Sami Zemni over verkiezingen, revolutie en democratie in Tunesië

'An-Nahda de grote boeman? Geen idee wie daar belang bij heeft.'

Zondag vinden er verkiezingen plaats in Tunesië, voor het samenstellen van een Grondwetgevende Vergadering. Betekent dat de definitieve doorbraak van de democratie of net het einde van de revolutie? Wat wordt er na de verkiezingen verwacht? MO* sprak met professor Sami Zemni, die de onderzoeksgroep van het Midden-Oosten en Noord-Afrika (Menarg) aan de Universiteit Gent leidt.

Wat wordt verwacht van de partijen in de toekomst?

Zemni: De meesten zijn onbekenden. Er zijn enkele bekenden uit het vorige regime die geen bloed aan hun handen hadden en zich toch verkiesbaar konden stellen, maar wellicht zullen ze weinig zetels behalen. Er zijn ook mensen op de kieslijsten die vroeger in de oppositie zaten en dus veel repressie gevoeld hebben van Ben Ali, namelijk de PCOT, de PDP en An-Nahda.

De PCOT is een communistische, extreem-linkse partij met enige achterban, maar die gaan niet echt electorale brokken maken. Toch weegt ze enigszins door op de politieke debatten. Haar bekende figuren werden gerespecteerd voor hun rechtlijnigheid en oppositie tegen Ben Ali.

Dan is er de PDP van Nejib Chebbi, iemand die een beetje koud en warm blies, en dat deed Ben Ali ook tegenover hem. Chebbi’s partij werd erkend, het was een van de weinige partijen die bestond ten tijde van Ben Ali, maar ze moesten een soort schijnoppositie voeren. Wanneer ze de repressie echter een beetje voelden, dan krabbelde Chebbi terug. Waarschijnlijk worden ze de tweede grootste partij.

De grootse partij is An-Nahda. Dat zijn islamisten, zij betaalden de zwaarste prijs van de repressie. Ze zeggen al 25 jaar consequent hetzelfde, uiteraard aangepast aan deze tijd. De vraag is hoeveel ze gaan halen, 25 procent zoals veel mensen in Tunesië denken, of 50 procent, zoals ze zelf verwachten…

Plukt An-Nahda de vruchten van de verdeeldheid van andere partijen, zoals sommigen beweren?

Zemni: De verschillende partijen hebben zich gegroepeerd onder een bepaalde vlag, bijvoorbeeld als ‘modernistische pool’, maar ze ondernamen geen echte pogingen om tot een gezamenlijk programma te komen. Het belangrijkste doel wordt immers het opstellen van de grondwet.

Vaak wordt gezegd: ‘Die islamisten worden succesvol omdat anderen het slecht doen’. Dat is een foute visie. Zij doen het goed omdat ze het zelf zo goed doen. Ze zijn georganiseerd en zijn het meest transparant. Over hun programma werd gedebatteerd op congressen waar iedereen inspraak kreeg. Iedereen kan hen online volgen en hun programma was lang op voorhand beschikbaar. Ze praten met de mensen op straat en hebben veel militanten die voortdurend partijpropaganda hebben gevoerd.

An-Nahda is dus consequent. Geldt dat ook voor hun standpunt over vrouwen, waar ze veel belang aan hechten deze campagne?

Zemni: An-Nahda zegt al 25 jaar dat zij niet aan de rechten gaan raken die de Tunesische vrouwen tot nu toe verwierven. Waarom moet iedereen er dan per definitie vanuit gaan dat ze allemaal leugenaars zijn? Dat is gewoon omdat het islamisten zijn, anders zou dat nooit gezegd worden. Uit de opiniepeilingen blijkt dat vooral de jeugd voor An-Nahda zal stemmen. Zij werden niet onderdrukt door de islam of door An-Nahda, wel door de zeer seculiere Ben Ali. Alles wat te maken heeft met repressie en dictatuur in Tunesië gebeurde altijd in naam van vrijheid, democratie en secularisme. Daardoor zijn dat voor de jongeren zeer onderdrukkende ideologieën op papier.

Opvallend en frappant is dat alle Tunesiërs voortdurend op hun hoede zijn voor extremisme. Ze willen steeds ergens een middenweg vinden. An-Nahda bijvoorbeeld is vooral te vergelijken met de Turkse AKP. Het is een maatschappelijk conservatieve partij, maar ik weet niet wie er belang bij heeft om van An-Nahda een grote boeman te maken.

Toch staan velen wantrouwig tegenover An-Nahda?

Zemni: Ja, het is verkiezingstijd, dan wordt alles uitvergroot. Bepaalde militanten komen anderen tegen, en er komen wat schermutselingen uit voort. Je moet alles met een korrel zout nemen in deze periode, net als in België. Dat het wantrouwen wellicht ongegrond is, toon ik aan met de progressieve democraten (PDP) als voorbeeld. De PDP is voor een sterk presidentieel systeem met een heel sterke president. An-Nahda daarentegen is voor een parlementair systeem met een zwakke president, waardoor de regering, die uit de meerderheid van het parlement komt, meer gewicht krijgt. Dat is toch veel democratischer dan een sterk presidentieel systeem? Ik verdedig An-Nahda niet, het is gewoon veel complexer dan de simpele voorstellingen die vaak worden gemaakt. Het belangrijkste is dat ze erin zullen slagen een nieuwe grondwet te schrijven.

Esebsi was minister vanaf februari. Hij zou misschien willen blijven. Hoe denken de Tunesiërs daarover?

Zemni: Dat is moeilijk te zeggen. De Tunesiërs hebben enigszins wel respect voor Esebsi, omdat hij er wel in slaagde om het land weer wat in de normaliteit te krijgen, al was dat misschien niet volledig zijn verdienste. Hij is maar een symptoom van een groter systeem. Ikzelf ben wellicht wat optimistischer dan veel Tunesiërs, zij vrezen dat er iets op til is dat niet klopt, en dat men er alles wil aan doen opdat An-Nahda niet aan de macht komt. De bekende onderdrukkende figuren van het voormalig regime komen niet terug. Er wordt vooral gevreesd voor een nieuwe versie van het oude systeem, waarbij een bepaalde groep mensen de macht naar zich toetrekt, en het eerlijke spel van democratie geen kans krijgt.

Verliep de aanloop naar de verkiezingen zo democratisch als werd beweerd?

Zemni: Men kan natuurlijk altijd kritiek geven, maar ik sta ook wel perplex van de organisatie ervan. Er werd een instantie gecreëerd die zich bezighoudt met het beschermen van de revolutie. Ze bestaat voornamelijk uit vrijwilligers. Ze hebben een soort van onafhankelijk verkiezingscomité opgericht om de verkiezingen te organiseren. Dat was om te vermijden dat Binnenlandse Zaken zich daarmee bemoeide, omdat dat ervan verdacht werd de vorige verkiezingen telkens vervalst te hebben.

De instantie koos een vrij complex systeem om de stembusgang te organiseren. Het is niet volledig proportioneel. Indien er puur proportioneel te werk zou worden gegaan en je krijgt honderd partijen, komt daar een enorm gefragmenteerd parlement van. Als je echter met een meerderheidsprincipe gaat werken, dan worden veel partijen uitgesloten. Daarom hebben ze een evenwicht proberen te vinden. Dat is vrij democratisch gebeurd als je het van buitenaf bekijkt.

Wat besliste die instantie omtrent buitenlands geld voor de campagnes?

‘Soms worden de islamisten leugenaars genoemd. Dat is gewoon omdat het islamisten zijn, anders zou dat nooit gezegd worden.’
Zemni: Ze besloten om geen buitenlands geld toe te laten. An-Nahda was heel erg tegen dat verbod, omdat zij op heel wat steun van leden uit Frankrijk hadden kunnen rekenen. Wil dat dan zeggen dat An-Nahda ondemocratisch was? Daar valt over te debatteren. Ook veel kleine seculiere partijen met weinig Tunesische aanhang wilden geld uit het buitenland ontvangen.

Je kunt een land als Tunesië dat met zo’n origineel experiment bezig is geen punten geven om te zien of ze wel of niet democratisch te werk gaan. Wat er gebeurt, is veel genuanceerder en complexer dan dat.

Tunesië wordt aanzien als een laboratorium waar alles nog nieuw is en alles nog kan. Is dat wel zo, zijn er geen zaken die vooraf vastliggen?

Zemni: Ja, de instantie voor de bescherming van de revolutie heeft zowat de krijtlijnen uitgetekend waarbinnen de constituante moet blijven. Ze wilden eigenlijk verhinderen dat Tunesië van de ene dag op de andere een islamistische staat zou worden, maar evenmin een seculiere. Het zal veeleer worden wat het nu is, namelijk een seculiere staat met een verwijzing naar religie. De vraag is hoe vaag die referentie zal zijn. Blijft die op de achtergrond, of moet ze een publiekere rol spelen in de politiek? Daarvoor bestaan uiteenlopende meningen.

Alles lijkt zo positief: de aanloop naar de verkiezingen lijkt vrij vlot en democratisch te verlopen, de politie wordt minder corrupt, Tunesië komt beter uit de revolutie dan andere landen, … Moet dit enig wantrouwen bij ons opwekken?

Zemni: Eigenlijk niet, Tunesië is een land dat altijd een heel alerte en onderrichte bevolking heeft gehad, wat voor heel wat interessante visies zorgt over het verloop en de toekomst van het land. Ik ken veel jongere mensen die vinden dat de revolutie al voorbij is en dat alles wat te traag vooruitgaat. Maar aangezien ze dit al kunnen zeggen, dat ze daarvoor gaan betogen, dat het verschijnt in de media, wijst erop dat er al meer democratie is en dat de mensen naar elkaar luisteren.

Een paar maanden terug vonden betogingen plaats voor het ministerie van Justitie in Tunesië. In België werd daarom beweerd dat er niets veranderd was in Tunesië. Dat zijn nonsens. Als een groep mensen vindt dat niet alles snel genoeg gaat, is dat het mooiste bewijs van verandering. Het is een teken van democratisering en opening, maar je kan niet verwachten dat van de ene dag op de andere een heel systeem van politieke traditie eensklaps wordt vervangen.

In deze campagne speelt genderpariteit een grote rol, al heeft Tunesië altijd al veel geïnvesteerd in de positie van de vrouw. Hoe zit het met de genderpariteit in de kieslijsten?

Zemni: De instantie die de verkiezingen voorbereidde, besliste dat er 50 procent vrouwen nodig waren op de lijsten, via een alternering van man en vrouw. Het is een democratisch experiment. De meeste partijen hebben dat geprobeerd, maar er zijn er weinig die daarin geslaagd zijn. De modernistische pool is eringeslaagd, net als de communisten en de islamisten.

Gaat het dan om een feitelijke genderpariteit, of om marionetten die de lijst vullen?

Zemni: Het is sowieso voor de kleinere nieuwe partijen al moeilijk om genoeg mensen te vinden, laat staan om aan genoeg vrouwen te komen. Ook op de Belgische lijsten wordt geen 50 procent aan vrouwen behaald. Maar zeker in de grote partijen en de meer stedelijke kiesomschrijvingen zijn er altijd al heel veel Tunesische vrouwen politiek actief geweest en die waren niet moeilijk te vinden. In sommige kiesomschrijvingen hebben ze zelfs meer vrouwen dan mannen.

Wat wordt er van de nieuwe grondwet verwacht?

Zemni: Ze hebben een jaar om een nieuwe grondwet te schrijven van nul af aan, dat is een uniek en ongelooflijk experiment. Het gaat om het definiëren van wat Tunesië is, het definiëren van de territoriale indeling, maar ook of er wordt geopteerd voor een gecentraliseerde of gedecentraliseerde staat, of er een presidentieel systeem zal komen met minder macht voor het parlement en de regering of omgekeerd, enzovoort. Alle mogelijkheden staan nog open, de partijen hebben daar een verschillende mening over. Sowieso zal de grondwet binnen bepaalde parameters blijven. We moeten niet verwachten dat er morgen een islamistische republiek komt, noch dat er een ‘goddeloze’ republiek komt. Verder is alles nog een groot vraagteken.

Wat is de kans op slagen om tot een echte democratie te komen?

Zemni: De vraag is wat een democratie is natuurlijk. Als het draait om formele vrijheden die gerespecteerd moeten worden, dan gaat het de goede weg op. Betekent dat daarom meer democratie? Sociaal-economische rechten zijn even belangrijk, dat is een essentieel onderdeel van een democratie. Maar als je ziet dat de huidige regering dezelfde oubollige neoliberale ontwikkelingsmodellen zou invoeren die aanleiding gaven tot revolutie, dan denk ik niet dat democratie alle verwachtingen voor de onderkant van de maatschappij zal inlossen.

Er komen misschien meer manieren om hun klachten kracht bij te zetten, maar nooit zal iedereen tevreden zijn. Conflict is dan ook de essentie van democratie. Democratie is een manier om om te gaan met de fundamentele breuklijnen die in de maatschappij leven. De vraag is alleen of ze een politiek systeem kunnen uitdokteren dat stabiel genoeg is om de rust min of meer te bewaren, waarbij genoeg democratische inspraak aanwezig is.

Peiling wijst op politisering

Sami Zemni bezorgde ons de resultaten van een erg interessante peiling (pdf, 1,2 MB), waarin zowel de politieke gevoeligheden als de kiesintenties bij de Tunesische bevolking onderzocht worden. De peiling maakt duidelijk dat de Tunesiërs bijzonder gepolitiseerd zijn op dit moment, en dat de politieke islam op een behoorlijk grote aanhang kan rekenen. Bovenaan de maatschappelijke agenda staan de strijd tegen werkloosheid en corruptie. Er is blijkbaar weinig echt verzet tegen een grote rol van vrouwen in de politiek, maar er is ook geen dwingende behoefte om die rol te versterken, zo blijkt uit de peiling die uitgevoerd werd door het Observatoire Tunisien de la transition.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness