De kracht van 0,7 procent

In de nota die formateur Yves Leterme gisteren heeft voorgesteld klinkt het dat het groeipad naar een ontwikkelingsbijdrage van 0,7 procent van het bruto binnenlands inkomen (bbi) zal gerespecteerd worden. Maar er is nog een lange weg te gaan: in 2006 bleef België hangen op een ontwikkelingsbijdrage van 0,38 procent van zijn bbi.
België gaf in 2006 0,50 procent van zijn bruto binnenlands inkomen (bbi) uit aan ontwikkelingssamenwerking. Maar dat is een ‘vervuild cijfer’, zegt Bogdan Vanden Berghe, de secretaris-generaal van 11.11.11. Als we geen rekening houden met de boekhoudkundige meevallers van recente schuldkwijtscheldingen aan landen als Congo, Irak en Nigeria en een aantal andere oneigenlijke uitgaven, blijft België net als de voorbije jaren hangen op een ontwikkelingsbijdrage van 0,38 procent van zijn bbi.
CD&V verklaarde in juni aan MO.be dat een regering waarvan de partij deel uitmaakt de 0,7 voor procent ontwikkelingssamenwerking tegen 2010 wel degelijk wil bereiken, maar niet door schuldkwijtschelding en opvang van asielzoekers onder deze begrotingspost te verrekenen - wat paars wel deed.
Tot een splitsing van de ontwikkelingssamenwerking hoeft het volgens de liberalen dan weer niet te komen. Dit zou volgens hen in het nadeel spelen van de daadkracht en uniformiteit van het gevoerde beleid. Daartegenover wil NV-A de splitsing van ontwikkelingssamenwerking opnieuw op de onderhandelingstafel leggen, in de overtuiging dat gemaakte akkoorden moeten worden nagekomen.

Congo


De komende regering moet volgens de nota van Leterme de mogelijkheden onderzoeken die alternatieve financiering bieden. Of die alternatieven zoals vliegtuigtaks of tobintaks mee moeten zorgen voor de 0,7 of erbovenop moeten gerekend worden, is nog niet duidelijk al lijkt het eerder in de richting van de eerste moghelijkheid te gaan. De ontwikkelingssamenwerking moet bovendien gericht zijn op het ‘bevorderen van de zelfredzaamheid’. Leterme wil niet terugkomen op de heropstart van de ontwikkelingssamenwerking met de Democratische Republiek Congo.
De regering moet die samenwerking wel permanent evalueren, rekening houdend met de vooruitgang op vlak van democratie, rechtsstatelijkheid, mensenrechten en goed bestuur. ‘Alleen al om historische redenen hebben wij de opdracht bij te dragen aan de ontwikkeling en de vooruitgang van en aan de vrede in Afrika’, klinkt het.

Buitenlandbeleid


Leterme wil een geloofwaardiger en krachtiger buitenlandbeleid op de rails zetten. ‘Het vergt een betere coördinatie in de federale regering en diensten, in het bijzonder tussen de beleidsdomeinen Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Defensie, waarvoor een gezamenlijke beleidsnota wordt opgesteld.’ Daarin klinkt duidelijk de echo van huidig BZ-minister De Gucht, die deze coördinatie al voor de verkiezingen bepleitte.
Het buitenlandse beleid onder paars leed bij wijlen onder gebrek aan samenhang, stelde MO* vast. Neem nu Congo. Begin maart 2007 strijkt De Decker er neer om er, voor het eerst sinds 1990, een Indicatief Samenwerkings Programma af te sluiten, ter waarde van 195 miljoen euro voor de sectoren onderwijs, gezondheid, basisinfrastructuren, landbouw en goed bestuur. De Decker wordt door president Kabila met alle egards ontvangen.
Een maand later moest Karel De Gucht, die zich veel kritischer opstelt tegenover Kabila, tot het allerlaatste moment wachten vooraleer de pas verkozen Congolese president zich verwaardigt hem te ontmoeten. Flahaut voerde tegelijk de politique de proximité ten top door Kabila een eredoctoraat aan te bieden. De gulheid van Flahaut en De Decker ondermijnde de vraag van De Gucht om goed bestuur te realiseren. Niet verwonderlijk dus dat die “betere coördinatie” vroeg.

Asiel


De komende regering moet volgens Leterme de snelheid en kwaliteit van de asielprocedure aanpakken, maar weigert een nieuwe collectieve regularisatiecampagne. Het terugkeer- en uitwijsbeleid moet effectief worden uitgevoerd, voor wie tijdelijk niet terug kan naar zijn land wil de regering een tijdelijk verblijfsstatuut van een jaar. Om de Belgische nationaliteit te verwerven zal het beheersen van een van de drie landstalen verplicht zijn. Asielzoekers krijgen uiterlijk een jaar na de start van de asielprocedure toegang tot de arbeidsmarkt.
De snel-Belgwet moet opgeruimd, en liefst vandaag nog, riep de N-VA in volle verkiezingsstrijd. De partij vindt de wet kenmerkend voor wat de paarse regering was: “inefficiënt, contraproductief en allesbehalve oplossingsgericht”. In de verdere regeringsonderhandelingen zal de aanpassing van de nationaliteitswet een breekpunt zijn voor zijn partij, liet voorzitter Bart De Wever weten. Ook coalitiepartner CD&V vindt dat er opnieuw integratievoorwaarden aan de wet moeten worden gekoppeld.
Aan gezinshereniging zegt Leterme in zijn nota enkele voorwaarden te willen koppelen, zoals over voldoende middelen van bestaan beschikken zodat de gezinsherenigers niet ten laste vallen van de sociale bijstand. De komende regering moet ook zoeken naar alternatieven voor het opsluiten van kinderen in gesloten centra. Mensen zonder papieren hebben ook recht op dringende medische hulp. Het KB daarrond zal verduidelijkt worden, omdat zorgverstrekkers het begrip dringende medische hulp verschillened interpreteren.

Milieu


De regering in wording neemt zich ten slotte voor om tegen 2011 een kwart meer mensen op de trein te loodsen ten opzichte van 2006. In het woon-werkverkeer streeft de regering naar een vermindering van het autogebruik met 10 procent. Met een ‘groen vak’ in de personenbelasting wil de regering de aankoop van energiezuinige huishoudtoestellen aanmoedigen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift