In beeld: Verdeeld Cyprus

Prikkeldraad dwars door het land dat de EU voorzit

Dit najaar neemt Cyprus het roterende voorzitterschap van de Europese Unie waar. Overigens is niet het hele eiland lid van de EU, alleen het Griekse deel ervan – van het Turkse deel gescheiden door diep wantrouwen, tienduizenden militairen en een pijnlijke geschiedenis.

In 1963 trok de Britse generaal Peter Young met een potlood een groene lijn op de kaart van Nicosia, van het ene uiteinde van de Venetiaanse Muur tot het andere. Zijn bedoeling was een einde te maken aan de confrontaties tussen de twee gemeenschappen, die in één maand in de oude straten van Nicosia een tol hadden geëist van meer dan honderd doden, vooral Turks-Cyprioten.

De etnische conflicten, aangestookt door de Engelsen tijdens hun koloniaal bewind, duurden nog eens elf jaar. Tot Turkije in juli 1974 de poging tot staatsgreep in Cyprus, die door Griekenland was gefinancierd, beantwoordde met een militaire invasie op het eiland. Op het eind van de zomer zagen zo’n 180.000 mensen – een derde van de Griekse bevolking op Cyprus – zich gedwongen hun huizen te verlaten en naar het zuiden te verhuizen. Tegelijk namen zo’n 40.000 Turks-Cyprioten hun intrek in het bezette noorden. Het conflict eindigde met meer dan 4000 doden in beide kampen. Het lot van nog eens 494 Turks-Cyprioten en 1464 Grieks-Cyprioten zou echter nog vele jaren in duisternis gehuld blijven. Officieel zijn die mensen vermist.

Open wonde

De dunne lijn die Young trok, een zone van voorlopige bescherming van maximaal twaalf meter breed, breidde zich uit over het hele eiland, over een lengte van 180 kilometer, en werd de grens die sinds 48 jaar de hoofdstad verdeelt tussen het Turks-Cypriotische Lefkoşa in het noorden en het Grieks-Cypriotische Lefkosia in het zuiden. Nog steeds een open wonde voor de Republiek Cyprus, die sinds 1 juli voor het eerst sinds haar toetreding tot de EU in 2004 het roterende voorzitterschap van de Europese Raad op zich neemt.

Vandaag is het oude deel van de stad een labyrint van tavernes, toeristische winkels en tuinen met palmbomen. Alleen de oude muren, omgeven met prikkeldraad, die her en der de rustige steegjes onderbreken, herinneren eraan dat deze enkele vierkante kilometers een van de meest gemilitariseerde grenzen ter wereld zijn. 12.000 soldaten van de Grieks-Cypriotische Nationale Garde, samengepropt in oude bouwvallige wachthuisjes, controleren het zuidelijke deel van de grens. Tegenover hen staan meer dan 40.000 militairen van het Turkse leger om de noordelijke grens te bewaken. Vanuit hoge torens, waar de Turkse vlag wappert, bewaken ze de zelf uitgeroepen Turkse Republiek van Noord-Cyprus (RTCN), een entiteit die internationaal alleen door Turkije zelf is erkend.

Dode Zone

In het midden, onder het waakzame oog van beide legers, strekt zich een strook uit van kapotte wegen en vernielde huizen. Enkele verbleekte opschriften wijzen er nog op dat dit ooit het commerciële hart van de stad was. Vandaag is het niemandsland, waar alleen de kleur van de blauwhelmen de eentonigheid van de gebleekte muren en het rood van de roestvlekken doorbreekt. De toegang tot deze Dode Zone valt uiteraard enkel onder de verantwoordelijkheid van de VN-vredestroepen. De VN-missie UNFICYP, een duizendtal soldaten opgesteld langs de bestandslijn, wordt elke zes maanden vernieuwd en dit nu al 48 jaar lang. Jaarlijkse kosten: 46 miljoen euro. Voormalige VN secretaris-generaal Kofi Annan stelde in 2004 openlijk dat dit de grootste mislukking was van de Verenigde Naties.

 

De serie over Verdeelde steden in Europa door Angelo Attanasio en Marco Ansaloni wordt gerealiseerd met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift