en Latijns-Amerika waar veel grote westerse merken hun kleren laten maken.

De briefschrijvers, waaronder de Amerikaanse vakbondskoepel AFL-CIO, de boerenvakbond National Farmers Union en de milieuorganisatie Sierra Club, wijzen erop dat Oman een even slechte arbeidswetgeving heeft als Jordanië. Het vrijhandelsverdrag dat Jordanië met de VS ondertekende, leidde daar tot het ontstaan van talrijke textielbedrijfjes waar immigranten worden uitgebuit.

Net als veel andere landen in het Midden-Oosten heeft Oman ook enkel een fragmentarische milieuwetgeving, en het verdrag verandert daar niets aan, zeggen de critici. Nergens wordt Oman bijvoorbeeld verplicht om internationale normen over biodiversiteit en de bescherming van bedreigde diersoorten te respecteren.

Een aantal Democratische parlementsleden deelt de kritiek. “Oman respecteert de belangrijkste internationale arbeidsrechten niet - de vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandelingen”, zegt volksvertegenwoordiger Michael H. Michaud. Onafhankelijke vakbonden zijn verboden in Oman, en de door de staat opgezette arbeiderscomités mogen niet onderhandelen over lonen, werkuren en arbeidsvoorwaarden.

Zowat 80 procent van de werknemers in de privé-sector in Oman komt uit arme landen in het Midden-Oosten en Zuid-Azië. Hun werkgevers behandelen hen vaak als slaven. “Het is teleurstellend dat president Bush beslist heeft de grenzen te openen voor goederen die gemaakt zijn met slavenarbeid of dwangarbeid”, verklaarde Harry Reid, fractievoorzitter van de Democraten in de Amerikaanse Senaat.

Andere Democraten vrezen dat het verdrag het Amerikaanse handelsdeficit nog verder kan opblazen, en dat het banen zal doen verdwijnen in de VS. Ze wijzen erop dat de VS sinds 1998 al meer dan drie miljoen banen in de industrie is verloren. Dat zou voor een deel de schuld van vrijhandelsverdragen zijn.

De Amerikaanse regering gaat ervan uit dat vrijhandel de afzet van Amerikaanse bedrijven in Oman zal vergroten. Oman heeft ook toegezegd Amerikaanse investeringen en intellectuele eigendomsrechten te respecteren. Het verdrag levert ook diplomatieke winst op. Washington heeft Oman gedwongen zijn boycot van producten uit Israël op te geven. Dat embargo werd ingesteld door alle lidstaten van de Arabische Liga na de bezetting van delen van Egypte, Jordanië en Syrië door Israël in 1967. Via de vrijhandelsakkoorden proberen de VS de handelsbetrekkingen tussen Israël en zoveel mogelijk Arabische landen te herstellen.

De VS hebben in het Midden-Oosten al vrijhandelsverdragen met Jordanië, Israël, Marokko en Bahrain. Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten zouden spoedig kunnen volgen. De Amerikaanse regering wil tegen 2013 alle 22 Arabische landen en Israël onderbrengen in een Vrijhandelszone van het Midden-Oosten (MEFTA). (PD/MM)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift