Boliviaans gezondheidssysteem staat niet op punt

Coronavirus in Bolivia: strenge lockdown, geen hoopgevende cijfers

Hoe gaan ze in Bolivia om met het coronavirus? In deze wereldblog schetst Eva Geerts een beeld van de genomen maatregelen en de maatschappelijke gevolgen en zoomt ze in op kindertehuis Alalay waar ze vrijwilligerswerk doet. Ze sluit af met een positieve noot: het verhaal van Beatriz, een jongedame die is opgegroeid in Alalay en ondertussen bedrijfsbeheer aan het studeren is.

Het gezondheidssysteem in Bolivia staat niet op punt en is bovendien sterk gesegregeerd. De beste privé-klinieken geven over het algemeen dezelfde kwaliteit van zorg als de Belgische ziekenhuizen. Maar deze zorg is enkel weggelegd voor de mensen die een dure privé-verzekering hebben of de rekening kunnen betalen.

Ten tweede zijn er staatsziekenhuizen die werken via een ziekenkas: de werkgever betaalt de verzekeringspolis van het personeelslid en zijn of haar familieleden. Deze ziekenhuizen zijn uitgerust met goed opgeleide dokters, maar hebben veel te weinig middelen: de rijen zijn zeer lang, de geneesmiddelen karig, de apparatuur oud en ondermaats. Hierdoor doen veel patiënten pas een beroep op deze zorg wanneer het om een noodgeval gaat.

Velen laten zich niet behandelen voor hun ziekte omdat ze de geneesmiddelen en opvolging zelf moeten betalen

Via het werk van mijn man Fernando is mijn gezin verzekerd bij dit type ziekenkas. Ook Alalay betaalt de verzekeringspolis voor het personeel bij een van deze ziekenkassen. En tenslotte is er de grote groep mensen die geen verzekering hebben. Ook voor hen zijn er staatsziekenhuizen ingericht, maar daar is de zorg in het algemeen ondermaats. Velen laten zich niet behandelen voor hun ziekte omdat ze de geneesmiddelen en opvolging zelf moeten betalen.

Om deze reden zijn tot op de dag van vandaag diabetes, tuberculose, dengue en AIDS dodelijke ziektes in Bolivia. De kinderen van Alalay zijn niet verzekerd. De geneesmiddelen en de behandelingen betaalt Alalay rechtstreeks met hulp van donaties.

De toestand van de staatsziekenhuizen verklaart waarschijnlijk de snelle reactie van de regering nadat op dinsdag 10 maart de eerste persoon met COVID-19 werd gediagnosticeerd in Bolivia. Op donderdag 12 maart gingen de scholen en universiteiten dicht en kwam er een verbod op samenscholing en op vluchten van en naar Europa, op woensdag 18 maart werd de werkdag officieel verkort van 8 uur tot 13 uur voor alle sectoren en op zondag 22 maart werd een complete lockdown afgekondigd, inclusief de sluiting van de grenzen.

Sinds 26 maart mogen we één ochtend per week naar buiten om inkopen te doen

Sinds 26 maart mogen we één ochtend per week naar buiten om inkopen te doen afhankelijk van het laatste cijfer van je identiteitskaartnummer. Oorspronkelijk golden de maatregelen tot en met 15 april. Maar sinds 14 april komt het leger de politie ondersteunen in Santa Cruz de la Sierra (de stad waar ik leef) om de genomen maatregelen door de regering na te leven. Ook weten we nu dat de maatregelen minstens nog tot en met 30 april zullen gelden.

Ik vermoed dat de Boliviaanse regering in een wanhoopspoging de verspreiding van het virus aan banden probeert te leggen. Maar ondanks de strenge lockdown zijn de cijfers niet hoopgevend.

Het aantal gediagnosticeerde patiënten blijft stijgen, net zoals het aantal overlijdens. De mortaliteit ligt relatief hoog omdat er zeer weinig testcapaciteit is in Bolivia. Sinds de eerste diagnoses zijn er in totaal ongeveer 5.000 testen afgenomen. Ter vergelijking: in België hebben ze lange tijd een testcapaciteit van 3.000 tot 4.000 testen per dag gehad, deze is nu opgeschroefd tot 10.000 testen per dag.

Alle Bolivianen met coronavirus traceren en isoleren is dus niet mogelijk. Extra bedden installeren op intensive care is ook geen optie: de nodige apparatuur is niet ter beschikking, net zoals de nodige veiligheidskleding voor het personeel. En op de internationale markt is dit begeerd goed. Hierdoor gooit ook het medisch personeel de handdoek in de ring: in meerdere ziekenhuizen weigeren dokters en verpleegsters patiënten met coronavirus te verzorgen aangezien ze de middelen niet hebben.

Extra bedden installeren op intensive care is ook geen optie: de nodige apparatuur is niet ter beschikking

Sinds het protest na de verkiezingen in oktober vorig jaar heeft Bolivia een interimregering die niet democratisch verkozen is. Normaal gezien zouden er op 3 mei nieuwe verkiezingen georganiseerd worden, maar die zijn uiteraard uitgesteld. Afgelopen week heeft de minister van gezondheidszorg ontslag genomen en is er een nieuwe minister aangesteld. De regering heeft weinig vertrouwen van de bevolking. Ondertussen blijven we in een extreme lockdown.

In Bolivia werkt 83 procent van de Boliviaanse bevolking in de informele economie: zonder contract, zonder ziekteverzekering, zonder vangnet. Ze leven van dag tot dag: wat op één werkdag in het laatje komt, wordt de volgende dag uitgegeven aan eten en noodzakelijk transport.

Daarnaast proberen de Bolivianen genoeg geld aan de kant te leggen voor de gas-, eletriciteits- en waterfactuur, kleding, telefoon, eventueel huur- of kredietafbetaling. Soms lukt dat, soms niet. Daarom kent Bolivia een grote leencultuur: “Hoy por ti, mañana por mi” (“Vandaag voor jou, morgen voor mij”).

Wanneer iemand zijn vaste kosten niet kan betalen, wordt er beroep gedaan op vader, moeder, oom, tante, neef, nicht, vriend, vriendin, collega, buurman of –vrouw. Als je geluk hebt, zijn de kennissen solidair en lenen ze zonder interest. Maar de gangbare interest in Bolivia is 10%. Het personeel van Alalay moet nogal eens beroep doen op hun kennissenkring omdat de lonen geregeld te laat uitbetaald worden vanwege de afhankelijkheid van particuliere giften in Alalay.

De impact van de genomen maatregelen is dus niet te overzien. Ook omdat er geen statistieken worden bijgehouden van het aantal huishoudens waar de schulden zich opstapelen, die geen eten meer kunnen kopen, die hun geneesmiddelen niet meer kunnen aanschaffen bij chronische ziekte, waar er sprake is van geweld of mishandeling.

Uiteraard klinkt er protest bij de bevolking. De regering heeft tot nu toe een bedrag van ongeveer 50 euro per gezin uitgereikt aan personen die al hulp van de staat krijgen: mensen boven de 60 jaar, mensen met een handicap en zwangere vrouwen. Vanaf 15 april zullen ook families die schoolgaande kinderen hebben een bedrag van ongeveer 60 euro krijgen. En vanaf 30 april kunnen alle volwassenen boven 18 jaar die geen inkomsten hebben op basis van een contract of als zelfstandige en die geen recht hadden op eerdere hulpmaatregelen ook een bedrag van ongeveer 60 euro op gaan halen bij de bank. Het gevolg van deze maatregel is zeer lange rijen aan de banken.

Gevolgen voor het kindertehuis Alalay

Richard Sandoval, de echtgenoot van Claudia, de stichtster en directrice van kindertehuis Alalay, is na een reis naar de Verenigde Staten besmet geraakt met COVID-19. Door tragische beslissingen van de directie van het privé-ziekenhuis waar ze beroep op gedaan hadden en de autoriteiten in La Paz heeft Richard niet de nodige zorg ontvangen. Hij stierf onderweg naar een staatsziekenhuis. In Alalay zijn we allemaal aangedaan.

De immer sterke Claudia getuigt in de Boliviaanse media over het ziekteproces van haar man en de nalatigheid van het privé-ziekenhuis en de autoriteiten in La Paz, die de gepaste zorg aan haar man ontzegden. Ze spreekt haar wens uit dat de dood van Richard niet voor niets is geweest. Samen met de familie willen ze ervoor strijden dat de volgende patiënten beter opgevolgd zullen worden.

Ondertussen moet er voor de kinderen van Alalay gezorgd blijven worden in deze crisistijd. Gelukkig nemen de regionale directies de taken van Claudia op zich. Margarita, hoofd van Alalay Santa Cruz, schreef me afgelopen zaterdag om hulp te vragen. Alalay is sterk afhankelijk van particuliere giften.

Met de kinderen in Alalay Santa Cruz gaat het verder goed tijdens de lockdown

Normaal gezien beslist Claudia om de giften van VZW Que te vaya bien te gebruiken om gebouwen op te knappen of om de lonen van het personeel uit te betalen. Dit keer hebben ze hulp gevraagd voor voedingsmiddelen en de elektriciteitskosten. Ondertussen blijft het personeel verder werken terwijl ze geen idee hebben wanneer ze hun loon zullen krijgen.

Met de kinderen in Alalay Santa Cruz gaat het verder goed tijdens de lockdown. Ze vervelen zich wel een beetje en jammer genoeg heeft de plaatselijke politie hun gevraagd om niet meer op het basketbalplein te spelen, ook al is dat binnen de omheining van het domein van Alalay. Ik vermoed dat ze die maatregel nemen om de kinderen van de wijk niet in verleiding te brengen om ook op straat te gaan spelen. Positief is dat alle kinderen nu tijd hebben om goed te leren koken.

Beatriz, een succesvolle jongedame

Ik leerde Beatriz kennen toen ze negen jaar oud was. Ze was een verlegen meisje die het liefste niet teveel opviel en graag optrok met haar vriendinnen. Ik heb het privilege gehad om haar proces binnen Alalay te mogen opvolgen en om haar te zien opgroeien tot de succesvolle jongedame van 18 jaar die ze nu is. Ze is helemaal opengebloeid: zelfzeker, creatief, optimistisch en goedlachs.

Afgelopen jaar heeft ze haar middelbaar school kunnen afmaken via avondlessen. Overdag deed ze haar eerste werkervaring op bij ons thuis als poetshulp en kindermeisje. Ik bewonder haar vastberadenheid en doorzettingsvermogen om toch gedisciplineerd te werken en studeren ondanks het af en toe strenge en saaie regime in Alalay: de meiden gaan enkel op uitstap naar de kerk en krijgen af en toe eens toestemming om huiswerk te gaan maken bij een vriendin. Verder spenderen ze hun tijd op school, op het werk of in het tehuis.

Begin dit jaar heeft Beatriz een beurs te pakken gekregen op de Katholieke Universiteit. Ze studeert nu bedrijfsbeheer, net zoals Teresa trouwens, een medebewoonster en goede vriendin van Beatriz. Alalay heeft de meisjes belooft dat ze in het tehuis mogen verblijven zolang ze studeren op de universiteit. Dat geeft hun de mogelijkheid om in het weekend te werken en te sparen voor hun uitzet na hun periode in Alalay.

Nicol, de grote zus van Beatriz, besloot om Alalay te verlaten en om bij haar tante te gaan wonen. Zij werkt nu als poetshulp bij een vriendin van me. Jose-Luis, hun broer, leeft nog in Alalay, wast auto’s overdag bij een carwash en volgt ’s avonds les. Heidy, de jongste van de vier, mag nog niet werken en verblijft gewoon in Alalay na de schooluren.

Mede dankzij de inzet van VZW Que te vaya bien is Beatriz op weg om een gelukkige en zelfstandige vrouw te worden. De giften uit België zijn geen druppels op een hete plaat. Ze veranderen levens.

Meer info over VZW Que te vaya bien en de mogelijkheid om een gift te doen, vind je op de website.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift