Iraakse regering wil voedselrantsoenen halveren

De Iraakse regering wil in 2008 het aantal mensen dat voedselrantsoenen ontvangt halveren, van tien tot vijf miljoen. Ook de rantsoenen worden kleiner, omdat stijgende prijzen op de wereldmarkt de voedselimport onbetaalbaar maken , zo luidt het officieel. De Irakezen vragen zich af waarom de door de VS gesteunde Iraakse regering niet kan betalen wat Saddam wel kon.
De voedselrantsoenen werden in 1991 ingevoerd door Saddam Hoessein als antwoord op de VN-sancties na de mislukte Iraakse invasie van Koeweit en de eerste Irakoorlog. Door de sancties, die volgens de VN aan een half miljoen kinderen het leven hebben gekost, werden hele Iraakse families compleet afhankelijk van de voedselrantsoenen om te kunnen overleven.

Het programma is ook na de Amerikaanse inval in 2003 blijven doorlopen, maar onlangs maakte de regering van de Iraakse premier Nouri al-Maliki bekend dat de rantsoenen kleiner zullen worden, omwille van “onvoldoende middelen en de op hol geslagen inflatie”.

“In 2007 vroegen we 2,2 miljoen euro om basisvoedingsmiddelen te importeren,” zei Mohammed Hanoun, stafchef bij het Iraakse Handelsministerie aan de nieuwszender al-Jazeera. “Aangezien de voedselprijzen verdubbeld zijn, hebben we voor volgend jaar vijf miljoen euro gevraagd. Dat verzoek is evenwel afgewezen.” Het ministerie van Handel wil de rantsoenen daarom beperken tot vijf basisitems: suiker, bloem, rijst, olie en zuigelingenmelk.

Saddam kon het wel

De doorsnee Irakees begrijpt niet waarom de Iraakse regering er niet in slaagt om een programma verder te zetten dat Saddam Hoessein overeind hield met minder dan een miljard dollar. “Het maandelijkse voedselrantsoen is de enige hulp die we krijgen van de regering”, zegt Ibrahim al-Ageely, een kruidenier in Baquba, een stad op 40 kilometer van Bagdad, “Het was een grote steun voor de familie. Een pakket bestond uit twee kilo rijst, suiker, zeep, thee, detergent, bloem, linzen en kikkererwten.”

De salarissen zijn sinds de Amerikaanse invasie in maart 2003 aan het stijgen, maar niet genoeg om de hogere voedselprijzen te compenseren. “Ik verdien 196 dollar per maand en heb zes kinderen”, zegt de 49-jarige leraar Ali Kadhim, “Het dure voedsel heeft de stijging van mijn loon geneutraliseerd. Ik kan niet voor iedereen eten kopen, naast de andere uitgaven om te overleven.”

De mensen in Baquba, die moeten leven met chronisch geweld en een recordwerkloosheid, bereiden zich voor op het ergste. “Geen veiligheid, geen eten, geen stroom, geen markten, geen diensten. Het leven lacht ons toe”, zucht een anonieme inwoner van de stad.

Volgens een rapport dat de hulporganisatie Oxfam in juli 2007 publiceerde, is het aandeel Irakezen dat van de overheid voedselrantsoenen krijgt gedaald van 96 procent in 2004 tot 60 procent. Niettemin leeft volgens het rapport “43 procent van de Irakezen in absolute armoede” en ligt de werkloosheid op sommige plaatsen hoger dan 50 procent. “De kinderen zijn het grootste slachtoffer van de slechter wordende leefomstandigheden. Het aandeel kinderen met ondervoedingsproblemen is toegenomen van 19 procent voor de Amerikaanse invasie tot 28 procent nu.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift