Kinderrechten

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) bestaat achttien jaar en werd door 193 landen geratificeerd. Helaas blijken de rechten van het kind vooral in conflictgebieden geen prioriteit.

Kinderrechten in Belgische ontwikkelingssamenwerking


‘Meer dan de helft van de bevolking in het Zuiden zijn kinderen. In de ontwikkelingssamenwerking is aandacht voor kinderrechten dan ook erg belangrijk’, zegt Sven Rooms van de ngo Plan België. Zowel de federale als de Vlaamse regering is het daarmee eens, want beide overheden schreven kinderrechten in als belangrijke peilers van hun ontwikkelingsbeleid. Voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking zijn de rechten van het kind sinds juli 2005 een “transversaal” thema. Dat betekent dat er in de toekomst met die rechten rekening gehouden moet worden bij het uitstippelen van alle ontwikkelingsprogramma’s en -projecten.
Daarnaast moet de minister een strategienota aan het parlement voorleggen om het beleid te concretiseren en evaluatie en bijsturing mogelijk te maken. Twee jaar na de goedkeuring van de wet wordt de laatste hand aan die strategienota gelegd, waardoor de nieuwe wet vanaf de volgende legislatuur echt in werking kan treden.
Plan België spoorde de regering tijdens haar actieweek begin mei aan om de rechten van het kind daadwerkelijk in praktijk te brengen. Sven Rooms: ‘Wereldwijd worden die rechten nog massaal geschonden. Wij hopen dat de nieuwe wet de regering ertoe zal aanzetten om in de ontwikkelingsinitiatieven meer aandacht te schenken aan de kinderrechten en er meer middelen voor vrij te maken. Daarnaast vragen we de regering dat ze partnerlanden aanspoort om hetzelfde te doen.’ 
Ook ngo’s moeten hun steentje bijdragen volgens Rooms. ‘Het is niet de bedoeling dat elke ngo vanaf nu van kinderrechten een prioriteit maakt, maar aangezien ze medegefinancierd worden door de overheid, moeten de ngo’s hun projecten voortaan wel evalueren tegen het licht van de kinderrechten.’ Voor advies en opleidingen kunnen overheden en ngo’s een beroep doen op de expertise van het Platform kinderrechten in ontwikkelingssamenwerking, waarvan Plan België, UNICEF België en ECPAT België de initiatiefnemers zijn.

MO*paper Zijn kinderrechten een modegril? door Sven Rooms en Veerle De Roover is gratis te downloaden op www.MO.be


Spijbelen in Soedan


De veiligheid en het welbevinden van de Soedanese kinderen zit op een dieptepunt door de gewapende conflicten die het land nu al meer dan twintig jaar teisteren. Naar hun rechten wordt amper omgekeken. Volgens een nieuw rapport van Watchlist on Children and Armed Conflict, een koepel van hulporganisaties die actief zijn in conflictgebieden, gaat slechts 25 procent van de Soedanese kinderen naar school. En amper twee procent daarvan slaagt erin het volledige basisonderwijs te doorlopen.
Nergens ter wereld liggen die percentages zo laag. Zowel in de streek rond Darfoer als in het zuiden van Soedan bestaat het onderwijs voornamelijk uit ad-hoc programma’s die door ngo’s en lokale gemeenschappen opgezet zijn. Van een sterk georganiseerd onderwijssysteem is geen sprake, zegt ook het nieuwe rapport van Save The Children, een onafhankelijke organisatie die wereldwijd opkomt voor de rechten van het kind. Beide organisaties hameren op het belang van onderwijs voor kinderen in conflictgebieden. ‘Er zijn vijf redenen waarom onderwijs in conflictgebieden erg belangrijk is: kinderen willen naar school, onderwijs redt levens, onderwijs bevordert economische groei, er is een duidelijk verband tussen onderwijs en vrede en stabiliteit, en investeren in onderwijs is investeren in een toekomstig goed bestuur’, stelt het rapport van Save The Children.
Volgens Save The Children ligt een groot deel van de verantwoordelijkheid voor de lage percentages schoolgaande kinderen in conflictgebieden bij de donorlanden. Op dit moment vinden de meeste donorlanden onderwijshulp in stabiele landen belangrijker dan onderwijshulp in conflictgebieden, zegt de organisatie. ‘Van de 77 miljoen kinderen die niet naar school gaan, woont meer dan de helft in conflictgebieden. Toch ontvangen die gebieden slechts 20 procent van de globale onderwijshulp.’

Radhika Coomaraswamy: ‘Scholen zijn zones van veiligheid en ontwikkeling’


Radhika Coomaraswamy, de speciale rapporteur van de Verenigde Naties over kinderen in conflictgebieden, was eind april in Brussel om de samenwerking tussen de VN en de Europese Commissie rond dat thema te versterken. MO* had een gesprek met haar over haar recente bezoeken aan Soedan, de Democratische Republiek Congo en het Midden-Oosten en over de maatregelen die genomen moeten worden.
‘De voorbije tien jaren zijn er door de internationale gemeenschap verschillende stappen ondernomen om kinderen in conflictgebieden te beschermen, maar vooral op papier. Nu wordt het hoog tijd om de afgesproken richtlijnen daadwerkelijk toe te passen. Niet enkel in theorie, maar ook in de praktijk moet er meer aandacht geschonken worden aan kinderrechten in conflictgebieden.’
Sinds 2004 registreerde de VN bijvoorbeeld in Congo meer dan vijftigduizend slachtoffers van seksueel geweld. Zestien procent daarvan waren kinderen. ‘Ik heb in plaatselijke ziekenhuizen veel meisjes ontmoet die het slachtoffer werden van groepsverkrachtingen. Seksueel misbruik is een zeer ernstig misdrijf en ik vind het onrustwekkend dat het aantal seksuele misdrijven in het land blijft toenemen.’
Volgens Coomaraswamy is het belangrijk dat verschillende internationale organisaties samenwerken en een duidelijke strategie ontwikkelen om de kinderen en hun rechten in conflictgebieden te beschermen. ‘Kortstondige, geïmproviseerde ad-hoc oplossingen volstaan niet, er is meer nodig.’ Coomaraswamy vindt dat er vooral meer gedaan moet worden aan de straffeloosheid in conflictgebieden. ‘In bepaalde gebieden, zoals het zuiden van Soedan, heerst er totale chaos. Alles is er vernield en er is geen sprake van sociale controle. Hierdoor blijven veel misdadigers onbestraft en dat is onaanvaardbaar. Een dergelijk situatie is nefast voor de honderdduizenden ex-kindsoldaten of wezen die opgevangen en in de samenleving geïntegreerd moeten worden.’
Voor Coomaraswamy is een goed uitgebouwd onderwijssysteem de noodzakelijke voorwaarde voor de reïntegratie van de ontheemde kinderen en voor de heropbouw van de gemeenschappen in de conflictgebieden. ‘Scholen zijn zones van veiligheid in conflictgebieden. Wanneer kinderen op school zijn, lopen ze minder risico om ontvoerd, mishandeld of gedood te worden en vallen ze minder gemakkelijk ten prooi aan ronselaars. Bovendien is onderwijs de grondsteen voor de wederopbouw van conflictgebieden, omdat opgeleide kinderen in een latere fase kunnen bijdragen tot stabiliteit en ontwikkeling.’
Coomaraswamy betreurt het dan ook enorm dat het net die zones van veiligheid en ontwikkeling zijn die in bepaalde conflictgebieden aangevallen worden. ‘In Afghanistan zijn scholen vaak een rechtstreeks doelwit omdat ze door bepaalde bewegingen als plaatsen van verderf gezien worden waar “westerse” kennis doorgegeven wordt. Zelfs op school voelen kinderen zich niet veilig en daardoor blijven velen gewoon thuis of hangen ze rond op straat, waar ze helemaal niet beschermd worden.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift