Tegen lichtsnelheid over de 'ruggengraat'

Duizenden kilometers glasvezelkabel van niet meer dan zeven centimeter doorsnede –over land en op de bodem van de oceanen– maken het intercontinentale internetverkeer mogelijk. Samen met de knooppunten waar deze kabels met elkaar verbonden zijn, vormen ze de “ruggengraat” van het internet.

  • MO* (bron: www.telegeography.com / bewerking: Dirk Billen) De belangrijkste intercontinentale glasvezelkabels MO* (bron: www.telegeography.com / bewerking: Dirk Billen)

Internetproviders zoals Telenet en Belgacom beheren op een lager niveau elk hun eigen netwerk van knooppunten, kabels en draadloze verbindingen, waarlangs hun klanten toegang krijgen tot het internet. Op een hoger niveau sluiten die aan op de knooppunten van de ruggengraat, de zogenaamde Internet Exchange Points (IEP’s). IEP’s zijn het resultaat van samenwerking tussen meerdere internetproviders om direct verkeer tussen elkaars netwerken mogelijk te maken.

De IEP’s zijn verbonden door glasvezelkabels die gegevens aan de snelheid van het licht transporteren. De intercontinentale kabels liggen op de bodem van de oceanen en zijn meestal eigendom van joint ventures van grote telecombedrijven, waaronder ook heel wat staatsbedrijven. Internetproviders en telecombedrijven huren een deel van de datacapaciteit over de kabels om hun lokale netwerken met elkaar te verbinden.

Het huidige kabelnetwerk bestaat voornamelijk uit verbindingen tussen ontwikkelde landen: trans-Atlantische kabels (veelal aangelegd tijdens de internetzeepbel op het einde van de vorige eeuw) en meer recente kabels in de Stille Zuidzee, aangelegd onder impuls van de groei van de Aziatische economieën. Die vertekening in het voordeel van de ontwikkelde landen is ook duidelijk merkbaar in de locatie van de belangrijkste IEP’s wereldwijd: buiten Europa en de VS bevinden zich enkel in Japan, Hongkong en Brazilië internetknooppunten met dataverkeer van het hoogste niveau. De grootste drie bevinden zich in Frankfurt, Amsterdam en Londen.

Tot voor kort was Oost-Afrika de laatste regio zonder rechtstreekse aansluiting op de ruggengraat, waardoor de landen in de regio te kampen hadden met traag en duur internetverkeer. Gegevens moesten immers over betalende netwerken of via satellieten verstuurd worden. De aanleg van enkele nieuwe glasvezelkabels naar de regio in 2009 zorgde ervoor dat Nairobi (Kenia) en Kampala (Oeganda) op weg lijken om uit te groeien tot nieuwe outsourcing-hotspots en aspiraties hebben om het tot Afrikaanse Silicon Valley’s te schoppen.

Een goede aansluiting op de ruggengraat van het internet is echter geen garantie op kwaliteits- en prijsverbeteringen voor internetgebruikers. In februari van dit jaar bereikte een 1500 kilometer lange glasvezelkabel Cuba vanuit Venezuela, waardoor dataverkeer met het eiland tot 3000 keer sneller kan worden. Maar zonder verbetering van de woningaansluitingen zal de doorsnee-Cubaan geen toegang krijgen tot de ruggengraat. Een sterke daling in de prijs van een internetverbinding wordt evenmin verwacht in Cuba.

De grootste uitdagingen voor de ruggengraat vormen kabelbeschadigingen (door schipankers, visnetten, aardbevingen en zelfs haaienbeten en kabeldieven) en het exponentieel groeiende internetverkeer, dat ervoor zorgt dat de aanleg van nieuwe kabels met hogere capaciteit zich opdringt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift