Kardinaal Levada: 'Het neoliberalisme vloekt met de sociale leer van de kerk'

Kardinaal William Joseph Levada, de numero due van de rooms katholieke kerk, komt binnenkort naar ons land. De prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer -zeg maar het katholieke ministerie van ideologie- maakte uitgebreid tijd voor MO*, in een van de eerste diepgaande interviews die hij gaf sinds zijn aanstelling in mei 2005.
  • Gie Goris "De katholieke kerk veroordeelde de atoombom nooit even krachtig als ze klonen of stamcelonderzoek verwerpt." Gie Goris
De prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer is geen kleine garnaal in de mondiale instelling die de rooms katholieke kerk is. De voorganger van Levada, de huidige paus, leidde de Congregatie gedurende 24 jaar en bepaalde zo al lang voordat hij tot paus gekozen werd de publieke en binnenkerkelijke standpunten van het Vaticaan.
MO* ontmoet William Levada in zijn kantoor in Vaticaanstad, in de schaduw van de Sint-Pietersbasiliek en tegen de achtergrond van regelmatig luidende klokken. William Levada is geen volkse man die je enthousiast op de rug gaat kloppen, al staat zijn formele afstandelijkheid een welgemeende vriendelijkheid niet in de weg. Hij is secuur in zijn verwoording, maar ook bereid tot het innemen van standpunten.

Mgr. Levada was tot twee jaar geleden aartsbisschop van San Francisco, en zijn Amerikaanse verleden klinkt sterk door in de -uitdrukkelijk conservatieve- kijk die hij heeft op kerk en samenleving. Hij komt op 17 maart naar ons land voor de viering van het 150-jarige bestaan van het Amerikaans College in Leuven. Wij wilden het met hem niet in de eerste plaats hebben over de typisch Amerikaanse kerkzorgen -het homohuwelijk, de pedopriesters, abortus- wel over mondiale thema’s als de relatie tussen christenen en moslims, en tussen Europa en de buren in de islamitische wereld.

Recht op religieuze vrijheid


De katholieke kerk deelt veel waarden en zelfs geloofspunten met de islam. Dat zou van Rome een belangrijke speler moeten maken in de noodzakelijke dialoog tussen het Westen en de islam, vindt kardinaal Levada. ‘Die dialoog is op dit moment van de geschiedenis absoluut cruciaal, niet alleen voor de religies, maar ook voor de toekomst van de mensheid. We moeten elkaar vinden in het verzet tegen geweld dat in naam van een religie gepleegd wordt. Ook al bevatten de teksten van bijvoorbeeld het Oude Testament heel wat passages waarin God geweld gebruikt tegen de vijanden van zijn volk, toch weten we dat God geen God van geweld is.’
Het verwerpen van religieus gemotiveerd geweld is op de eerste plaats een oproep om de vrijheid van elk individu te respecteren. ‘In de katholieke kerk hebben we eeuwen religieuze en leerstellige ontwikkeling nodig gehad om te komen tot het inzicht dat elke mens fundamenteel recht heeft op religieuze vrijheid’, zegt kardinaal Levada.

Zou dat pleidooi voor religieus pluralisme niet sterker klinken als de kerk er wat meer nederigheid aan zou toevoegen, door bijvoorbeeld haar eigen fouten in het verleden te erkennen? ‘Ik ben niet meer verantwoordelijk voor de kruistochten dan atheïsten voor de daden van Hitler of Stalin’, reageert de kardinaal. ‘Dat de kerk zo’n duidelijke voorstander van religieuze vrijheid is geworden, is het resultaat van de pijnlijke ervaringen van de kruistochten, de godsdienstoorlogen, de martelaren onder de protestantse koningin van Engeland of onder de katholieke prelaten in Spanje of Frankrijk’, voegt hij er verduidelijkend aan toe. ‘Overigens heeft paus Johannes-Paulus II die fouten uit het verleden toegegeven en betreurd. Maar het wordt een beetje navrant als de kerk telkens opnieuw het recht om te spreken over geweld ontzegd wordt op basis van de kruistochten.’

Rome en Ankara: één front?


De oproep tot verdraagzaamheid en tot het afwijzen van geweld was ook het centrale punt van de toespraak die de paus in september in Regensburg hield -en punt dat de mist inging door de controverse rond het citaat van de Byzantijnse keizer Paleologus. De twee grootste wereldgodsdiensten leken even regelrecht op een botsing af te stevenen, in plaats van hun gezamenlijke rol als religies van vrede en menselijkheid te spelen.
De paus streek die vervelende plooien glad toen hij in december in Ankara van het vliegtuig stapte voor zijn eerste bezoek aan een islamitisch land. Hij zegde premier Erdogan meteen zijn steun toe voor het Turkse EU-lidmaatschap. Een opvallende geste voor de man die als kardinaal Ratzinger nog vond dat de toekomst van Turkije eerder bij de islamitische landen dan in de Europese Unie lag.
Kardinaal Levada: ‘De aanmoedigende woorden van de paus aan premier Erdogan zijn geen officieel standpunt van het Vaticaan, laat staan een onfeilbare uitspraak. Ze vormen wel een goede manier om een belangrijk probleem op de agenda te plaatsen in de verschillende Europese landen: willen we een Europa creëren waarin elke uiting van religie in de openbare ruimte uitgesloten wordt of dwingt de influx van moslimgemeenschappen ons sowieso tot het zoeken van een andere oplossing? Misschien moet er juist méér ruimte gemaakt worden voor godsdienst in het publieke leven van Europa.’
Levada raakt echt op dreef als hij het heeft over de plek die godsdienstige overtuigingen krijgen in publieke ruimtes en het politieke discours. ‘Ik vind dat er tegenwoordig sprake is van een “fundamentalisme van religieuze uitsluiting”. Dat is een houding die onder geen beding de heilige overtuiging van de gelovige aanvaardt, tenzij die bereid is zichzelf te zien als een zoekende onder zoekenden en zijn overtuiging wil zien als een mogelijkheid onder mogelijkheden. Wie zegt dat hij gezocht heeft en het antwoord gevonden heeft, wordt uitgesloten.
Conservatieve gelovigen in de VS omschrijven dit wel eens als het verlangen naar een naakte openbare ruimte: een publieke ruimte die ontdaan is van alle religieuze referenties en van elke expliciet religieuze participatie.’ Levada verzet zich tegen die tendens en hij rekent er op dat zijn katholieke kerk en de islamitische gemeenschappen in Europa elkaar daarin kunnen vinden.

De letterlijke tekst


Miljoenen mensen geloven dat de Koran, de Torah of de Bijbel het letterlijke woord van God is. Ze stemmen hun leven zo nauwkeurig mogelijk af op een letterlijke lezing van hun heilige tekst. Professor Dirk Hutsebaut van de KU Leuven, godsdienstpsycholoog, benadrukte op een debat in Antwerpen over Faith based radicalism onlangs dat zo’n zwart-of-wit geloof de extremistische afwijzing van de andere en de kans op gewelddadig activisme sterk doet toenemen.
Elk geloof en elke levensovertuiging werkt als een grondslag voor een sociale identiteit en creëert dus een in- en een out-groep. Maar gelovigen die hun geloofsbronnen niet zelf interpreteren en toepassen, en integendeel zweren bij de letterlijke formulering, blijken veel sneller tekort te schieten in hun solidariteit met wie niet tot de in-groep behoort. Voor alle duidelijkheid voegde Hutsebaut eraan toe dat dezelfde psychologische tendensen gelden bij ongelovigen. Ook in die groep hangt een “gesloten” ongeloof, dat mordicus elke niet-wetenschappelijk vastgestelde realiteit als onbestaande beschouwt, samen met de overtuiging dat de eigen groep het Grote Gelijk bezit.
Heel wat christenen vallen onder de categorie “gesloten gelovigen” en aanvaarden alleen de letterlijke tekst van de Bijbel als leidraad voor hun leven en liefst ook voor de maatschappelijke organisatie. Vindt Levada dat fundamentalisme problematisch? ‘Vanuit maatschappelijk standpunt: niet noodzakelijk. Neem bijvoorbeeld de amish, een christelijke sekte die grotendeels in Pennsylvania leeft en die zich baseert op een levenswijze uit de zeventiende eeuw. Ze weigeren moderne landbouwmachines te gebruiken, ze verwerpen elektriciteit en machines in het algemeen.
Dat is blijkbaar geen probleem voor henzelf -ze zijn erg goed in landbouw en produceren vaak beter dan de gemoderniseerde landbouw-, en ze schieten goed op met de hedendaagse samenleving in Pennsylvania. Het zou problematisch worden indien ze zouden geloven dat God hen roept om geweld te gebruiken tegen iedereen die hun overtuiging niet deelt. Cruciaal is dat er vrije keuze mogelijk blijft. Al zijn daaraan ook beperkingen, bijvoorbeeld wanneer ouders vanuit hun letterlijke geloof bloedtransfusies verwerpen en daardoor het leven van een kind in het gedrang brengen. Dan wordt fundamentalisme wel een sociaal probleem.
Ook de overtuiging van de mormonen dat polygamie toegestaan is, wordt in de Verenigde Staten sociaal onaanvaardbaar geacht, want schadelijk voor de samenleving, voor de vrouwen en voor de kinderen. Op zulke punten moet de maatschappij grenzen stellen, ongeacht de religieuze overtuiging van individuele gelovigen of kerken.’

Iemand moet de knoop doorhakken


Kardinaal Levada houdt niet van het fundamentalisme als geloofshouding. Tegelijk staat hij aan het hoofd van een administratie die de geloofsleer van een miljard katholieken moet formuleren en bewaken. Waarin verschilt die opdracht van het streven van bepaalde bewegingen om een ondubbelzinnige waarheid te verkondigen en op te leggen aan anderen? De prelaat antwoordt op die vraag eerst met een omstandige verhandeling over het noodzakelijke evenwicht tussen geloof en rede en legt vervolgens uit dat het niet is omdat een gelovige de dogma’s van de kerk aanvaardt, dat hij daarmee zijn vrijheid van denken of zijn rationele capaciteiten opgeeft.
‘Uiteindelijk is de menselijke rede en intelligentie -na de goddelijke genade- de opperste gave, datgene wat ons onderscheidt van de rest van de schepping. Maar tegenover de rede heb je de overgave, het aanvaarden van een autoriteit buiten jezelf, van god. Dat is geen afwijzing van de menselijke rede of het eigen oordeel, maar een oefening om ons denken te laten uitdagen door oproepen die dat denken op het eerste gezicht te boven gaan of zelfs tegenspreken.’
De rol van de kerk in de dialoog tussen het individu en zijn of haar God noemt Levada niet prioritair, maar wel onmisbaar. ‘We geloven dat de apostelen en hun opvolgers de opdracht gekregen hebben de openbaring te interpreteren in nieuwe omstandigheden en in het licht van nieuwe uitdagingen. Dat creëert een levende traditie, die veel meer is dan het louter doorgeven van bestaande antwoorden, inzichten en overtuigingen. Maar er moet uiteindelijk wel een instantie zijn die uitmaakt of een concrete manier van leven overeenkomt met de principes en waarden van ons geloof, of onze daden kloppen met het gebod van de naastenliefde. De kerk heeft niet de opdracht mensen te verhinderen om te denken, diverse hypothesen te onderzoeken of kennis te verwerven, maar wel om oriëntatie te geven.’

De kennis van goed en kwaad


‘Mijn probleem met de kerk is dat zij alle antwoorden heeft, terwijl ik verkies het mysterie intact te laten.’ Die uitspraak van de onlangs overleden Nederlandse zanger Robert Long, die duidelijk geen boodschap meer had aan de scheidsrechtersrol van priesters of bisschoppen, maakt geen indruk op Levada. Hij antwoordt dat ‘het mysterie van God zich ver voorbij alles bevindt dat we ooit kunnen weten of kennen.’
En dat is intussen héél ver, want ‘de menselijke kennis en de uitdagingen die daarmee samenhangen nemen exponentieel toe. De ontwikkeling van de atoombom, bijvoorbeeld, was een ongelooflijke verwezenlijking van de menselijke geest, een wetenschappelijke vooruitgang zonder voorgaande -en dan gebruik ik “vooruitgang” in al zijn ambivalentie natuurlijk. Maar was het goed de atoombom te ontwikkelen? Dezelfde vraag moeten we nu stellen in verband met klonen. We kunnen het, maar betekent dat ook dat we de techniek op mensen willen toepassen? De morele vraag of iets goed is, blijft veel belangrijker dan de louter wetenschappelijke vraag of iets al dan niet mogelijk is. God heeft ons geopenbaard wat liefde is en met die kennis moeten we antwoorden op de vraag of de atoombom overeenstemt met het gebod je naaste lief te hebben. Is klonen een uiting van liefde? Dat soort vragen los je niet op door God als een ongekend mysterie te laten, maar juist door waarheid te ontdekken.’

Voor alle duidelijkheid: het Vaticaan heeft de oplossing voor heel wat van die vragen. De kerk veroordeelt klonen. De kerk veroordeelt stamcelonderzoek. Maar heeft het leergezag zich ooit even duidelijk uitgesproken tegen de atoombom? ‘Neen’, erkent Levada, ‘maar het leergezag loopt meestal achter op de evolutie van de morele uitdagingen. Meestal spreekt het leergezag zich niet uit over kwesties waarover tegenovergestelde meningen bestaan die zich allebei op redelijke geloofsargumenten kunnen beroepen.’

Ni marxisme …


Paus Johannes-Paulus II heeft geen eeuwen gewacht om zich bijzonder kritisch uit te laten over de economische globalisering. Kardinaal Levada beklemtoont ‘dat elke paus sinds Leo XIII heeft bijgedragen aan een prachtig geheel van sociale leerstellingen dat wellicht zijn meerdere niet heeft, zelfs niet in de politieke arena.’ De sociale leer zou meer aandacht moeten krijgen, vindt hij, ‘maar we moeten opboksen tegen een consumptiemaatschappij waarin iedereen voortdurend bezig is met consumptie of sport of vakantie of werk … zodat mensen nauwelijks tijd hebben om stil te staan bij de sociale dimensie van hun geloof. Als we tijdens misvieringen meer aandacht zouden geven aan sociale kwesties, dan kwamen er wellicht meer mensen opdagen omdat ze het gevoel zouden hebben dat die viering ook over hun leven gaat, dat zij er iets aan hebben.’

De geëngageerde woorden klinken een beetje hol in de lokalen van de Congregatie voor de Geloofsleer, die er tijdens de jaren zeventig en tachtig alles aan gedaan heeft om de bevrijdingstheologie te bestrijden -ook al plaatste die beweging het sociaal engagement centraal in de geloofsbeleving. Het leverde voorganger Ratzinger zeker geen sympathie op vanwege de katholieke linkerzijde, om het zacht uit te drukken. Wordt dat anders onder Levada?
De huidige Prefect nuanceert mijn vraagstelling: ‘De documenten die kardinaal Ratzinger publiceerde over de bevrijdingstheologie verdedigen de sociale leer van de kerk en haar juiste toepassing. Ze waarschuwen wel tegen een theologie die zich verbindt met een communistische of socialistische denktrant, omdat dat in tegenspraak is met de bevrijding zoals die geopenbaard werd in Jezus Christus en waarvan getuigenis afgelegd wordt in de evangelies. De veroordeling van de bevrijdingstheologie was, met andere woorden, geen veroordeling van een sociaal georiënteerd christendom.’ 

… ni neoliberalisme


Als de kerk zich destijds zo duidelijk uitsprak tegen het combineren van christendom en marxisme, is er dan nu geen behoefte aan een duidelijke uitspraak dat het christendom niet compatibel is met de praktijk en de waarden van het neoliberalisme? ‘Dat zou zeker in overeenstemming zijn met de leer die al vanaf Leo XIII geformuleerd werd’, reageert Levada prompt.
‘In de VS werd het debat over de neoliberale globalisering fel gevoerd naar aanleiding van NAFTA -de vrijhandelszone met Canada en Mexico. De vakbonden waren tegen dat verdrag omdat ze vreesden voor de gevolgen van de geïnternationaliseerde concurrentie op de arbeidsomstandigheden en -voorwaarden. Mijn sympathie in dat debat ligt duidelijk bij de vakbonden. Je kan de kwestie van een globale economie niet simpelweg overlaten aan enkele mensen die aan economische faculteiten gestudeerd hebben. Economie is daarvoor een veel te “zachte” wetenschap die voortdurend met nieuwe theorieën op de proppen komt.
Dat is de reden dat de katholieke leer zegt dat we ons niet blind in die neoliberale benadering van een globaliserende economie moeten storten. Je kan toch niet stellen dat alles uiteindelijk wel goed zal komen, als die theorie in de praktijk aan miljoenen mensen het leven kost. Dat is niet wat wij verstaan onder een succesvolle economie en dat doorstaat de test van de evangelische waarden niet. De opdracht is: heb je naaste lief. Hoe doe je dat in een wereld waarin zowat elk Afrikaans land lijdt onder de meest prangende armoede? Hoe brengen we de naastenliefde in de praktijk in Darfoer, waar honderdduizenden mensen sterven? Dat zijn de uitdagingen die er werkelijk toe doen in de wereld vandaag.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3260   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur