Peis en vree

‘De oorlog is een goede zaak geweest voor Noord-Kivu’, zei Francesca Bomboko onlangs op een debatavond aan de Universiteit Antwerpen. ‘Er is daar flinke vooruitgang geboekt in de strijd tegen armoede en honger, de statistieken wijzen dat uit’.  Bomboko is verbonden aan het Observatoire Congolais de la Pauvreté et des Inégalités.  Ze weet wat ze zegt.Bomboko was cynisch natuurlijk maar daartoe had ik haar ook uitgenodigd toen we samen naar de grafieken op het scherm zaten te kijken. e geeft die avond grif toe dat de gegevens best onbetrouwbaar kunnen zijn maar aan de andere kant heeft ze een samenhangende verklaring voor het fenomeen.  Door het aanslepende conflict in Noord-Kivu is er daar namelijk een enorme hulpstroom op gang gekomen.  De resultaten zijn niet uitgebleven.

 

“De oorlog is een goede zaak geweest voor Noord-Kivu”, zei Francesca Bomboko onlangs op een debatavond aan de Universiteit Antwerpen, “er is daar flinke vooruitgang geboekt in de strijd tegen armoede en honger, de statistieken wijzen dat uit”.  Bomboko is verbonden aan het Observatoire Congolais de la Pauvreté et des Inégalités.  Ze weet wat ze zegt.
Bomboko was cynisch natuurlijk maar daartoe had ik haar ook uitgenodigd toen we samen naar de grafieken op het scherm zaten te kijken.  Ze geeft die avond grif toe dat de gegevens best onbetrouwbaar kunnen zijn maar aan de andere kant heeft ze een samenhangende verklaring voor het fenomeen.  Door het aanslepende conflict in Noord-Kivu is er daar n.l. een enorme hulpstroom op gang gekomen.  De resultaten zijn niet uitgebleven.  In de Evenaarsprovincie is het al jaren betrekkelijk rustig, de hulporganisaties blijven er weg en de vooruitgang is er merkelijk kleiner.  Als Bomboko mijn verbazing merkt, voegt ze eraan toe : “die gang van zaken is niet zo uitzonderlijk ; dank zij de Marshallhulp is Europa er na de tweede wereldoorlog toch ook bovenop gekomen”.
Oorlog in dienst van de toekomstige vrede.  De Marshallhulp die de Verenigde Staten na 1945 Europa toestopten als model van ontwikkelingssamenwerking en grondslag voor de duurzame vrede die we sindsdien kennen.  Om over na te denken.  Komt een week na Bomboko, alweer op een debatavond aan de Universiteit Antwerpen, Manuel Montes terug op dat plan.  Hij staat aan het hoofd van het VN-team dat jaarlijks het World Economic and Social Survey publiceert.
We kunnen lessen trekken uit het succes van de Marshallhulp, is Montes’ stelling.  Zo bestond ze voor een flink deel uit giften (i.p.v. leningen) en waren de doelwitten flexibel (niét zoals de onverbiddelijke, nauwkeurig becijferde millenniumdoelstellingen).  Het was aan de Europese staten om zelf te bepalen waarvoor ze het geld wilden gebruiken en het programma te coördineren én de Amerikanen, geloof het of niet, stemden erin toe dat Europa de invoer van hun producten aan banden legde.  Tot in 1958 mochten wij protectionistische maatregelen uitvaardigen, het jaar dat de Expo eindelijk nieuwe banen schept en bij de oosterburen het Wirtschaftswunder zich af begint te tekenen.  Afscherming van zwakke economieën in (weder)opbouw als wondermiddel.  Je durft het bijna niet op papier zetten in deze tijden van ongelimiteerde vrijhandel en het onwrikbare geloof dat de markt alles regelt.  Of ontregelt.  Niet waar, Fortis, Dexia, KBC, Griekenland en Ierland ?
Als we voor 2011 het goede voornemen maken om werk te maken van vrede en de internationale samenwerking te herdenken, moeten we de essentiële onderdelen van het Marshallplan maar meenemen in de denkoefening.  Naast de het debat stimulerende provocaties van auteurs als Paul Collier en Dembisa Moyo.  Die laatste met haar stelling dat we geleidelijk aan de kraan dicht moeten draaien, zodat de leiders van landen uit het Zuiden zich over vijf jaar verplicht voelen om het heft zelf in handen te nemen.  Kortom, verplicht goed bestuur.  Voer naar China uit, trek buitenlandse investeringen aan en reken op de transfers van de diaspora, dat is in een notendop Moyo’s remedie.  Collier ziet vier armoedevallen : burgeroorlog, een falende staat, isolement door slechte infrastructuur en slechte buren en de vloek van de natuurlijke hulpbronnen.  Stel dat samenwerking zich daarop toespitst.  Dan kan over afzienbare tijd het Zuiden als vanzelf initiatieven nemen om alle kinderen naar school te sturen en de kindersterfte af te laten nemen.  Hoeven de millenniumdoelstellingen niet meer.
 Het gaat niet goed met ontwikkelingssamenwerking.  Wat als een eindige onderneming van internationale solidariteit van start gegaan is - landen op dreef helpen zodat de armoede er na verloop van tijd de wereld uit is -, is verzand in soms doodlopende sporen.  De VN als grootste multilaterale donor is tot een bureaucratische machine verworden die haar oorspronkelijke oogmerken voorbijgeschoten is.  Congo, Zambia en Zimbabwe zijn slechter af dan vijftig jaar geleden (Waarom ?  Laten we dat eens nagaan).  Het aantal straatarme zwarte Afrikanen stijgt nog.  Als zijn staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking in juli ontslag neemt, benoemt Nicolas Sarkozy maandenlang niemand in zijn plaats.  Schreef Le Monde : zo lang het erom gaat met ontwikkelingshulp de Franse olie- en uraniumbelangen veilig te stellen, l’Elysée suffit.  Moet er nog zand zijn ?  Moeten we met zijn allen op grote schaal vrouwen gaan verkrachten zodat we uiteindelijk zoals in Kivu vooruitgang boeken ?  Met die vorm van cynisme heb ik Francesca Bomboko die maandagavond in Antwerpen niet durven confronteren.
Overigens blijf ik van mening dat de arrogantie van de NVA afgestraft moet worden.
Het gaat niet goed met ontwikkelingssamenwerking. Wat als een eindige onderneming van internationale solidariteit van start gegaan is, is verzand in soms doodlopende sporen.
 

In de Evenaarsprovincie is het al jaren betrekkelijk rustig, de hulporganisaties blijven er weg en de vooruitgang is er merkelijk kleiner.  Als Bomboko mijn verbazing merkt, voegt ze eraan toe : ‘die gang van zaken is niet zo uitzonderlijk; dank zij de Marshallhulp is Europa er na de tweede wereldoorlog toch ook bovenop gekomen’. Oorlog in dienst van de toekomstige vrede.  De Marshallhulp die de Verenigde Staten na 1945 Europa toestopten als model van ontwikkelingssamenwerking en grondslag voor de duurzame vrede die we sindsdien kennen.  Om over na te denken.  

Komt een week na Bomboko, alweer op een debatavond aan de Universiteit Antwerpen, Manuel Montes terug op dat plan.  Hij staat aan het hoofd van het VN-team dat jaarlijks het World Economic and Social Survey publiceert. We kunnen lessen trekken uit het succes van de Marshallhulp, is Montes’ stelling.  Zo bestond ze voor een flink deel uit giften (i.p.v. leningen) en waren de doelwitten flexibel (niét zoals de onverbiddelijke, nauwkeurig becijferde millenniumdoelstellingen).  Het was aan de Europese staten om zelf te bepalen waarvoor ze het geld wilden gebruiken en het programma te coördineren én de Amerikanen, geloof het of niet, stemden erin toe dat Europa de invoer van hun producten aan banden legde.  Tot in 1958 mochten wij protectionistische maatregelen uitvaardigen, het jaar dat de Expo eindelijk nieuwe banen schept en bij de oosterburen het Wirtschaftswunder zich af begint te tekenen.  Afscherming van zwakke economieën in (weder)opbouw als wondermiddel.  Je durft het bijna niet op papier zetten in deze tijden van ongelimiteerde vrijhandel en het onwrikbare geloof dat de markt alles regelt.  Of ontregelt.  Niet waar, Fortis, Dexia, KBC, Griekenland en Ierland?

Als we voor 2011 het goede voornemen maken om werk te maken van vrede en de internationale samenwerking te herdenken, moeten we de essentiële onderdelen van het Marshallplan maar meenemen in de denkoefening.  Naast de het debat stimulerende provocaties van auteurs als Paul Collier en Dembisa Moyo.  Die laatste met haar stelling dat we geleidelijk aan de kraan dicht moeten draaien, zodat de leiders van landen uit het Zuiden zich over vijf jaar verplicht voelen om het heft zelf in handen te nemen.  Kortom, verplicht goed bestuur.  Voer naar China uit, trek buitenlandse investeringen aan en reken op de transfers van de diaspora, dat is in een notendop Moyo’s remedie.  Collier ziet vier armoedevallen : burgeroorlog, een falende staat, isolement door slechte infrastructuur en slechte buren en de vloek van de natuurlijke hulpbronnen.  Stel dat samenwerking zich daarop toespitst.  Dan kan over afzienbare tijd het Zuiden als vanzelf initiatieven nemen om alle kinderen naar school te sturen en de kindersterfte af te laten nemen.  Hoeven de millenniumdoelstellingen niet meer. 

Het gaat niet goed met ontwikkelingssamenwerking.  Wat als een eindige onderneming van internationale solidariteit van start gegaan is - landen op dreef helpen zodat de armoede er na verloop van tijd de wereld uit is -, is verzand in soms doodlopende sporen.  De VN als grootste multilaterale donor is tot een bureaucratische machine verworden die haar oorspronkelijke oogmerken voorbijgeschoten is.  Congo, Zambia en Zimbabwe zijn slechter af dan vijftig jaar geleden (Waarom?  Laten we dat eens nagaan).  Het aantal straatarme zwarte Afrikanen stijgt nog.  Als zijn staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking in juli ontslag neemt, benoemt Nicolas Sarkozy maandenlang niemand in zijn plaats.  Schreef Le Monde : zo lang het erom gaat met ontwikkelingshulp de Franse olie- en uraniumbelangen veilig te stellen, l’Elysée suffit.  Moet er nog zand zijn ?  Moeten we met zijn allen op grote schaal vrouwen gaan verkrachten zodat we uiteindelijk zoals in Kivu vooruitgang boeken ?  Met die vorm van cynisme heb ik Francesca Bomboko die maandagavond in Antwerpen niet durven confronteren. Overigens blijf ik van mening dat de arrogantie van de NVA afgestraft moet worden.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3260   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift