Bush wedt op twee paarden in Iran

Meer en meer Amerikaanse analisten gaan ervan uit dat de Amerikaanse diplomatie slechts een aanloop is naar een zekere oorlog met Iran. Maar ook de groep die gelooft dat oorlog als optie overboord is gegooid, groeit. Mogelijk is dit niet zo tegenstrijdig als het lijkt en laat Bush gewoon zowel Cheney als Rice elk hun weg volgen.
“Het is erg belangrijk voor het Amerikaanse volk te zien dat de president de problemen diplomatiek probeert op te lossen voor hij overgaat tot militair ingrijpen”, zei Bush vorige week tijdens een interview met een groep journalisten. Volgens de neoconservatieve columnist van de Washington Post, Charles Krauthammer, is die uitspraak een “onmiskenbaar” signaal dat “een luchtaanval op de Iraanse nucleaire voorzieningen net achter de horizon van de diplomatie ligt”.

Steeds meer analisten geloven dat het al vaststaat dat er een oorlog komt met Iran een tijdje voor het einde van Bush’ ambtstermijn, en dat de diplomatieke inspanningen alleen dienen om binnen- en buitenland ervan te overtuigen van de goede Amerikaanse intenties. De analisten wijzen ook naar de vergevorderde staat waarin de oorlogsplannen zich al bevinden, zoals beschreven staat in de Time Magazine van deze maand.

Time zegt dat de zeemacht vorige week het bevel kreeg te zorgen dat oorlogsschepen vanaf 1 oktober klaarliggen om te vertrekken. Kolonel-op-rust Sam Gardiner, een bekende analist die erg betrokken is geweest bij de oorlogsplanning met Iran, maakte deze week bekend dat de oorlogsplannen van het Pentagon zijn verhuisd naar het Witte Huis. Dat suggereert dat de plannen voor een aanval op Iran veel verder gevorderd zijn dan eerder aangenomen.

Anderzijds

Maar ook de groep analisten die het tegengestelde gelooft, groeit. Glenn Kessler, ook van de Washington Post, besloot na Bush’ toespraak voor de Algemene Vergadering van de VN dinsdag dat de VS de militaire optie al heeft verworpen en zich heeft neergelegd bij een lang diplomatiek proces. Washington zou de regionale invloed van Teheran proberen in te perken en de dag dat Iran over atoomwapens beschikt zo lang mogelijk proberen uit te stellen.

Kessler echoot daarmee gedeeltelijk David Ignatus, een senior Midden-Oostenspecialist bij de Post, die na een lang persoonlijk interview met Bush suggereerde dat Bush niet alleen een diplomatieke oplossing wil, maar mogelijk ook bereid is de Iraanse regionale veiligheidsbelangen te erkennen.

Ignatus en anderen wijzen erop dat Buitenlandminister Condoleezza Rice aanzienlijk meer ruimte krijgt in de kwestie Iran dan haar voorganger Colin Powell. Al vlak na haar aantreden begin 2005 bood ze Amerikaanse steun aan de Europese inspanningen voor een nucleair akkoord met Iran. Een jaar later gaf Bush haar het recht rechtstreekse gesprekken met Iran voor te stellen op voorwaarde dat Teheran voor onbepaalde duur het uraniumverrijkingsprogramma stopzette. Neoconservatieve haviken rond Cheney en Pentagonhoofd Donald Rumsfeld waren daarover zeer ontstemd.

Recenter gaf Bush op aanbevelen van Rice persoonlijk toelating dat de voormalige Iraanse president Mohammed Khatami een visum kreeg voor een reeks publieke optredens in de VS - nog iets dat dik tegen de zin van de haviken was. Bush gaf ook de toelating aan de door het parlement aangestelde taskforce om een “hoge vertegenwoordiger” van de Iraanse overheid te ontmoeten.

Allebei gelijk

Op het eerste zicht moet een van beide groepen analisten het bij het verkeerde eind hebben. Hoewel. Er bestaat wel degelijk een mogelijkheid dat ze allebei gelijk hebben.

Binnen de Amerikaanse regering woedt al langer een strijd tussen de haviken geleid door vice-president Dick Cheney en een realistische fractie aangevoerd door Buitenlandminister Condoleezza Rice. “Bij dit soort tegenstellingen heeft president Bush een opvallende neiging om geen knoop door te hakken en de fracties het zelf te laten uitvechten”, stelt Fred Kaplan, de correspondent binnenlandse veiligheid voor het online magazine Slate. Volgens hem is het mogelijk dat de regering beide aanpakken volgt: “mobiliseren met als doel de diplomatieke druk op te voeren én mobiliseren als oorlogsvoorbereiding - niet als een gecoördineerde strategie maar als parallelle acties”.

Een van de verschillen tussen Iran en de aanloop naar de invasie in Irak is dat de haviken nu niet dezelfde gretigheid vertonen om oorlog te gaan voeren als in 2002 en 2003. Ze erkennen dat de prijs van een aanval op Irak - in de woorden van Krauthammer - “afschuwelijk” zal zijn, maar iets minder erg dan de gevolgen van een Iran met atoomwapens.

Maar als Kaplan gelijk heeft en Cheney en Rice elk parallelle sporen volgen, stijgt de kans op een misrekening door de Iraanse leiders. Naar alle waarschijnlijkheid zijn ze al even verward en verdeeld over de houding van Washington als de Amerikaanse analisten zelf.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift