Ontwikkelingslanden dringen aan op versoepeling lijst bedreigde diersoorten

Een handvol Andes- en Zuid-Afrikaanse landen willen de handel in een aantal bedreigde diersoorten versoepelen. CITES, het verdrag dat sinds 1984 de handel in bedreigde wilde flora en fauna reglementeert, is aan zijn 2,5-jaarlijkse revisie toe. In totaal liggen nu 54 voorstellen op tafel om de verbodsregeling en de controle te versoepelen. Onder meer de walvis, de Afrikaanse olifant, de reuzenschildpad, de vicuña en mahoniehout zitten op de wip.


De 158 lidstaten vernieuwen het verdrag op een conferentie van 13 tot 15 november in de Chileense hoofdstad Santiago. Het secretariaat van de Conventie tegen de Internationale Handel met Bedreigde Diersoorten heeft vijf maanden om de voorstellen te evalueren.

De CITES-lijst van bedreigde diersoorten bestaat uit twee bijlagen die om de twee jaar en half herzien worden. Appendix I verbiedt de handel in zo’n 900 sterk met uitsterven bedreigde plant- en diersoorten. Appendix II reguleert de handel van ongeveer 4.000 diersoorten en ruwweg 20.000 planten die in mindere mate bedreigd zijn via een systeem van quota en vergunningen.

In Santiago staat onder meer de bescherming van de Afrikaanse olifant op het menu. CITES verbiedt nu al acht jaar de verkoop van ivoor. Verschillende landen in Zuidelijk Afrika willen de toelating voor een eenmalige verkoop van de voorraad legaal geaccumuleerd ivoor en eventueel ook de instelling van jaarlijkse quota. Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe vragen de toelating voor een eenmalige verkoop van respectievelijk 20.000, 10.000, 30.000 en 10.000 kilo legaal verzameld ivoor.

Daarnaast willen die landen én Zambia de toelating om jaarlijks 30.000 kilo ivoor te verkopen via een quotasysteem. Zambia wil daarvan 17.000 kilo voor zijn rekening nemen. Die landen zeggen dat de verkoop de ontwikkeling van de lokale bevolking ten goede zal komen. Botswana, Namibië en Zimbabwe kregen in 1997 al de toelating voor een éénmalige ivoorverkoop. India en Kenia daarentegen willen dat de hele olifantenpopulatie in appendix I blijft. Die landen vrezen dat een quotasysteem stroperspraktijken nieuw leven zal inblazen.

Argentinië, Bolivia en Chili willen meer wol verkopen van de vicuña, een kleine, wilde neef van de lama die in het hooggebergte van de Andes gedijt. Omdat de vicuñapopulatie in Latijns-Amerika dankzij de CITES-bescherming gestegen is van 82.539 in 1981 tot 227.201 in 2001, vinden de Andeslanden dat er weer op het dier gejaagd kan worden.

Cuba wil dat de karetschildpad van appendix I naar appendix II wordt verplaatst. Dat zou de verkoop van 7.800 kilo schilden mogelijk maken die verzameld werden in het kader van een conservatieprogramma dat de Cubaanse regering in de praktijk zette tussen 1993 en 2002.

Van groot belang is een voorstel van Australië om twee soorten Chileense zeebaars onder te brengen in appendix II. Dat is een baanbrekend voorstel, want CITES hield zich tot dusver afzijdig wat betreft visvoorraden met een grote commerciële waarde. Het beheer daarvan wordt geregeld door regionale visakkoorden en door de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties. Als het Australische voorstel wordt goedgekeurd, krijgt CITES er een nieuwe jurisdictie bij, zegt Michael Williams, de woordvoerder van CITES.

Het secretariaat van CITES spreekt zich volgende maand uit over de voorstellen. De uitkomst van de besluitvorming zal in grote mate bepaald worden door de technische evaluatie van Traffic en de Internationale Unie voor Natuurbehoud (IUCN). Die internationale organisaties verenigen vertegenwoordigers van regeringen, overheidsinstellingen en ngo’s en presenteren een stand-van-zaken van de bedreigde dier- en plantensoorten. Het evaluatierapport wordt verwacht op 13 september.


Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift