Bogotaanse beschouwingen

‘Wat laten we achter als we grenzen overschrijden? Elk moment lijkt in tweeën gesplitst: melancholie voor wat achterblijft en opwinding om een nieuw land binnen te treden.’ Een citaat van Ernesto ‘Che’ Guevara. Gelijk had de man, wat hij beschrijft is erg herkenbaar. Het nieuwe land dat ik binnentreed, rechtstreeks vanuit onze parel aan de Noordzee: Colombia.

Colombia dus, met als vertrekpunt zijn hoofdstad Bogotá. Meer dan 8 miljoen inwoners, 1775 km². Wanneer het vliegtuig na een tiental uur eindelijk de landing inzet, zie ik groene weilanden vol grazende koeien. Niet meteen het grootst denkbare verschil met België, al leken de vlaktes vanuit de lucht wel groener en uitgestrekter dan bij ons.

Kwestie van op dat Belgische elan door te gaan: het weerke, ook dat is geen dag en nacht verschil. Overdag schurkt de temperatuur tegen de twintig graden aan, maar ’s ochtends en zeker na zonsondergang – rond zes uur – wordt het erg fris. Bijgevolg draag ik minstens even veel lagen kledij over mekaar als ik thuis zou doen. Colombia is met andere woorden niet overal even tropisch, al moet Bogotá een van de koudere plaatsen van het land zijn. Niet helemaal verwonderlijk natuurlijk, als je weet dat de stad zich op meer dan 2500 meter boven het zeeniveau bevindt.

Maar als de zon erdoor komt, brandt ze. Áls. Dat is geen sinecure met het dikke wolkendek dat meestal boven deze hoogvlakte hangt. Vanop het dakterras van het hostel waar ik verblijf, heb ik een goed zicht op die wolkenformaties en een deeltje van de stad, maar dat wordt pas helemaal uitstekend wanneer je Monserrate bezoekt, hét referentiepunt en symbool van deze stad.

Monserrate

De top van die berg ligt op 3152 meter hoogte en vormt de oostelijke grens van Bogotá. Om daar te geraken impliceert dat dus ook 1500 meter arriba. Dat kan via een treintje of een kabelbaan, maar daar doe ik niet aan mee. Met een halve liter water en een banaan als brandstof vat ik de wandeling aan. Enkelingen lopen naar boven. Zouden ze de recordtijd van 18 minuten ambiëren?

Als een Nairo Quintana in belabberde vorm die wordt geholpen door een ploegmaat, zo voel ik me

Zelf doe ik er zo’n veertig minuten over, grotendeels in het zog van een vrouw die zeker dertig jaar ouder maar ook dertig keer beter geëquipeerd is dan ik ben.

Als een Nairo Quintana in belabberde vorm die wordt geholpen door een ploegmaat, om diezelfde ploegmaat vervolgens vijfhonderd meter voor de top achter te laten en alsnog tijd te nemen op enkele denkbeeldige concurrenten. De fysieke inspanning en de tocht werken louterend, mijn gedachten schieten alle kanten op.

Louterend lijkt het ook voor de vele andere bezoekers te zijn. In de witte kerk op de top wordt er gebeden en heerst betekenisvolle, vreedzame stilte. Monserrate is trouwens niet enkel een toeristische trekpleister, ook de bogotanos komen hierheen.  

Dat laatste blijkt enkele dagen later, op een zondag.

Terwijl het enkele dagen eerder nog relatief rustig was, worden een vriend en ik deze keer omringd door honderden families, duizenden individuen die de tocht naar boven maken. Het hele gebeuren heeft veel weg van een collectieve pelgrimstocht. Een ding is zeker: het is anders – lees: minder aangenaam – wandelen op deze manier, opstroppingen, inhaalmanoeuvres en selfiesticks incluis. Desondanks blij om meegemaakt te hebben, en het uitzicht op de stad en zijn wijde omgeving wordt er niet minder om, integendeel.

Willekeurig wandelen

Naast het beklimmen van heuvels, doe ik nog heel wat, maar tegelijkertijd ook niet veel speciaals. Lezen, schrijven, nadenken. Musea bezoeken, waardoor ik onder andere Santos’ Nobelprijs voor de Vrede van dichtbij aanschouw – vanuit esthetisch oogpunt niet per se de moeite – en sprekende foto’s zie van de Deen Mads Nissen in het Museo Nacional. Nog nooit zag ik zoveel (artefarcten van) goud bij elkaar, in het Museo del Oro.

Ook zwerf ik willekeurig rond. In de buurt van carrera 10 en calle 13 bijvoorbeeld, waar alles wordt verkocht wat enigszins te verkopen valt. Ik ga op in de drukte, de massa, de commercie en kom erachter dat in specifieke straten of buurten specifieke dingen worden verkocht. Zo bevind ik me opeens in de ‘gereedschapsbuurt’, tussen boormachines, staven en metalen. Iets verder decoratie- en constructiemateriaal en alles voor gemotoriseerde voertuigen. Tussen alles wat men mij probeert aan te smeren – sigaretten, sapjes, fidgetspinners, crocs – ook veel waarvan ik niet kan vermoeden wat het is of waartoe het dient.

Ik zie armoede: een jongeman met bloeddoorlopen ogen die een zakje chips probeert te verkopen, mensen in lompen die bedelen of liggen te slapen op een tiental meter van het ministerie van Landbouw. 

Ik zie armoede: een jongeman met bloeddoorlopen ogen die een zakje chips probeert te verkopen, mensen in lompen die bedelen of liggen te slapen op een tiental meter van het ministerie van Landbouw.

Van armoede is geen sprake in de rijkere buurten meer naar het noorden, toch zeker niet op het blote oog. Tientallen imposante en veelal lelijke gebouwen na elkaar in de buurt Chapinero, allen toebehorend aan bankenconcerns. Ambassades overal. Winkelcomplexen met de chicste westerse ketens. Ik waan me elders dan in Colombia. De bakstenen huizen versterken dat gevoel alleen maar. Loop ik door een wijk in een Brits dorp, of toch nog steeds in Bogotá?

Zo gebeurt het dat ik bij dat willekeurig rondwandelen aan de praat raak met een vrouw. Even later komt haar 21-jarige, journalistiek studerende zoon haar vergezellen, nog even later zitten we met ons drieën het typisch Bogotaanse gerecht ajiaco te eten in een restaurant. Moeder en zoon behoren duidelijk niet tot de armste klasse. Dat kan hier ook niet wanneer je de hogere studies van je zoon kan betalen. Erg vriendelijke en oprechte mensen, dat wel.

We praten honderduit, onder andere over de mooiste streken van hun land, eten en drinken, dialecten en jongerentaal. Het veel gebruikte ‘chévere’ betekent ‘cool en de jeugd blijkt te pas en te onpas ‘marica’ te zeggen, wat letterlijk ‘flikker’ betekent maar niet per se zo bedoeld wordt. Na het eten nemen moeder en zoon me mee naar een Juan Valdez, zowat de Colombiaanse versie van Starbucks en dus erg populair, en maken ze me warm voor almojábanas. Dat zijn kleine, ronde kaasbroodjes die ik nog vaak zal verslinden.

Aanschouwen

Ik observeer, onbewust soms. De soldaten en politieagenten die niet altijd even hard opvallen – tenzij ze voorbij denderen op segways –, maar toch erg aanwezig zijn op straat. Of de gezellige drukte tijdens het weekend op de Plaza del Chorro de Quevedo, waar Bogotá in 1538 gesticht zou zijn en de jeugd nu bier drinkt en chicha ronddeelt in shotbekertjes. Comedy en muziek op vrijdagavond, toeristen die worden gegidst en ikzelf die vooral (uitstekende) koffie drink aan een minuscuul tafeltje. Op een keer verslik ik me er bijna in wanneer ik plotseling word omgeven door een groepje zeventienjarige meiden die me voor een schoolopdracht willen interviewen in het Engels. Mij best. Aan diezelfde schoolopdracht zal ik gedurende de daaropvolgende dagen nog tweemaal deelnemen, weliswaar met andere vragenstellers.

Even vaak aanschouw ik bewust. Wanneer ik vlakbij het redactiegebouw van de krant El Tiempo een kerkje binnenstap, zet ik me op een van de voorste banken en blijf ik er minstens een halfuur zitten. Wat ik zie, vind ik dan ook fascinerend. Om te beginnen: een prachtig klein kerkje waar een kleine tweehonderd mensen de mis bijwonen. Daar kunnen Belgische kerken alleen maar van dromen, zeker op een doordeweekse donderdagvoormiddag. Naast mij zijgt een oud dametje neer op haar knieën. Het witte kanten kapje dat ze draagt, springt in het oog. Een tiental minuten later staat ze weer op en zegt ze me vriendelijk gedag. Een groot deel van de kerkgangers zit trouwens op zijn knieën, ik voel de handen in gebedshouding bijna in m´n rug.

Links voor het altaar een bordje waar ‘confesiones’ opstaat, met pijl richting de zijkapel. Mensen gaan er dus te biecht. Open en bloot, duidelijk zichtbaar voor loerders zoals ik. En toch heeft het iets intiems wanner de geestelijke en de ‘zondaar’ zo tegenover elkaar zitten. Bijna tien mensen wachten geduldig op hun beurt. Wanneer het poortje van de kapel even later voor een paar minuten dichtgaat, groeit de rij wachtenden aan. Om klokslag twaalf uur is het opnieuw tijd voor gebed en zang, iedereen staat recht en doet luidop mee wanneer het hoort. Het heeft iets indrukwekkends. En hoewel de kerkgangers in de eerste plaats oudere mensen zijn, zie ik volk van allerlei slag en leeftijd. Ook een groep schoolkinderen in uniform komt een kijkje nemen, ik besluit te gaan en verlaat een nog vollere kerk dan toen ik binnenkwam.

Kunst en politiek

Normaal gezien ligt het niet zo in mijn aard om toeristische tours te doen, maar voor een gidsbeurt over de overal aanwezige streetart in deze stad maak ik een uitzondering. Samen met minstens twintig andere gringos luister ik gedurende tweeënhalf uur naar wat gids Carlos te vertellen heeft. En dat is heel wat.

Onderwerpen die de revue passeren: Plan Colombia en de falsos positivos, het verleden van en de rechtszaken tegen voormalig president Uribe, het onderwijssysteem, kinderarbeid, de federatie van koffieproducenten die de boeren lage prijzen betaalt en de koffiebonen daarna doorverkoopt met veel hogere winsten, de huidige burgemeester van Bogotá die fan is van de broken windows theory en bijgevolg heel wat streetart liet overschilderen die niet artistiek genoeg was.

Carlos vertelt ook over de strijd die de straatkunstenaars al decennia leveren en over het tragische incident uit 2011 waarbij de 16-jarige graffitero Diego Felipe door een agent in de rug werd geschoten en daarbij het leven liet. De jongeman had nochtans niets verkeerds gedaan, tenzij graffiti spuiten de doodstraf verdient. De politieagent kwam er uiteindelijk letterlijk mee weg en sloeg op de vlucht. Die dag werd een keerpunt voor de Bogotaanse straatkunstenaars. 

Justin Bieber die een politie-escorte kreeg om een marihuanablad en een Canadese vlag op een muur te spuiten? De Bogotaanse straatkunstenaars waren er niet mee gediend

 

En zo blijkt er nog een te zijn: Justin Bieber die tijdens zijn Zuid-Amerikaanse tournee van 2013 een politie-escorte kreeg om een marihuanablad en een Canadese vlag op een muur te spuiten in Bogotá. Waar andere taggers zo hun best moesten doen om clandestien te opereren, kreeg de Canadese popster zomaar een vrijgelijde van de overheid? De straatkunstenaars waren er niet mee gediend, een weinig later was Biebers werk al overschilderd.

De week daarop besloten 300 jonge street artists 24 uur lang hun ding te doen, het stadsbestuur kon hen niets maken. Kunst is politiek, zeker street art en zeker in Colombia.

Tussen die (politieke) verhalen door zag ik trouwens ook heel wat prachtig werk. Van APC, Guache, Lesivo, Stinkfish, Dj Lu en Franco onder meer.

Kleine wereld

En zo kabbelen de dagen voort, zowel hier als daar, en blijf ik op de hoogte van wat ginds gebeurt. Ook al bedragen de afstand met het thuisfront meer dan 8000 kilometer en het uurverschil zeven uur. Zo volg ik de Spaans-Catalaanse ontwikkelingen, lees ik dat Angela Merkel coalitiegesprekken aanvangt, dat Nederland bijna een regering heeft en Belgiës wereldrecord coalitievorming dus niet verbetert. Zo kom ik te weten dat De Lijn een rechtszaak wil aanspannen tegen Maggie De Block, dat Charles Michel zijn State of the Union houdt en dat de Rode Duivels een spannende partij winnend afsluiten en ook de volgende match vier keer scoren. Zo komt me ter ore dat de Gentse Universiteit haar 200-jarige bestaan viert en Karen Damen een soloplaat aankondigt.

Niet alleen drugs en rebellengroepen verhitten hier de gemoederen. 

Terwijl dat en nog veel meer zich voordoen, daar, over de oceaan, gebeurt hier ook heel wat. In Bogotá vindt een manifestatie plaats tegen de hoge inschrijvingsgelden aan de universiteiten en enkele dagen later stuit ik op een mars voor dierenwelzijn. Inderdaad, dierenwelzijn. Niet alleen drugs en rebellengroepen verhitten hier de gemoederen.

Al bereikt me ook het tragische nieuws dat in Tumaco negen burgers werden gedood en achttien gewonden vielen toen boeren protesteerden tegen de gedwongen vernietiging van cocaplantages door de overheid. Verschillende versies van de feiten doen de ronde, waardoor niet duidelijk is of de schuld van dat bloedvergieten bij de Colombiaanse autoriteiten, dan wel bij FARC-dissidenten ligt.

Een onderzoek werd opgestart.

Voorts registreert de FARC nu ook officieel haar politieke partij, stappen twee ministers op, bezoekt acteur Hugh Jackman koffieproducenten in het departement Huila, en verliest het nationale voetbalelftal eerst in de laatste minuten tegen Venezuela om zich in de match tegen Peru alsnog te plaatsen voor het wereldkampioenschap. Ikzelf krijg bij dat laatste gebeuren te maken met de gevolgen van (te veel) aguardiente, maar dat terzijde. El Tiempo bericht zelfs over de Brusselse Sint-Katelijnekerk die een eigen bier gaat brouwen, de Ste Kat’. De wereld is klein. Met die wetenschap zeg ik vaarwel aan het stadsleven en neem ik een bus naar andere, vermoedelijk warmere oorden. 

 

Bogotá, 11 oktober 2017.

LEES OOK

Utenriksdepartementet UD CC BY-NC-ND 2.0
Nu de FARC zich heeft herdoopt tot politieke partij, is het in het belang van het hele land dat die partij haar plaats vindt in de Colombiaanse politiek.
Colombia lonkt naar vrede na het gesloten vredesakkoord tussen de regering Santos en de FARC-EP-rebellen.
© Lisa Couderé​​
De Revolutionaire Gewapende Krachten van Colombia (FARC) lanceren vandaag hun politieke partij. MO* had een gesprek met Professor Pedro Valenzuela over het politieke project van de FARC.
© Lisa Couderé​​
Het gewapend conflict in Colombia verjoeg miljoenen Colombianen van hun thuis. Een van de grootste uitdagingen in de postconflictperiode is de tegemoetkoming van de slachtoffers.