Vrouwenrechten op de Westelijke Jordaanoever

Palestijnse vrouwen zijn met stip de best opgeleide van de hele Arabische wereld. Toch tref je ze zelden aan in hoge functies maar lijken ze veroordeeld tot een leven aan de haard. Terwijl opiniemakers zich het hoofd breken of dat de schuld is van de bezetting of de patriarchale samenleving, laten hervormingen op zich wachten.
Stones Café is een hotspot in Ramallah. De alcohol wordt er boven de toog geserveerd, de dresscode tolereert een hoofddoek met strakke heupjeans, ferme hakken en uitgekiende make-up. Zelfs een sigaret kan mee in het pakket, en mannelijke en vrouwelijke studenten delen hier de tafel. Wat een verschil met het hotel waar ik verblijf.
Hoewel het wordt aangeprezen in een vooruitstrevende Palestijnse reisgids, komt het over als een karikatuur van de patriarchale cultuur. Het zijn mannen die de receptie beheren, mannen die de keuken en de zaal bedienen, en het zijn mannen die de bedden opmaken en kamers stofzuigen. Elke glimp vrouwelijkheid ontbreekt. Snelle conclusie: Stones Café zal dus wel het “lichtvoetige” Ramallah vertegenwoordigen?
 ‘Ik weet niet of ik deze plek zelf lichtvoetig zou willen noemen’, lacht Mona*, mijn 22-jarige tolk en tafelgenote. ‘Ramallah is echt wel een progressieve en veelzijdige stad. Oude, patriarchale tradities kunnen hier samengaan met de zogenaamde westerse moderniteit. Dat hoeven geen tegenstellingen te zijn.’
Mona’s familie verhuisde zes jaar geleden van de Verenigde Staten naar Ramallah. Haar Amerikaanse nationaliteit –lees: de vrijheid om de grenzen van de Westoever over te steken– is ze intussen kwijt. En ze heeft leren leven met de gevolgen van het conflict. ‘In deze  samenleving hebben jonge vrouwen minder bewegingsruimte, maar wat voor mij telt is dat het individualisme hier merkelijk kleiner is. De familie is nog de hoeksteen van de samenleving. Dat is een warme verademing en het houdt me recht.’
En toch, Mona’s wereld is nu gereduceerd tot een kleine lap bezette grond, met ommuurde grenzen die ze niet mag oversteken. Ramallah mag dan “het Beiroet” van de Westoever zijn, het kan zijn grauwe kant niet verhullen. De talrijke private nieuwbouwprojecten in de stad en prestigieuze winkelcentra nabij het centrum van Al Manara contrasteren fel met met de leegstaande seminariecentra en hotels, openbare stortplaatsen, gammele gebouwen en zichtbare armoede. De regen van gisteren hervormde de sjofele wegen in een mum van tijd tot rivieren.

‘De schuld van de bezetting’


De lang beloofde interne politieke hervormingen liggen stil sinds de politieke breuk tussen Gaza en de Westoever in 2007. En dus staan ook de hervormingen voor meer vrouwenrechten on hold. Al te vaak wordt het gebrek aan vrouwenrechten toegeschreven aan de decennialange bezetting, zeggen genderexperten. ‘Gelijke rechten voor vrouwen zijn de verantwoordelijkheid van de Palestijnen zelf’, vindt Heba Husseini, stafmedewerkster van de PWWSD (Palestinian Working Woman Society For Development).
‘Alleen hebben we het moeilijk om dat in te zien. Toen mijn broertje onlangs zijn huiswerk niet gemaakt had, zei hij met een brede grijns dat hij het niet kon helpen, het was de schuld van de  bezetting. Hij kent onze mantra al: we gebruiken de bezetting als excuus voor alles wat fout gaat in onze samenleving. Gaat het slecht met vrouwenrechten, dan ligt de oorzaak al meteen vast.’
‘Dat klopt gedeeltelijk, want je kan het ene niet loskoppelen van het andere’, reageert Mona. ‘Een samenleving die dagdagelijks geconfronteerd wordt met armoede, uitzichtloosheid en vernedering, plooit zich terug op traditionalisme.’ Geen enkel verpauperd of onderdrukt volk haalde de geschiedenisboeken omwille van vooruitstrevendheid, voegt ze er laconiek aan toe.
‘Toen ik mijn Amerikaans paspoort nog had, kon ik probleemloos van de Westoever naar Israël en terug reizen. Op een dag kwam ik met vrienden in een taxi terug van Betlehem. Bij Gilo checkpoint was er aanvankelijk geen probleem, tot een soldaat mij viseerde en beval dat ik moest uitstappen. Hij nam me mee naar een kantoortje en deed de deur dicht. Hij vroeg of ik een vriend had, “want zo’n mooi meisje als ik moest toch een vriendje hebben”. Hij wilde die “leemte wel invullen, dan zouden we samen prettige dingen kunnen doen”. De andere soldaten stonden er gewoon bij te lachen. Ik ben heel erg beginnen roepen, de soldaten werden kwaad, maar ze hebben me laten gaan.’
Omdat er geen fysiek geweld was gebruikt, probeerde Mona het incident te vergeten. Ze vond zichzelf geen slachtoffer. Maar deze seksuele intimidatie heeft haar wel met een sluimerende angst opgezadeld. ‘Het heeft me duidelijk gemaakt waar mijn plaats is wanneer ik tegenover een Israëlische soldaat sta. Dit gaat om pure machtsontplooiing, die ik alleen nog bij het Israëlische leger ben tegengekomen. Geen enkele wet of gedragscode beschermt me tegen intimidatie of een aanranding.’

Constante onzekerheid


In een recent rapport verzamelde WCLAC, een Palestijns vrouwencentrum dat juridische hulp en advies verleent rond vrouwenrechten, getuigenissen over mensenrechtenschendingen bij vrouwen op de Westoever door soldaten, kolonisten en de staat Israël. ‘Ons rapport toont wat het effect op vrouwen is van de vele huisvernietigingen, uitzettingen en geblokkeerde dossiers inzake gezinshereniging’, vertelt de Britse projectmedewerkster en juriste Hannah Rought-Brooks.
‘Israël blokkeert sinds 2000 aanvragen tot gezinshereniging voor families in Oost-Jeruzalem. Daardoor moeten sommige families al jarenlang gescheiden of samen in illegale omstandigheden leven. Nogal wat vrouwen moeten hun kinderen alleen grootbrengen, omdat de ene partner een pas voor de Westoever heeft en de andere een “Jeruzalemiet” is. Vrouwen met een Westoever-pas die illegaal bij hun man in Jeruzalem wonen, mogen niet met de auto rijden, geen taxi nemen en hebben geen toegang tot gezondheidszorg. Ze leven in constante onzekerheid.’
WCLAC rapporteert verder hoe vrouwen geconfronteerd worden met seksuele intimidatie en geweldpleging door soldaten en kolonisten. De nederzettingen zijn aan een groeispurt bezig, zegt Rought-Brooks. ‘Terwijl de bevolking in Israël in 2008 toenam met 1,8 procent, groeide ze in de nederzettingen met 5,6 procent. De ultranationalisten zijn vastbesloten om land in te palmen, met pesterijen en desnoods met geweld. Vooral in de omgeving van Hebron en Nabloes steeg het aantal geweldplegingen door kolonisten.’

Psychologische impact


Naast geweld door kolonisten tegen olijfplukkers op de velden, zijn er ook de pesterijen aan huis. Neem het verhaal van de Palestijnse Ahlam R., die alleen thuis was met haar vier kinderen toen gewapende Israëlische kolonisten haar huis in Hebron omsingelden. Terwijl ze met haar kinderen toevlucht zocht in een slaapkamer op de grond, hoorde ze schoten en stenen tegen de ramen. Toen de kolonisten een houtstapel naast haar huis in brand staken, vluchtte ze naar de buren. De schade was enorm. De watertank was stuk, de omgeving rond het huis verbrand, ruiten gesneuveld en het huis was doordrongen van een penetrante brandgeur.
‘We spraken met vrouwen die amper nog uit hun huis durven komen, zeker in een stad als Hebron’, zegt Rought-Brooks. ‘De psychologische impact van de aanvallen is niet te onderschatten, ook al vallen er geen doden of gewonden.’
Officiële klachten zijn er nauwelijks, Palestijnen hebben het gevoel dat de kolonisten boven de wet staan. En dat is niet zomaar uit de lucht gegrepen. Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie Yesh Din belandt negentig procent van de klachten tegen kolonisten in de papiermand.
Leven in een bezet land heeft gevolgen voor alle mensen die er wonen. ‘Emotioneel beleven vrouwen dat anders dan mannen’, vertelt Maha Abu-Dayyeh Shamas, de directeur van WCLAC. ‘Eenmaal je kinderen hebt, is het hard’, vervolgt ze, net iets zachter.
‘Ik ben zelf moeder van twee zonen, en er is een moment dat je hen niet langer kunt beschermen. Palestijnse adolescente jongens worden door Israël niet gezien als kinderen, maar als potentiële lastpakken. Telkens ze het checkpoint passeren, worden ze vernederd. De straat is gevaarlijk terrein voor jongens, ook binnen Palestijnse veiligheidszones, en dus eindig je als een moeder die haar kinderen vrijheid ontneemt om hen te beschermen. Ook al wil je dat niet.’

Kantoorfeminisme


Sinds de ondertekening van de Oslo-akkoorden in 1993 kent de Palestijnse samenleving een opleving van geweld, zegt Islah Jad, een gerespecteerde genderexperte aan het vrouwenstudiecentrum van de Birzeit Universiteit. Volgens Jad heeft de Palestijnse Autoriteit (PA) een hand in de gewelddadige samenleving en de verminderde sociale positie van Palestijnse vrouwen.
‘Voor de oprichting van de Palestijnse Autoriteit in 1994 richtte het geweld zich daar tegen het Israëlische leger en kolonisten. Sinds de PA instaat voor de veiligheidsbudgetten is het geweld in de samenleving –en zeker tegen vrouwen– alleen maar toegenomen.’ Dat is vooral zo in de Gazastrook, waar Hamas de plak zwaait, al gaat een vergelijking inzake vrouwenrechten onder Hamas of Fatah volgens Jad niet op.
‘De situatie is te verschillend, Gaza heeft letterlijk niets en is volledig afgezet, de Westoever heeft nog een zekere levensstandaard. Vergeet ook niet dat Hamas het antwoord was van de Palestijnen op de corruptie van de PA –Fatah dus. Alleen heeft Hamas nooit de kans gekregen om iets te doen omwille van de mondiale boycot. De budgetten van de PA zijn totaal afhankelijk van westerse donaties, en geen cent komt in handen van Hamas. Negenendertig procent van het nationale budget van de PA gaat naar veiligheid, maar we hebben ons nog nooit zo onveilig gevoeld op eigen bodem.’
Een sterke vrouwenbeweging is er niet op de Westoever, zegt Jad. Het Arabische feminisme van de jaren zeventig en tachtig bereikte ook de Palestijnse vrouwenbeweging, verminderde daarna maar kende telkens een bloei tijdens de twee intifada’s, om uiteindelijk in 2004 in slaap te sukkelen.
‘Het enige feminisme dat we kennen is kantoorfeminisme’, zegt Heba Husseini. ‘Veel vrouwen die zichzelf vandaag feministe noemen, stappen uit die rol zodra ze van hun gekoesterde betaalde job thuiskomen en zich terugtrekken binnen de vier muren van de familie. De genderkloof loopt door veel gebieden. Zelfs in de meeste vrouwencentra zijn het nog altijd mannen die de bestuurlijke functies opnemen.’
Aan de opleiding zal het niet liggen: Palestijnse vrouwen zijn het best opgeleid in de Arabische regio. Per 100 mannelijke studenten zijn er 107 vrouwelijke studenten, zegt het  Unesco-documentatiecentrum voor Palestijnse vrouwen. Merkwaardig genoeg vertaalt zich dat niet in tewerkstelling. De tewerkstellingsgraad van Palestijnse vrouwen bedraagt zelfs minder dan de helft van de Arabische vrouwen.  
‘Als vrouw moet je verdomd koppig zijn om het hoofd te bieden aan de genderongelijkheid hier, en dan heb ik het niet over non-issues als de hoofddoek’, zegt Husseini, ostentatief haar Gauloises-sigaret dovend. Achter haar, op een muurposter, kijkt een vrouw me uitdagend aan, met onder haar het opschrift: ‘Give me credit for being a woman.’

‘Een vrouw moet geen zaken doen’


Er zijn uiteraard voldoende Palestijnse vrouwen die wel het hoofd bieden aan patriarchale geboden, zoals Iman. Schuin over het prestigieuze Intercontinental Hotel in Betlehem ligt haar kleine maar kleurrijke kapsalon. Iman deed een beroep op de microkredieten die de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen, UNRWA, ter beschikking stelt. Ze ging inmiddels drie kleine leningen aan, waarmee ze decoratie, meubilair en cosmetica kocht.
Iman trekt nu ook klanten aan van het hotel. Dat is nodig ook, want ze wil haar dochters laten studeren in het –duurdere– private onderwijs. ‘Ik wil dat mijn dochters op eigen benen leren staan, en dus hebben ze een degelijke opleiding –buiten het staatsonderwijs– nodig.’
Iman is de enige kostwinnaar sinds haar man ziek werd. Ze vertelt dat het niet evident was om als vrouw een zaak op te starten, zeker niet in een conservatievere stad als Betlehem. ‘De mannen bezitten hier het familiekapitaal, ik had als vrouw geen geld. Ik werd in het begin ook niet altijd ernstig genomen.
“Iman, een vrouw moet niet in zaken stappen”, kreeg ik vaak te horen, en zeker niet alleen van mannen. Nu de zaak draait, krijg ik gelukkig een groeiend respect van mijn omgeving.’ Iman wil zichzelf zeker een feministe noemen. Ze vindt dat de Palestijnse Autoriteit van de gelijkheid tussen man en vrouw een agendapunt maken. ‘De bezetting speelt natuurlijk een grote rol, maar de PA krijgt genoeg geld. Niet één cent daarvan gaat naar de versterking van vrouwen.’

Eremoorden


Ook de PA zelf kan het niet ontkennen, de Wetgevende Raad bevindt zich in een toestand van chronische verlamming. Van de aangekondigde wettelijke hervormingen voor vrouwenrechten is zo goed als niets in huis gekomen. Wel legde het Palestijns Nationaal Comité vorig jaar een wetsontwerp voor dat de persoonlijke juridische status van de Palestijnse vrouw moet vastleggen en verbeteren door discriminatie weg te werken. De wetgeving over de persoonlijke statuten is nu immers gebaseerd op de sharia, vaak vrouwonvriendelijke religieuze wetten die ook nog eens verschillen naargelang de regio.
Op de Westelijke Jordaanoever gelden nog de Jordaanse wetten, in de Gazastrook de oude Egyptische wetten. Palestijnen in Oost-Jeruzalem vallen zowel onder de wetgeving van de Westoever als onder de Israëlische wetgeving. Komt daar nog bij dat ook de erkende christelijke gemeenschappen in de Palestijnse Gebieden hun eigen tribunalen en wetten hebben wat betreft persoonlijke status. Zowel de Jordaanse als de Egyptische wetten bevatten discriminerende bepalingen op het gebied van huwelijk, scheiding, hoede- en erfenisrechten.
‘Islam is een wet, geen godsbeleving’, zegt een medewerkster van het vrouwendocumentatiecentrum PWRC. De sharia-wetgeving is voor haar een doorn in het oog, maar niet iedereen is het daarmee eens. ‘Het probleem is de patriarchale kant van onze samenleving, niet de religieuze’, zegt Salwa Najjib, genderspecialiste en onder meer voorzitster van het Palestijnse vrouwencentrum WCLAC .
‘Zelfs onder de sharia-wetgeving hebben vrouwen het hoederecht over hun kinderen, en hebben mannen de plicht om hun vrouw te onderhouden. Alleen weten vrouwen dat niet. Er is echt heel veel desinformatie. Vrouwen werken zelf mee aan het in stand houden van de mangedomineerde maatschappij. Bij erfenissen schrijft de sharia voor dat juwelen en cash geld voor de dochters is, en dat huizen en vee naar de zonen gaan. Alleen wordt dat in de praktijk niet zo toegepast.’
‘Moeders geven een deel van hun dochters erfenis aan hun zoon, dat dan dient als een soort van premie om hun zus te onderhouden. Er is wel degelijk wetgeving die vrouwen beschermt, maar je kan het als vrouw niet maken om ongelijke erfenisrechten voor de rechtbank te brengen. Dan word je geëxcommuniceerd. Er waren de voorbije jaren een paar zogenaamde eremoorden. Wel, die eremoorden gingen niet om de naam van de familie, maar om erfeniskwesties.’

Taboes doorbreken


Palestijnen zijn overtuigde televisiekijkers, en vooral lokale televisiezenders doen het goed. Maar veel degelijke informatie valt er niet te rapen. De 32 private Palestijnse zenders zijn familiebedrijven en hebben noch het geld, noch een degelijke professionele bagage om stevige en kritische tv te maken.
‘Palestijnse televisiezenders slagen er niet in om in televisiereeksen en videoclips een correct beeld van de vrouw neer te zetten’, zegt Suheir Farraj, de directeur van Tam, een ngo voor vrouwen, media en ontwikkeling. ‘Geweld op vrouwen, echtgenoten die hun vrouw afslaan “in naam van de jaloezie en de liefde”, het wordt geponeerd als normaal gedrag. En bij eremoorden lees je de suggestie dat de vrouwen zelf de oorzaak hebben gezocht.’
Tam ziet televisie als het perfecte kanaal om het misvormde beeld van vrouwen recht te trekken, en heeft zich als doel gesteld om de Palestijnse televisie gevoelig te maken voor gendergelijkheid. De ngo heeft samenwerkingsverbanden met acht lokale Palestijnse tv-zenders, geeft gendergerichte opleidingen aan documentairemakers, cameramannen en -vrouwen, en maakt ook zelf documentaires.
Tam wil taboe-onderwerpen zoals polygamie, scheiding en gemengde huwelijken bespreekbaar maken. ‘We willen daarbij echt ook de mannen bereiken. Ngo’s en projecten over genderthema’s bereiken wel de vrouwen, maar vaak niet de mannen. Dat leidt veeleer tot segregatie tussen man en vrouw, tot conflicten met vaders en broers, dan tot verandering.’
Vrouwen komen niet alleen als weerloze slachtoffers aan bod, maar ook als rolmodellen, mensen die opkomen voor hun rechten. ‘Maar we tonen alles, we willen ook confronteren. We brengen dus ook de negatieve kanten: de moeders met een “mannelijke mentaliteit”, die er alles aan doen om de minderwaardige positie van hun dochters in stand te houden, uit angst om hun familiale positie te verliezen.
Vertrekpunt bij onze documentaires is dat we vrouwen niet voorstellen als mensen die het familiale systeem willen omverwerpen, maar die binnen die structuur gelijke kansen willen.’ Het succes van Tam is niet meetbaar, maar Farraj merkt wel dat er dingen veranderen. ‘Mannelijke televisiemakers en cameramannen gaan gericht op zoek naar vrouwelijke getuigen, vrouwen bellen ons op om te vragen waarom zij niet aan bod zijn gekomen in een bepaald programma.’
* fictieve naam

Gemeten: de Palestijnse vrouw
De alfabetiseringsgraad van Palestijnse vrouwen is hoog, vergeleken met hun Arabische zusters.
Alfabetiseringsgraad Palestijnse vrouwen: 89,8% (meisjes: 98,9%)
Alfabetiseringsgraad Arabische vrouwen: 66,48%
(PWRDC, 2007)

Van alle Arabische vrouwen, zijn de Palestijnse het minst actief op de arbeidsmarkt.
Tewerkstellingsgraad vrouwen: 15,7%
Tewerkstellingsgraad mannen: 67,7%
Tewerkstellingsgraad vrouwen Arabische regio: 29%
(PCBS, 2007)

Palestijnse vrouwen zijn zwaar ondervertegenwoordigd in bestuurs- en beleidsfuncties.
Vrouwelijke ministers (PA en Hamasbestuur Gaza): 0
Vertegenwoordiging Palestijnse Wetgevende Raad: 12,9%
rechters: 11% - advocaten: 11% - dokters: 12,1%
(PWRDC, 2007)

Vrouwen verdienen een pak minder dan mannen, zeker op de Westelijke Jordaanoever.
Een gemiddeld vrouwensalaris op de Westoever bedraagt maar 66% van een gemiddeld mannensalaris. In Gaza is dat 72%.
(PCBS, 2007)

De gezondheid van Palestijnse vrouwen gaat achteruit, een gevolg van de algemene malaise in de gezondheidszorg.
Mortaliteit vrouwelijke borstkankerpatiënten: 65%
(Mortaliteit in België: 18%)
Aandeel borstkankers tegenover totaal vrouwelijke kankers: 31%

Huishoudelijk geweld, vooral dan verbaal geweld vanwege de echtgenoot, tegen Palestijnse vrouwen, komt vaak voor
Verbaal geweld: 61,7%
Fysiek geweld: 23,3%
Seksueel geweld: 10,9 %
Zogenaamde eremoorden: 50
(PWRDC, 2007)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur