Wingewest Latijns-Amerika

De Europese Unie werkt aan twee nieuwe commerciële akkoorden met Latijns-Amerika. Deze zogenaamde Associatieakkoorden hebben betrekking op de Andesgemeenschap en op Centraal-Amerika.

In het zog van ALCA


De Europese Unie en Latijns-Amerika moeten nauwer samenwerken op economisch vlak. Dat onderstreepten staats- en regeringsleiders uit beide continenten in de slotverklaring van de Top van Wenen, in mei vorig jaar. Meteen werd de idee gelanceerd voor twee nieuwe Associatieakkoorden, één met Centraal-Amerika (Panama, Honduras, El Salvador, Nicaragua, Guatemala, Costa Rica) en één met de Andesgemeenschap (Peru, Bolivia, Ecuador, Colombia).  De EU heeft op dit ogenblik drie vergelijkbare overeenkomsten met Latijns-Amerika: een Associatieakkoord met Mexico (2000), een met Chili (2005) en een met Mercosur (Uruguay, Paraguay, Argentinië en Brazilië – 1999). Bedoeling is dat de EU tegen 2010 toegang zou hebben tot nagenoeg het hele grondgebied van Latijns-Amerika. De impuls voor deze twee nieuwe akkoorden komt vooral van het ALCA-project (Asociación de Libre Comercio de las Americas) waar de regering van de Verenigde Staten jarenlang van gedroomd heeft. Dit project had de bedoeling heel Amerika, van Alaska tot Vuurland, tegen 2005 om te vormen tot één vrijhandelshandelszone. Het kreeg echter zo’n felle tegenwind vanuit Latijns-Amerika, dat het plan werd opgeborgen.
Hoewel waarnemers het erover eens zijn dat er wel degelijk een verschil is tussen het Amerikaanse en het Europese project, hebben tal van organisaties uit het middenveld, zowel in Europa als in Latijns-Amerika, hun bezorgdheid geuit over de op stapel staande akkoorden. Ze zouden te eenzijdig op het commerciële gericht zijn en vooral voor Europa voordelig zijn.
Een kenmerk van de relaties tussen de EU en Latijns-Amerika is altijd geweest dat die steunden op drie peilers: politiek, ontwikkelingssamenwerking en handel. In het ontwerp van de nieuwe akkoorden dreigt de ontwikkelingshulp te verglijden naar projecten die de handel en de competitiviteit ondersteunen, eerder dan naar projecten die inspelen op dringende sociale noden, aldus Luis Guillermo Pérez van CIFCA, een internationaal netwerk van ngo’s voor Centraal-Amerika, Mexico en de EU.
‘Beide akkoorden omvatten 44 artikels, en 29 daarvan gaan over economische thema’s. Het klopt dat we de economie nodig hebben om de sociale noden op te lossen, maar onze vrees is dat het opzet vooral gericht is op winst genereren voor de Europese bedrijven.’ Die vrees wordt voornamelijk ingegeven door het feit dat het voorstel ook de zogenaamde Singapore-issues omvat, eisen die binnen de WTO-besprekingen tot nu toe altijd op het njet van de ontwikkelingslanden zijn gebotst.  Die Singapore-issues hebben onder andere betrekking op verdere vrijmaking van de markten in het Zuiden voor buitenlandse investeerders en betere bescherming van die investeringen, meer competitiemogelijkheden en meer mogelijkheden voor openbare aanbesteding. Vooral Europese banken en bedrijven in de water- en energiesector zouden graag toegang krijgen tot de markten in deze twee regio’s.
Ook wat betreft de mensenrechten, toch het paradepaardje van de EU, doen de nieuwe akkoorden vragen rijzen. In Colombia bijvoorbeeld geeft de EU heel wat steun aan projecten voor sociale ontwikkeling in de zogenaamde Vredeslaboratoria , maar uiteindelijk belandt een groot deel van die steun bij projecten gecoördineerd door de paramilitairen. Op politiek vlak heeft Europa in het verleden een wezenlijke rol gespeeld in het pacificatieproces in Centraal-Amerika. Ook vandaag heeft de EU een rol te spelen in de twee regio’s. Centraal-Amerika, met zijn neoliberale regimes, wordt vaak geplaagd door corruptie. In de Andesgemeenschap, waar een linkse Evo Morales van Bolivia samen aan de onderhandelingstafel moet zitten met een rechtse Uribe uit Colombia, wordt integratie de grote uitdaging. (adw)
http://celare.cl 

Nieuwe tijden, nieuwe gewoontes


De progressieve regeringen die de afgelopen jaren in Latijns-Amerika aan de macht zijn gekomen, hertekenen ook de externe handelsrelaties. De petroleumdiplomatie van president Chávez –hij bouwt op basis van goedkope olieleveringen handelsrelaties uit met Cuba, Argentinië, Bolivia, Nicaragua en Ecuador– is het bekendste voorbeeld. Minder gekend is Bolivia’s TCP, het Tratado Comercial de los Pueblos of  “Handelsverdrag van de Volkeren”. Bedoeling is akkoorden aan te gaan die niet gebaseerd zijn op het paradigma van verdere vrijmaking en privatisering, maar op principes als integratie, complementariteit, bescherming van de basisvoorzieningen en respect voor de soevereiniteit van elk land. Bolivia gebruikt het model vooral in de relaties met Venezuela en Cuba, maar wil die inspiratie ook inbrengen in de onderhandelingen met de EU.
Evo Morales heeft al een aantal amendementen ingebracht in de onderhandelingen voor de Associatieakkoorden, die bijvoorbeeld sinds kort de clausule bevatten dat de soevereiniteit van elk land over zijn natuurlijke rijkdommen gerespecteerd moet worden. Ook Nicaragua wil nieuwe uitgangspunten voor de onderhandelingen. ‘President Ortega wil een pro-actief beleid voeren en stelt zich erg kritisch op tegen voorwaarden die van buitenaf opgelegd worden, zij het door het IMF, de Wereldbank of de VS via het vrijhandelsakkoord’, zegt José Sabalo, directeur Internationale Samenwerking van de universiteit Unacam, aan de Caraïbische kust van Nicaragua. Wat Sabalo van Europa verwacht? ‘Dat het nieuwe akkoord perspectieven kan openen voor de arme boeren, via meer ruimte op de Europese markt voor Fair Trade. We zien in landen als Costa Rica dat zo’n alternatief netwerk echt het verschil kan maken. We hopen dat de EU oprecht wil luisteren naar de prioriteiten van ons land en iets wil doen aan de armoede, niet alleen wanneer er onderhandeld wordt over de Millenniumdoelstellingen, maar ook wanneer er handelsakkoorden vastlegd worden.’ (adw)
http://www.boliviasoberana.org

De VS en hun buren


Het plan om een eengemaakte Amerikaanse markt op te richten werd na de Interamerikaanse Top van Mar del Plata in november 2005 opgeborgen. Intussen gaan de VS wel ijverig voort met het afsluiten van bilaterale handelsakkoorden of TLCs (Tratado de Libre Comercio). Behalve NAFTA (North American Free Trade Association – tussen Canada, de VS en Mexico), werd ook CAFTA-DR opgericht, (Central American Free Trade Association, met inbegrip van de Dominicaanse Republiek ) en werden vrijhandelsakkoorden ondertekend met Peru en Colombia. Met Ecuador zijn de besprekingen afgesprongen nadat dit Andesland vorig jaar in mei de petroleummaatschappij Oxy uitwees wegens illegale praktijken. De huidige regering van Rafael Correa is ook expliciet gekant tegen een vrijhandelsakkoord met de VS.  Bolivia staat, met Evo Morales als president, buiten deze onderhandelingen en richt zich op Venezuela en Cuba voor regionale handelsovereenkomsten. Tijdens zijn rondreis van begin maart was het bezoek van president Bush aan Uruguay er speciaal op gericht om president Tabaré Vasquez warm te maken voor een TLC met de VS. Chili was het eerste land in Zuid-Amerika dat een vrijhandelsakkoord met de VS te sloot, in januari 2004.  (adw)
www.bilaterals.org

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.