Santa Marta: test voor een eerlijke exit uit het fossiele systeem

Column

Santa Marta: test voor een eerlijke exit uit het fossiele systeem

Collage met portretfoto van Wies Willems
Collage met portretfoto van Wies Willems

De uitstap uit fossiele brandstoffen vergt meer dan technische klimaatmaatregelen. Op een conferentie in Colombia staat de vraag centraal of staten bereid zijn de macht van multinationals in te perken en de energietransitie te verankeren in mensenrechten.

Van 24 tot 29 april komen regeringsvertegenwoordigers uit een vijftigtal landen, wetenschappers, sociale bewegingen en ngo’s samen in de Colombiaanse kuststad Santa Marta, voor een internationale bijeenkomst die werk wil maken van een snelle afbouw van fossiele brandstoffen. Die uitfasering is één van de drie prioriteiten die werden afgesproken tijdens de voorbije COP30 in Brazilië (naast de strijd tegen ontbossing en de opschaling van klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden).

De conferentie, die mee ondersteund wordt door Nederland en waaraan ook België deelneemt, is geen alternatief voor de COP zelf. Wel wil ze met een coalition of the willing concrete stappen vooruit zetten richting ‘een rechtvaardige, ordelijke en evenwichtige transitie’. Politieke leiders blijven immers met de voeten slepen als het op een doortastend klimaatbeleid aankomt, ook na de historische uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in juli 2025, die er ondubbelzinnig op wijst dat staten een wettelijke verplichting hebben om schade door klimaatverandering te voorkomen en de uitstoot van bedrijven aan te pakken.

Door het voortouw te nemen in dit traject toont de regering van president Gustavo Petro alvast opnieuw haar leiderschap op het vlak van internationaal klimaat- en milieubeleid, nadat Colombia in 2024 al gastland was voor de Biodiversiteits-COP en in februari dit jaar nog de internationale ICARRD+20 conferentie over landhervorming en rurale ontwikkeling organiseerde. Tegelijkertijd is het land zelf een interessant laboratorium voor de dilemma’s en obstakels die gepaard gaan met de exit uit het fossiele systeem.

De erfenis van steenkool

Petro zette de voorbije jaren sterk in op duurzame plattelandsontwikkeling, natuurbescherming en hernieuwbare energie, en hield zich aan zijn belofte om geen nieuwe exploratiecontracten toe te kennen voor olie, gas en steenkool. Maar het economisch model van het land omvormen, dat traditioneel altijd afhankelijk is geweest van de export van ruwe grondstoffen, is een taaie opdracht.

Met het Cerrejón-project, in handen van de Zwitserse multinational Glencore, bezit Colombia zelfs de grootste steenkoolmijn van Latijns-Amerika en één van de grootste ter wereld. Die steenkool wordt onder andere vanuit de haven van Santa Marta uitgevoerd.

De mijnbouw in Cerrejón vindt plaats in een context van historisch onrecht, met gedwongen verplaatsingen, vervuiling en verlies van bestaansmiddelen voor de lokale gemeenschappen. In 2034 moet de mijn gesloten zijn. Die sluiting brengt niet alleen vragen met zich mee over werkgelegenheid en economische alternatieven, maar ook over herstel van ecologische en andere schade. Cerrejón vormt dan ook een testcase bij uitstek voor een rechtvaardige transitie, in het bijzonder in mijnregio’s.

CENSAT-Agua Viva, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen, bracht vorig jaar een uitgebreid rapport uit naar aanleiding van de sluitingsplannen. Daarin benadrukt de ngo dat de diepgaande en vaak onomkeerbare impact van ontginning op waterlopen, lucht en bodem, maar ook aan sociale structuren, cultuur en spiritualiteit, een bredere aanpak vereist dan enkel financiële schadevergoedingen. ‘Het leven compenseer je niet, je herstelt het’, aldus het rapport.

Mensenrechten moeten met andere woorden centraal staan in de transitie. Formele erkenning van schade aan mens en natuur, en juridische aansprakelijkheid van bedrijven zijn daarbij cruciaal, net als de continue betrokkenheid van gemeenschappen bij beslissingen over hun leefomgeving en garanties dat nieuwe investeringen (óók ‘groene’ energieprojecten zoals windparken) niet opnieuw hetzelfde onrecht aanrichten.

ISDS als hinderpaal

De Santa Marta-top draait dus niet alleen om energiebeleid, maar ook om macht en aansprakelijkheid. Precies om die reden vraagt de conferentie meer aandacht voor de wettelijke barrières die een rechtvaardige transitie belemmeren. Een centrale rol is daarbij weggelegd voor het zogenaamde ISDS-mechanisme (Investor-State Dispute Settlement).

ISDS-clausules zijn opgenomen in meer dan 2500 investeringsverdragen tussen landen. Deze bepalingen maken het buitenlandse bedrijven mogelijk om overheden aan te klagen voor privétribunalen, wanneer hun belangen bedreigd worden door bijvoorbeeld klimaatmaatregelen. Zo diende Glencore al meerdere ISDS-claims in tegen Colombia.

Ook op dit vlak geeft de regering van Petro het goede voorbeeld: als reactie op een internationale oproep van 220 economen en juristen kondigde ze aan om uit alle ISDS-overeenkomsten te stappen en andere deelnemende landen in Santa Marta op te roepen om hetzelfde te doen.

Tegelijkertijd blijft het klimaatleiderschap van Colombia fragiel. Met presidentsverkiezingen eind mei, en verschillende conservatief-rechtse kapers op de kust, is het allerminst gegarandeerd dat een volgende regering dezelfde prioriteiten zal stellen. Daar is Petro zich van bewust. Vandaar dat hij haast wil maken met beleid dat verankerd wordt in wetten, verdragen en bindende afspraken, met het oog op de COP31 later dit jaar.

In hoeverre Santa Marta leidt tot effectieve vooruitgang op dat vlak is onzeker. Alleszins wordt de conferentie een cruciale test voor de vraag of staten in het klimaatdebat bereid zijn macht terug te nemen van fossiele multinationals, en niet enkel emissies te reduceren.

Die vraag geldt evenzeer voor de Europese lidstaten, waaronder België. Klimaatminister Crucke sprak eerder al zijn steun uit voor de conferentie en benadrukte in de media het belang van een versnelde fossiele exit, in de context van de oorlogen in het Midden-Oosten. En met de uitstap uit het Energy Charter Treaty (dat ISDS bevat) zetten de EU en België in 2024 al een belangrijke stap.

Tegelijkertijd blijven lidstaten zoals ons land nog steeds miljarden aan publieke middelen inzetten ter ondersteuning van fossiele brandstoffen, en leidt het lobbywerk van onder meer ExxonMobil tot de uitholling van Europese duurzaamheidsregels. Als Santa Marta meer wil zijn dan een zoveelste diplomatiek moment, volstaan woorden niet. Hoog tijd voor een concreet Belgisch actieplan om onze eigen afhankelijkheid van fossiele multinationals en bijhorende geldstromen af te bouwen, en volop hernieuwbare alternatieven te ondersteunen, met respect voor de rechten van gemeenschappen wereldwijd.

Over de auteur

Wies Willems

Expert natuurlijke rijkdommen

Wies Willems (1985) studeerde Germaanse Talen & Letterkunde en Conflict & Development Studies (Universiteit Gent). Hij werkte voor verschillende ngo’s en was actief als freelancejournalist (o.a. voor MO*, Inter Press Service en Knack). Sind

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in