Vuile jeans

Met een lijvig dossier zetten Netwerk Bewust Verbruiken (NBV), de Schone Kleren Campagne, Vodo, Test-Aankoop en Ecolife de vuile was van de jeansbroek buiten.
De ecologische voetafdruk van jeans is niet gering. Dat is de kerngedachte achter de campagne ‘Let your blue jeans talk… green’.  Voor de consument die nu al wil afhaken: het is niet al kommer en kwel. Er bestaan ook alternatieven: jeansbroeken uit biokatoen of uit nieuwe materialen zoals hennep.

‘De jeans is zowat het universeelste kledingstuk ter wereld, geschikt dus om de ecologische impact van katoenen kleding in de kijker zetten’, zegt Simone Heinen van NBV. ‘Een jeans bestaat voor ongeveer 90 procent uit katoen, en helaas is de katoenteelt uitermate belastend voor het milieu.’

De verzamelde feiten in het dossier spreken voor zich. De katoenteelt verbruikt niet alleen enorm veel water, de ziektegevoelige katoenplant neemt liefst 25 procent van het mondiale insecticidengebruik voor haar rekening. In sommige landen wordt zelfs tot 40 keer per jaar gesproeid. Voor een doorsnee jeans –de Belg koopt er gemiddeld één per jaar– wordt zowat 325 gram pesticiden gebruikt. Een groot deel daarvan is uiterst giftig, schadelijk voor het milieu én de gezondheid van katoenarbeiders, zegt NBV. Twee derde van de katoenproducerende landen gebruikt chemicaliën die door de Wereldgezondheidsorganisatie als gevaarlijk zijn bestempeld. De katoenboeren, die vaak hun kinderen laten meewerken in de teelt, zijn amper voorgelicht over de risico’s van het gebruik van deze middelen.

Niet alleen de katoenteelt, ook de rest van de jeansproductieketen telt milieubelastende stappen. Zo draagt ook de productie van denim uit katoenvezels bij tot het ecologische kostenplaatje. Tijdens het verven, wassen en kreukvrij maken worden milieuschadelijke producten gebruikt, zoals metaalhoudende kleurstoffen of formaldehyde, een bestanddeel uit kunsthars.

Ten slotte verzwaren ook de transportkosten van een jeans de ecologische voetafdruk ervan. Frans onderzoek uit 2004 toonde aan dat een jeansbroek van Oezbeeks katoen 23.000 kilometer aflegde tot in de Franse winkels.

En dan is er nog het sociale prijskaartje. De jeansproductie, van stof tot broek, bevindt zich in landen als Turkije, China, Tunesië, Marokko en Pakistan, met werkomstandigheden die te wensen overlaten. Lage lonen, lange werkdagen, slechte sociale voorzieningen, verbod op vakbondsorganisaties zijn de belangrijkste sociale breekpunten. De gezondheidsvoorzieningen zijn slecht: bescherming in bewerkingsateliers voor jeans is vaak onbestaande. Volgens Turks universiteitsonderzoek lopen jonge mannen die in kleine, illegale Turkse zandstraalateliers voor jeansbroeken werken, een groot risico op stoflong omdat ze geen veiligheidsvoorschriften in acht nemen.

Veel grotere kledingbedrijven leggen sociale gedragscodes, gebaseerd op richtlijnen van de Internationale Arbeidsorganisatie, op aan hun leveranciers. Dat is een stap vooruit, zeggen de campagnevoerders, maar de controle op de naleving van de normen laat te wensen over.

Toch is het niet nodig om massaal onze jeans op te geven, want er bestaan wel degelijk schone varianten, te vinden op www.greenjeans.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift