'Wij hebben de lijsten gekleurd. Meer niet'

Gemeenteraadsverkiezingen en de allochtone Belgen

De eerste keer dat allochtonen aan de politiek deelnamen is ondertussen meer dan twee decennia geleden. Op 14 oktober zullen we ongetwijfeld nieuwe namen en nieuwe gezichten ontdekken. Maar hoe kijken allochtonen zelf naar politici met een Marokkaanse of een Turkse achtergrond? Wat heeft hun deelname aan de politiek opgeleverd? En garanderen allochtone politici dat de allochtone stem wordt gehoord?

Lees ook:

Met argusogen keek men naar de eerste allochtonen die eind jaren tachtig of begin jaren negentig in de politiek stapten. Vooral in de Marokkaanse gemeenschap was het wantrouwen groot. De houding tegenover deelname aan de politiek was voor een stuk te vergelijken met de houding tegenover de verwerving van de nationaliteit. Ook al pleitten allochtonen uit het middenveld voor stemrecht en vonden ze politieke deelname belangrijk, toch bleef de meerderheid van de potentiële kiezers afzijdig. Sommigen zagen partijpolitiek activisme zelfs als een soort verraad. Alsof de betrokken politicus afstand heeft genomen van zijn cultuur en religie. Ondertussen is er heel wat veranderd. Deelname aan de politiek vindt men niet alleen wenselijk maar zelfs noodzakelijk. Alleen blijft de kritiek op allochtone politici bikkelhard.

Vijftig tinten kritiek

‘Allochtone politici zijn vaak mensen die in de politiek carrière willen maken’ , zegt politicoloog Bilal Benyaich, en hij wikt zijn woorden. ‘En dus is de reden waarom allochtone politici aan politiek doen precies dezelfde als die van nogal wat autochtone politici: vaak gaat het niet over idealisme of het algemeen belang maar eerder het particulier belang: het streven naar een goed betaalde baan. Dat mag ook niet verwonderen’, zegt Benyaich. ‘Als je een zetel in het parlement wint, verdien je vijfduizend euro netto per maand. Dat is veel meer dan wat je anders kan verwachten, ook wie aan de slag kan op een ministerieel kabinet zal niet zo veel verdienen.’

Mohamed Benhaddou van de Arabisch-Europees Liga (AEL) gaat een stap verder. ‘Voor sommige allochtonen is zich kandidaat stellen bij de verkiezingen een manier om te ontsnappen aan de vele vormen van uitsluiting en de moeilijkheden op de arbeidsmarkt. Zij gebruiken de politiek om hogerop te geraken en carrière te maken.’ Cru gesteld zijn allochtone politici volgens Benhaddou opportunisten.

Fatiha B., een dame van in de veertig uit Borgerhout die liever niet met haar familienaam in de media wil, stelt vast dat allochtone politici alleen zichtbaar zijn als er verkiezingen aankomen. ‘Daarna zien we hen niet meer’, zegt ze. ‘Van de toenemende armoede onder Marokkanen trekken ze zich niets aan. En wanneer ze spreken, zeggen ze dat het probleem bij ons ligt.’

Ahmed Z., die in de Antwerpse integratiesector werkt, deelt de allochtone politici in drie groepen op. ‘Je hebt diegenen die ons aanvallen. Je hebt diegenen die zich van ons distantiëren. En je hebt diegenen die neutraal willen zijn en toch de neiging hebben een antimigrantendiscours te hanteren.’

Op het eerste gezicht is de houding van allochtone kiezers tegenover allochtone politici voor een groot stuk dezelfde als die van autochtone kiezers tegenover politici in het algemeen: ‘Het zijn toch allemaal zakkenvullers en baantjesjagers.’ Maar er is meer. De negatieve beoordeling van allochtone politici is in feite een vertaling van het ongenoegen ten opzichte van het politieke bedrijf in het algemeen. Het is ook de uiting van een oncomfortabele situatie in de maatschappij. Youssef Aouriaghel, actief bij het diversiteitsplatform Kifkif, stelt het zo: ‘We voelen ons door autochtone noch door allochtone volksvertegenwoordigers vertegenwoordigd.’ Deze slechte relatie is volgens velen het resultaat van de opeenstapeling van hoge verwachtingen en zware teleurstellingen.

De onzichtbare kandidaat

‘Wat we van allochtone politici willen is dat ze ons verdedigen’, zegt een dame van de eerste generatie van de vrouwenorganisatie Almostaqbal in Borgerhout, al kon ze niet concreet maken wat er juist verdedigd moest worden. ‘Voor mij maakt het niet uit of de allochtone politicus bij een linkse of bij een rechtse partij zit. Het belangrijkste is dat hij of zij voor een partij kiest uit overtuiging. Hij moet zijn dossiers goed kennen. Want of we het nu willen of niet, allochtone politici bepalen mee het beeld dat de rest van de samenleving van ons heeft’, zegt Bouchra Lachkar, arts in Antwerpen.

‘Wij verwachten geen wonderen’, zegt van zijn kant Selamat Belkiran, voorzitter van de Unie van Turkse Verenigingen (UTV). ‘Wat we wel verwachten is dat allochtone politici, aangezien ze een bepaalde achtergrond hebben en daardoor onze situatie heel goed kennen en aanvoelen , zich meer inzetten voor thema’s die belangrijk zijn voor allochtonen.’ Belkiran stelt vast dat allochtone politici dat wel doen wanneer ze een verantwoordelijkheidsfunctie krijgen. ‘Als schepen bijvoorbeeld’, zegt hij. ‘Want dan moeten ze het wel hebben over onderwijs, gelijke kansen, werkgelegenheid, jeugdbeleid.’ Allochtone politici zouden meer op het beleid moeten wegen.

‘Maar dat gebeurt niet’, zegt Benhaddou van de AEL. ‘Neem een partij als sp.a. Daar zitten heel wat allochtone politici in, maar heel het debat over de hoofddoek werd gevoerd door autochtone politici die daar electoraal voordeel mee wilden halen. Allochtone politici die in zo’n thema een cruciale rol zouden kunnen spelen blijven onzichtbaar, onhoorbaar, je merkt niets van hen. Daarom zeg ik dat we geen vertegenwoordiging hebben. We hebben de lijsten gekleurd, meer is het niet.’

De wanverhouding tussen hoge verwachtingen en matige verwezenlijkingen is duidelijk. De oorzaak daarvan moet volgens verschillende gesprekspartners onder andere gezocht worden in het profiel van deze politici en de manier waarop partijen hun kandidaten rekruteren. De meeste politici worden door allochtonen ontdekt op de dag dat ze op een lijst verschijnen of pas wanneer ze verkozen zijn. ‘Het profiel van de allochtone politicus is in de loop van de jaren weinig veranderd’, zegt Mohamed Chakkar, voorzitter van de Federatie van Marokkaanse Verenigingen (FMV). ‘Het zijn nog altijd de partijen die mensen vragen om op hun lijsten te staan. Er zijn heel weinig allochtonen die zelf de stap zetten naar een partijpolitiek engagement, die de maatschappij willen veranderen door engagement in de politiek. Dat is geen kwestie van onwil of gebrek aan potentieel. Integendeel. Er zijn heel bekwame jongeren, maar ze willen zich niet voor een partij engageren omdat er een soort dégoût bestaat tegenover de politiek.’

‘Er zijn heel weinig allochtonen die zelf de stap zetten naar een partijpolitiek engagement. Er zijn heel bekwame jongeren, maar ze willen zich niet voor een partij engageren omdat er een soort dégoût bestaat tegenover de politiek’
De uitgangspositie is dus al moeilijk. Daar kan Mohamed Ridouani, sp.a-schepen in Leuven, van getuigen. In de eerste moskee waar hij zich als kersverse kandidaat-politicus ging voorstellen, werd hij niet met open armen ontvangen. Integendeel. Het was allesbehalve een succes. Achteraf is hij te weten gekomen dat in de betrokken moskee altijd al veel geruzied werd, maar prettig was deze eerste ontmoeting met een allochtone achterban niet.

Meer nog dan het profiel of de al dan niet bestaande geschiedenis van activisme, blijken negatieve uitlatingen van sommige politici doorslaggevend te zijn in de houding van allochtonen tegenover de betrokken politicus. Beeldvorming en perceptie zijn de sleuteltermen. Het gaat over het beeld dat de politicus van zichzelf neerzet en het beeld dat hij van de eigen gemeenschap, bewust of onbewust, schetst. Want de angst bij allochtonen om vooroordelen te bevestigen is groot.

Mohamed Chakkar stelt vast dat allochtone politici er niet voor terugdeinzen om hun gemeenschap te schofferen. ‘Bij problemen met jongeren in Molenbeek vindt een Fouad Ahidar het opportuun om voor de camera de Marokkaanse ouders op hun verantwoordelijkheid te wijzen. Ik zie autochtone politici dat niet doen.’ Natuurlijk doet Ahidar veel meer dan dat, maar Chakkar verwijst naar hetgeen op televisie te zien was. En dat is volgens Fouad Ahidar zelf het grootste probleem: hoe media met allochtone politici en met de zorgen van de allochtone gemeenschappen omgaan. Wanneer media wel en wanneer ze niet aanwezig zijn.

De sandwichmens

Van de allochtone politicus wordt verwacht dat hij trouw blijft aan zijn afkomst en dus aan zijn gemeenschap. Vandaar de verwachting dat hij zich meer inzet voor thema’s die belangrijk zijn voor allochtonen. En die thema’s zijn volgens Karim Boutkabout van de AEL het wegwerken van de sociaal-economische achterstand, het bestrijden van racisme en discriminatie en het opkomen voor een aantal culturele eisen. Maar de allochtone politicus moet ook trouw zijn aan het land dat nu het zijne is. Hij moet bewijzen dat hij volledig geïntegreerd is. Dat verwacht de autochtone meerderheid.

Deze sandwichpositie, zoals Naima Charkaoui, directeur van het Minderhedenforum, het verwoordt, is een erg moeilijke positie en het is vooral moeilijk om eruit te geraken. Sommigen waren de verwachtingen van de autochtonen voor. Ze kondigden al in hun eerste interview aan dat ze niet als allochtoon wilden gezien worden en dat ze zich voor iedereen wilden inzetten en niet voor een bepaalde groep. Dat deed ex-politica Anissa Temsamani en dat deed voor haar CD&V-senator Nahima Lanjri. Dat Lanjri dat deed op een moment dat het Vlaams Belang een groot succes boekte en dat ze hiermee ten strijde wilde trekken tegen het ‘eigen volk eerst’-gedachtegoed maakt niet zoveel uit. Wat veel allochtonen onthouden, is dat de betrokken politicus zich niet met hen identificeert. Bijgevolg kunnen zij zich ook niet met hem of met haar identificeren.

Natuurlijk spelen media hierin een belangrijke rol. De druk op allochtone politici om kleur te bekennen komt van de media. Een engagement ten opzichte van een bepaalde etnisch-culturele minderheid kan snel afgedaan worden als een soort tribalisme. Kathleen van Brempt kan bijvoorbeeld wel zeggen dat haar engagement binnen sp.a en haar inzet voor de rechten van arbeiders voortvloeit uit het feit dat haar vader een dokwerker was en dat ze de situatie van de arbeiders maar al te goed kent. Veli Yüksel daarentegen moet zich in alle mogelijke bochten wringen om maar niet de indruk te wekken dat hij zich ook voor pakweg de belangen van de Turkse gemeenschap in Gent zal inzetten. Iedereen herinnert zich nog dat interview op Terzake waarin hij door een ex-collega op de rooster werd gelegd. Hij moest namelijk te kennen geven of hij trouw aan België zou zijn of eerder aan Turkije.

Begeleiding ontbreekt

Het is duidelijk dat elke politicus op een andere manier omgaat met deze paradoxale situatie. Natuurlijk moet het debat niet in termen van etniciteit gevoerd worden. Het gaat niet om afkomst. Het gaat om burgerschap. Daarom zou het debat in termen van maatschappelijke achterstelling en vooruitgang, in termen van meerderheid en minderheid, van hooggeschoold en laaggeschoold gevoerd moeten worden en niet in termen van cultuur of religie.

Allochtone politici die hierin slagen, kunnen op heel veel bewondering rekenen. Want als er één populaire allochtone politicus is in Vlaanderen, dan is het wel Meyrem Almaci. Zij zet zich in voor achtergestelde groepen zonder er een etnisch discours op na te houden én ze wordt ervaren als iemand die allochtonen verdedigt. Ze is bovendien een dossiervreter die met evenveel betrokkenheid als kennis van zaken zowel over gelijke kansen als over de bankencrisis kan debatteren. Youssef Aouriaghel denkt dat het niet toevallig is dat Almaci zich binnen Groen heeft kunnen ontpoppen als de politica die ze vandaag is. ‘De partij waartoe een politicus behoort, is een doorslaggevend element in het traject dat hij of zij kan afleggen.’

Ook Naima Charkaoui ziet een belangrijke rol weggelegd voor de politieke partijen. Uit een onderzoek dat uitgevoerd werd door het Minderhedenforum is gebleken dat partijen tekortschieten in het begeleiden van allochtone politici. ‘Allochtone politici zijn niet slechter of beter dan andere politici’, zegt de directeur van het Minderhedenforum. ‘En in een democratie die haar naam waard is, zouden de verschillende segmenten van de samenleving vertegenwoordigd moeten worden. We hebben meer politici met allochtone roots nodig en niet alleen van Marokkaanse of Turkse afkomst.’ Charkaoui wijst ook op de voorbeeldfunctie die deze allochtone politici hebben. ‘Jongeren zien dat het mogelijk is om aan politiek te doen.’ Youssef Aouriaghel is het daarmee eens. ‘Ondanks de kritiek die we op hen hebben, maakt de huidige generatie allochtone politici de weg vrij voor toekomstige generaties om een reële rol te spelen in de politiek.’

Deze tekst kwam tot stand na gesprekken met de vrouwen van Almostaqbal vzw, Bilal Benyaich, Fouad Gandoul, Mohamed Chakkar, Selamat Belkiran, Youssef Aouriaghel, Karim Boutkabout, Fatiha B., Mohamed Benhaddou, Meryem Kanmaz, Naima Charkaoui, Ahmed Z., Bouchra Lachkar, Mourad Bekkour en de politici Mohamed Ridouani, Nahima Lanjri, Ergün Top, Karim Bachar, Meyrem Almaci en Fouad Ahidar. Waarvoor dank.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift