Alles gaat voorbij, behalve het verleden

In beeld: Het Ixil-Mayavolk zoekt 40 jaar later nog steeds naar vermiste en vermoorde familieleden

© Daniele Volpe

Inwoners van Xecol, een dorpsgemeenschap in Chajul, krijgen de opgegraven restanten terug van een slachtoffer dat door het leger vermoord werd in 1986. (foto: 2013)

Als slachtoffers gerechtigheid eisen of de waarheid willen weten over misdaden tegen de mensheid, zijn er altijd wel stemmen die oproepen om niet te focussen op wat voorbij is. Om te kijken naar de kansen voor de toekomst. Alsof het verleden ooit voorbij kan gaan zonder erkenning, veroordeling en herstel.

In de vroege jaren 1980 was de Ixil-gemeenschap in de westelijke hooglanden van Guatemala een van de voornaamste doelwitten van een genocide operatie door het leger. Het waren loden jaren in Centraal-Amerika. De oude orde van grootgrondbezitters vocht voor haar privileges tegen gewapende verzetsbewegingen van boeren en landlozen. Militairen bezetten in Guatemala en El Salvador de macht en kregen daarvoor de steun van de heftig anticommunistische regering-Reagan in de Verenigde Staten.

Voor de Ixil-gemeenschap betekende dit: systematische verkrachtingen, gedwongen verplaatsing en uithongering. Daarbij zouden 7000 Ixil vermoord zijn. Volgens een VN-waarheidscommissie in 1999 werd tussen zeventig en negentig procent van alle Ixil-dorpen verwoest en werd zestig procent van de bevolking uit het hoogland verjaagd naar de bergen.

© Daniele Volpe

Guatemala werd in 1982 en 1983 geregeerd door José Efraín Ríos Montt. Hij werd uiteindelijk aangeklaagd voor genocide en misdaden tegen de mensheid, onder andere omdat hij de intellectuele verantwoordelijkheid zou dragen voor 1771 doden en voor 29.000 mensen die verdreven werden.

Dertig jaar na de feiten werd hij veroordeeld voor genocide en kreeg hij een gevangenisstraf van tachtig jaar. Maar tien dagen later verbrak het Grondwettelijk Hof het vonnis, om het proces over te doen. Rios Montt stierf begin 2018, zonder ooit gestraft te zijn geweest.

© Daniele Volpe

Mensen kijken toe bij opgravingen in een vroegere militaire basis in Cotzál, Guatemala. Tot vandaag blijven overlevenden zoeken naar hun vermiste familieleden.

Toch was het proces tegen Rios Montt een mijlpaal in de pogingen om politieke en militaire leiders verantwoordelijk te houden voor internationaal erkende misdaden. Het droeg ook bij tot een betere historische kennis van de grove mensenrechtenschendingen die begaan werden tijdens de burgeroorlog (1960-1996).

Tot vandaag blijven overlevenden zoeken naar de overblijfselen van verwanten die gedood werden tijdens die burgeroorlog. Opgravingen zijn een belangrijk onderdeel van die zoektocht naar duidelijkheid over de slachting van burgers en bewijzen daarvan. Het forensische werk biedt mensen en gemeenschappen ook de kans om hun geliefden een waardige begrafenis te geven.

© Daniele Volpe

Een processie op weg naar het kerkhof in Finca Estrella Polar in 2014. Hier worden de 77 slachtoffers begraven van een massamoord in 1982, twee weken nadat dictator Ríos Montt de macht greep.

Fotograaf Daniele Volpe volgt al vele jaren de zoektocht van het Ixil-Mayavolk uit Guatemala naar hun vermiste en vermoorde familieleden. Ze zoeken gerechtigheid voor de genocide die de rechtse militaire dictatuur veertig jaar geleden pleegde. Volpe’s langetermijnproject werd dit jaar bekroond met een World Press Photo Award.

Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift