Schorpioenen

Rond 10 vertrekken Marcel en Trees richting Fatimanagar, waar een Franstalige groep ook aan een bouwproject werkt. Wat later komt Jozef aan met een taxi. Hij heeft een aantal flessen Kingfisher bier mee, alleen zijn ze te warm om te drinken en een koelkast hebben we hier niet. We mogen trouwens geen bier in het openbaar drinken, omdat 1 fles hier evenveel kost als een dagloon van een bouwvakker.
Voor Jozef hebben we een beamer en 3 laptops meegesleurd. Hij is een oudgediende van de bouwkampen (St Mary’s hospitaal in Salem) en is nu hoofdsponsor van een schooltje. De 3 laptops zijn voor deze school.
Jozef kent het land en zijn gewoontes vrij goed en hij vertelt heel wat van zijn ervaringen, en pas als hij vertrekt(16u) schieten we weer aan het werk (aanvoeren stenen en voegen). Het is stikdonker als de laatste stenen worden gelegd en dat is er ’s ochtends ook aan te zien.
Om 11u gaan we met Manickam en een staatsambtenaar van de gezondheidsdienst op ziekenbezoek in de regio. We leren er 5 verpleegsters kennen die elk voor een zone verantwoordelijk zijn, en die nu ook een vorming krijgen in leprabehandeling.
Zij beschikken alle 5 over een brommer, en Marleen en ik gaan achteropzitten, zij bij Rena, ik bij de mooie Citra. Na een vijftal bezoeken bij leprapatiënten worden wij ook uitgenodigd bij de oudste verpleegster en haar man, een ranger. Het is een “mooi” huis, vol kitch, en zelfs een heuse huiskapel. Ik krijg er een horizontale witte streep op mijn voorhoofd aangemeten, bewijs van mijn tempelbezoek. Wij krijgen er mango, koekjes en vooral fanta is welkom, want ondanks wat cocosmelk bij een van de patiënten heb ik een kurkdroge keel.
Om 14 uur zijn we terug in onze kolonie. De foute muur van ons hoekhuis is afgebroken en men metselt aan huis 2 en 3 die tot ons project behoren. Het eten komt eraan, maar ik sla over, om wat te gaan rusten. Ik gloei.
‘s Avonds ga ik met een natte polo, ter afkoeling, naar de bouwwerf. De funderingen van het hoekhuis zijn aangepast en onze groep staat in de rij om bakstenen door te geven; Ik ga op de tweede plaats staan, na Manickam, maar wordt opgebeld door Jozef. Terwijl ik met hem spreek, wordt Marleen die op de vierde plaats staat, gestoken door een schorpioen die onder een aangereikte baksteen zat. Haar vinger doet pijn, haar pols wordt afgebonden en op haar steek wordt een gifstof en kaliumpermanganaat aangebracht, ook een druppel water. De zaak gaat aan het schuimen, en gaat gepaard met grote pijn.
De werfoverste brengt haar op de moto van de burgemeester naar Devyakurichi, waar een medische hulppost is. Daar krijgt ze nog twee spuiten en na een uur komt ze slaperig terug. Ze gaat slapen en wij krijgen iets te eten rond 21u : ik eet alleen wat geplette banaan en witte rijst.
Even voor 22u ga ik kijken op de nog steeds actieve bouwwerf: de landlords zijn teruggekomen en hebben geëist dat alle bouwmaterialen van zijn braakliggend stuk grond gehaald worden, puur uit jaloezie: bakstenen worden verder verlegd, zand wordt terug op de kar geladen, efficiënt werken is anders.
Maar omdat de komende moesson de enige toegangsweg naar de kolonie zal afsluiten moet men nu alle bouwmaterialen opslaan. Het dorp is een grote voorraadplaats van bouwmaterialen. Ondertussen vinden de bouwvakkers, die onze handschoenen zijn komen vragen, nog 2 schorpioenen tussen de stenen. Ze werken door tot middernacht, wij gaan slapen om 22u.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift