Jemen voorbij de ontvoering

Journaliste Judith Spiegel: ‘Niemand vroeg me hoe het nu eigenlijk met Jemen gaat.’

Over haar zes maanden lange ontvoering is de Nederlandse journaliste Judith Spiegel even uitgepraat. Over Jemen, die vreemde en ongrijpbare eend in de Golfbijt, is ze dat nog lang niet. Een boeiend gesprek over een chaosland dat maar geen falende staat wil worden, met een schrijfster die een nieuwe –zij het minder leuke- levenservaring, no nonsense en pragmatisme combineert met humor en relativeringszin.

  • Judith Spiegel Judith Spiegel

We ontmoeten elkaar in Amsterdam, haar voorlopige nieuwe thuishaven na vier jaar Sanaa, inclusief een ongewilde ervaring van zes maanden Jemenitische ontvoering. Die ontvoering met de daaropvolgende hectische mediaperiode ligt nu meer dan anderhalve maand achter haar en haar man Boudewijn Berendsen.

Judith Spiegel hunkert naar zonlicht en is nog behoorlijk boos op diegenen die haar en haar partner zes maanden vrijheid ontnamen, maar de gebeurtenis lijkt haar niet van haar stuk te hebben gebracht. De ware toedracht wil ze zelf uitzoeken, de scoop zal de hare zijn. Mede daarom heeft ze nu een soort mediastop over haar kidnappingsrelaas ingelast. De mediavragen zijn ook gesteld, zegt ze. ‘Eigenaardig genoeg zaten daar nauwelijks vragen tussen over de context waarin we ontvoerd werden. Niemand vroeg me hoe het nu eigenlijk met Jemen gaat.’

Het antwoord op de vraag hoe het met de Jemenieten gesteld is, geeft ze dan maar zelf in haar boek, uitgegeven vlak na de vrijlating van Spiegel en Berendsen. In Een hoofddoek tegen kogels toont Spiegel op een intense en vlotte manier, met de nodige humor ook, haar langzaam groeiende liefde voor het land, een land dat zoveel meer is dan een broeihaard van terrorisme.

Jemen mag dan media-aandacht hebben gewonnen dankzij de aanwezigheid van Al Qaeda op zijn grondgebied en in mindere mate via de Arabische lentewind die even overwaaide, het blijft voor velen een onbekende vlek in de Golfregio.

De kennismaking

Op een septemberavond in 2009 arriveert Judith Spiegel in Sanaa. Haar ambities: Arabisch leren en na vijftien jaar als juriste en docente gewerkt te hebben haar droom volgen: journalist worden in het Midden-Oosten. Veel weet ze niet van het land, de informatie is schaars en onbetrouwbaar, het is een ‘raar land’. Maar haar kennishonger is groot en ze begint Jemen al schrijvend te ontdekken.

Ze schrijft onder meer voor de Yemen Times, een van de schaarse onafhankelijke (Engelstalige) kranten, is correspondente voor NRC Handelsblad, Elsevier, De Standaard, Hard Gras en de Wereldomroep, de NOS, VRT en de VPRO.

Of ze Jemen vier jaar en een ontvoering later nu kent?  ‘Nee. Uiteraard ken ik het beter dan vele anderen. Maar ik weet niet of er überhaupt iemand in staat is om Jemen te doorgronden. Niets is wat het lijkt in het land. De ene minuut denk je eindelijk te begrijpen waar die ene politieke groepering staat, en de volgende minuut leer je dat ze eigenlijk aan de andere kant van het ideologische spectrum staat. Iets wat dan weer vaak te herleiden is tot de vraag waar je het meest vangt.’

Jemenieten en geld

In haar boek luidt de titel van het zesde hoofdstuk onomwonden: alles draait om geld. Spiegel noemt de drang naar geld meteen ook, naast de ontvoering, één van de minder leuke kanten van Jemen. ‘Geld speelt een heel belangrijke rol in Jemen, zowel buiten als binnen de familiale samenleving. Ik wil uiteraard niet iedereen over die kam scheren. Het is genuanceerder dan dat, maar ik wil er evenmin flauw over doen.’

‘Ik maakte toch een keer teveel mee dat mensen die je als vrienden bent gaan beschouwen, erg uit zijn op geld. De eerste woorden van onze huisbaas die we als vriend beschouwden, direct na onze vrijlating, beperkten zich tot zorgen over de huur en de oplevering van ons huis. Boudewijn en ik waren net zes maanden ontvoerd!’

Zelf vindt ze het een gênant onderwerp maar ze begrijpt het wel: die zucht naar geld in een land dat er geen heeft. Jemen is straatarm, met werkloosheidscijfers die volgens internationale organisaties rond de 40 procent liggen. De economie zit in het slop, investeerders passen voor het onwerkbare corrupte en onveilige ondernemersklimaat.

‘Veel Jemenieten moeten de eindjes vaak heel creatief aan elkaar knopen. Vermits die familiebanden in Jemen zo enorm belangrijk zijn, worden loontrekkenden, zoals onze huisbaas, meteen ook leeggeplukt door de hele familie.’

Corruptie slash economie

Jemen en corruptie lijken, als je de berichtgeving over Jemen volgt, de yin en yang van het land te vormen. Er zijn de vele spookambtenaren die zichzelf een salaris laten uitbetalen zonder ervoor te werken, en er zijn de onbestaande soldaten die het soldij van de officieren danig aandikken. Corruptie legt een bom onder de economie, die grotendeels in handen van familiebedrijven is, zo zeggen vele waarnemers.

‘Daar heb ik vaak discussies over’, reageert Spiegel. ‘De corruptie en de impact ervan worden van buitenaf als onoverkomelijk ervaren. Eerlijk, ik weet niet goed of ik dat nu –zonder het daarom ook goed te keuren–  het allergrootste probleem van Jemen vind. Het vormt hoe dan ook de smeerolie van de economie, is wel degelijk een model. Alleen werkt dat model bijzonder slecht en onduurzaam.’

‘Uiteraard houdt corruptie buitenlandse investeerders tegen. Het is dodelijk voor de ondernemerszin als je vier jaar moet bedelen om de nodige vergunningen voor het opstarten van een onderneming in Jemen.’ Ze spreekt uit ervaring. In haar boek vertelt ze hoe haar partner Boudewijn die een verzekeringsmakelaarsbedrijf in Jemen wil beginnen, een bijna hilarische queeste begint om die stempels te krijgen. De tips en wijsheden die ze krijgen liggen voortdurend in de knoop met elkaar. ‘De adviezen zijn niet van de lucht, wel allemaal anders en meestal tegenovergesteld.’

‘Maar uiteindelijk is Boudewijn erin geslaagd om dat bedrijfje te beginnen. De helft van de tijdelijke vergunningen waarmee hij van start is gegaan, is omgezet in “iets permanenter”. De andere helft hebben we genegeerd, vanuit de stellige overtuiging dat het toch niet zou worden gecontroleerd in een zo informeel land als Jemen. En het werkte.’

‘Minder gemakkelijk is het om een concurrerend bedrijf op te starten’, vertelt Spiegel. ‘Zo is de internetmarkt in handen van één overheidsbedrijf, dat die markt gesloten houdt en privé-investeerders tegenwerkt. Er zijn weinig incentives om goede kwaliteit aan een redelijke prijs te leveren. Gevolg: internet in Jemen is duur en zeer langzaam. Maar misschien dat Jemens recente toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie wel soelaas brengt op termijn. Dat kan de druk opvoeren om de Jemenitische markt te openen.’

Topbemiddelaars

Jemen heeft zo zijn eigen rechtssysteem. Waar het klassieke rechtssysteem faalt, registraties over eigendomsrechten ontbreken, en rechters zich laten betalen, biedt het tribale recht een oplossing. Een dispuut over paspoorten en hoederecht, in het kader van een echtscheiding, van Spiegels Jemenitische vriendin Belqis, werd via een sheikh opgelost.

‘Die zaak werd bij de gewone rechtbank weggehaald, omdat niemand nog vertrouwen had in het bestaande rechtssysteem, waarbinnen rechters manoeuvreren als geldgraaiers bij uitstek. Dus ja, we moeten ophouden om dat rechtsysteem af te doen als willekeurig, achterlijk, niet van deze tijd. Het werkt tenminste, ook al is het niet, zoals bij ons, netjes in boeken opgetekend.’

‘Het is moeilijk om er als buitenstaander je vinger op te leggen maar er bestaan wel degelijk codes in dat tribale recht. Vergelijk het met mediation wat in ons gereguleerde land nu zo in is. Onze advocaten laten zich tegenwoordig allemaal omturnen tot mediators, te vergelijken met die tribale bemiddelaars, dus zo gek is dat tribale systeem niet. En al helemaal niet in een samenleving waar clans en tribale banden zo bepalend zijn.’

De wijze waarop via bemiddeling wordt gewerkt, is een van de absoluut mooie kanten van de Jemenitische cultuur, vindt Judith Spiegel. ‘De Jemenieten leven veel minder in die claimcultuur die in Nederland heerst. Terwijl de Nederlanders hun gelijk per se willen bewijzen, desnoods via een slopende rechtbankprocedure, zijn Jemenieten veel pragmatischer en zoeken ze naar een consensus. De eer ligt in Jemen meer in het vinden van een oplossing dan in het binnenhalen van het eigen gelijk.’

Islam

In de inleiding van haar boek beschrijft Spiegel hoe ze Nederland wilde tonen dat het allemaal wel losloopt met de islam, bij wijze van zendingsdrang. Dat is mislukt, schrijft ze. Hoezo? Haar antwoord is gematigder dan haar boek op het eerste gezicht doet lezen.

‘Onze advocaten laten zich tegenwoordig allemaal omturnen tot mediators, te vergelijken met die tribale bemiddelaars, dus zo gek is dat tribale systeem niet’

‘Ik geloof best wel dat islam een vredelievende religie is. In mijn boek doel ik wel degelijk op de remmende werking van de manier waarop islam in Jemen wordt beoefend. Die volgt een zeer conservatieve, wahabistische leer, die in heel veel aspecten van de samenleving, zelfs tot in het curriculum van het onderwijs vervat zit. Ik worstelde wel degelijk met de islam zoals die in Jemen wordt gepraktiseerd en elke ontwikkeling in de weg staat.’

 

Het lijkt koren op de molen van de VS die hun strijd tegen het islamisme van Al Qaeda in Jemen of Ansar al-Sharia hebben opgevoerd via een betwiste drones-oorlog. Steeds vaker wordt de terreurbeweging naar voor geschoven als de meeste destabiliserende factor van Jemen.

‘Het verhaal gaat dat elke drone-dode tien nieuwe Al Qaeda-recruten oplevert. Ik geloof wel dat hiermee het anti-Amerikaans sentiment groeit maar of mensen zich daarom meteen gaan inlijven bij Al Qaeda, durf ik in twijfel te trekken. Tegelijk: Al Qaeda is en blijft een moeilijk te vatten, verborgen beweging die goede banden heeft met lokale sheiksh en ook wel geïnfiltreerd zal zijn in het leger.’

‘Hoe sterk hun controle is op sommige steden en dorpen in het zuiden, is echt onduidelijk. Al Qaeda is geen zuidelijk fenomeen, wel een Jemenitisch fenomeen. Alleen zitten ze in het zuiden omdat het  onherbergzamer is, een plek waar groepen zich gemakkelijker kunnen schuilhouden. Een deel van die dorpen is intussen opnieuw in handen van het leger.’

De schuldige president

Al Qaeda wordt door Jemenieten, zoals de vele dingen die mislopen in Jemen, in de schoenen geschoven van ex-president Ali Abdulah Saleh, die Jemen 32 jaar bestuurde, tot de geest van de Jemenitische opstand hem noopte tot aftreden. ‘Jemenieten zullen ontkennen dat Al Qaeda een reële dreiging is, doen het af als verzinsels van Saleh, die zo het land wilde destabiliseren. Alles wat misgaat maakt volgens velen deel uit van de verdeel-en-heersstrategie van Saleh. Hij zou het gebruiken om te bewijzen dat zijn bewind zo slecht nog niet was. Ik sluit dat laatste overigens niet uit.’

‘Toen ik in 2009, nog in volle Saleh-tijd, in Jemen arriveerde, droeg Jemen al de stempel van bijna-falende staat. Het grote verschil is, en niet omdat mijn partner en ik daar nu toevallig het slachtoffer van zijn geworden, dat er nu, na Saleh, minder veiligheid is. Toen ik in 2009 naar Jemen kwam, kon je eigenlijk vrij makkelijk reizen. Dat kan nu niet meer.’

Ontvoeringen waren toen ook al een issue maar de stad was tenminste veilig, denkt Spiegel. ‘Buiten de stad liep je inderdaad het risico om ontvoerd te worden maar dat waren dan ontvoeringen “oude stijl”, tribale aangelegenheden waarbij de ontvoerders onderhandelden over de vrijlating van gevangenen, of een gronddispuut. Ik wil dat niet bagatelliseren, leuk is het volgens mij nooit, maar dat ging over kidnappings die niet meer dan twee weken duurden. Het was betrekkelijk light. En nog steeds is Jemen niet het ergste land om ontvoerd te worden.’

‘Maar het is wel heel erg veranderd en zes maanden duren lang. Maar veel elementeler is de stijging van het aantal aanslagen met een grote dodentol, en het onvoorspelbare karakter. Vroeger waren gevaar en onveiligheid enigszins lokaliseerbaar. Je bleef weg van bepaalde wijken en pleinen en was veilig. Nu weet je niet meer waar het gevaar vandaan komt.’

Maar, voegt ze eraan toe, als buitenlandse journaliste heeft zij zelf zich nooit bijzonder geviseerd gevoeld. ‘Het klopt dat buitenlandse journalisten, als potentiële pottenkijkers, het land werden uitgezet. Ik ben daaraan ontsnapt door onder de radar trachten te blijven, lees: zonder de juiste mediavergunning te werken. Ik had uiteraard mijn internationale perskaart, maar om eerlijk te zijn kon ik evengoed een bankpasje laten zien. Ik besef wel dat ze wisten wat ik deed, maar ze vonden wat ik schreef volgens mij niet problematisch.’

Saleh’s opvolger

Zoals de meeste Jemenkenners gelooft ook Spiegel niet in de slagkracht van Saleh’s opvolger, interim-president Mansour Hadi, die uit dezelfde politieke stal komt.

‘De Jemenitische opstand sinds 2011 heeft geleid tot de verdeeldheid van de bestuurders, die er altijd was maar nu tot zware versplintering leidde. Saleh’s medestanders als de al-Ahmars werden tijdens de opstand tegenstanders. Het was een beetje zoals het Joegoslavië onder Tito. De opstand deed de bom barsten. Alles lag klaar, de doos van Pandora moest alleen nog worden geopend.’

‘Hadi heeft noch de kracht noch de tribale achtergrond van Saleh, die toch wel streetwise was, en die de knowhow had om te dealen met al die partijen en groepen. Saleh kende precies de weg in dat tribale netwerk. Natuurlijk was hij geen democratische leider maar het mechanisme werkte wel.’

Jemens tumoren: het zuiden en de Houthi’s

Er verschijnt geen artikel in de kranten over de opstand in Jemen, dat niet eindigt met een zinnetje dat Jemen niet alleen te maken had met demonstranten maar ook met de opstandige Houthi’s in het noorden en de afscheidingsbeweging in het zuiden, schrijft Spiegel. De beide blijven de Jemenitische politieke agenda parten spelen. En het is koffiedik kijken waar het naartoe gaat.

‘Dè zuidelijke beweging is een heterogene groep die intern verdeeld is over al dan niet volledig afscheiden. ‘Waar ze het wel over eens zijn is dat het vijfentwintig jaar geleden beter was, wat ik ook wel geloof. De beweging voelt zich beroofd door het noorden. Maar ze moet pragmatisch zijn: ze hebben niet de slagkracht om het noorden te bekampen. Waar ze wel toe in staat zijn, is een grondige destabilisering van het land, via een soort guerilla-oorlog tegen Sanaa.’

De Houthi-beweging, van de sjiitische zaydisten uit het noorden die al jaar en dag voor meer erkenning vechten, heeft dankzij de revolutie aan slagkracht gewonnen, zegt Spiegel. ‘Hun slogans en eisen blijven voor iedereen onduidelijk, tot vandaag. Willen ze enkel meer rechten in het noorden van Jemen of zijn ze toch niet vies van enige expansiedrift? Ondanks die “flou” hebben ze best veel sympathie gewonnen van jongere opstandelingen die op de revolutiepleinen het gevoel kregen dat hun opstand gekaapt werd door de Islah-partij, de Jemenitische variant van de Egyptische Moslimbroeders zeg maar.’

‘De Houthi’s liggen ook in de clinch met buurland Saoedi-Arabië, dat steeds minder geliefd is in Jemen. Jemenieten bekijken het grensakkoord tussen het Jemen onder Saleh met Riyad als een uitverkoop van land door Saleh. En de rol van Saoedi-Arabië is op zijn minst zeer opportunistisch te noemen. Ze draaien met de wind en spelen het spel dat Saleh speelde: verdeel en heers.’

‘Ook de uitzetting van de 200.000 Jemenieten uit hun land, in het kader van hun Saoediseringsproject, kan je niet bepaald fijn nabuurschap noemen. Voor die mensen is het een economische ramp, want die mensen die in Saoedi-Arabië werkten, zitten nu wel zonder job, en onderhouden gemiddeld tien mensen. Het leidt allemaal tot meer anti-sentiment.’

De toekomst

De vraag over de werking van het GCC-akkoord, het akkoord dat Jemen, onder de vleugels van de internationale gemeenschap, uit de impasse moet loodsen, tovert een cynische blik op Spiegels gezicht. ‘Laat ons zeggen dat ik zeer voorzichtig ben. Maar het was op zijn minst een goed idee om eindelijk rond de tafel te gaan zitten. Dat Jemen goed bestuur nodig heeft, weet iedereen. Dat weten ook de Jemenieten op papier.’

‘De vraag is of de juiste mensen een stoel namen en of er sprake is van echte dialoog. Ieder lijkt zijn eigen, bijna institutionele agenda te willen bestieren. Bovendien is dit een dialoog van uitstel, hij duurt ontzettend lang. Tegelijk, en dat is hoopvol, Jemen is geen Syrië geworden.’

Een hoofddoek tegen kogels van Judith Spiegel is uitgegeven door Link Uitgeverij. 221 blzn. ISBN 978 946 23208 95

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur