Libië kampt met groeiend drugsprobleem

In Libië kost een dosis LSD of de pijnstiller tramadol 61 cent en een joint cannabis 6 euro. Armen kunnen om eenvoudige redenen aan drugs komen. “Lage prijzen zijn een manier om een markt te creëren”, zegt een westerse diplomaat in de hoofdstad Tripoli.

  • Maryline Dumas/IPS Abdulhakim Belhasi (rechts), woordvoerder van de Libische speciale politie-eenheid voor drugsbestrijding, laat samen met twee leden van de eenheid in beslag genomen verboden middelen zien. Maryline Dumas/IPS

“De prijzen zullen stijgen als genoeg mensen verslaafd zijn”, zegt de diplomaat die actief is op het gebied van veiligheid.

Er zijn momenteel geen gegevens over het aantal verslaafden in Libie, maar de drugshandel floreert. Abdullah Fannar, plaatsvervangend directeur van een psychiatrisch ziekenhuis in Gargaresh, een rijke wijk in het oosten van Tripoli, zegt dat er meer verslaafden in de kliniek komen. “Tien jaar geleden hadden we een speciale afdeling voor verslaafden. We denken erover om die weer te openen.”

Fannar zegt dat hij patiënten krijgt uit gevangenissen, die door de politie worden doorgestuurd. Ook worden mensen met verslavingsproblemen door hun familie gebracht. Volgens Fannar zijn vooral jongeren en soldaten met posttraumatische stress door de oorlog gevoelig voor drugsverslaving. Andere kwetsbare groepen zijn laagopgeleiden en militaire veteranen. Zij grijpen sneller naar drugs of alcohol, waarvan het gebruik in Libië verboden is. Begin maart stierven verschillende mensen door vergiftiging met methanol die werd verkocht als alcohol.

Beperkte grenscontroles

Smokkel van drugs en alcohol is niet nieuw in Libië. Onder de voormalige president Muammar Khadaffi (1969-2011), werd in een aantal rapporten van de Verenigde Naties (VN) melding gemaakt van illegale handel tussen Afrika en Europa via Libië. Maar met de beperkte grenscontroles onder de huidige regering, is de drugshandel gegroeid.

“We weten dat we een probleem hebben met alcohol- en drugssmokkel, vooral bij de zuidelijke grens”, zegt kolonel Adel Barasi, woordvoerder van het ministerie van Defensie. “We werken aan een surveillancestrategie, training en toerusting van het leger. Als God het wil, zal het Libische leger in staat zijn de grenzen te bewaken.”

Céline Bardet, een expert op het gebied van oorlogsmisdaden en grensoverschrijdende misdaad, zegt dat er wereldwijd drugsroutes wereldwijd lopen en dat vooral onstabiele landen met zwakke controles in trek zijn. “Dat is ook het geval in Libië. Er wordt veel gesmokkeld en dat zal vermoedelijk alleen maar erger worden.”

Drugslaboratoria

Barder, die ook de Europese Commissie adviseert, vermoedt dat er drugslaboratoria zijn in Libië, hoewel ze nog niet gevonden zijn. “De politie begint met internationale hulp te werken aan de problemen.”

In het oosten van Tripoli is vorig jaar een speciale politie-eenheid opgezet om de handel in drugs en alcohol te bestrijden. Abdulhakim Belhasi, woordvoerder van de eenheid, laat zien wat er zoal in beslag is genomen: zeven kilo heroïne en cocaïne, grote hoeveelheden cannabis, 1400 tabletten tramadol, een onbekende hoeveelheid whiskey en wodka en 1400 liter vervalste alcohol. De vangsten zijn opgeslagen in een loods en moeten nog vernietigd worden.

“We voeren een oorlog tegen de drugshandel”, zegt Belhasi. “Ze maken onze jongeren kapot. Het moeten Khadaffi-aanhangers in buurlanden zijn die deze handel stimuleren.” Een jonge drugsgebruiker die anoniem wil blijven, lacht die verklaring weg. “Aan een glaasje en een joint gaat niemand dood. De baarden (islamisten, red), jagen op ons. Ze willen de sharia-wetgeving invoeren”, zegt hij.

Khaled Kara, lid van een antidrugsorganisatie en voormalig burgemeester van Souq-al-Juma, een district in Tripoli, ontkent dat. “Ik draag een baard en zie eruit als een islamist, maar ik ben gematigd”, zegt hij. “Drugshandelaren zijn erg gewelddadig. Ze doen alles om hun handel te beschermen. Ze zijn met raketinstallaties beter bewapend dan onze speciale eenheid. De politie heeft alleen handwapens.”

Ontvoering

De mannen van de speciale eenheid zeggen dat ze graag beter wapens willen. Bovendien worden ze onder druk gezet. “Mijn zoontje van achttien maanden is ontvoerd”, zegt een politieagent die om veiligheidsredenen Kamal genoemd wil worden. “Hij was maar een paar uur weg, maar toen ik hem terugvond had hij een boodschap bij zich: Als je geen ontslag neemt, is je vrouw de volgende keer aan de beurt.”

Op de vraag of hij bang is, zegt Kamal, die door zijn collega’s bewonderd wordt vanwege zijn moed tijdens de revolutie: “Ik ben toch nog aan het werk?” Een van zijn collega’s zegt: “We hebben in de revolutie voor ons land gevochten, en nu vechten we tegen de drugshandelaren voor ons land.” De meeste leden van de speciale eenheid dragen echter bivakmutsen als ze de straat opgaan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift