Het denken moet de crisis nog verwerken

Toen we zes maanden geleden de laatste hand legden aan ons boek Het mondiale uitzendkantoor, schreven we dat een groen sociaal pact of sociaalecologisch pact een antwoord kon bieden op de verschillende uitdagingen waar we voor staan. We werkten ook concreet uit wat we daarmee bedoelden. Het is interessant om, een half jaar later, met die bril te kijken naar wat er de afgelopen periode is gebeurd.
Een jaar geleden viel Lehman Brothers en brak de crisis pas echt los. Sindsdien is het zonneklaar. De financiële sector heeft zich kapot gegokt in zijn zoektocht naar hoge winsten en heeft daarmee het geldstelsel en de wereldeconomie aan de rand van de afgrond gebracht. Overheden moesten een totale meltdown met pakken belastinggelden voorkomen. De theorie van de zelfregulerende markten die altijd spontaan, en zonder regels of overheidstussenkomst, tot het beste resultaat leiden, ligt daarmee aan diggelen. Herlees deze zinnen gerust. Want al te weinig dringt de betekenis ervan door.

Dure Fortis- en andere verhalen


In ons boek erkenden we dat het goed was dat de staat de banken niet failliet liet gaan, omdat zoiets leidt tot een depressie, met onvoorspelbare sociale en politieke gevolgen. We hoeven echt geen herhaling van de jaren dertig, toen de eerste mondialisering volledig onderuitging.
Intussen zien we het resultaat van de redding van de banken: begrotingen in puin, exploderende staatsschulden. De belastingbetaler zal deze crisis nog lang voelen. Het onverantwoordelijke bankiersgedrag dreigt zelfs onze socialezekerheidssystemen te ondermijnen, juist nu de pensioenkosten de hoogte ingaan.
Wij spraken en spreken ons uit voor een financiële sector die zo hervormd wordt dat hij ten dienste te staat van de samenleving, en van de omschakeling naar een groene en sociale wereldeconomie.
De vraag is: zijn we op weg in die richting? Het korte antwoord lijkt ons: neen.
Zeker, om de economische crisis te verzachten, en de werkgelegenheid op peil te houden, besloten nogal wat overheden tot een economisch stimuleringsprogramma. Dat bevatte in sommige landen heel wat sociale en groene accenten. In de Verenigde Staten ging veel geld naar scholen en groene energie… maar ook naar autowegen. Hoe groen die stimuli per saldo zijn, verschilt van land tot land. Volgens de Verenigde Naties hadden Zuid-Korea en China de groenste stimulus! Niet meteen de usual suspects.

G2O-top, Londen, 1 april 2009, en volgende…


De banken waren te groot om ze failliet te kunnen laten gaan, dat wisten ze en daarom namen ze zulke gekke risico’s. Is die spiraal nu doorbroken? Zorgt de G2O voor regels die een herhaling voorkomen? Dat is absoluut niet zeker. Londen zorgde daar zeker niet voor. Het zorgde wel voor enige coördinatie van de stimulering van de wereldeconomie met massa’s goedkoop geld en publieke investeringen. En anders dan in de jaren dertig bleef en blijft men met elkaar praten. Dat is positief.
Een grondoorzaak van de crisis was het enorme onevenwicht van deze mondialisering. Rijke landen als de VS leven boven hun stand met het geleende spaargeld van opkomende landen zoals China of de Golfstaten. En met dat geleende geld kopen ze spullen bij de landen die hen geld lenen. Velen hadden gewaarschuwd dat dat niet vol te houden is, en zie: uiteindelijk verdronken de VS in al dat Chinese geld. De oplossing is dat de Amerikanen meer sparen en de Chinezen meer consumeren, maar op de G20-top zijn niet echt stappen in die richting gezet.
Er was veel meer mogelijk geweest. Toen ze de banken moesten redden, hadden de overheden een unieke kans om het geldstelsel te boetseren naar wat er nodig is. Dat is (nog) niet gebeurd.
Wat ons voor ogen stond, waren banken die, net als de ASLK in België destijds, ten dienste staan van maatschappelijke doelen en niet van maximale winstmarges. Alleen zo kunnen we razendsnel de miljoenen windmolens bouwen die nodig zijn om alsnog te beletten dat de temperatuur meer dan twee graden stijgt. Veel van die groene investeringen leveren wel een leefbaarder klimaat op over veertig jaar maar geen 15 procent winst volgend jaar. Beursgenoteerde banken die klanten van elkaar afsnoepen met beloftes van gouden bergen volgend jaar, kunnen die omschakeling moeilijk schragen. Onze samenlevingen moeten sparen en dat spaargeld moet door een sterk gereguleerde financiële sector massaal naar groene investeringen via formules die lage maar stabiele rentes beloven.
Maar neen dus, we zien geen evolutie in die richting (al blaast China wel zijn economie en die van de wereld nieuw leven in door zijn banken op die manier te sturen). De Stiglitz-commissie, een club van internationale experts aangesteld door de Algemene Vergadering van de VN, speelde met dergelijke ideeën, maar botste op een njet van vooral de rijke landen.

Arbeid en kapitaal


De rijke landen lijken niet langer te aanvaarden dat banken het geld van hun rijke burgers overhevelen naar belastingparadijzen. De VS, en even later Frankrijk, hebben Zwitserland – de eeuwig discrete bankier van pakken zwart geld– gedwongen de namen van duizenden fraudeurs door te spelen aan hun belastingadministratie. Dat is een doorbraak. Even opvallend was dat Adair Turner, eind augustus opriep tot de invoering van een Tobin tax, een belasting op financiële transacties. Reden? De sociaal overbodige uitwassen van de al te grote geldsector wegsnijden en geld in het laatje te brengen voor goeie dingen. 
Daarmee zegt de baas van de Financial Services Authority, de waakhond van de Londense City, het grootste financiële centrum van de wereld, wat linkse ngo’s vijf jaar geleden eisten. Het wijst op een opening van de geesten, al werd Turner meteen neergesabeld door veel bankiers.
Hoe dan ook, fiscale stappen kunnen helpen om de balans tussen belasting op arbeid en die op kapitaal in evenwicht te brengen, en zo extra middelen te vinden om onze sociale bescherming overeind te houden zonder arbeid al te veel te belasten.
Immers, in veel landen stegen de lonen de voorbije twintig jaar niet in verhouding tot de productiviteit, waardoor tegenwoordig een kleiner deel van de welvaart naar lonen gaat. Een van de oorzaken is de mondialisering. Sinds de opname van China en India in de wereldeconomie is het arbeidsaanbod sterk toegenomen maar het kapitaal veel minder. Daardoor staat de prijs van arbeid –de lonen– onder druk. In België is het loonaandeel van bijna 60 procent naar onder de helft van ons nationaal inkomen gezakt. Het wordt almaar hachelijker om enkel daarop te vertrouwen om onze sociale zekerheid te betalen.

Op weg naar waardig werk?


De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) is geen machtige organisatie. Maar wie op het juiste moment de juiste dingen zegt, kan ook zonder macht scoren. We geloven dat dat het geval is met de Waardig Werk-agenda van de IAO. Die is zo ruim dat hij voor elk wat wils bevat. Banen scheppen bijvoorbeeld is voor alle ontwikkelingslanden een topprioriteit. Brazilië, India en China werken om sociale en politieke redenen ook aan een betere sociale bescherming.
Door de crisis is dat nu, zeker in China, ook een economische noodzaak. De consumenten in de VS en de EU kunnen de Chinese export niet blijven absorberen, en dus moet de Chinese werker meer kopen van wat hij maakt. Dat kan enkel als hij weet dat hij niet hoeft te sparen voor als hij ziek is of oud wordt, als met andere woorden de sociale bescherming verbetert. Zo biedt de Waardig Werk-agenda een antwoord op een van de basisproblemen die leidden tot de crash.
De eerste prioriteit, zo stellen we in ons boek, moet zijn een economische ontwikkeling gebaseerd op groeiende arbeidsinkomens, vooral in de ontwikkelingslanden, eerder dan op schuldgroei. De Amerikaanse groei ging naar een kleine toplaag, terwijl de Amerikaanse werknemers hun loon veeleer zagen dalen: ze werden aangemoedigd om op krediet te kopen en dat werd de glijbaan naar de financiële crash.
Een betere verdeling van de koek tussen arbeid en kapitaal, en tussen hoge en lage inkomens is niet enkel socialer maar biedt ook een stabieler model. Onuitgesproken en voorzichtiger geformuleerd, vind je dat in het Globale Banenpact dat de IAO in juni op tafel legde. Dat verwijst meermaals naar ‘het scheppen van werkelijke vraag’, ‘het op peil houden van de lonen’, en naar de noodzaak van minimumlonen. Het pact onderstreept bovendien dat landen met sterke sociale bescherming over een schokdemper beschikken die de crisis minder scherp maakt: wie zijn werk verliest, verliest zijn inkomen niet. De Leuvense professor De Grauwe formuleerde het in het voorjaar nog scherper: flexibele arbeidsmarkten verscherpen de crisis want ze maken ontslag veel makkelijker.
Wat er van het Global Jobs Pact wordt, is onduidelijk, maar de IAO is wel uitgenodigd op het G20-beraad van Pittsburgh,een signaal dat het IMF en de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die vorm gaven aan de neoliberale revolutie van de jaren negentig, het terrein niet meer voor zich alleen hebben.
Toch was het IMF de grote winnaar was van de G20-top van Londen: het kreeg meer geld en hoefde zijn aanpak niet expliciet te wijzigen. Tot nader order blijft het IMF gedomineerd door de rijke landen, een aanpassing aan de nieuwe realiteit dat mondiaal bestuur niet meer kan zonder China, India, Brazilië of Zuid-Afrika, wordt wel beloofd, maar is er nog niet. De opgang van de G20 is wel een erkenning van die nieuwe realiteit.

Het GM-verhaal: het kapitaal blijft aan zet


Tot en met het jaar 2000 was autobouwer General Motors bijna altijd het grootste bedrijf ter wereld. Maar zelfs voor GM veranderden de tijden. Japanse autobedrijven steken de Amerikaanse autobouwers de loef af door de massaproductie tot in de puntjes te perfectioneren. De Amerikaanse autobouwers slaagden er maar niet in om ook betere auto’s te bouwen. En het ontging hen zowat volledig dat er zuinige wagens nodig zijn. GM haalde zijn elektrische auto zelf weer van de weg.
Steeds sneller ging het de jongste jaren bergaf. GM noteerde een verlies van meer dan 30 miljard dollar. Alleen steun van de Amerikaanse overheid met miljarden dollars hulp van de belastingbetaler kon GM in 2009 boven water houden.
Je zou denken dat het management daar lessen uit zou trekken. Maar de oude arrogantie is net als bij de grootbankiers terug van amper weggeweest. Het stuitendst is dat de Europese dochter Opel maar niet los raakte van het failliete moederbedrijf. Maandenlang bleef GM de mogelijke kopers en de overheden van vooral Duitsland en onder andere ook Vlaanderen aan het lijntje houden. En het meest van al speelde deze “werkgever” met zijn vele Europese werknemers, die maar geen kijk kregen op hun toekomst.
Op de puinhopen van de zwaarste crisis in tachtig jaar wegen de belangen van werknemers nog steeds het minst zwaar. Voor de stommiteiten van het management betalen zij dikwijls met hun baan.
En wat met de Green New Deal die president Obama tijdens zijn campagne voorspiegelde voor de autosector? Hoe groen wordt het nieuwe GM echt? De benzineslurpende Hummer mag dan wel zijn verkocht, dat betekent niet dat zuinige, kleine en elektrische auto’s nu snel dominant zullen zijn in het GM-aanbod. Voorlopig heeft Obama niet veel meer dan een kat in een zak gekocht.

Het moet nú gebeuren


De wereld moet eind dit jaar op de top van Kopenhagen zijn grote klimaatstap zetten. Cruciaal zijn de doelstellingen inzake uitstootvermindering die de rijke landen zich opleggen. Ligt die lat hoog genoeg, dan wordt een prijs gezet op klimaatvervuiling en kan de markt wat beter haar werk doen.
Het blijft afwachten wat de wereld doet. Maar we zijn niet naïef. Het risico is groot dat in Pittsburgh de grootbankiers de nu wat afnemende economische crisis als argument zullen gebruiken om de financiële sector vooral niet drastisch te hervormen… en dat in Kopenhagen de tegenstanders van een echt klimaatakkoord de zware crisis zullen aangrijpen als een reden waarom het klimaat nu maar even moet wachten.
De neoliberale ideologie ligt aan diggelen – de crisis heeft op de duidelijkst mogelijke dit denken weerlegd: de markt leidt niet automatisch tot de hemel op aarde. Sommigen aan het economische stuur van de wereld willen evenwel snel-snel de scherven opvegen en doorgaan met business as usual. Dat is menselijk – erkennen dat je fout zat en je zienswijze aanpassen, is moeilijk – maar wij dringen erop aan deze stemmen ongelijk te geven.
Want precies deze mentale en politieke inertie tegenover de financiële en de klimaatcrisis kan ons in enkele decennia regelrecht naar een systeemcrisis leiden. En daar zouden de economische crash van de jaren dertig, vervolgens de bijna-verdwijning van de democratie en de zestig miljoen doden van de Tweede Wereldoorlog vergelijkenderwijs nog wel eens gunstig bij kunnen afsteken. Dit is een scharniermoment voor de 21ste eeuw.
Het mondiale uitzendkantoor. Waardig werk in tijden van globalisering en crisis door Dirk Barrez & John Vandaele is uitgegeven door EPO. 20 € (27€ met dvd). Ze treden in debat op Het Andere Boek in Antwerpen op 4 oktober. U kan het boek hier bestellen.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift