Identiteit versus identitaire politiek

Amin Maalouf: de burger is belangrijker dan de groepen waartoe hij behoort

CC Caroline Coenen (CC NA-NC 2.0)

 

In de jaren 1990 signaleerde Amin Maalouf als een van de eersten de dreiging van identitair denken en communautaire politiek. De jaren die volgden toonden niet alleen dat zijn waarschuwing wereldwijde relevantie had, maar ook hoe gewelddadig en verwoestend de terugkeer naar “tribale” identiteiten was. Reden genoeg voor Gie Goris om stil te staan bij een non-fictie trilogie waarmee je de ontsporing van de wereld beter leert begrijpen.

Een auteur hoopt altijd dat zijn boek over honderd jaar nog altijd gelezen en relevant gevonden zal worden. Op de slotpagina van Moorddadige identiteiten schrijft Amin Maalouf dat hij integendeel hoopt dat zijn kleinkind later niet zal begrijpen waarom het in de tijd van zijn grootvader nog nodig was het over die zaken te hebben… Dat “later” is vandaag. En de identiteiten waarover Maalouf het een kwarteeuw geleden had, zijn actueler dan ooit. Bovendien schreef Maalouf zelf elk volgend decennium een boek dat inzichten toevoegt en zijn persoonlijke betrokkenheid verduidelijkt, en dat de basisstelling uit 1998 steeds beter onderbouwt.

Mensen hebben steeds meer gemeen, tegelijk vergroot de aantrekkingskracht van het verschil en groepsidentiteiten.

Die stelling is ongeveer zo samen te vatten: terwijl de wereld mondialiseert en mensen steeds meer gemeen hebben, vergroot de aantrekkingskracht van het verschil en van meestal reactionaire groepsidentiteiten. In Moorddadige identiteiten (1998) staan identiteitspolitiek en communautarisme als reactie op de omwentelingen van de globalisering en de gebroken beloften van de post-koloniale staten centraal.

Met De ontregeling van de wereld (2009) wijst Maalouf op de gevaren van een wereld waarin elk gezag zijn legitimiteit verliest, van het post-koloniale Midden-Oosten tot de neoliberale post-Koude-Oorlog wanorde, en op het geweld dat daardoor overal toeneemt. Schipbreuk der beschavingen (2019) is een gepersonaliseerde geschiedschrijving van de Levant en de wereld, en doet tegelijk een poging om te verklaren waarom de wereld in 1979 door twee, schijnbaar niet verwante, conservatieve revoluties uit koers is geraakt.

Bij het begin van een interview eind 2020 merk ik op dat de titels van de drie essays er alleen maar donkerder en pessimistischer op lijken te worden.  Maalouf antwoordt bevestigend. Zijn gevoel van onbehagen is over de jaren inderdaad toegenomen.

Identiteit versus identitaire politiek

De kern van de analyse die Amin Maalouf maakt, is dat politiek burgerschap ingeruild wordt voor tribale identiteiten, en dat daardoor het samenleven onmogelijk gemaakt wordt. Hij maakt daarbij een heel helder onderscheid tussen identiteit en identitaire politiek. Identiteit is het individuele resultaat van tal van achtergronden, invloeden en groepen waartoe een mens behoort. Elk van die elementen deel je met anderen: soms met enkelen (gezin), soms met miljoenen (taal, religie, natie), maar “mijn identiteit” altijd is die unieke combinatie daarvan, met prioriteiten en klemtonen die evolueren doorheen de jaren of naargelang de omstandigheden.

Identitaire of communautaire politiek kan op geen begrip rekenen.

Identitaire politiek vertrekt niet van individualiteit, maar van één identiteitsaspect dat voor een hele groep alle andere aspecten overheerst, en dus ook de enorme diversiteit binnen die groep mensen ondergeschikt maakt aan dat ene kenmerk. Maalouf beklemtoont het belang van identiteit en heeft geen moeite met de gehechtheid aan groepen of met de symbolen en rituelen die daarbij horen. Identitaire of communautaire politiek, daarentegen, kan bij hem op geen begrip rekenen.

Dat standpunt is zeker terug te voeren op de ervaring in Libanon, waar het hele politieke systeem gebouwd werd op (confessionele) groepsidentiteiten. Dat systeem was bedacht om politieke conflicten tussen gemeenschappen te voorkomen, maar het resulteerde in een burgeroorlog. Dat komt, schrijft Maalouf, omdat identitaire politiek zich heel snel wentelt in slachtofferschap. In goed Nederlands: elk nationalisme heeft de neiging een kaakslagnationalisme te worden en elke groep die de interne diversiteit onderdrukt, krijgt leiders die de schuld voor de eigen problemen alleen maar bij de anderen leggen.

Ongelijkheid maakt identitair denken aantrekkelijk

De kernvragen in de drie essays zijn: wat verklaart de groeiende aantrekkingskracht van communautaire politiek die minderheden verdrukt en meerderheden netjes in de pas doet lopen, en waarom lijken mensen zich af te wenden van het verlichtingsideaal dat elk individu gelijke rechten en vrijheden belooft?  Het antwoord op beide vragen is niet in één zin te vatten, maar heeft toch altijd te maken met de enorme machts- en inkomensongelijkheid op de wereld.

Europa heeft zijn mooie idealen verkwanseld voor koloniale en neokoloniale overheersing.

De Verlichting, de moderniteit, mensenrechten en burgerschap: het zijn allemaal waarden met een sterk westers stempel. Voor Maalouf zelf is dat geen reden om ze te verwerpen. Hij is een vurig aanhanger van de westerse geseculariseerde maatschappij en van het ideaal van een Europese Unie. Maar hij ziet wel dat Europa zelf zijn mooie idealen verkwanseld heeft voor koloniale en neokoloniale overheersing, en dat het Westen doorgaat met het ondergraven van zijn eigen waarden door ze niet consequent toe te passen.

In elk boek geeft hij voorbeelden van de manier waarop Europese machtspolitiek zonder scrupules samenwerkingen aangaat met de meest reactionaire bewegingen om de opkomst van sterke natiestaten in het Midden-Oosten (of elders in de post-koloniale wereld) te voorkomen. Tijdens een gesprek dat ik met Maalouf had in 2009 vatte hij het zo samen:

‘Enerzijds wil het Westen de rest van de wereld wil “beschaven”, anderzijds wil het diezelfde rest van de wereld domineren. Dat zijn twee zaken die onmogelijk te combineren vallen. Wie de andere meer waardigheid, vorming en vrijheid wil geven, weet dat die andere zich wellicht niet langer zal onderwerpen. De opdeling tussen westerlingen die in welvaart leven en inheemsen die moeten overleven zonder zelfs de meest noodzakelijke minima, is niet compatibel met de westerse waarden. En dus worden die waarden opzij geschoven. Met alle langetermijngevolgen vandien.’

Communautair of universeel

De aantrekkingskracht van “tribale” identiteiten schuilt grotendeels in de onbetrouwbaarheid van het Westen, het mislukken van de communistische alternatieven én het verraad van de seculiere elites die aan de macht kwamen na de koloniale periode. De neoliberale mondialisering sinds de jaren 1980 zette nog een turbo op die ontwikkelingen, aangezien er bij de machteloosheid van het Zuiden ook een exponentieel groeiende vrees voor het wegvagen van culturele eigenheden kwam –ook in voorheen machtige landen zoals Rusland en Frankrijk. Nationale, etnische en zeker religieuze tradities konden zo worden ingeschakeld om politiek verzet tegen westerse dominantie en autocratische elites te mobiliseren.

De economische en politieke regimes die verdrukken, uitbuiten en de menselijke waardigheid schenden, hullen zich in de taal van moderniteit, ontwikkeling en mensenrechten.

Identitaire politiek is een aantrekkelijke vorm van verzet geworden omdat de economische en politieke regimes die verdrukken, uitbuiten en de menselijke waardigheid schenden zich hullen in de taal van moderniteit, ontwikkeling en mensenrechten. Dat doet zich al lang niet meer alleen voor op internationale schaal, maar ook binnen landen die van oudsher divers zijn of het de voorbije decennia werden.

Communautarisme, stelt Maalouf met een bezwaard hart vast, veroverde en veranderde ook de linkse politiek, die niet langer actie voert met universalisme en humanisme in het vaandel, maar zich voortaan liever profileert als woordvoerder van allerlei etnische, communautaire of sectorale minderheden. ‘Daar is niets onwaardigs of verwerpelijks aan, temeer daar de eisen van de verdrukte minderheden in moreel opzicht het gelijk ook echt aan hun zijde hebben. Maar als je je strategie baseert op dit soort tegenstellingen draag je onvermijdelijk bij tot versplintering en desintegratie.’ (Schipbreuk, blz. 242)

Gelijkheid vraagt verschil

Daarmee keert Maalouf terug naar zijn oerstelling: een beleid dat gebaseerd wordt op collectieve identiteiten, eindigt altijd met het omgekeerde van alle goede intenties. Die stelling klopt zeker wat de Libanese politiek betreft en je kan hem ook toepassen op heel wat Belgische staatshervormingen – wat de auteur ook geregeld doet. Maar of ze ook klopt voor de aanpak van discriminatie en ongelijkheid op basis van huidskleur, afkomst, geslacht, seksuele voorkeur of andere “groepskenmerken”, is minder zeker.

‘Kleurenblindheid maakt mensen niet blind voor ras, maar voor racisme.’

Werken quota in de politiek en in het bedrijfsleven tegen vrouwen? Zijn quota in onderwijs en ambtenarij voor lage kasten in India en voor zwart economisch eigenaarschap in Zuid-Afrika contraproductief? Moet je racisme bestrijden door kleurenblind te handelen? Op die laatste vraag antwoordt de Amerikaanse sociaal-economische wetenschapster Heather McGhee in The Sum of Us negatief. ‘Kleurenblindheid maakt mensen niet blind voor ras, maar voor racisme’, schrijft ze.

Haar boek argumenteert 290 bladzijden lang dat ook de witte meerderheid er belang en voordeel bij heeft om racisme te bestrijden, maar dat kan niet met universele instrumenten in een wereld waar discriminatie op basis van huidskleur dagelijkse realiteit blijft, schrijft ze. ‘One size never fits all.’

Maalouf zou daar ongetwijfeld bevestigend op reageren: iedereen is anders, maar dat betekent voor hem ook dat bevrijding en emancipatie ruimte moeten maken voor individuele verschillen, ook binnen verdrukte of gediscrimineerde minderheden. Verzet tegen identitaire ongelijkheid moet niet identitair worden, maar moet alle kansen creëren voor ieders identiteit. Er is voor Maalouf een wereld van verschil tussen beide benaderingen.

Moorddadige identiteiten verschijnt in een nieuwe uitgave bij Davidsfonds (Standaard uitgeverij). Schipbreuk der beschavingen werd eind vorig jaar in dezelfde serie Davidsfonds essays uitgegeven. De ontregeling van de wereld verscheen bij De Geus.

Deze recensie verscheen eerder in het juninummer van SamPol en online.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur