Dadaab is derde grootste Keniaanse “stad”

Vandaag verblijven al 440.000 vluchtelingen in de kampen rond Dadaab, wat de stad en haar omgeving tot derde grootste Keniaanse bevolkingscentrum maakt, na Nairobi en Mombasa. Een tijdelijke maatregel die Somalische oorlogsslachtoffers zou opvangen, voeden en dan terugsturen naar hun thuisland, is twintig jaar later uitgegroeid tot een belangrijk economisch centrum voor de Noordoostelijke provincie in Kenia.

  • Reuters Zicht op het Dagahaley-vluchtelingenkamp vanuit de lucht. Dagahaley zal samen met de andere kampen Ifo en Hagadera en het stadje Dadaab zelf meer dan een half miljoen inwoners tellen voor eind 2011. Reuters
  • Oxfam International Constructie van een nieuwe watertank in het Ifo-vluchtelingenkamp, 18 juli 2011, Dadaab, Kenia Oxfam International

Het vluchtelingenkamp Ifo werd als eerste opgericht in 1991, toen Somalische rebellen het regime van Muhammed Siad Barre verdreven. Sindsdien zijn grote delen van Zuid-Somalië in handen gevallen van rebellengroepen, waaronder de bekende al-Shabaab. De machtsstrijd tussen rebellen en de internationaal gesteunde Transitional Federal Government jaagde al honderdduizenden Somaliërs op de vlucht.

Toen duidelijk werd dat vluchtelingenstroom naar Dadaab niet ging opdrogen, werden ook de kampen Hagadera en Dagahaley opgericht. Twintig jaar later overschrijdt het aantal inwoners in de kampen meer dan vier keer de maximumcapaciteit. Meerdere gezinnen wonen in eengezinstenten. 65.000 vluchtelingen bouwen met hout, plastiek en kleren een onderkomen aan de rand van de vluchtelingenkampen.

Dagahaley 2009
Ook voor het uitbreken van de hongersnood in het voorjaar van 2011 bleven de kampen rond Dadaab groeien. Beweeg over de foto om de uitbreiding van het Dagahaley-kamp tussen februari 2007 en november 2009 te bekijken. Het gebied op de foto is ongeveer 2,5 kilometer breed. © Google Earth

Open gevangenis

‘Er is geen enkele stad in de Noordoostelijke provincie van Kenia die meer inwoners telt dan de Dadaab-vluchtelingenkampen’, vertelt Mohammed Bashir Sheik die sinds 1991 in de kampen woont. Verschillen tussen de kampen qua accommodatie en medische verzorging zijn volgens Bashir Sheik miniem. ‘Anderzijds hebben “welgestelde” gezinnen een beter onderkomen in de kampen en kunnen ze hun kinderen naar privé-scholen of –ziekenhuizen sturen.’

Artsen Zonder Grenzen merkt wel sociale en medische verschillen op binnen de kampen: ‘We zien dat de vluchtelingen van eenzelfde etniciteit of clan zich groeperen in “wijken”. De gezondheid van de vluchtelingen verschilt ook naargelang het kamp. De ondervoeding in Ifo is bijvoorbeeld minder ernstig dan in Dagahaley.’

De VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR blijft accommodatie bijbouwen om de vluchtelingenstroom uit Somalië op te vangen. In het nieuwe kamp Kambi Os, op vijf kilometer van Hagadera, kunnen 90.000 vluchtelingen verblijven. Kambi Os zou samen met de opening van het kamp Ifo Extension (ook Ifo III genoemd) 180.000 vluchtelingen opvangen tegen december 2011. De totale capaciteit van het vluchtelingencomplex komt dan op 270.000. UNHCR voorspelt dat Dadaab tegen het einde van 2011 550.000 vluchtelingen telt.


De drie vluchtelingenkampen strekken zich uit over een oppervlakte van vijftig vierkante kilometer, in een straal van achttien kilometer rond de stad Dadaab. Klik op de kaartelementen voor meer info en zoom in om de kampen in detail te bekijken. Grotere kaart weergeven

Volgens Artsen Zonder Grenzen staat er dan nog steeds een vluchtelingenkamp leeg: Ifo II. ‘Dat kamp is voorzien van water, scholen en elektriciteit. Maar om bureaucratische en politieke redenen, is dat kamp nog niet open voor vluchtelingen’, aldus de hulporganisatie. De Keniaanse overheid weigert Ifo II te openen omdat ze vreest dat de kampen hiermee een permanent karakter krijgen. Ze vindt dat de vluchtelingen beter worden opgevangen op Somalisch grondgebied.

New camp stands idle and closed as Somali refugees pour into Kenya
Het afgewerkte, maar leegstaande kamp Ifo II © Oxfam East Africa

Belangrijk economisch centrum

De aanwezigheid van de kampen en internationale hulporganisaties creëren voor de regio verschillende economische mogelijkheden. Dat blijkt uit In search of protection and livelihoods, een rapport uit 2010 van de Keniaanse overheid en de ambassades van Noorwegen en Denemarken over de socio-economisch en ecologische impact van de kampen rond Dadaab. ‘De aanwezigheid van de vluchtelingenkampen creëert nieuwe handelsmogelijkheden, de voedselprijzen zijn vaak lager en ngo’s investeren in sociale voorzieningen en infrastructuur’, schrijven de onderzoekers.

In totaal zijn er 5000 handelaars in het vluchtelingencomplex, het Hagadera-kamp op kop met 2800 winkels. In vergelijking hiermee is Dadaab met 370 handelaars maar een peulschil. Niet alle verkopers zijn ook vluchtelingen die wonen in het kamp. De onderzoekers schatten dat ruim de helft van de handelaars dagelijks pendelt, via bussen die de Keniaanse steden met de vluchtelingenkampen verbinden. De meeste handelaars verkopen voedingswaren en qat, een legale softdrug populair in Oost-Afrika. In totaal bedraagt de economische activiteit in en rond de vluchtelingenkampen zeventien miljoen euro. Dat is zeventien keer meer dan de economie van het stadje Dadaab zelf.

Nu 3,5 miljoen Kenianen zelf het slachtoffer zijn van mislukte oogsten en uitstervend vee, zorgt het vluchtelingencomplex voor wrevel bij de lokale bevolking. “Wie geeft er nu eten aan bezoekers in zijn huis als zijn eigen kinderen verhongeren?”, klinkt het bij gemeenschappen in het noorden van Kenia.

Ecologische prijs

‘Je moet je dat kamp voorstellen als een grote sloppenwijk, in een gebied dat normaal niet geschikt is om een stad op te bouwen’, vertelt Bart Janssens, medische coördinator van Artsen Zonder Grenzen. De regio rond Dadaab kent een droog klimaat met korte periodes van hevige neerslag, waardoor het niet geschikt is voor sedentaire landbouw.

De natuurlijke grondstoffen die in een dor klimaat al niet overvloedig zijn, worden nog meer uitgeput door de aanwezigheid van de vluchtelingenkampen. Vooral hout en bouwmaterialen worden gebruikt voor de energievoorziening van het kamp en de bouw van faciliteiten voor de vluchtelingen. Ook concurreren de vluchtelingen met de lokale bevolking voor graasgebieden en waterreserves die belangrijk zijn voor rondtrekkende veeboeren.

A family gathers sticks and branches for firewood
Een familie verzamelt hout, met een karkas van een stuk vee op de voorgrond. Dadaab, 25 juli 2011 © Oxfam East Africa

Als het aantal vluchtelingen niet afneemt in de toekomst, voorspellen de onderzoekers dezelfde ontwikkelingen als bij de urbanisatie van andere dorre gebieden in Kenia: een tekort aan brandhout, prijsstijging van hout, meer conflicten tussen clans over natuurlijke bronnen en een privatisering van de levering van brandhout aan de kampen.

Een terugkeer naar huis is voor de vluchtelingen nog lang niet aan de orde. Dagelijks komen zelfs nog 1.500 nieuwe vluchtelingen toe in Dadaab. ‘Zolang er geen vrede is in Somalië zal het probleem blijven bestaan’, aldus Mark Kirya van UNHCR.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift