Voorstel nieuwe ‘Ley Minera’ behoudt extractivistische logica

Het nobele doel voor de opmaak van de nieuwe ‘Ley Minera’ in Bolivia is om een schonere mijnindustrie te verwezenlijken. Deze code, die zou worden opgesteld in samenspraak met mijnexploitanten en de inheemse bevolkingsgroepen, lijkt echter een 102-pagina’s lang pleidooi voor ongebreideld extractivisme. Hoewel het voorstel in eerste instantie een tegemoetkoming lijkt naar inheemse rechten en beschermde natuurgebieden toe, zitten er heel wat addertjes en lacunes in deze nieuwe ‘Mijnwet’.

 

  • bron: oiedc.blogspot.com Het voorstel voor de nieuwe ‘Ley Minera’ behoudt extractivistische logica. bron: oiedc.blogspot.com

Bolivia en zijn groene wetgeving

Wanneer we de Boliviaanse milieuwetgeving nader bestuderen, blijkt dat het land er een erg progressieve en groene wetgeving op nahoudt. Zo spreekt de wet ‘Ley 1333 del medio ambiente’ uit ’92 zich uit voor een duurzame vorm van mijnbouw. Extractivisme moet volgens deze wet niet enkel gepaard gaan met een integraal gebruik van de mineralen, een behandeling van de residuen en een efficiënt energieverbruik, het houdt ook in dat mijnexploitanten verantwoordelijk zijn voor de geëxploiteerde oppervlakte na het aflopen van de mijnactiviteiten. Op deze manier worden mijnexploitanten bij wet verplicht om erosie te vermijden en te reduceren, de gebruikte terreinen te stabiliseren en de omliggende wateren te beschermen.

De wet uit ’97 ‘Ley 1777, zet voorgaande enkel kracht bij. Volgens deze wet moeten alle mijnactiviteiten op een duurzame manier ontwikkeld worden, de milieuwet van ’92 nalevend. Bovendien worden concessiehouders verplicht om het vervuilende effect van hun activiteiten te controleren en daarenboven moeten ze alle opgelopen milieuschade die door hun mijnexploitatie werd veroorzaakt, verzachten.

De meest vooruitstrevende wetgeving treffen we aan onder het bewind van Morales, dat in 2007 het nationaal beleid betreffende mijnbouw hervormde en in 2009 een nieuwe grondwet uitbracht. Het systeem van concessies werd achterwege gelaten en grondstoffen worden niet langer als staatseigendom beschouwd, maar wel als eigendom van het Boliviaanse volk. De inheemse bevolking heeft verder het recht om te delen in de winsten die vergaard worden op hun leefterrein en 15% van de royalties moeten besteed worden aan de desbetreffende gemeenschap. De meest revolutionaire wetswijziging is ongetwijfeld het feit dat de ‘Pachamama’erkend wordt als legale entiteit met eigen rechten. Stel je eens voor dat in de Europese Unie ‘Moeder Aarde’ plots erkend zou worden als rechtspersoon; daar zouden nog al eens wat milieuorganisaties een gat in de lucht voor springen…

Prachttheorie, groot implementatiedeficit

Helaas is wetgeving één ding, de implementatie ervan een andere zaak. Hoewel er heel wat legaal bindende milieuwetgeving bestaat in Bolivia, wordt deze in praktijk amper opgevolgd. Aangezien straffen en sancties enkel op papier bestaan maar niet in realiteit worden doorgevoerd, trekken mijnbedrijven zich weinig aan van de voorgeschreven milieunormen. De realiteit is met andere woorden dat bedrijven botweg hun mijnafval rechtstreeks dumpen in de aangrenzende rivieren/meren en dat ze de zone enorm vervuild achterlaten. De ecologische en sociale drama’s die daaraan verbonden zijn laten zich al raden, maar daar zal ik later nog uitgebreid op terug komen. Mijninspecties worden wel uitgevoerd, maar meestal slechts na aanvraag van de lokale bevolking. Deze inspecties worden bovendien op voorhand gecommuniceerd en tijdens een aangekondigd bezoek kan er veel gecamoufleerd worden. Er is met andere woorden een groot gebrek om de implementatie van de wetgeving hard te maken. Concessiehouders zijn onschendbaar. Extractivisme breekt wet.

‘Proyecto de Ley Minera’

In het nieuwe wetsvoorstel zouden mijnconcessies zich niet langer beroepen op eigendomsrechten, maar zouden ze verleend worden op basis van administratieve contracten. Deze contracten verlenen de macht om mijnbouwactiviteiten te ondernemen en verlenen het recht om kosteloos de materialen en middelen binnen hun toegekende mijnzone te benutten. Dit recht is inclusief het gebruik van water, water dat zowel voor publieke als private doelstellingen wordt gebruikt. Gezien het feit dat mijnexploitatie een gigantische dagelijkse hoeveelheid water consumeert, druist dit regelrecht in tegen het mensenrecht op water. Verder affecteert het de omliggende gemeenschappen door de immense vervuiling die de mijnbouw met zich meebrengt; door waterschaarste, grondwater- en bodemvervuiling en door de uitputting van cultiveerbare gronden. De tegenprestatie die gevraagd wordt van de mijnbouwbedrijven? De verzekering van de opstart en continuïteit van hun mijnactiviteiten.

Het risico bestaat dat de bovenstaande progressieve wetgeving die er nu al is, maar (misschien nog) niet hard gemaakt kan worden, de facto teniet gedaan zal worden indien deze nieuwe ‘Ley Minera’ zou worden goedgekeurd. Hoewel er in het wetsvoorstel 8 artikels specifiek aan milieu gewijd worden, worden de andere 270 voornamelijk gewijd aan mijnbedrijven, cooperativistas en de exploitatie- en concessierechten die ze hebben. Basiswiskunde volstaat hier om te weten wat in the end de doorslag geeft. Mijnbedrijven moeten wel eerst een ‘Licencia Ambiental’ toegekend krijgen, maar de ironie wil dat deze ‘Milieulicenties’ uitgereikt zouden worden door het Ministerie van Mijnbouw en Metallurgie, het ministerie dat in het leven is geroepen om de continuïteit en de tewerkstelling van een van Bolivia’s grootste industrieën te verdedigen. Dat ruikt naar belangenvermenging. In dit voorstel wordt het Ministerie van Leefmilieu met andere woorden geheel buiten spel gezet, hoewel het nogal logisch lijkt dat zij de milieulicenties moeten toekennen, want hoe je het ook draait of keert, er bestaat geen mijnbouw zonder impact op het milieu.

Het laatste woord

Dit wetsvoorstel ligt nu op tafel, maar moet nog worden goedgekeurd door het parlement en de senaat. ‘Consulta previa’ of voorafgaande raadpleging van de bevolking is vereist wanneer de bevolking dit vraagt. Gelukkig bestaan er organisaties als CEPA die hun schouders hieronder zetten en die pleiten voor een ruim forum om mensen te informeren om nadien hun gezamenlijke commentaren op dit wetsvoostel te kunnen leveren.

Zo ging van 10 tot 12 oktober de ‘Escuela de Líderes ambientales’ door op CEPA. Lokale afgevaardigden van de ‘comunidades’, getroffen door mijnbouw, kwamen samen om hun kennis bij te schaven over de ecologische impact van mijnbouw en om te discussiëren over dit nieuw wetsvoorstel. Ik ben er enorm positief over verbaasd hoe geëngageerd deze mensen waren en hoe hard ze op de hoogte zijn van groteske impact die mijnbouw heeft op hun dagdagelijks leven. Het meeste was ik nog onder de indruk van een vrouw met één oog en coca-blaadjes op haar slapen gekleefd (een effectief middel tegen de hoofdpijn beweert men), die niet kon lezen, noch kon schrijven maar die al te goed wist waarover we aan het discussiëren waren en die haar ideeën heel duidelijk wist te formuleren. Aan tientallen ‘marcha’s’ of demonstraties had ze al deelgenomen en ze neemt de verdediging van haar ‘pueblo’ op zich. Ze is landbouwer en ze vecht voor haar zaak en voor die van haar streekgenoten. Maar haar hoofd deed zeer van het luisteren naar de praatjes van mijnbouwbedrijven. En met haar woorden kan ik dit niet beter samenvatten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur