Wereldbeker corruptie in Brazilië

Over één jaar wordt de Wereldbeker voetbal in Brazilië afgetrapt. Wat het feest der feesten had moeten worden, dreigt weg te zinken in een moeras van schandalen en politieke controverse. De Braziliaanse voetbalbond krijgt een rode kaart.

  • Morten Andersen Van het jogo bonito, het mooie spel waarmee Pelé en Ronaldo onsterfelijk werden, is naast het veld geen sprake meer. Morten Andersen
  • Morten Andersen 'José Maria Marin, voorzitter van de Braziliaanse voetbalbond, had directe banden met de dictatuur.' Morten Andersen
  • Morten Andersen De Braziliaanse voetbalbond zet talentvolle Braziliaanse jongens als grondstoffen om in winstcijfers. Morten Andersen
  • Morten Andersen Voormalig sterspeler en volksvertegenwoordiger Romario: ‘De Braziliaanse voetbalbond is een kanker op de Wereldbeker’ Morten Andersen
  • Agencia Camara Op het strand zie je voetbal dat meer weg heeft van hedendaagse dans van strategische veldbezetting. Agencia Camara

Het is crisis in Brazilië: de beroemde Seleção, het nationale elftal, staat momenteel slechts op de negentiende plaats van de FIFA wereldranglijst, lager dan Zwitserland, Griekenland, Ecuador en België. Op de jongste Copa America gingen de Brazilianen er al in de kwartfinales uit. Ook de bouw van de stadions voor de Wereldbeker loopt flink achter op schema en de internationale voetbalorganisatie FIFA heeft al geëist dat de werkzaamheden een versnelling hoger gaan. Het is zo erg dat de Russische president Poetin aanbood om de Wereldbeker te redden door de hele handel over te nemen en de competitie in Rusland te organiseren. Als Vladimir Poetin zich als redder in de nood opwerpt, weet je dat er iets grondig mis is.

De leiding van het organiserende comité van de Wereldbeker lijkt niet in staat te reageren, verlamd door een golf corruptieschandalen die reikt van het organiseren van vriendschappelijke wedstrijden tot het gevecht over de vraag wat er zal gebeuren met de miljoenen euro’s die met de wereldbeker samenhangen. Van het wereldberoemde jogo bonito, het mooie spel, waarmee sterren als Pelé, Ronaldo, Ronaldinho, Kaka en Romario onsterfelijk werden, is naast het veld geen sprake meer. De sport zelf werd gedribbeld door het grote geld. ‘Hoe Brazilië de Wereldbeker al verspeeld heeft’, kopte onlangs de krant. Elders klonk het al even pessimistisch: ‘Het is lang geleden dat ik het nationale elftal gesteund heb.’

Op de vlucht

De Braziliaanse voetbalbond, de CBF, is meer dan drie decennia lang een gesloten mannenclub geweest, een privé-organisatie die gewoon was op bijzonder grote voet te leven. Privéjets waren dagelijkse kost, net als lunches van meer dan 3000 euro, en stapels enveloppes met elk tussen 40.000 en 160.000 euro waarmee “bevriende voetbalbonden” in het hele land vergoed werden voor bewezen diensten.

Zoals dat meestal gaat met organisaties die veel te veel geld en veel te weinig regulering hebben, begon ook de top van de CBF zich te gedragen als heersers in een universum waarin alleen hun eigen regels golden. Ricardo Teixeira stond aan de absolute top: hij was tegelijk voorzitter van de voetbalbond en van het lokale organiserende comité van de Wereldbeker. Tot hij vorig jaar het land uitgejaagd werd in een wolk van nieuwsverhalen die hem beschuldigden van allerlei onfrisse praktijken. De meest beschadigende aanklacht komt van een Zwitserse rechtbank die Teixeira ervan beschuldigt, samen met zijn schoonvader en FIFA-baas van 1974 tot 1998 João Havelange, 30 miljoen euro smeergeld aangenomen te hebben van het sportmarketingbedrijf International Sports & Marketing, het bedrijf dat in 2002 en 2006 de tv-uitzendrechten voor de Wereldbeker gekregen had van de FIFA. Daarnaast loopt er in Brazilië een fraudeonderzoek omdat Teixeira de Braziliaanse staat voor minstens 270.000 euro opgelicht zou hebben in het kader van een vriendschappelijke match tegen Portugal.

De corruptieschandalen nekten de nochtans heel reële kansen van Ricardo Teixeira om de nieuwe FIFA-baas te worden. Kort voor zijn val verklaarde Teixeira nog aan het Braziliaanse magazine Piaui: ‘In 2014 zal wegkomen met alles. Met de meest ondenkbare, glibberige of Machiavellistische zaken. Het negeren van persaccreditaties, het verbieden van toegang tot het veld, het veranderen van wedstrijdschema’s. Weet je waarom? Omdat ik in 2015 vertrek. Dan is het allemaal voorbij.’ Zo lang heeft het dus niet geduurd.

Vandaag woont Teixeira in The Polo Club in Florida, voorzien van zeven slaapkamers en acht badkamers, waarde: 5,7 miljoen euro. Op de oprit staan een Porsche en twee Mercedessen, in de privéhaven ligt een twintig meter lang Italiaans yacht van 1,5 miljoen euro. Zelf overleeft Teixeira dankzij een consultancycontract met de CBF dat volgens de Braziliaanse pers maandelijks zo’n 50.000 euro in het laatje brengt. Daarmee betaalt hij de eindeloze stroom advocaten die zijn opwachting maakt in The Polo Club. ‘Teixeira gedraagt zich als iemand die op de vlucht is’, zegt Juca Kfouri, een gerespecteerde Braziliaanse sportjournalist die voor de Folha de São Paulo schrijft. ‘Hij verbergt zich en kan niet naar Brazilië terugkeren.’

Wie gehoopt had dat het vertrek van Teixeira een nieuwe wind zou doen waaien in de CBF, kwam echter bedrogen uit. De man die in maart 2012 in de voorzittersstoel belandde, José Maria Marin, raakte al heel snel zelf verwikkeld in controverses over zijn plan om een nieuw kantorencomplex voor de voetbalbond te bouwen. De dag na de aankondiging begon een immobiliëncarrousel waarbij de grond voor het complex verschillende keren doorverkocht werd, wat de totaalkost voor het project met minstens 11 miljoen euro de hoogte in joeg. Volgens de Braziliaanse kwaliteitskrant Folha de São Paulo was hier sprake van het bewust opvoeren van de factuur. ‘Mensen houden me op straat staande’, zegt Romario. ‘Ze vragen dat Teixeira terugkomt!’

Maar de echte zwarte wolk boven het voorzitterschap van Marin is zijn verleden als gouverneur van São Paulo ten tijde van de militaire dictatuur in Brazilië, die duurde van 1964 tot 1985. ‘José Maria Marin had directe banden met de dictatuur’, zegt Kfouri. ‘Hij stond achter acties die leidden tot het martelen, doen verdwijnen en vermoorden van honderden Brazilianen. En hij sprak publiek zijn steun uit voor een moordenaar, folteraar en ontvoerder als Sergio Fleury.’ Die Fleury kreeg de bijnaam “de Prins van de Pijn”, vanwege zijn aandacht voor de details bij martelingen en executies in de jaren zeventig.

Een van zijn slachtoffers was Vladimir Herzog, een Brazilaanse documentairemaker die voor de BBC werkte en ook lid was van de Braziliaanse Communistische Partij. Een paar dagen voor hij vermoord werd, had Maria Marin nog een vlammend pleidooi gehouden waarin hij stelde dat er dringend iets gedaan moest worden aan de openbare omroep. ‘Maria Marin is een symbool van alles waartegen we gevochten hebben’, zegt Ivo Herzog, de zoon van de vermoorde journalist. ‘Hij had heel nauwe banden met de mensen die verantwoordelijk waren voor de dood van mijn vader en andere mensen die vrijheid en democratie verdedigden. En nu is hij degene die de sleutel van deze natie in handen houdt?’

Kfouri gelooft niet dat het José Maria Marin zal zijn die volgend jaar de poorten naar voetballand Brazilië zal opengooien. Zo lang is zijn positie niet houdbaar, meent hij.

Kanker

Het zijn niet alleen journalisten en linkse activisten die af willen van José Maria Marin. Een groeiend aantal voormalige voetballers doet stappen om verhaal te halen bij een systeem dat hen jarenlang gebruikt heeft. Met namen als Romario, Zico en Ronaldo is het duidelijk dat de top van het voetbal de directe confrontatie aangaat met de top van de voetbalbond. Zij willen de waardigheid, eer en grootheid van het Braziliaanse voetbal terug voor degenen die het verdienen: de spelers en de supporters.

Als Vladimir Poetin zich als redder in de nood opwerpt, weet je dat er iets grondig mis is.

‘De Braziliaanse voetbalbond is een kanker op de Wereldbeker’, zegt Romario, in 1994 door de FIFA uitgeroepen tot speler van het jaar. Vandaag is Romario volksvertegenwoordiger en motor achter Fora Marin, een campagne die het ontslag van Maria Marin eist. ‘De Wereldbeker wordt de grootste overval uit de geschiedenis’, zei Romario vorig jaar. Hij vroeg meteen parlementair onderzoek en externe audits om zicht te krijgen op wat er gebeurt met de 700 miljoen euro die de komende twaalf maanden door de Wereldbeker gegenereerd zal worden. Romario wil dat de winsten van het evenement geïnvesteerd worden in buurtploegen en jongerenwerk, in plaats van in helikopters, jets en nog andere pleziertjes. In een mededeling aan de Braziliaanse minister van Sport schreef Romario: ‘Mijn geachte Aldo Rebelo, het Braziliaanse volk verdient dit niet, help ons een einde te maken aan deze smeerlapperij. Voor een instelling als de CBF, die vrijgesteld is van belastingen, is een belastingdoorlichting hoognodig. ‘

Zijn collega op de godenberg van het Braziliaanse voetbal, Zico of “de blanke Pélé”, die meer dan 500 doelpunten maakten als middenvelder, is minder geïnteresseerd in een doorlichting van de CBF. Hij wil eerder werk maken van het herstellen van de glorie van het jogo bonito. ‘Tegenwoordig spelen onze beste spelers verdediger in andere continenten, of ze zitten daar op de bank.’ Toch wijst ook Zico in de richting van de CBF als je vraagt hoe dat komt. ‘Dat zijn gewoon zakenlui met enorme financiële belangen, in plaats van mannen die het beste voetbal willen zien.’ De selectie van spelers voor de nationale ploeg, vertelt Zico in zijn grote sportcomplex in het zuiden van Rio de Janeiro, gebeurt dan ook niet op basis van sportieve verdienste, maar op basis van verkoopsvooruitzichten. Op die manier ziet Zico geen kans om een zesde Wereldtitel toe te voegen aan het nationale palmares.

Begin mei breng ik een paar middagen door in de lobby van de Braziliaanse voetbalbond, in de glanzende wijk Barra de Tijuca van Rio de Janeiro. Het hoofd van de communicatiedienst, Rodrigo Paiva, had niet geantwoord op herhaaldelijke vragen voor een interview, dus we besloten meteen terplekke onze opwachting te maken. Omringd door palmbomen, fonteinen en het steriele comfort van een modern kantoorcomplex wacht ik. En blijf ik wachten. José Maria Marin is zo druk bezet dat er geen kwartiertje af kan voor een journalist. Er is ook niemand anders van de CBF die bereid is op mijn vragen te antwoorden. Het zijn duidelijk drukke tijden voor de voetbalbonzen.

De jonge voetballers die het kantoor in- en uitlopen willen wel spreken. Allyson de Oliveira, bijvoorbeeld, is een achttienjarige aanvaller die dezelfde avond nog naar Portugal vertrok voor een oefenmatch. Dat is een gouden kans voor zo’n jonge speler om de nog steeds wijdverspreide armoede in Brazilië te ontvluchten. Hij moest nog even langs bij de CBF om zijn papieren in orde te laten maken.

Jaarlijks helpt de CBF zo’n duizend professionele voetbalspelers te emigreren. Ze kunnen overal aan de slag, bij eersteklasseclubs in Duitsland, maar ook bij vierdeklasseclubs in Polen. Duizend spelers, dat is om de acht uur een speler die geëxporteerd wordt. Acht volledige teams per maand, bijna honderd teams per jaar. Jaar na jaar. Het is die eindeloze stroom nieuw talent die de naam van het Braziliaanse voetbal wereldwijd hoog houdt, en die de geldstroom naar de koffers van de CBF op peil houdt. Deze jongens in bermuda’s en teenslippers zijn de grondstof die door de CBF omgezet wordt in winstcijfers. Voeg daar nog de miljoenencontracten voor tv-rechten, ticketverkoop en merchandising bij, en je hebt de miljardenbusiness die van de voetbalbond jarenlang een maffia-achtige clan maakte waar de macht op feodale wijze uitgeoefend werd, alsof hij aan niemand verantwoording moest afleggen. En dat klopte.

‘Het nationale elftal zou de allerbeste spelers moeten samenbrengen in het allerbeste team’, zegt Juca Kfouri. ‘In werkelijkheid echter wordt het elftal vooral ingezet voor marketing. De spelers zijn als mannequins die geld moeten opbrengen. Een uitstekende speler wordt meteen het dubbele waard op de wereldmarkt als hij voor de nationale ploeg gespeeld heeft. De voetbalbond én de geselecteerde spelers worden daar rijker van, de supporters betalen het gelag en krijgen niet eens het voetbal waar ze zo van houden en waar ze recht op hebben.’

Passie

De stilte van de CBF in zijn gekoelde kantoren is lichtjaren verwijderd van de passie en het tumult van het echte Braziliaanse straat- of strandvoetbal. Op het strand van Rio zie je voetbal dat meer weg heeft van hedendaagse dans dan van strategische veldbezetting. Roman, een jonge speler, zegt na een rondje trappen, koppen en acrobatische reddingen met hiel, wreef of enkel: ‘Ik heb alleen mijn vrienden en een bal nodig om gelukkig te zijn. In de grote clubs hebben ze geld nodig en tactiek om te functioneren.’ In de wijk Botafogo gaat de veldverlichting aan wanneer de zon ondergaat in de vooravond en ze wordt pas gedoofd als de zon weer opkomt. Een hele nacht zie ik nauwelijks iemand met schoenen aan spelen. De spelers komen en gaan in golven. Rond een uur of twee arriveert een groepje kelners, die hun restaurantkleding omwisselen voor korte broeken en bloot bovenlijf, en die met zo’n overgave aan het spel beginnen dat je nooit zou vermoeden dat ze er net twaalf uur dienst op hebben zitten. Het spel wordt ruw gespeeld in Botafogo, er wordt geduwd en geschreeuwd. Met je ogen dicht klinkt het als een caféruzie, maar er is niet eens een scheidsrechter nodig om alles toch in goede banen te leiden. In Brazilië heeft niemand behoefte aan een externe autoriteit om te weten wat mag en wat verboden is in de nationale religie.

Tegen de ochtend maakt een speler een onmogelijke dribbel, waarbij hij alle andere spelers uit verband speelt. Hij werkt zijn kunststukje af met een onwaarschijnlijke knal in de linkerhoek van het doel. ‘Speel jij professioneel?’, vraag ik hem later. Hij kijkt me aan met ogen die zeggen: ‘In mijn dromen, ja.’ Overdag werkt Leandro als fietskoerier om ijs of bier te leveren aan de stalletjes langs de beroemde stranden van Rio. Dat levert hem 12 euro per dag op, of 15, als het een uitstekende dag is. Een anonieme jongen uit de miljoenenstad. Tot hij het voetbalveld op komt. Zijn publiek bestaat uit niet meer dan enkele tientallen toeschouwers die rondhangen op het nachtvoetbal. Zijn prachtgoals worden alleen in zijn eigen herinnering bewaard, er staat zelfs niemand met een gsm te filmen. Maar dat geeft niet. Dromen en scoren, en dat vieren met een koude pils om vier uur ’s morgens, daar draait voetbal voor Leandro om.

Het is die passie die het voetbal in Brazilië doet overleven, ondanks de corruptie, het machtsmisbruik en het duistere verleden van zijn topmanagers. Of het enthousiasme van de volkswijken ook voldoende zal zijn voor een zesde wereldtitel voor de selecão is een andere vraag.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift