Gestrand in transitland Libië

Op doortocht naar Europa stranden heel wat vluchtelingen uit sub-Saharaans Afrika in Libië. De EU probeert via een peperduur samenwerkingsakkoord met Tripoli de vluchtelingenstroom aan de Libische grens tegen te houden.
Duizenden mensen zitten vast in transitzone. De Belgische fotografe Mashid Mohadjerin, winnares van de World Press Photo in 2009, trok voor MO* naar Libië en bracht Aleb, Daniel, Ahlas en Uche voor de lens.
Aleb and Daniel* leerden elkaar kennen op de middelbare school in Ethiopië. Een jaar na hun huwelijk werd Daniel in het midden van de nacht opgehaald door soldaten en onder dwang meegenomen naar Eritrea. Daniel was opgespoord door de Eritrese overheid omdat hij als Eritrese jongeman zijn dienstplicht nog moest vervullen. Vanaf achttien jaar krijgen jongens en meisjes immers een militaire opleiding en moeten ze voor onbeperkte duur het leger in. Wie het land uitvlucht, wordt als een verrader beschouwd en zwaar gestraft. Toch is net de dienstplicht een van de hoofdredenen waarom jonge mensen het land verlaten.
Aleb en Daniel namen de benen naar Soedan. Aleb verliet Ethiopië, Daniel vluchtte te voet uit Eritrea weg –een hachelijke onderneming want wie te voet de grens oversteekt, kan ter plaatse worden neergeschoten. Bovendien bleek het leven in Soedan geen lachertje. Aleb: ‘Werk was er niet en de leefomstandigheden waren nog slechter dan in Ethiopië. Daarom besloten we via Libië de doortocht naar Europa te wagen. Met een hoop andere mensen werden we tegen elkaar geduwd in een grote goederentruck, verstopt onder tomaten en hooi. Eten en drank was er haast niet, we dronken met diesel vermengd water. Niet iedereen overleefde de trip.’ Weken zou het duren voor Aleb en Daniel Libië bereikten.
‘Aangekomen in Libië werden al ons geld en juwelen afgepakt. Nog voor we werk vonden, werden we gearresteerd en belandden we in verschillende gevangenissen.’ Pas twee jaar later zagen Aleb en Daniel mekaar terug. Door de overtocht en het verblijf achter tralies werd Aleb erg ziek. Ze heeft nog steeds gezondheidsproblemen ‘Deze kamer is nu onze gevangenis. Als we buiten komen, kunnen we opnieuw opgepakt worden. Mensen behandelen ons als dieren, een jongetje gooide stenen naar me op straat’, zegt Aleb. ‘We kunnen hier niet overleven, we kunnen niet terug en we kunnen niet verder.’
* fictieve namen
Ahlas verliet Eritrea met twintig andere landgenoten. Van Asmara ging het naar Khartoem, vervolgens door de woestijn van Soedan naar Kufra –een verlaten woestijngebied net over de Libische grens– om uiteindelijk in Tripoli aan te komen. Ahlas: ‘Het was een lange, vreselijke tocht. Onderweg zijn een aantal van ons gestorven.’ Drie maanden na haar aankomst in Libië werd Ahlas samen met haar zes kamergenoten gearresteerd.
In een detentiecentrum op 200 kilometer van Tripoli ontmoette ze Sare, een jongen uit haar geboorteplaats. Toen Ahlas vier maanden later werd vrijgelaten, was ze een maand zwanger en kon nergens terecht. Twee Eritrese vrouwen die ze in de kerk van Tripoli had leren kennen, lieten haar in hun kamer wonen en hielpen haar met de bevalling.
Ahlas wilde vanuit Libië de zee doorkruisen naar Europa, maar de oversteek is haast onmogelijk geworden. Door nieuwe afspraken tussen Libië en de EU worden sinds vorig jaar 95 procent van de boten tegengehouden of teruggestuurd. Bijna niemand wil zo’n doortocht nog riskeren.
Ahlas is nu altijd thuis met haar kindje, ze durft niet buiten komen en heeft nergens om heen te gaan. Sare is intussen ook op vrije voeten en trekt met een hervestigingsprogramma van het VN-Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen naar een derde land. Zijn zoon weigert hij te erkennen.
*
De Sahara begint in Sabha, een zanderige handelstad in het zuiden van Libië met lage witte gebouwen en wijde sraten. Veel migranten komen hier aan en geraken niet verder. In Sabha ontmoet ik Uche Chukwu, afkomstig uit het dorpje Ikeduru in Zuid-Oost-Nigeria. Zijn vader stierf toen hij zeven was, waardoor hij op jonge leeftijd aan het werk moest om zijn familie te onderhouden. Op een dag beloofde een man –mensensmokkelaar, zou later blijken– Uche goedbetaalde jobs in Europa. Samen met zijn neef –hij noemt hem brother– sprokkelde Uche het geld voor de tocht naar Europa bij elkaar –1400 euro. Per persoon. Uche: ‘Aangekomen in Agades (Niger) beseften we dat er iets niet pluis was. Maar het was al te laat.’ Niet iedereen overleefde de tocht door de Sahara. ‘Het eten en drinken was opgeraakt.’ De mensensmokkelaar, die het geld voor de volledige reis naar Europa al in ontvangst had genomen, verdween plots toen Uche en de anderen in Sabha (Libië) aankwamen.
Uche en zijn neef Ike wonen nu twee en half jaar in Sabha. Ze delen met andere migranten een kamertje in de kerk, de enige plaats waar ze zich goed voelen. ‘We bidden hier elke dag na ons werk. Zo houden we het hier uit.’ Ze werken beiden in de bouw en sturen geld naar huis wanneer ze kunnen.
*
Officiële cijfers over het aantal asielzoekers in Libië ontbreken. Sans papiers en asielzoekers belanden samen met criminelen in dezelfde gevangenissen, vaak in mensonwaardige omstandigheden. ‘Het geld dat de EU aan Libië geeft om de migratie naar Europa te doen stoppen, gaat naar het bouwen of verbouwen van nieuwe en grotere gevangenissen’, zegt een van mijn contactpersonen. ‘Ze kunnen dat geld beter gebruiken voor lokale projecten in de landen van afkomst zodat minder mensen uit wanhoop zouden vertrekken.’
*
In de straten van Tripoli zigzaggen dure auto’s –de plastic beschermhoesjes blijven op de zetels– en taxi’s roekeloos langs mekaar door. Nieuwsgierige taxichauffeurs vragen je wat je doet, waarom je in Libië bent, of je getrouwd bent en kinderen hebt. Je krijgt het gevoel dat iedereen een informant kan zijn. En als vrouw word je continu nagestaard. De zwarte migranten die je in de straten ziet, ruimen afval op, werken in de bouw of bewegen zich ongemakkelijk voort van de ene plaats naar een andere.
*
Vooral christelijke migranten krijgen het hard te verduren in Libie, een land met een overwegend moslimbevolking. De enige plaats waar ze zichzelf kunnen zijn, is de kerk van Tripoli. ’s Vrijdags doen ze hun beste kleren aan en wonen er de kerkdienst bij. 
Deze reportage kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek. www.fondspascaldecroos.org

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift