Het gezicht van het onzichtbare

Tot november lopen in Tervuren en Amsterdam twee tentoonstellingen van maskers uit respectievelijk West-Afrika en Mexico. We gingen de maskers voor u bekijken en betastten ook de achterkant ervan.
Wie afkomt op de geur van vreemde rituelen, schrikt in Amsterdam wel even. In

het Tropenmuseum hangt het Batman-achtige model van de volksheld Superbarrio -die in de volkswijken van Mexico City de armen verdedigt- bij de prototypes van maskers. Even verder zie ik ook de ondertussen legendarische zwarte bivakmuts van een Zapatistische verzetsstrijder. Even actueel bleven de maskers in zwart Afrika. Niet alleen omdat daar tot op vandaag ten behoeve van toeristen en verzamelaars maskers aan de lopende band worden gemaakt en in de grond gestopt om er oud uit te zien. Echt nieuwe maskers en gemaskerde feesten ontstaan nog steeds, van de feestmaskers bij de Pende in het Congolese Evenaarswoud tot de beschilderde gezichten van de Mai-Mai krijgers in Oost-Congo. Maskers zijn van alle tijden en van alle culturen. Niet toevallig sloop het woord ‘masker’ zelfs binnen in de woordenschat van de schoonheidssalons. De schoonheidsspecialistes bedwingen met hun zalfjes, poeders en kleuren de chaos op de gezichten. Als tovenaressen bemiddelen zij tussen de ondermaanse vergankelijkheid en de eeuwigheid.

Maskers doen dansen

Zowel in Amsterdam als in Tervuren is het niet aan te raden om de tentoonstellingen met kinderen of te gevoelige kijkers te bezoeken. Zij houden aan de uitgestoken tongen, de opengesperde monden en ogen, de pokdalige gezichten en de tuitende lippen vast en zeker een nachtmerrie over. Meer dan de verstandig glimlachende kunstkenner of etnoloog ondergaan kleine harten wel het effect dat beoogd werd door de oorspronkelijke makers. Veel maskers zijn namelijk lelijk omdat ze willen verschrikken. Ze zijn niet gemaakt om te worden aangegaapt in een museumvitrine. ‘Maskers worden gedanst,’ vertelt etnologe Viviane Baeke van het Tervurense museum, ‘de danser wil bewondering wekken en angst inboezemen. In Kameroen moeten sommige maskerdansers met een koord rond hun middel in toom worden gehouden wanneer ze in trance geraken.’ Aan die vaststelling haakt Baeke een bezwaar tegen de tentoonstellingen vast: ‘Maskers worden hier geamputeerd voorgesteld. Ze zijn onvolledig. Het kostuum is er niet bij. De muziekinstrumenten ontbreken, net als het dansen, het krijsen, het roepen en het zingen die het hele dorp in vervoering brengen. Tentoongestelde maskers gelijken op komkommers in een bokaal.’ De etnologe Baeke voegt er echter met de glimlach aan toe dat zij ook conservatrice is in Tervuren: ‘Ontegensprekelijk hebben de West-Afrikaanse maskers van de Barbier-Mueller collectie een esthetische waarde. Het is een idee-fixe dat het de makers ervan alleen te doen was om de rituele, magische of praktische rol van de maskers. Een museum heeft als opdracht om de kunstwaarde van de maskers te tonen, met de juiste belichting, uitleg en zo mogelijk verwijzingen naar de context.’ Catalogi, bijschriften en gidsen doen hun uiterste best om het de Westerlingen die alles willen begrijpen en ordenen naar de zin te maken. Dat, terwijl maskers dansen in het gebied van de onzekerheid, de verbeelding en het bovennatuurlijke. Terwijl maskers de gezichten zijn van de geesten waarin wij nog maar moeilijk geloven: de geesten van de voorouders, van mythische personages, van de natuur en van de tovenaars.

Waar de Afrikaanse maskers zich hullen in een besloten, mysterieuze wereld, knopen vele Mexicaanse maskers aan bij voor ons herkenbare episodes of figuren uit de West-Europese geschiedenis. Door de Spaanse Conquista kregen de Indiaanse maskers vanaf de 16de eeuw christelijke en Europese trekken. Bij de bestaande dierenimitaties van jaguars (door de Spanjaarden verkeerdelijk ‘tijgers’ genoemd), krokodillen en vleermuizen voegden zich Santiago van Compostella, Pilatito (de zoon van Pilatus) en de voor Azteken onbekende duivel. In de beroemde doodshoofdmaskers versmolten de mythologieën van Spanjaarden en Azteken. Hans de Marez Oyens, voormalig conservator voor het Latijns-Amerikaans en Caraïbisch gebied in het Tropenmuseum, vertelt met smaak over deze macabere ‘calaveras’: ‘Het dagelijkse leven verplichtte zowel Spanjaarden als Azteken om het leven en de dood als metgezellen te beschouwen. Het Spaanse katholicisme besteedde veel aandacht aan de tragiek van het lijden en de dood van Jezus Christus. De Azteken van hun kant kenden een lange overlevering van doodskopmaskers.’ Het thema van de dood is eveneens op een intrigerende wijze aanwezig in de zwart-witfoto’s van Mariana Yampolski die samen met de Mexicaanse maskers worden getoond. Op enkele foto’s wandelen lugubere skeletten tussen jonge meisjes in lange witte klederen. Eén foto, ‘De kus van de dood’, lijkt wel de tragische enscenering van ‘De Schone en het Beest’, de strijd tussen mooi en lelijk, tussen goed en kwaad.

Ook in Mexico worden de maskers op de eerste plaats gedanst. Oyens: ‘De maskers verschenen bij straattoneel, dansdrama’s en processies. Een van de merkwaardigste dansen is deze van de Moren en de Christenen. Wat deerde het de Azteken dat het historische verhaal terugging tot de achtste eeuw, tot een strijd tussen de vazallen van Karel de Grote en de Saracenen? In het masker van de Saraceense reus Fierabras dat tot op vandaag nog verschijnt op Mexicaanse dorpsfeesten, wordt het duidelijk dat de vijand te bedwingen is.’

Het andere gezicht

Daarmee belanden wij onvermijdelijk toch bij de vraag wat maskers eigenlijk bedoelen. Daar is een heel filosofisch antwoord op te bedenken. Maskers willen -zoals de schoonheidscrème in het schoonheidssalon- de dreigende wanorde bedwingen. Wanneer een dorps- of clangemeenschap geconfronteerd wordt met onzekerheid of met een belangrijk keerpunt in het leven, bezweren de dansende maskers de crisis. Bij ziektes, disputen, machtswissels en bij de grote overgangstijden in het leven van mens en natuur -geboorte, volwassenheid en dood- worden de maskers bovengehaald om de geesten gunstig te stemmen of te hulp te roepen. Etnologe Viviane Baeke verduidelijkt: ‘Bij de initiatieritussen van pubers, bij begrafenissen of andere religieuze of sociale evenementen in het dorpsleven begeleiden de maskers de overgang van de dood naar het leven’. Voor conservator Hans Oyens hebben ook de Mexicaanse maskers die ordenende functie: ‘In Mexico en nog een aantal Latijns-Amerikaanse landen wordt er tot op vandaag een ‘mayordomo’, een leider, aangesteld die de gemaskerde feesten bekostigt. Dat geeft zijn familie een status en maakt dat de sociale spanningen binnen de gemeenschap beheerst blijven.’

Bij die belangrijke gebeurtenissen vertegenwoordigen de maskers de geesten en roepen ze tegelijk de geesten op voor de ogen van de toeschouwers. De vergelijking met het effect van poppen- of marionettentheater of zelfs met film- en toneelacteurs is treffend. Ze zijn niet wat of wie ze pretenderen te zijn, maar ze kunnen zodanig aangrijpen dat ze door de kijkers vereenzelvigd worden met de ‘geesten’ die ze incarneren. Hoe mooier een masker gemaakt wordt, hoe krachtiger het werkt. Een bijkomend bewijs dat de esthetiek en de functionaliteit elkaar niet hoeven tegen te spreken. ‘Maskers leggen de geesten een tijdeloos gezicht op,’ schrijft Frank Herreman, directeur van het Antwerpse Etnografische Museum in de inleiding op de vroegere maskertentoonstelling ‘De gezichten van de geesten’. Zowel in Mexico als in Afrika werd een groot deel maskers na gebruik achteloos weggegooid. Het is pas in de jaren zestig van deze eeuw dat antiquairs, verzamelaars en museumdirecteurs de jacht openden op ‘stukken’ voor hun collecties. Als ze al niet waren voorafgegaan door ijverige missionarissen die de sporen van het heidendom wilden uitroeien. Maar reeds vóór de heb- en vernielzucht van Noorderlingen toesloeg en tot op vandaag werden er ook maskers in het geheim bewaard. Zoals deze die slechts op het laatste moment aan de nieuw geïnitieerde jongens werden getoond: vrouwen of niet-geïnitieerden kregen die in principe nooit te zien. Er bestaan in Afrika ook geheime broederschappen waarbij de dragers van de maskers tovenaars zijn, iets wat erg ongebruikelijk is. Deze tovenaarsmaskers krijgen een heel ambigue functie aangezien ze worden aangewend om de persoonlijke macht van de tovenaar te verstevigen. Hier gaat het niet langer om ‘het gezicht van de geesten’ maar veeleer om de consolidatie en uitbreiding van de eigen macht.

De maskers van de macht

Tervuren en Amsterdam verwenden ons de jongste jaren met tentoonstellingen van hoge kwaliteit. De magie, rituelen en kunstwerken uit het Zuiden werden op een smaakvolle en didactische wijze voor het voetlicht gebracht. Wij genieten het privilegie om op hooguit twee uur rijden met trein of auto de hoogtepunten van de menselijke beschaving te kunnen bekijken. Van Siberië tot Peru en van Ethiopië tot Maleisië geeft de wereld ons zijn geheimen prijs. Wij leerden bewonderend te kijken. Die blik erfden we van de geesten van onze voorouders. Het British Museum in London, het Louvre in Parijs en de ‘koloniale’ museums van Tervuren en Amsterdam tonen al een kleine eeuw lang verzamelingen uit gebieden die zonder gêne als provincie van een metropool werden beschouwd.

Niet alleen de verhuis of de roof van het cultuurpatrimonium van Zuid-Amerikaanse en vooral van Afrikaanse volkeren, maar ook het voortdurende eenrichtingsverkeer in het exposeren van ‘primitieve’ kunst in het Noorden blijft vandaag de dag vragen oproepen. Etnologe én conservatrice Viviane Baeke heeft zelf al vaak met deze vragen geworsteld. Ze pareert de beschuldiging dat Afrika systematisch beroofd werd van zijn kunstschatten met toegevingen en weerleggingen: ‘Binnen de koloniale context en ook soms vandaag nog heet het geen diefstal maar in-veiligheid-brengen van de voorwerpen. Er waren onder de Belgische administratie in Centraal-Afrika zelfs vergoedingen voorzien voor het dorp of de dorpshoofden die maskers afstonden. De westerse interesse moedigde de kunstenaars ter plaatse zelfs aan.’ Tervuren heeft volgens haar een duidelijke akte van berouw gesteld door een aantal (‘niet veel maar toch representatieve’) voorwerpen terug te geven en in te staan voor de opleiding van Afrikaanse etnologen en de inrichting van enkele Afrikaanse musea. Amsterdam piekert niet zo lang over de eigendomskwestie. Over de Mexicaanse maskers van het Tropenmuseum zegt Hans Oyens: ‘Wij kochten ze van een in Mexico woonachtige Nederlandse verzamelaar. Deze maskers werden niet gemaakt om lang bewaard te worden, vele werden vernietigd nadat ze gediend hadden. Momenteel worden er in Mexico genoeg maskers geproduceerd voor de geïnteresseerden en er rust geen uitvoerverbod op.’

Ongewild en wellicht met goede bedoelingen verbergen op die manier de prachtige tentoonstellingen in Tervuren en Amsterdam zich achter de maskers van de macht. Afrika en Mexico kunnen ons gestolen worden, maar mogen ons bekoren met hun mysterie, excentrisme en schoonheid. Ook de kunstwereld blijft voorlopig nog opgedeeld in een markt-georiënteerd en elitair centrum met daarrond een aantal ‘thuislanden’ van primitieve kunstcentra. Zou het de bezoekers van de maskertentoonstellingen interesseren hoe Malinezen of Ghanezen zouden kijken naar Fierabras of hoe de boeren van Chiapas zich zouden voelen als ze kennis konden maken met de dodenmaskers van de Dogon in Mali? Zouden de bezoekers van Amsterdam of Tervuren zich afvragen waarom er überhaupt geen Afrikaanse tentoonstellingen in Mexico en geen Mexicaanse tentoonstellingen in Afrika plaatsvinden?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift