Parijse Koerden verfilmd

Wie het over de Koerden heeft, vertelt meestal een droevig verhaal. Een verhaal over uitroeiing, chemische wapens en vluchtelingen. In zijn komische film ‘Vive la mariée et la libération du Kurdistan’ wil regisseur Hiner Saleem een andere kant van het Koerdische volk in beeld brengen. De personages zijn geen helden of schurken, maar gewone mensen die lachen, beminnen, zingen en raki drinken.
Cheto, een jonge Koerdische militant, leeft als politiek vluchteling in Parijs. Op een dag ziet hij het meisje van zijn dromen op een videoband, waarop Koerdische huwelijkskandidaten zichzelf voorstellen. Hij besluit dadelijk te trouwen. Als zijn beminde in Parijs aankomt, rijden Cheto en zijn vrienden in een roze -voor de gelegenheid gehuurde- cabriolet naar de luchthaven. Door het feestelijke kabaal zijn alle ogen op hen gericht. De anti-climax is echter groot als Cheto zijn bruid uit Koerdistan te zien krijgt. Het is niet het meisje van de video, maar haar oudere zus, Mina. De Koerdische traditie wil immers dat eerst de oudste dochter huwt. Cheto is plots niet meer gemotiveerd om te trouwen. ‘Nooit’, zegt hij na een hevige discussie en slaat de deur achter zich dicht. Maar oom Ismet heeft altijd het laatste woord en dus trouwen ze.

Wat een nachtmerrie is voor hem en een ontgoocheling voor haar, vieren de genodigden in een groot feest. Een feestelijke tragedie. Dat is meteen ook de sfeer van de film. Niks is wat het in eerste instantie lijkt. Door de druk van de traditie en het verlangen naar emancipatie, vallen de personages voortdurend uit hun rol. Mina evolueerde snel van traditioneel plattelandsmeisje tot mooie, geëmancipeerde vrouw, maar kan haar afkomst niet altijd verbergen. Cheto, een fel begeerde man met macho-allures, heeft plots geen vat meer op de vrouwen rondom hem. En oom Ismet, die als hoofd van de gemeenschap altijd zijn waardigheid bewaart, barst opeens ongecontroleerd in lachen uit. ‘Vive la mariée’ is een komedie over een Koerdische gemeenschap die opgesplitst is in de wereld van de militante mannen die langdurige, rokerige bijeenkomsten houden, en de wereld van de vrouwen die draait rond het huis en de hammam (openbare Turkse badplaats).

Vooral over deze Koerdische vrouwen wil Saleem het hebben. Over Leila, een feministe, die zich over Mina ontfermt en volgens sommigen ‘de Koerdische man meer doet wankelen dan het Turkse imperialisme’. Het is Leila die Mina redt. Zij helpt het boerenmeisje haar weg te vinden doorheen de Europese, grootstedelijke gebruiken. Ze overbrugt de kloof tussen de landelijke, Koerdische cultuur waaruit ze komt en de Parijse, Koerdische cultuur waarin ze terecht komt. Naarmate Mina zich smaakvoller kleedt, haar Frans verbetert en tenslotte financieel onafhankelijk wordt, verandert de houding van Cheto. Zonder het te beseffen begint hij van haar te houden. Zijn liefde komt echter te laat. ‘Het hart is immers als glas. Eens gebroken, valt het niet meer te lijmen.’ Er zijn Koerdische spreekwoorden die waar zijn van Dyarbakir tot La Vilette.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift