Panafrikanisme 2.0

Ajay K. Bramdeo, ambassadeur van de Afrikaanse Unie in Brussel

Sinds eind december 2011 vertegenwoordigt ambassadeur Ajay K. Bramdeo de Afrikaanse Unie (AU) bij de Europese Unie (EU) in Brussel. De Zuid-Afrikaanse diplomaat schetst voor MO*, tegen een achtergrond van de spanningen in Mali, het aanslepend conflict in de Grote Meren en de heropbouw van Somalië, het beeld van een continent dat zich opmaakt voor een nieuwe rol in de wereld.

  • Dieter Telemans. Ajay K. Bramdeo. Dieter Telemans.

‘De Afrikaanse leiders hebben er steeds van gedroomd Afrika’s lot in eigen handen te nemen’, begint Bramdeo. ‘Historische ongelijkheden maakten dat lange tijd onmogelijk. Afrikaanse leiders werden niet vertrouwd, noch geconsulteerd, om beslissingen te nemen voor het continent. Deze situatie is enigszins gewijzigd met de val van de Muur, het einde van de Koude Oorlog en de opkomst van nieuwe globale dynamieken. Trots en panafrikanisme hebben in het laatste anderhalf decennium  opnieuw vorm gekregen. Dat sluit aan bij het internationale idee van ‘Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen’.

Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen is een mooi ideaal, maar in hoeverre lukt dat in de praktijk? Waarom heeft de AU bijvoorbeeld geen grotere rol gespeeld in Libië?

Ajay K. Bramdeo: De AU had besloten een panel van staatsleiders te sturen om te bemiddelen tussen de zittende overheid en de oppositiegroepen. Jammer genoeg was er op hetzelfde moment een parallel initiatief op basis van een zeer ambigue interpretatie van de VN-resolutie 1973. Op basis daarvan besloten landen buiten Afrika een no-fly zone uit te roepen boven Libië. Daardoor kon de Afrikaanse missie die zelfde dag niet naar Libië afreizen. Zonder de opgelegde no-fly zone had de situatie er vandaag misschien anders uitgezien.

Hoezo?

Ajay K. Bramdeo: Boven op de no-fly zone ging de NAVO in de ogen van veel Afrikaanse leiders zijn boekje te buiten door ook nog eens de troepen van Khadaffi aan te vallen, zogenaamd om de burgers te beschermen. In de chaos die hierop volgde circuleerden huurlingen vrijelijk en hadden ze toegang tot zware wapens, die ook de grenzen over werden gesmokkeld. Zo zagen we dus de Toearegs in het noorden van Mali hun campagne beginnen en konden ze door de militaire staatsgreep in Bamako grote stukken van het land in het noorden in handen krijgen. Daarop besloot de tak van Al Qaida in de Maghreb het Toeareg-initiatief te kapen. Dit alles is terug te brengen tot de beslissing om een no-fly zone op te leggen. Afrika had voorgesteld om te onderhandelen, om vrede een kans te geven. Maar dat was niet in het belang van de spelers buiten het continent. Zij wilden de definitieve opdoeking van Khadaffi’s regime.

Er gaan stemmen op om de Malinese troepen te steunen en op te leiden. Is dat niet opnieuw een vorm van militaire interventie?

Ajay K. Bramdeo: Vandaag zijn niet-Afrikaanse landen niet meer geneigd om eigen troepen naar het continent te sturen. Daarom moet de AU het initiatief nemen. Dat doen we via regionale instituten en in het geval van Mali is dat ECOWAS. Aangezien het land in tweeën gesplitst is, met in Bamako een bevolking, een voorlopig bewind en troepenmachten die niet op dezelfde lijn zitten, en in het noorden Ansar Dine en het MNLA die ieder een eigen agenda hebben, rijst de vraag of een enkelvoudige aanpak voldoend is, of dat we op verschillende terreinen aanwezig moeten zijn. De AU wil een sterke overheid voor Mali. Dat kan via verkiezingen, zodat er een legitieme overheid komt, gesteund door het volk. Het probleem vandaag is dat alleen de mensen in het zuiden zouden kunnen stemmen. Er is dus in het zuiden een politieke dialoog nodig tussen de verschillende belanghebbenden en in het noorden een onderhandelingsproces tussen de overheid en de andere spelers. De partijen moeten echter overeenkomen dat de territoriale integriteit van het land bewaard moet blijven. Er moet ook een staakt-het-vuren overeengekomen worden, en zowel terrorisme als de invoering van de sharia moeten worden afgezworen. Daarbij moet het leger in staat gesteld worden om het Malinese grondgebied te verdedigen. Vandaag is het daartoe niet in staat. Behalve de andere overheidsinstellingen moet dus ook het leger ondersteund en hervormd worden.

De AU is voor haar missies vaak afhankelijk van buitenlandse middelen. Sommigen zeggen dat het daarom vooral buitenlandse prioriteiten dient, zoals de bestrijding van terrorisme en van piraterij in Somalië.

Ajay K. Bramdeo: Er komen inderdaad heel wat machtsdynamieken kijken bij een internationale samenwerking. Anderzijds vormt terrorisme ook een bedreiging voor de Afrikaanse landen, zelfs vóór 9/11 al. Iedereen herinnert zich bovendien allicht nog dat de internationale interventie in Somalië (VN interventie UNOSOM I&II en UNITAF o.l.v. de VS in 1992-93, or) geen groot succes was. In de chaos die daarop volgde, zijn er verschillende buitenlandse elementen Somalië als een vruchtbare grond gaan zien voor hun activiteiten, ook al claimden ze voor het Somalische volk te spreken. De Afrikaanse landen moesten dus iets doen aan een situatie die de vrede en veiligheid in de hele regio bedreigde. De AU heeft de leiding genomen, maar beschikte niet over de nodige middelen om alles zelf uit te voeren. De EU in het bijzonder is een belangrijke partner gebleken in Somalië. Ze hebben in de afgelopen zes jaar meer dan 600 miljoen euro geïnvesteerd. Vandaag zien we de vruchten van die operatie: verkiezingen, een regeringsvorming en hopelijk keert ook de privésector langzaam terug.

Is de AU even efficiënt in conflicten tussen lidstaten, zoals die tussen de Democratische Republiek Congo (DRC) en Rwanda?

Ajay K. Bramdeo: Het geval van de M23 in de DRC vandaag werd voorgebracht op de AU-top deze zomer. President Museveni van Oeganda heeft zich als elder statesman opgeworpen om te bemiddelen. Hij wordt gerespecteerd door de andere leiders en zal dus een goede rol kunnen spelen, en ook het vertrouwen krijgen van de externe partners, zoals de EU of de VS. We moeten terug tot voor de Rwandese genocide in 1994 en de val van het Mobutu-regime om de situatie vandaag te begrijpen. De verschillende leiders hebben opstanden bij de buren af en aan gesteund. Vaak is een oplossing een kwestie van politieke wil, het vermogen om zich in de praktijk aa

‘Wij zijn acteurs in een toneelstuk waar we zelf niet aan hebben meegeschreven’
e gemaakte afspraken te houden, en initiatieven te nemen die het vertrouwen tussen de actoren versterken.

Zou een robuustere internationale reactie Museveni’s initiatief en de situatie in de regio van de Grote Meren ten goede komen of eerder schaden?

Ajay K. Bramdeo: Als de internationale gemeenschap haar steun verleent aan het AU-initiatief van Museveni, dan zou dat een positief zijn voor de regio. Zolang er geen consensus is dat dit initiatief niet werkt en we een alternatief moeten zoeken, mag er geen competitie zijn tussen de verschillende actoren over wiens initiatief het beste is, wie zich publiekelijk op de borst mag kloppen. Jammer genoeg is dit de manier waarop sommige betrokkenen te werk gaan. Alles is uiteindelijk te herleiden tot belangen. Het verleden leert ons dat sommigen denken dat ze om historische redenen de unieke verantwoordelijkheid hebben voor het welzijn van hun ex- kolonies en daarom voor hen moeten spreken, denken en handelen. In internationale relaties willen we allemaal als weldoeners gezien worden. Als de betrokkenen hun belang hiermee ook gediend is, zoveel te beter. Soms maakt het de zaken echter nog complexer, hoe goed de bedoelingen ook mogen zijn.

Het internationale handelssysteem lijkt Afrika in de afgelopen jaren geen windeieren te hebben gelegd.

Ajay K. Bramdeo: We zijn allen uit op economische groei en ontwikkeling. Dat neemt niet weg dat het internationale handelssysteem diepgaand hervormd moet worden. Vrijhandel heeft ervoor gezorgd dat er veel vraag is naar de Afrikaanse grondstoffen, dat ze op efficiëntere wijze worden ontgonnen en dat er dus meer groei is dan op andere plaatsen in de wereld. De vernieuwde aandacht voor onze grondstoffen is echter een mes dat aan twee kanten snijdt. We willen namelijk dat buitenlandse investeringen ook de Afrikaanse investeerders ten goede komen. Er moet werkgelegenheid gecreëerd worden. De winsten moeten opnieuw geïnvesteerd worden in de industrialisering van onze eigen landen, en niet versluisd worden naar het buitenland. Spijtig genoeg waren dit soms de voorwaarden die buitenlandse investeerders ons oplegden: een vrijgeleide om het geïnvesteerde geld ook ongestoord weer uit te voeren. 

Is dat niet de verantwoordelijkheid van de Afrikaanse overheden? Er zijn er die vandaag grote lappen grond leasen aan buitenlandse bedrijven, of contracten sluiten waar de bevolking niets aan heeft.

Ajay K. Bramdeo: Het zijn niet alleen de overheden die verantwoordelijk zijn voor de economie, het is onze gedeelde verantwoordelijkheid. We zien dat hoe langer hoe meer buitenlandse actoren land opkopen in Afrika om er voedsel op te kweken voor hun eigen landen, terwijl de mensen ter plaatse ondervoed zijn. Dat doet vragen rijzen over ethiek en moraliteit. De rijken zullen er altijd in slagen om meer voor zichzelf in de wacht te slepen. We moeten dus armoede bestrijden, en meer gelijkheid injecteren in onze samenlevingen. Het lijkt er soms op dat de droom van egalitaire samenlevingen een stille dood is gestorven met de vroegere generaties.

Wat doet de AU hieraan, zijn er economische richtlijnen en afspraken bijvoorbeeld?

Ajay K. Bramdeo: Dit is het punt waar de soevereiniteit speelt. Elke overheid heef het recht om eigen beslissingen te nemen in het belang van de mensen die ze dient. Bij de AU gaan we voor een gemeenschappelijke aanpak voor gedeelde uitdagingen, zodat we ook met één stem kunnen spreken. In de meeste gevallen is het niet bindend, omdat onze organisatie niet supranationaal is. Daarom dat het soms zo moeilijk is om een consensus te vinden tussen 54 landen. Toch denk ik dat er in de toekomst, naarmate de instelling sterker wordt, meer soevereiniteit zal worden afgestaan. De Europeanen hebben er heel lang over gedaan om een sterke unie op te bouwen. De AU is slechts tien jaar oud, dus men moet ons nog wat tijd geven.

Doet de AU meer dan het volgen van internationale modellen zoals dat van de EU, of zoeken jullie naar fundamenteel andere oplossingen?

Ajay K. Bramdeo: Je kunt ons het best zien als acteurs in een toneelstuk waar we zelf niet aan hebben meegeschreven. We moeten dus onze rol spelen, maar zo nu en dan ook kunnen improviseren. Wij proberen in een internationaal systeem te passen dat na de Tweede Wereldoorlog gecreëerd werd. Voor ons is het een fout systeem, omdat de meerderheid van de wereldburgers er geen stem in heeft. We roepen daarom ook op tot de hervorming van de VN en de financiële instellingen. Voormalige VN-secretaris-generaal Kofi Annan vroeg daar tien jaar geleden al om, maar er is intussen nog niets veranderd. Zolang dat niet gebeurt, zal Afrika steeds gemarginaliseerd blijven op het internationale toneel.

Aan beide zijden weerklinkt de noodzaak voor meer gelijkheid tussen Afrika en de Europese partners. Wat betekent dit concreet voor u?

Ajay K. Bramdeo:Gelijkheid en respect zijn zeer belangrijke elementen in ieder partnerschap. Onze relatie zou niet bepaald mogen worden door onze bankrekeningen. We moeten alleen zoeken naar de grootste gemene deler. In het geval van het EU-AU-partnerschap zijn we van meet af aan misschien op ongelijke voet begonnen, omdat de EU al een zeer vergevorderd niveau van regionaal bestuur had bereikt, terwijl de AU drie, vier jaar oud was. Er is ook het element van oprechtheid en waarachtigheid. Je kunt een partnerschap niet voorstellen als zou er een partner zijn die alleen maar geeft en een die enkel neemt. Zo werkt het niet, maar het is wel vaak de indruk die wordt gewekt, als zou Europa genereus en altruïstisch zijn, en er zelf nauwelijks iets bij winnen. In een partnerschap luistert men naar elkaar, neemt men akte van het standpunt van de ander en probeert men tot een overeenkomst te komen waar beide partijen zich in kunnen vinden. Wij hopen dat onze relatie met de EU binnenkort dat niveau zal bereiken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift