Interview met Guy Ryder over mondiale vakbondswerking

Vanaf 1 november zal de Britse vakbondsman Guy Ryder de grootste sociale beweging ter wereld leiden. Op die dag wordt immers de nieuwe internationale eenheidsvakbondskoepel opgericht die minstens 183 miljoen leden zal tellen. Ryder was de architect van het samengaan tussen de twee bestaande koepels en is tot nu ook de enige kandidaat om de nieuwe organisatie te leiden. Kan die organisatie iets concreets betekenen voor haar leden? Kan ze de globalisering veranderen?

  • CC Confederación Sindical de las Américas Guy Ryder CC Confederación Sindical de las Américas

De internationale vakbondswereld is al jarenlang verdeeld over twee koepels. Het Internationaal Verbond van Vrije Vakvereningen (IVVV), waarvan het ABVV deel uit maakt, is veruit de grootste koepel met 157 miljoen leden en bijna alle grote vakbonden uit de rijke landen. Het Wereldverbond van de Arbeid (WVA) heeft 26 miljoen leden, met het Belgische ACV als enige grote vakbond uit het Noorden en belangrijkste financier. WVA en IVVV werkten geregeld samen -bijvoorbeeld om te praten met het IMF en de Wereldbank- maar samengaan bleef haast even onbespreekbaar als een fusie tussen ABVV en ACV. WVA vreesde opgeslokt te worden, IVVV vond dat de kleinere koepel de eerste stap moest zetten.
De Brit Guy Ryder, huidig sectretaris-generaal van het IVVV, is erin geslaagd al die weerstanden te overwinnen, ondermeer door de belofte dat beide organisaties worden opgeheven en dat er een nieuwe koepel komt. Bovendien was de druk van de omstandigheden erg groot: door de intrede van India en China in de internationale markteconomie is het aantal werkers in het wereldkapitalisme verdubbeld, terwijl de hoeveelheid kapitaal ongeveer stabiel bleef. Dat heeft de verhouding tussen arbeid en kapitaal grondig veranderd, in het voordeel van het kapitaal, meldt de Angelsaksische zakenpers. De komende dertig jaar zullen de lonen, zeker van laaggeschoolde mensen, onder druk staan terwijl winsten zullen floreren.

Guy Ryder: Economisten hebben de neiging deze feiten als onvermijdelijk voor te stellen. De werkelijkheid lijkt hen gelijk te geven. Over het algemeen daalt de vergoeding voor arbeid, terwijl bedrijven veel winst maken. Daar is niets aan te doen, als je de vrije markt laat spelen. Maar volgens ons is de globalisering op die manier niet houdbaar. Wij willen ingaan tegen de schijnbare onvermijdelijkheid van lage lonen -en dat doen we al 150 jaar. Alleen situeert die strijd zich dit keer op het niveau van de hele wereld.

U zegt dat globalisering niet houdbaar is, maar verkleint de fantastische groei van China en India niet stilaan de kloof tussen Noord en Zuid?

Guy Ryder: Neen. De ongelijkheid tussen en binnen landen neemt toe. In China is het aantal mensen met een inkomen onder één dollar per dag inderdaad sterk gedaald, maar dan vooral door de landbouwhervormingen van de jaren tachtig. In de jaren van globalisering na 1990 is die armoede niet verder gedaald en werd China een land met een zeer grote inkomensongelijkheid. India, het tweede zogenaamde succesverhaal van de globalisering, heeft zijn hightechcentra, maar het grootste deel van de bevolking blijft straatarm, liefst 93 procent werkt in de informele sector.

De toename van de interne ongelijkheid belet niet dat de opkomst van China op wereldniveau misschien wel leidt tot meer gelijkheid?

Guy Ryder: Wij geloven niet dat de Chinese boom duurzaam is. Als de globalisering gewoon voortgaat op automatische piloot zullen er grote onevenwichten ontstaan -zoals nu de handelsbalans tussen de VS en China- en die zullen leiden tot crisissen. Bovendien gelden momenteel niet dezelfde regels voor alle landen. China is de vakbondsvrije werkplaats van de wereld, die aan oneerlijke concurrentie doet met andere landen. Mensen moeten wereldwijd dezelfde basisrechten hebben.

Maakt die vakbondsvrijheid zoveel uit? In India is er wel vrijheid van vereniging. Is de situatie van de armen daar zoveel beter?

Guy Ryder: Er zijn in India veel vakbonden die de werkers verdedigen, desnoods met stakingen. Wij geloven echt dat dit van belang is voor de sociale vooruitgang. Vrijheid van vereniging en van meningsuiting kan landen op een andere koers zetten. Bij de jongste Indiase verkiezingen werd de regering weggestemd omdat ze te weinig oog had voor de groeiende ongelijkheid. Dat verklaart waarom de huidige regering, de Verenigde Progressieve Alliantie, een tewerkstellingsgarantieschema heeft opgezet dat elk gezin op het platteland minstens 100 dagen tewerkstelling aan 60 roepie per dag garandeert. Die klassieke staatstussenkomst zal volgens ons meer doen aan de armoede dan alle silicon valleys bij elkaar. Ook in de informele sector ontstaan vakbonden. In de deelstaat Gujarat kon een vakbond van 800.000 vrouwen in de informele sector een minimuminkomen afdwingen.

Wat moet er dan veranderen om globalisering houdbaar te maken?

Guy Ryder: Wij willen dat de werkersrechten, zoals die vervat zitten in de vijf fundamentele normen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), wereldwijd afdwingbaar worden: vrijheid van vereniging, recht op collectief onderhandelen, verbod op dwangarbeid, kinderarbeid en discriminatie.

Mooie principes, maar de IAO kan geen sancties opleggen aan landen die er geen rekening mee houden.

Guy Ryder: Je kan niet zeggen dat de IAO niks vermag. Door haar acties krijgt de IAO vele honderden vakbondsmensen vrij, al blijft het moeilijk om structurele wijzigingen door te drukken. In Birma probeert de IAO al tien jaar dwangarbeid een halt toe te roepen. In 2000 werd het ultieme machtsmiddel van de IAO ingeroepen, artikel 33 dat de leden oproept alles te doen wat ze kunnen om een land onder druk te zetten. De VS bijvoorbeeld namen effectief handelsmaatregelen maar dit heeft nog niet veel uitgehaald. Daarom willen we die oproep naar de regeringen herhalen. Ook voor Wit-Rusland denken we aan zoiets.

Het lijkt me ondenkbaar dat de internationale gemeenschap bereid zou zijn om zoveel druk uit te oefenen op China.

Guy Ryder: Je hebt gelijk. Dat lukt enkel met kleine, makkelijke slachtoffers. De VS en de EU zouden zo’n oproep tegen China nooit steunen. Een oproep aan de multinationals om niet in China te investeren, maakt evenmin kans. Daarom proberen we daar een ander pad: we willen vastleggen wat aanvaardbaar gedrag is voor bedrijven in China. Dat is een zwaktebod, geef ik toe, maar voorlopig kunnen we niet anders.

De pogingen om via de Wereldhandelsorganisatie sociale minimumnormen op te leggen, zijn verleden tijd?

Guy Ryder: Voorlopig wel, maar we hebben dat niet definitief opgegeven. In 1996 hebben we het debat verloren omdat de ontwikkelingslanden onze eis voor sociale minimumnormen in de WTO niet vertrouwden. Ze zagen er verkapt protectionisme van de rijke landen in. Dat is stilaan veranderd. De ontwikkelinglanden zien het belang van dat voorstel nu wel. Vooral door het opheffen van het quotaregime in de textielsector riskeren de Centraal-Amerikaanse landen, Bangladesh, Sri Lanka, Indonesië en Mauritius vele banen te verliezen aan China. De Mexicaanse minister van Handel bekende me een tijd geleden dat zijn land niet kan wedijveren met de Chinezen. ‘Waar blijven hun vakbonden?’, vroeg hij zich af. ‘Wij worden gestraft omdat we de juiste dingen doen.’ Ik ga ervan uit dat er eerlang een ernstige discussie komt over werkersrechten in de WTO. Je kan niet langer volhouden dat arbeidsrechten niet handelsgerelateerd zijn, en intellectuele eigendomsrechten wel.

Is de strijd voor werkersrechten de enige correctie op de globalisering die jullie voorstaan?

Guy Ryder: We vinden het mondiale bestuur onsamenhangend en soms zelfs contradictorisch. Wat het Internationaal Muntfonds wil, staat soms haaks op wat de IAO voorstaat. We verwachten beter. Onze regeringen volgen ook veel te weinig op wat in die globale instellingen gebeurt, daarin schuilt een democratisch deficit. Wij geloven in een open wereld, maar we vrezen dat de globalisering ontspoort als alleen basisregels voor handel hard worden gemaakt. Het model dient aangepast door ook regels inzake arbeidsrechten en milieu afdwingbaar te maken. Als dat niet gebeurt, dreigen we af te glijden naar een meer irrationeel antiglobalisme, een explosie van afwijzende gevoelens.

Wat kunnen vakbonden doen om die aanpassing af te dwingen?

Guy Ryder: De internationale vakbeweging moet zich niet enkel toeleggen op lobbywerk voor andere regels in de globalisering. Het grootste deel van mijn tijd gaat naar de dagelijkse strijd in de mondiale economie. Kijk naar mijn e-mails. 13 werkers gearresteerd in Iran omwille van een staking van buschauffeurs. Geweld tegen vakbondsleiders in Colombia en Zimbabwe. Onze sectoriële mondiale federaties leren op wereldniveau optreden tegenover multinationals. Er zijn al 30 wereldwijde kaderakkoorden tussen zo’n federatie en een multinational. We besteden 70 miljoen dollar -vooral uit fondsen van ontwikkelingssamenwerking van de rijke landen- aan ondersteuning van vakbondswerk in ontwikkelingslanden.

Kunnen vakbonden wel aan één zeel trekken? Werkers in verschillende landen hebben toch vaak tegengestelde belangen?

Guy Ryder: Het zou oneerlijk zijn om dat te ontkennen. Er zijn geregeld spanningen. Werkgevers spelen vaak in op die tegenstellingen. Als het Franse schip Clemenceau, vol asbest, naar India vaart voor de sloop, zijn de Franse vakbonden daar tegen gekant, terwijl de Indiërs die jobs willen. Dat is dikwijls een dilemma. Toen de Berlijnse Muur viel, bedroegen de Estse lonen een tiende van de Finse. Finland vreesde de concurrentie en eiste respect voor werkersrechten. Uiteindelijk is het meegevallen. Finland doet het erg goed en Estland zag zijn lonen snel stijgen. Vaak ebt de tegenstelling weg na verloop van tijd, maar op korte termijn is ze soms erg scherp. In de Slovaakse Volkswagenvestiging krijgen arbeiders een zevende van het loon van hun Duitse collega’s. De Slovaakse werkers hebben daar geen kritiek op, want ze hebben de beste lonen van Slovakije. Er zijn geen eenvoudige antwoorden. Ook binnen het internationale vakbondswerk moet daarover onderhandeld worden. De rijke landen kunnen zeker niet alleen beslissen over de strategie: zowel in het IVVV als in de nieuwe eenheidsstructuur hebben de landen in transitie en de ontwikkelingslanden de meerderheid van de stemmen.

Waarom is het nu wel gelukt de twee internationale vakbondskoepels te overtuigen om samen te gaan?

Guy Ryder: Sinds de val van de Berlijnse Muur waren er geen geldige redenen meer om het niet te doen. Ik zag alleen maar voordelen: we zouden veel minder energie moeten steken in het organiseren van onderlinge contacten en het zou ons sterker maken, ondermeer omdat vakbondscentra zoals de Franse CGT -die om allerlei redenen nooit wilden kiezen voor IVVV of WVA- zouden kunnen toetreden tot de nieuwe eenheidsstructuur. Ervaren mensen zeiden me: dat zal je niet lukken, het is al ontelbare keren voorgesteld. Cruciaal was mijn idee dat het moest gaan om een nieuwe structuur, zodat we konden voorkomen dat de kleine partner moest opgaan in de grotere. Makkelijk was dat niet. Ik kan je verzekeren dat er hier intern veel weerstand was tegen het opheffen van het IVVV.

Op 1 november is het zover.

Guy Ryder: Ja, we zullen met deze stap geschiedenis schrijven, maar veel belangrijker is dat we een verschil maken. Nu is internationaal vakbondswerk te veel een zaak van specialisten. We moeten ook af van het formalisme, het organiseren van bijeenkomsten waar vooral handjes worden gedrukt. Wij moeten dichter bij de nationale vakbonden staan, maar nationale bonden moeten ook meer open staan voor de internationale werking. Dat kan in principe geen probleem zijn, want bijna alles wat nationale vakbonden doen, raakt tegenwoordig aan het internationale. De internationale koepel moet de nationale vakbonden helpen waar hij kan: als een vakbond onderhandelt met een multinational moeten we onze knowhow over dat bedrijf inbrengen. We moeten het internationale werk van beneden af opbouwen. Onze beweging moet eigenlijk een nieuw internationalisme tot stand brengen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur