Israëlische bommen treffen veel kinderen

Ongeveer 55 procent van de binnengebrachte slachtoffers in het openbare universiteitsziekenhuis in Beiroet zijn kinderen jonger dan zestien jaar, blijkt uit opnamegegevens. “Dit is erger dan tijdens de Libanese burgeroorlog”, zegt Bilal Masri, onderdirecteur van het ziekenhuis.
Veel van de gewonden zijn er erg aan toe. “Dertig procent van de mensen die geraakt wordt door de Israëlische bommen sterft. Het is een catastrofe”, zegt Bilal Masri. Het aantal doden ligt volgens hem zo hoog “omdat de Israëli’s een nieuwe soort bommen gebruiken die doorheen schuilkelders dringen. Ze bombarderen de schuilkelders die vol vluchtelingen zitten.”

De onderdirecteur gelooft dat zoveel kinderen het slachtoffer zijn omdat de bombardementen willekeurig zijn en omdat kinderen minder goed in staat zijn te vluchten.

Masri zegt dat hij amper heeft geslapen sinds de Israëlische bombardementen op Libanon begonnen. Zijn ziekenhuis, een van de grootste in Beiroet, draait op een kwart van de normale personeelsbezetting omdat de meeste personeelsleden er niet meer kunnen komen doordat wegen en bruggen zijn opgeblazen. “Mensen die hier wel zijn, eten, slapen en wonen hier 24 uur per dag, omdat ze bang zijn dat ze niet meer kunnen terugkeren als ze vertrekken.”

Voorraden

Het ziekenhuis raakt langzaamaan door de voorraad geneesmiddelen en andere artikelen. “We zijn bezorgd over de toekomst, want in dit tempo kunnen we niet verdergaan”, zegt Masri. “We hebben het ministerie van Gezondheid al gevraagd om extra voorraden. En als de Verenigde Naties erin slagen een veilige doorgang te openen vanuit het zuiden, zullen we overstelpt worden met patiënten.”

Volgens Masri’s informatie is de toestroom van slachtoffers in Sidon en andere steden in het zuiden zo groot dat de ziekenhuizen mensen behandelen in de ziekenhuisgangen en de ontvangsthal. “Het Libanese Rode Kruis helpt ons zo goed als het kan, maar we krijgen geen hulp van buitenlandse agentschappen. Waarom niet?”

Jan Egeland, het hoofd noodhulp van de VN zei zondag na overleg met het Israëlische leger, dat humanitaire hulp deze week in Libanon afgeleverd zal worden. “Er komen routes naar Beiroet over de zee, en over land vanuit Noord-Libanon”, zei Egeland. De Verenigde Staten beginnen vandaag (dinsdag) met noodhulp aan Libanon.

Slapen in het park

Tijdens het gesprek met de onderdirecteur leiden bewakers een woedende man naar buiten. Zijn gewonde zoon is net ontslagen uit het ziekenhuis. “Ik wil dat mijn zoon hier blijft. We kunnen nergens heen”, roept de man. “Ons huis ligt in puin. Als we hier weggaan moeten we naar een vluchtelingenkamp in een school, of op de grond in een park slapen. Ik eis dat u ons toelaat hier te blijven.”

Mensen in Libanon zijn woedend over het hoge aantal slachtoffers onder kinderen. “Ze zijn al onze kinderen aan het vermoorden. Wat voor mensen doen dit soort dingen?”, zegt Mariam Mattar, een 50-jarige moeder uit Zuid-Beiroet. Zij zit op een matras in een park in het centrum, net als honderden andere vluchtelingen.

“Geen enkel huis in Zuid-Beiroet was veilig. We zijn uit ons huis weggevlucht omdat ze alles platbombarderen in de burgerwijken.” Mattar is naar het stadscentrum gekomen omdat het hier veiliger is. Maar in openlucht leven is een ander soort hel. ”We hebben zelfs geen schoenen meer. We leven in het vuil. Zou Israël toelaten dat haar kinderen zo leven?”, vraagt ze terwijl ze naar haar blote voeten wijst. Ze trekt een klein jongetje naderbij: “Wat hebben deze kinderen gedaan? Andere kinderen liggen nu te rotten onder de vernielde gebouwen.”

Intussen vliegen Israëlische oorlogsvliegtuigen over. “We zijn erg bang van al de bombardementen”, zegt Ramadan, een 12-jarige jongen in het park.”Ik hoop dat ze stoppen. Dat is het enige dat we nu willen…” (ADR/JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift