“Wateroorlogen zijn klinkklare nonsens"

De Amerikaanse inlichtingendienst CIA, het Britse ministerie van Defensie en zelfs functionarissen van de Wereldbank voorspellen dat toekomstige oorlogen eerder over water dan over olie zullen worden uitgevochten. Klinkklare nonsens, zeiden deskundigen en academici op een internationale conferentie over waterbeheer in Stockholm. Er is te weinig aandacht voor de intensieve samenwerking tussen landen op het vlak van waterbeheer.
Experts bestempelen de voorspellingen over wateroorlogen als “onrealistisch, vergezocht en onzinnig”. Volgens professor Asit K. Biswas, verbonden aan het Derdewereldcentrum voor Waterbeheer Mexico, zal het minstens nog 100 jaar duren voor er misschien een oorlog komt die rond het bezit van water draait.

Volgens Biswas is er in de wereld zeker geen watercrisis omdat er een fundamenteel gebrek aan water zou zijn. “We krijgen wel met een crisis te maken omdat het water slecht wordt beheerd”, aldus de professor, die donderdag in Stockholm een prestigieuze internationale waterprijs kreeg uitgereikt wegens zijn grote verdiensten.

“Oorlogen rond water zorgen voor mooie krantenkoppen”, beseft Arunabha Ghosh. “Samenwerkingsovereenkomsten doen dat niet.” Volgens Ghosh zijn er al heel wat akkoorden over het delen van watervoorraden afgesloten. Alleen, de media vinden zulke akkoorden niet echt sexy. Ghosh is één van de auteurs van het Human Development Report 2006, een rapport dat in december zal worden vrijgegeven. Deze editie focust op het beheer van water.

Het UNDP, de organisatie achter het Human Development Report, kwam tot de conclusie dat één derde van alle rivierbekkens wordt gedeeld door meer dan twee landen. Wereldwijd zijn er 262 internationale rivierbekkens, waarvan 59 in Afrika, 52 in Azië, 73 in Europa, 61 in Latijns Amerika en de Caribische regio en 17 in Noord-Amerika. Het UNDP becijferde dat water tussen 1948 en 1999 voor 1.831 “internationale interacties” zorgde. In 1.228 gevallen ging het om vormen van samenwerking tussen landen. De andere interacties waren conflicten (507) of “gebeurtenissen die neutraal of zonder veel betekenis” (96) waren. “Er is een mogelijk probleem, maar uit de geschiedenis blijkt dat er in waterbekkens eerder wordt samengewerkt dan dat er conflicten ontstaan”, zegt de organisatie.

Het Stockholm International Water Institute (SIWI) merkt dat er in het debat over mogelijke waterconflicten telkens weer argumenten opduiken die al 10 tot 20 jaar oud zijn. Volgens het onderzoeksinstituut zijn er nu massa’s aanwijzingen dat landen met weinig water eerder geneigd zijn samenwerkingsakkoorden te sluiten met buurlanden dan dat ze op een conflict aansturen. Zo bleek bijvoorbeeld dat de Intifada van de Palestijnen - de langdurige opstand tegen de Israëli’s op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza - niet verhinderde dat beide partijen bleven samenwerken op het vlak van waterbeheer. De deskundigen van SIWI denken dat water eerder een verenigende factor is die vrede in de hand werkt dan dat het een bron van gewelddadige conflicten is.

Arunabha Ghosh wijst op een aantal akkoorden die model kunnen staan voor een verstandige omgang met waterreserves: het Indus-waterverdrag, een akkoord tussen Israël en Jordanië, de “Senegal River Development Organisation” en de commissie die over de Mekong-rivier gaat.

Het Woodrow Wilson International Centre for Scholars, gevestigd in Washington DC, boog zich ook over de polemiek. “Duizenden jaren lang waren er geen landen die ten strijde trokken om aan water te geraken”, zeggen de vorsers daar. “Internationale conflicten rond water worden vreedzaam beslecht, zelfs door landen die aartsvijanden van elkaar zijn. Er zijn conflicten rond andere kwesties.” Volgens de onderzoekers uit Washington waren er tussen 1945 en 1999 ruim dubbel zoveel voorbeelden van samenwerking onder landen die een rivier delen dan conflicten.

“Water is te belangrijk om er oorlogen over te voeren”, stellen Aaron Wolf, Annika Kramer, Alexander Carius en Geoffrey Dabelko, die een studie maakten bij het Woodrow Wilson International Centre for Scholars. “Water is juist een hulpmiddel om de onderlinge afhankelijkheid te versterken. Bijeenkomsten over het gezamenlijke beheer van gedeelde watervoorraden helpen landen om het onderlinge vertrouwen te vergroten en conflicten te voorkomen.”

Volgens de studie speelden de meeste waterconflicten zich juist binnen landsgrenzen af. In de eerste helft van de jaren 1990 bliezen Californische boeren de pijpleidingen op die water uit Owens Valley naar de stad Los Angeles vervoerden. Chinese boeren gingen in 2000 in Shandong in de clinch met de politie uit protest tegen plannen van de regering om irrigatiewater voor akkers af te leiden naar steden en fabrieken.

Internationale conflicten rond water blijven ook niet uit. Ghosh verwijst naar twee recente gebeurtenissen. Bij de aanvallen van de Israëlische luchtmacht tegen de Libanese hoofdstad Beiroet werden ook waterpijpleidingen geraakt. De Israëli’s vernietigden pijpleidingen die water uit de Litani-rivier transporteerden naar landbouwgronden. In Sri Lanka flakkerde het gewapende conflict in juli weer op omdat de Tamil Tijgers een kanaal hadden laten afleiden. De rebellen van de Tamil Tijgers willen een eigen staat oprichten.

“Twee gevallen die koren op de molen zijn voor diegenen die graag wateroorlogen voorspellen”, denkt Ghosh.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift