Hoe zwart zijn de gaten in Afrika?

Zwakke staten, geïmplodeerde staten, schurkenstaten, leeggeroofde staten. De adjectieven waarmee een rist van Afrikaanse landen wordt omschreven, voorspellen weinig goeds. Afrika lijkt helemaal weg te zakken in een moeras van plunderende rebellenlegers en illegale netwerken. Wat is er aan de hand? En moeten wij ons daar zorgen over maken?
Rotberg van de Harvard University ziet op wereldvlak zeven failed states. Op Afghanistan na betreft het allemaal Afrikaanse landen: Sierra Leona, Liberia, Burundi, Congo, Soedan en Angola. Somalië telt zelfs niet meer mee. Daarvan blijft niet meer over dan een zwart gat, begrensd door buurlanden. Deze ‘mislukte staten’, zoals Rotberg ze omschrijft, zijn regio’s die bezwijken onder corruptie, criminele netwerken en etnische conflicten. De staat, die normaal waakt over de publieke goederen en diensten, heeft er zo goed als alle controle over het territorium verloren. Het gevolg: de teloorgang van gezondheidszorg, onderwijs en gemeenschapsinfrastructuur. Sinds de vroege jaren negentig heeft die desintegratie aan acht miljoen mensen het leven gekost en vier miljoen vluchtelingen op de been gebracht.

Het begin van het einde


Het einde van de Koude Oorlog bracht een pijnlijk trauma aan het licht waarmee de internationale gemeenschap het continent, dat nog volop worstelde met zijn koloniale erfenis, had opgezadeld. In zijn boek Afrika, van de Koude Oorlog naar de 21e eeuw legt Roel van der Veen uit dat Afrika, door het einde van het machtsevenwicht tussen het Amerikaanse kamp en het Sovjetblok, zijn politiek-strategisch belang voor de beide grootmachten verloor en daarmee ook de politieke en militaire steun die het continent jarenlang had genoten. De stroom van humanitaire hulp, internatonale leningen en wapens droogde op. Dankzij die stroom had de Afrikaanse elite al die jaren een schijn van een postkoloniale staatsstructuur kunnen ophouden. Door de val van de Muur stortte die staatsstructuur als een kaartenhuis in elkaar en zoog ze heel het cliëntelistische netwerk waarop ze was gebouwd mee in de afgrond.
Nationale regeringen verloren de greep op hun land en namen hun toevlucht tot corrupte praktijken. In dat gezagsvacuüm kregen illegale netwerken voor handel in diamant, goud, coltan, mensen, dieren en drugs vrij spel. De georganiseerde misdaad, geconcentreerd in alternatieve machtscentra, zette een heuse oorlogseconomie op. Die is volledig in handen van rebellenbewegingen, gewapende groepen, warlords maar vaak ook van politici die zich zo proberen te handhaven. De Afrikaanse staat wordt een roofstaat, een vampierstaat met als enige bestaansreden de machts- en geldhonger van kleine groepen.

De Afrikaanse netwerkmaatschappij


Saskia Van Hoyweghen, onderzoekster aan het Brussels Centre of African Studies (BCAS), verzet zich met klem tegen dit beeld van het zwarte gat. Enkele maanden geleden publiceerde Van Hoyweghen samen met twee andere onderzoekers een lijvige studie, The state failure in Congo, over hoe de Congolese bevolking de laatste tien jaar dat zwarte gat, de erfenis van Mobutu en Kabila senior, opvult. ‘Het vacuüm dat ontstaat uit een afgebrokkelde staat zoals Congo, wordt automatisch ingevuld door een wirwar van organisch gegroeide systemen.’ Volgens de onderzoekers is de crisis die Afrika nu doormaakt wellicht het onvermijdelijke gevolg van de aanpassing aan de nieuwe politiek-economische orde. Ook politiek antropoloog Filip De Boeck ziet de huidige crisis meer als een transformatieproces dan als een uitzichtloze chaos.
Volgens Geert Castryck, docent hedendaagse geschiedenis van Afrika aan de Universiteit van Gent, zijn de prekoloniale clientèlenetwerken op basis van familie- en clanverbanden vandaag zelfs actiever dan de afgelopen veertig jaar. ‘Voor een buitenstaander lijken die informele netwerken een jungle, maar die jungle biedt wel een houvast aan de mensen. Alleen: netwerken vervangen de staat niet.’
Castryck haalt het voorbeeld aan van de feymen in Kameroen en Nigeria. ‘Ze sturen mails met de boodschap dat iemand overleden is en een aantal miljoenen uitdeelt. Om een deel van die erfenis te krijgen, moet je zelf een som geld op een rekening zetten bij “hun” bank. Met dat geld kunnen ze weer leningen geven aan mensen rondom hen. Op deze manier hebben ze een financiële carrousel opgezet die de topmannen geld, macht en een heel clientèlenetwerk geeft. Hun piramidesysteem is gebaseerd op de ongeschreven regels van vertrouwen en afhankelijkheid. Naar ons gevoel zijn het bedriegers, maar het systeem werkt. Misschien kan je het nog het best vergelijken met ons beurssysteem, dat evengoed een zeepbel is en virtuele geldstromen creëert.’
Volgens Castryck werkt de verstedelijking het ontstaan van dergelijke nieuwe netwerken in de hand. ‘Door de plattelandsvlucht barsten de steden uit hun voegen. In zo’n grote stad kunnen mensen niet meer terugvallen op de traditionele netwerken. In de steden zie je vandaag een wirwar van nieuwe initiatieven om bescherming en orde te creëren in de staatloze chaos.’
Onderzoekster Saskia Van Hoyweghe vraagt zich luidop af of de oorlogseconomie rond de diamant- en coltanmijnen in Oost-Congo ook een nieuw netwerk is dat hoe gewelddadig en wreed ook mensen toch een houvast en een inkomen geeft. ‘Heel veel mensen verdienen hun brood in die gewelddadige oorlogseconomie. Ze hebben geen andere mogelijkheid dan in de mijnen of voor een rebellengroep te werken om te overleven. Toegegeven, de winsten verrijken vooral een paar individuen en stromen vooral niet terug naar de verpauperde bevolking, maar als we plots geen diamant of coltan meer kopen uit die regio, verliest de plaatselijke bevolking haar inkomen. Belgische ngo’s voeren campagne tegen de winning en smokkel van diamant en coltan uit oorlogsregio’s, maar hebben wij een alternatief te bieden?’
Van Hoyweghen noemt zelfs de grote vluchtelingenkampen in Tanzania, net over de grens met Congo, een voorbeeld van een netwerk dat is ontstaan als gevolg van het afbrokkelend staatsgezag. Het zijn eilandjes die aan de autoriteit van de staat ontsnappen en onder de regels van de Verenigde Naties en internationale ngo’s vallen. ‘Die vluchtelingenkampen zijn de grootste economische centra in Oost-Tanzania, groter dan de steden, met een goed uitgebouwde gezondheidszorg en een onderwijssysteem. Dat creëert heel wat vijandigheid met de dorpen een paar kilometer verder die al die voorzieningen niet hebben.’

Après moi le déluge?


Damien Boembi, medewerker van Broederlijk Delen voor Congo, woont in Mbuji-Mayi en kent de realiteit van de MLC (Mouvement pour la Libération du Congo)- en RCD (Rassemblement Congolais pour la Démocratie)-rebellen, die vechten om de controle over de grondstoffen van Oost-Congo. De RCD-Goma geniet de steun van Rwanda, de MLC wordt op de been gehouden door Oeganda. Boembi: ‘Ook als beide buurlanden in de vredesakkoorden van Lusaka beloven hun troepen terug te trekken uit de regio, betekent dit nog geen nieuw begin. De Afrikaanse elite en de rebellenleiders verdienen voorlopig nog meer met hun illegale activiteiten dan met een loon als minister. Er is geen gemeenschappelijk belang bij een staat. Zolang multinationals en bedrijven in naburige landen dankzij de verzwakte staatsstructuren met steentjes en coltan bevoorraad worden, is er voor hen geen vuiltje aan de lucht.’
Volgens Damien Boembi komt de oplossing voor deze situatie het best vanuit de civiele samenleving. Ook België heeft volgens hem een rol te spelen: door af te dwingen dat de akkoorden worden uitgevoerd. En verder moet de internationale gemeenschap haar verantwoordelijkheid opnemen.
Saskia Van Hoyweghen staat sceptisch tegenover de mogelijke impact van die internationale gemeenschap. ‘Juist de neoliberale economie die het IMF via structurele aanpassingsprogramma’s aan Afrika opdrong, heeft onrechtstreeks geleid tot de afbrokkeling van het staatsgezag. Vandaag heeft de internationale gemeenschap geen antwoord op de realiteit van de verdwenen staten. Een staat die alleen nog maar op papier bestaat, past niet in het systeem.’ De Verenigde Naties houden nog altijd een zetel gereserveerd voor Somalië, dat allang ophield te bestaan. Van Hoyweghen ziet de huidige ‘orde in de chaos’ als een overgangsfase naar een nieuw tijdperk. Hoe dat er gaat uitzien, is de grote vraag.
Volgende maand neemt ze in Lubumbashi deel aan een denktank van een groep Congolese intellectuelen over een alternatief voor de falende Congolese staat. ‘Negentig procent van de deelnemers wil Congo opdelen volgens de verschillende etnische groepen, volgens hen de basis van de Afrikaanse cultuur. Maar dat zal de bestaande conflicten alleen maar versterken. Wat met de hoofdstad Kinshasa waar alle etnieën samenstromen? Wat met de Banyamulenge, die Congolees en Tutsi zijn? Ik zie geen eenvoudige oplossing op korte termijn, en zeker niet als die van buitenaf wordt opgelegd. De vragen die Afrika zich nu stelt over de bestaansredenen en toekomst van zijn staten, hebben wij ons ooit ook gesteld. Een definitief antwoord bestaat niet.’

AFRIKA VINDT ZICHZELF OPNIEUW UIT

Waarom functioneert de Afrikaanse staat niet? MO* vroeg het aan Filip De Boeck, professor aan het departement Sociale en Culturele Antropologie van de KU Leuven en gespecialiseerd in politieke antropologie van Afrika.

Was het fout Afrika in staten op te delen?

De Boeck:
Niet alleen het trekken van de grenzen was een kunstmatige ingreep, ook het concept zelf leverde problemen op. In onze politieke filosofie is de staat nodig om anarchie en geweld tegen te gaan, maar de geschiedenis van de staten toont dat ze ook voortdurend geweld geproduceerd hebben. Ook in Afrika werken de staatsgrenzen belemmerend en roepen ze voortdurend conflicten op. Het principe van gelijkheid onder de burgers gold bovendien niet voor Afrika. De Afrikanen hadden geen burgerrechten, ze waren geen burgers maar ondergeschikten zonder stemrecht.

Waarom wilden de Europese kolonisatoren dan zo nodig staten creëren in Afrika?

De Boeck:
Onze wereld was het model voor alle anderen. Wat daarvan afweek, werd gediaboliseerd. Wij kunnen moeilijk denken in termen van andere samenlevingsmodellen. Afrika is echter uitdrukkelijk het continent van de verschillen. Het is al een vergissing te spreken over Afrika als één geheel. Oost-Afrika is totaal iets anders dan West-Afrika, de Hoorn verschilt totaal van Zuid-Afrika. Afrika is een geografisch ongeval, een stuk van de wereld dat wij de naam Afrika gegeven hebben. De verscheidenheid in religies, talen en culturen is eindeloos, maar de staat is een monolithisch gegeven: hij laat niet toe om op een flexibele manier om te gaan met verschillen en veelheid. Ook de opdeling in etnische groepen is een westerse uitvinding. Het zijn etiketten die van buitenaf opgekleefd werden, terwijl in werkelijkheid de verschillen veel flexibeler en de grenzen veel poreuzer waren.

De onafhankelijkheid heeft geen soelaas gebracht.

De Boeck:
In Congo bleef de politiek, sinds de moord op Lumumba in 1961, een product van internationale inmenging. Ook na de onafhankelijkheid bleven de grote bedrijven in Belgische handen. Het heeft nog tien jaar geduurd vooraleer ze genationaliseerd werden. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt óók bij de politieke en economische elite in Afrika, maar we mogen toch niet uit het oog verliezen dat de kolonisatie diepe kloven heeft geslagen en voor breuklijnen heeft gezorgd, en die werden met de onafhankelijkheid niet uitgewist. Wij hebben een Afrika ontworpen in functie van onze eigen belangen. Door Afrika onderontwikkeld te noemen, konden we onszelf definiëren als ontwikkeld. Afrikanen zijn zich gaan gedragen naar de identiteit die wij voor hen gecreëerd hebben, en ze blijven de oplossing zoeken in het model dat het Westen aanreikt.

Is het succes van de Afrikaanse kerken een teken van verzet?

De Boeck:
Met de implosie van de staat trekken de mensen zich terug in kleinere eenheden. Dat is de etnische groep of de kerkgemeenschap. Nu de staat geprivatiseerd wordt, trekken de kerken voor een groot deel het laken naar zich toe. Ze bouwen ziekenhuizen, scholen, zorgen voor een sociaal vangnet. Kabila kan geen tienduizenden bijeenbrengen in een voetbalstadium. Als hij aanhang wil hebben, moet hij samenwerken met de pasteurs. Toen Kabila vorig jaar ingezworen werd als president, legde hij in het parlement de eed af en zwoer hij trouw ‘aan God en de natie’, en de volksvertegenwoordigers antwoordden met ‘alleluia en amen’. Bij mijn weten was dat de eerste keer dat een president in Congo trouw zweert aan God. De boodschap van die kerken leidt tot een opdeling van de wereld in termen van goed en kwaad. Het religieuze gaat het politieke overheersen en daardoor wordt de diversiteit opnieuw bedreigd. En toch, als Afrika een plaats heeft binnen de globalisering, zal het vanuit de kracht van de diversiteit zijn.’

Het aandeel van Afrika in de wereldhandel is intussen gekrompen tot minder dan twee procent.

De Boeck:
‘De globalisering gaat niet voorbij aan Afrika. In de formele politieke en economische globalisering telt Afrika niet mee omdat het geen macht heeft. In de praktijk kneden en transformeren de Afrikanen de globalisering naar eigen behoeften. De manier waarop de Ibo in Nigeria wereldwijd de drugshandel hebben gemonopoliseerd, gebaseerd op één groepsidentiteit en door gebruik te maken van lokale strategieën, is indrukwekkend. De handelsnetwerken reiken vanuit Centraal- en West-Afrika via Abu Dabi tot China. De goederen op de Afrikaanse markten, van fietsen tot lampen, komen uit China, maar worden door Afrikanen aangevoerd via informele netwerken. In West-Afrika worden honderden miljoenen dollars verdiend in de kunsthandel, en ga zo maar door.’

Worden die informele netwerken niet beter vervangen door formele structuren?

De Boeck:
‘Niet noodzakelijk. Congolezen hadden meer inspraak in het brede veld van de politiek onder de éénpartijstaat dan nadat er diverse politieke partijen werden afgebakend. Er was méér doorstroming en overleg, je kon altijd wel een opening vinden om je agenda aan te kaarten. Het meerpartijensysteem heeft alles geformaliseerd en stroever gemaakt. Telkens weer zien we hoe Afrika vooral de plaats is die de westerse wereld dwingt zijn schema’s te herzien. Dat is zo op politiek en religieus vlak, op het vlak van ontwikkelingsdenken, genderaanpak, ecologie. De Afrikaanse maatschappij is niet zozeer een samenleving in crisis, dan wel een samenleving die zichzelf aan het uitvinden is. Wat er nu gebeurt, is geen eindstation.’

Waar ziet u de ankerpunten voor een nieuw perspectief?

De Boeck:
‘Die worsteling met de eigen identiteit gebeurt op een zeer lokaal niveau, en ik geloof in de kracht van het lokale. Precies dat lokale en regionale krijgt vandaag méér plaats dan in de vroegere staten. Op het lokale niveau vind je ontzettend veel creativiteit en inventiviteit. Dat is het niveau waarop Afrika leeft en creëert. Alles wat op het hogere niveau ligt, functioneert niet meer. Afrika neemt vandaag deel aan de wereld vanuit lokale entiteiten. In die zin is het continent optimaal geschikt om te participeren aan de globalisering. Als globalisering een grensoverschrijdende dynamiek is, dan is dat een proces dat Afrika van binnenuit begrijpt. Afrika heeft altijd flexibel omgegaan met grenzen, heeft altijd netwerken uitgebouwd en relatiesystemen bedacht die de levenskwaliteit moesten verbeteren. Veel Afrikaanse gemeenschappen hebben altijd de kracht gehad om wat van buitenaf kwam in te lijven in de eigen structuur, maar op een eigen manier. Je kan moslim zijn én een goed lid van een etnische groep en de rituelen van die groep respecteren, en tegelijk wonen in de grootstad en gaan dansen in de disco. Afrika heeft zoveel mogelijkheden in zich. Uit dit alles komt een moderniteit bovendrijven, maar die zal er anders uitzien dan wij ze ons voorstellen. Wij hebben het daar moeilijk mee, Afrikanen minder. Binnen de globaliserende wereld zijn wij veel parochialer en provincialer. Vlamingen zijn meer pre-globalistisch.’ (adw)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift