Het nieuwe Libië: tussen chaos en optimisme

De ene militie beheert het vliegveld, de andere de haven. De interim-regering ontbreekt het aan reële macht, maar gewone Libiërs zijn opvallend positief. ‘Ons land opbouwen kost gewoon even tijd.’

  • Jeroen Van Loon Oorlogsvernielingen in Tawergha. Jeroen Van Loon
  • Jeroen Van Loon De Universiteit van Sirte. De studenten zijn verdeeld in voorstanders (vier vingers) en tegenstanders (twee vingers) van het vorige regime. Jeroen Van Loon
  • Jeroen Van Loon Dag van de revolutie. De inwoners en rebellen van Tripoli komen massaal bijeen op het Martelarenplein om één jaar revolutie te vieren. Jeroen Van Loon
  • Jeroen Van Loon Dag van de revolutie. De inwoners en rebellen van Tripoli komen massaal bijeen op het Martelarenplein om één jaar revolutie te vieren. Jeroen Van Loon
  • Jeroen Van Loon Wezen. De hoogzwangere moeder van dit gezin werd doodgeschoten op weg naar het ziekenhuis. Jeroen Van Loon
  • Jeroen Van Loon Een militie in Tripoli. Jeroen Van Loon
  • Jeroen Van Loon De uit Tawergha afkomstige Omar Algedid (42) werd dagenlang gemarteld door rebellen uit Misrata. Jeroen Van Loon

Hoewel Libië zich in een chaotische situatie bevindt, overheerst op straat nog altijd een gevoel van blijdschap over het einde van 42 jaar dictatuur en kijken Libiërs optimistisch naar de toekomst. Natuurlijk is het verre van ideaal dat de milities die Moammar Khadaffi van zijn troon stootten zich koninkrijkjes hebben toegeëigend, waar ze nu met luidruchtig wapengekletter over ruziemaken, geven Libiërs toe. Maar de schietincidenten lijken af te nemen, steeds meer thuwar – of revolutionairen, zoals ze zichzelf liever noemen – lopen met identiteitsbewijzen rond, en er wordt gewerkt aan een vergunningensysteem voor wapenbezit.

Vele burgers zijn bovendien blij dat deze mannen in alle denkbare camouflage-outfits nog altijd de straten bewaken. ‘Wie zou ons anders moeten beschermen’, vraagt de 52-jarige ingenieur Mohammed Hajar zich terecht af. Trots refereert hij aan de op 17 februari massaal gevierde verjaardag van de revolutie, die zonder ongeregeldheden verliep, wellicht niet ondanks maar dankzij de tienduizenden revolutionairen die op elk kruispunt stonden opgesteld en zich tot ieders verbazing massaal aan het landelijke bevel hielden om niet in de lucht te schieten.

De tandeloze Nationale Overgangsraad is ondertussen begonnen met het opleiden van rebellen tot soldaat of politieman. Van een goed functionerend leger en politieapparaat is echter nog lang geen sprake, mede doordat Khadaffi het nationale leger afschafte en het merendeel van de oude politie is gevlucht, uit angst voor repercussies. Criminaliteit is er in het nieuwe Libië daarentegen in overvloed.

Zo kent bijna iedereen wel een neef of buurman die bij een ‘vals checkpoint’ werd gekidnapt of van zijn auto werd beroofd. Volgens de revolutionairen zitten daar Khadaffi-getrouwen achter. Anderen wijten het aan gewone criminelen, waar er genoeg van rondlopen sinds Khadaffi tijdens de revolutie de gevangenissen openzette. 

Wapens alom

Dat de uitbouw van een leger niet automatisch betekent dat de milities ook hun wapens zullen neerleggen, blijkt uit de woorden van Muktar Al Akthar (53), commandant van de uit Zintan afkomstige militie die al maanden het internationale vliegveld in Tripoli ‘beveiligt’. ‘Laat er eerst maar eens een door het volk gekozen regering komen die erin slaagt het land daadkrachtig te besturen en te beveiligen. Pas dan zullen mijn mannen overwegen bij het leger te gaan.’

Dat de militie de luchthaven niet opgeeft omdat ze zo twee belangrijke troeven in handen heeft (ze houdt ook Khadaffi’s oudste zoon Saif al Islam gevangen), noemt Al Akthar ‘een leugen’. ‘Als we nu zouden vertrekken, dan zou dat uitlopen op een ramp. In dit gebied lopen nog veel Khadaffi-loyalisten rond.’ Feit is dat de twee steden die de machtigste en zwaarst bewapende milities op straat hebben lopen in de interim-regering de minister van Binnenlandse Zaken (uit Misrata) en Defensie (uit Zintan) hebben mogen leveren.

De alomtegenwoordige wapens zorgen ondertussen niet alleen in Libië voor een gevaarlijke situatie, ze lijken de gehele regio te destabiliseren. Zo luiden Tsjaad en Algerije de noodklok over het feit dat Al Qaeda in de Islamitische Magreb (AQIM) de hand heeft weten te leggen op grote partijen vanuit Libië gesmokkelde wapens. De eerder voor Khadaffi vechtende Toeareg zijn na hun terugkeer in thuisland Mali in opstand gekomen tegen de regering, wat is uitgemond in een bloedige burgeroorlog.

De Libiërs hebben de pan-Afrikapolitiek van Khadaffi echter naar de vuilnisbak verwezen en zijn vooral met hun eigen sores bezig. Vele burgers vinden het terecht dat hun regering de relaties met Niger en Algerije heeft bekoeld, nadat die landen onderdak hadden geboden aan Khadaffi’s vrouw en nog levende kinderen. ‘Toen wij voor vrijheid vochten, keerde Algerije ons de rug toe’, vindt de 25-jarige communicatiestudent Ahmed. Dat het eerder van AQIM-aanvallen gevrijwaarde Libië door het ontbreken van een gezamenlijke aanpak tegen de wapensmokkel op langere termijn in grote problemen kan komen, lijken zowel de burgers als de Libische regering nog niet te beseffen.

De Libische media laten zich zelden negatief uit over milities. Ze zijn bang voor represailles vanwege het zwaarbewapende Misrata en Zintan.

Onverschillig

De kans dat Libië in een burgeroorlog zal verzanden of ten onder zal gaan aan een stammenstrijd, lijkt vooralsnog klein. Zo spelen stammen in het sterk verstedelijkte Libië een steeds kleinere rol. Crucialer is de vraag of de via stadsgrenzen gescheiden milities ruimte zullen geven aan een democratisch proces. Zo vinden de brigades uit Misrata en Zintan dat de vroegere Khadaffi-getrouwe steden de komende decennia een toontje lager moeten zingen. En burgers in Tripoli en Benghazi grinniken dat Sirte niet langer bestaat.

In die zwaar verwoeste stad, waar Khadaffi opgroeide en zijn laatste adem uitblies, voelen de bewoners zich dan ook in de steek gelaten door de rest van het land. Ze zijn boos op de NAVO en de milities uit Misrata omdat ze hun stad aan flarden hebben geschoten. Ze zijn teleurgesteld in de Nationale Overgangsraad, waarvan ze tot op heden geen enkele hulp hebben gekregen. Vele inwoners lijken zich vast te klampen aan sympathie voor het vorige regime.

Zo steken automobilisten weer openlijk vier vingers de lucht in, die staan voor Allah, Moammar, Libië en olie. Studentes tonen groene armbandjes en kettinkjes met foto’s van de gedode leider. ‘Vroeger was er veiligheid, gratis onderwijs en gratis gezondheidszorg. Nu wordt ons land geregeerd door bendes die onze vaders en broers martelen’, klaagt de 20-jarige communicatiestudent Esma Saah.

Maar er zijn ook inwoners die naar de toekomst kijken en graag een rol spelen in het nieuwe Libië. ‘Je kunt niet zomaar een stad van 75.000 mensen negeren omdat de vorige leider hiervandaan kwam’, vindt Hussein Abduslam, docent agrarische landbouw. De vraag is of de ‘bevrijders’ hun wraakgevoelens opzij kunnen zetten en begrijpen dat een regering waarin alle Libiërs zich vertegenwoordigd voelen de grootste kans geeft op een stabiel land.

Opvallend is dat in de meeste andere steden maar weinig Libiërs zich druk lijken te maken over de ernstige mensenrechtenschendingen die diverse brigades in Libië begaan. Zo halen velen hun schouders op over de folteringen in de door milities geleide detentiecentra. ‘Had Khadaffi gewonnen, dan zaten wij nu niet in de gevangenis maar waren we allemaal vermoord.’

Vele burgers noemen het zelfs ‘begrijpelijk’ dat rebellen uit Misrata het door zwarte Libiërs bewoonde Tawergha van de kaart hebben geveegd. De mannen zouden samen met Khadaffi-troepen het 35 kilometer verderop gelegen Misrata hebben aangevallen en er vrouwen hebben verkracht, iets wat in het islamitische Libië zeer gevoelig ligt. Dat daar geen enkel bewijs van bestaat, behalve geruchten over met mobieltjes gemaakte videofilmpjes die niemand tot op heden heeft gezien, zelfs niet Amnesty International en Human Rights Watch, doet weinig Libiërs van mening veranderen.

‘Wat Tawergha de mensen in Misrata heeft aangedaan, is gruwelijk’, benadrukt de 28-jarige scheikundestudent Bashir Brika nog eens. Dat bij een aanval op een vluchtelingenkamp van Tawerghanen onlangs zeven mensen werden doodgeschoten, lijkt ook weinig Libiërs te interesseren. ‘We worden afgeslacht. En we kunnen er niets tegen doen’, verzucht Mohammed Abdelmolah, een 60-jarige uit Tawergha afkomstige elektricien, wiens vijftienjarige zoon bij de aanval omkwam.

De Libische mensenrechtenactivist Alim Mizuki wijdt de onverschillige houding aan de eenzijdige berichtgeving door Libische media. ‘Die laten zich zelden negatief uit over milities, want ze zijn bang voor represailles door het zwaarbewapende Misrata en Zintan.’ Volgens de activist, die zelf dreigtelefoontjes krijgt, zijn zelfs advocaten en rechters angstig. ‘Toen de belangrijkste aanklager in Libië een rebel oppakte, bevrijde zijn militie hem dezelfde dag nog met zwaar geweld.’

De laconieke houding lijkt echter ook het gevolg van een ook in normale Libiërs diep gewortelde wrok, en het feit dat maar weinig Libiërs begrijpen wat mensenrechten echt inhouden en dat iemand pas schuldig is als dat voor een onafhankelijke rechtbank is bewezen. Wat dat betreft, is 42 jaar Khadaffi misschien minder snel uitgewist dan de Libiërs zelf denken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift