Diep in de put

Hoe het Congolese leger denkt burgers te mogen behandelen.

  • Ndegho kon toch nog de laatste dag van het veldbezoek bij de koffieboeren meemaken

We keken er met zijn allen naar uit. Andy Carlton, onze koffie-expert, zou een week lang de koffie-coöperaties komen begeleiden in de evaluatie van hun eerste koffie-seizoen, om het volgend seizoen nog beter te doen. Een prima gelegenheid ook om uit te wisselen tussen de verschillende coöperatieve ondernemingen. Uit de ervaringen van collega’s die in dezelfde context werken leer je nog het meest.

Ook het team van Kawa Maber zou van de partij zijn. Vanuit Ndrele in Ituri is het een hele reis (470 km) en dus vertrokken ze met hun zessen en onze antenne-coordinator Ndegho Mukomerwa twee dagen op voorhand.

Identiteitscontrole

Aangekomen in Bunia, het eindpunt van de eerste etappe, realiseerde Bernard Urombi zich plots dat hij per vergissing de kiezerskaart van zijn echtgenote had meegenomen en de zijne thuis had achtergelaten. Hij belde haar meteen op, vroeg haar zijn kaart in te scannen en door te mailen. Via de laptop van Ndegho en zijn mobiele modem konden ze die makkelijk inladen, uitprinten en plastificeren. Zo had hij toch tenminste iets in de hand.

Even voorbij de grens met Noord-Kivu, in Kasana, hadden de militairen een koord over de weg gespannen. Het reguliere leger, FARDC, heeft geen enkele bevoegdheid over de controle van burgers, maar dat zal hen worst wezen. Als wij daar met onze dienstwagen voorbijrijden blijft het touw netjes op de grond liggen, maar voor anonieme wagens zoals een gehuurde taxi gaat het onverbiddelijk naar omhoog.

In Congo bestaat geen identiteitskaart. Sinds de verkiezingen van 2006 zijn er wel kiezerskaarten, en die worden dan maar beschouwd als een ID, hoewel ze geenszins daarvoor bedoeld zijn.

Staande voet

Bernard speelde het spel eerlijk. Hij vertelde spontaan hoe hij zijn kaart thuis was vergeten, een scan had laten doorsturen om toch een kopie te kunnen tonen, en hij riep de hulp in van de uniformdragers om hem te helpen dit probleem administratief rond te krijgen opdat hij verder onderweg geen problemen zou krijgen.

Hij werd meteen doorverwezen naar de officier. Capitaine ORSM Jean Lutwamuzire zag zijn kans schoon. Ndegho toonde hem de gescande kiezerskaart zoals die nog op zijn harde schijf stond, om hun verhaal te ondersteunen, maar het had het omgekeerde effect: beiden werden op staande voet aangehouden, beschuldigd van het organiseren van een “bureau pirateur” van valse kiezerskaarten.

Hun mobieltjes en de laptop werden in beslag genomen. Voor 250$ konden ze zich vrijkopen, had de Kapitein nog gezegd. Maar zoveel geld vond Ndegho onverantwoord. Hij gaf 50$, in de hoop dat dit zou kunnen volstaan. Zichtbaar misnoegd verwees de militair hen naar de gevangenis.

Welkomstklap

De gevangenis bleek niets anders te zijn dan een gat in de grond van anderhalve meter diep en twee meter op vier meter, waarboven een zeildoek was gespannen, als een tent. Zes gevangen deelden die sinistere plaats al. Het bleken allen militairen te zijn. Bij wijze van welkom eisten die meteen alle geld van de twee nieuwkomers op. Omdat Ndegho daar niet op inging, dwongen ze hem en zijn vriend voorover te buigen, met de handen op de knieën, en één van de gevangenen sloeg met zijn twee handen gespreid (om geen wonden te veroorzaken) zo hard mogelijk tussen de schouderbladen.

Na de tweede slag fouilleerden ze Ndegho en Bernard en namen hen alle geld af dat ze vonden, ook in hun onderbroek. Vanaf dan werden ze met rust gelaten.

Voedsel hebben ze er maar één keer gekregen: de dag erop, ’s middags. De vrouw van de luitenant had toch iets voor hen mee klaargemaakt.

Anti-vaderlandse activiteiten

Intussen organiseerde de kapitein zijn slag. De collega’s van Bernard die nog steeds hoopten op een snelle afloop, legden hun geld samen en konden zo 120 $ overhandigen. Ndegho en Bernard mochten elk één keer naar hun vrouw bellen, en niemand anders. Bernard’s echtgenote stuurde meteen de oorspronkelijke kiezerskaart op per koerier, samen met 70 $ en de vrouw van Ndegho seinde via Airtel Money 50$ door naar de GSM van kapitein Lutwamuzire.

’s Avonds bij zonsondergang van de volgende dag werd hen daarom toegestaan de put te verlaten. De luitenant was tussenbeide moeten komen toen de gevangenen onderling waren gaan ruziën over het geld dat ze uit Ndegho’s onderbroek hadden gejat. Dus had hij het in beslag genomen. Hij gaf het wel terug aan Ndegho, maar de kapitein eiste daar meteen ook weer 20.000 CF (ongeveer 22$) van op, en de luitenant gaf hem zijn telefoonnummer op met het verzoek er voor te zorgen dat hij zou beloond worden voor het recupereren van het geld.

Iemand van de DMIAP (Direction Militaire des Activités Anti-Patrie, jawel, dat bestaat!) had in Bernard een andere Alur herkend en bood hem thuis onderdak aan. Ndegho, zelf een Munande, kon mee genieten van deze welkome vorm van etnische solidariteit.

Piraterij

De dag erop, intussen maandagochtend, werd hun verklaring afgenomen door de kapitein. Hij schreef zijn versie op, met woorden als piraterij van kiezerskaarten. Toen Ndegho erop wees dat het enkel ging om het scannen en uitprinten van één kaart en er nergens enige intentie was tot vervalsing van geschriften, enkel maar het maken van een duplicaat, begon de kapitein te ijsberen. Als hij erop stond het woord piraterij te weren, kon hij meteen terug de put in gaan. De kapitein vond dat Ndegho teveel afwist van al die machines en beslist een kenner moest zijn, dat hij dus maar best snel zijn handtekening kon zetten voor hij van gedacht zou veranderen.

Zowel het origineel als de carbonkopie moesten worden ondertekend, en de officier hield beide zelf.

Toen ik Ndegho die avond terugzag, vond ik hem er nog grauw uitzien van de stress. Ik vroeg hem of hij het gebeuren toch al wat had kunnen verwerken. Uit de traagheid van zijn antwoord begreep ik dat dit nog wel wat tijd zou vergen.

Tijdens zijn verblijf in de put hadden de andere gevangenen, die allen militairen waren, hen verteld hoe de kapitein zelf had gezegd dat hij besefte dat hij wellicht niet zolang op deze post zou blijven. Dus moest alles op alles worden gezet om hem zo snel mogelijk te verrijken op de kap van onschuldige reizigers. Zijn ware opdracht bestond er ongetwijfeld in om de burgers te beschermen tegen de ADF/NALU-rebellen, maar dat brengt natuurlijk geen geld op. En laat dit nu net de hoofdreden zijn waarom iemand bij het leger gaat, hier in Congo.

Wat heb ik die dag geleerd?

Voor ik de wagen instapte, richting koffieboeren, ben ik toch nog maar gauw even mijn reispas gaan ophalen in mijn slaapkamer. De fotokopie die ik altijd op zak heb, om te voorkomen dat een uniformdrager ooit mijn paspoort met zuurverdiend verblijfsvisum zou in beslag nemen, zou nu immers wel eens de reden kunnen worden waarom ikzelf nog eens in de put geraak.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Globochtoon

    ‘Van waar ben je?’. De vraag zet me elke keer aan het denken. Van waar je geboren bent? Dan ben ik van Rwanda. Van waar je ouders komen?