Leven in Egypte na de Arabische Lente

Het Egyptische volk is moe

© Reuters / Mohamed Abd El Ghany

‘Veel Egyptenaren zijn al blij dat er enige stabiliteit is, dat het rustig is en dat ze hun leven kunnen leiden.’

Luidop je gedacht mogen zeggen, genoeg eten op de plank, gewoonweg gelukkig kunnen zijn: wat gewone Egyptenaren willen is niet te veel gevraagd. Maar het gedrag van politie en staat blijft een doorn in het oog van de man in de straat. Eduard Cousin trok uit liefde voor de regio naar Egypte. Hij keek met open, maar kritische blik om zich heen en schreef er het boek Nu de wereld niet meer kijkt over.

Het is een beetje je adem inhouden wanneer opnieuw een westerse journalist een boek over een land in het Midden-Oosten schrijft. Maar Nu de wereld niet meer kijkt van auteur en journalist Eduard Cousin stelt je als lezer vrij snel gerust: dit is geen boek van een exotische oriëntalist noch van een auteur die het reilen en zeilen binnen een samenleving probeert te ontrafelen vanuit zijn eigen wereldbeeld en hierover aan het thuisland schrijft.

Cousin trok uit liefde voor de regio naar Egypte en kijkt met een open maar kritische blik om zich heen. In Nu de wereld niet meer kijkt probeert eduard Cousin een portret te schetsen van Egypte na de revolutie, in al zijn gelaagdheid, en dat is hem aardig gelukt. De auteur was er gedurende meer dan zeven jaar zelf getuige van hoe een publieke ruimte weer kan sluiten na een periode van grote opening.

‘Het lijkt erop dat de huidige machthebbers een les trokken uit de val van Moebarak: dat je geen enkele ruimte voor oppositie of burgermobilisatie moet toestaan. Want als je dat doet, krijg je een revolutie.’

Het boek behandelt de verschillende aspecten van het postrevolutionaire Egypte. Cousin gaat heen en terug in de tijd en staat stil bij de grote gebeurtenissen. Hij deelt eerlijk zijn gevoelens en gedachten met de lezer.

Hij stoffeert de hoofdstukken met wat hij gezien heeft of met de gesprekken die hij met collega-journalisten, met zijn schoonfamilie, met vrienden en kennissen gevoerd heeft. Want Cousin was niet alleen observator en verslaggever, hij beleefde de postrevolutionaire periode ook van binnenuit, gezien hij getrouwd is met een Egyptische vrouw en voor Egyptische media werkte.

In het relaas van Cousin wordt het professionele met het persoonlijke vervlochten. En net deze wisselwerking tussen het journalistieke werk en de gesprekken die hij de voorbije zeven jaar met verschillende mensen voerde, maakt het boek interessant en tegelijkertijd toegankelijk voor een breed publiek.

Rust of revolutie?

‘De repressie is groot’, vertelt Cousin aan MO*. ‘Mensen die zich kritisch hebben uitgelaten zitten nu in de gevangenis. Het gaat altijd over dezelfde aanklacht: het verspreiden van onwaarheden, het ondermijnen van de staat, deel uitmaken van een verboden groep of zelfs van een terroristische organisatie, waarmee de moslimbroederschap wordt bedoeld.’

‘Het regime wil echt elke vorm van oppositie of zelfs van burgerlijke mobilisatie in de kiem smoren. Het lijkt erop dat de huidige machthebbers een les trokken uit de val van Moebarak: dat je geen enkele ruimte voor enige oppositie of burgermobilisatie moet toestaan. Want als je dat doet, krijg je een revolutie.’

‘De economische hervormingen hebben de levenstandaard van burgers niet kunnen verhogen.’

De repressie is in de eerste plaats gericht tegen de moslimbroeders en hun aanhangers, en daarnaast ook tegen de linkse en seculiere oppositie. Maar voor de grote meerderheid van de Egyptenaren is stabiliteit de topprioriteit, en het verbeteren van de economische situatie. Het maakt niet uit wie er aan de macht is, als de economie maar beter wordt, is de redenering van de meeste Egyptenaren.

‘“De mensen zijn moe”, dat is wat je vaak hoort in Egypte’, zegt Cousin. Mensenrechten zijn misschien een leuk onderwerp voor westerse journalisten of idealisten, maar hier hebben we economische ontwikkeling nodig, klinkt het bij aanhangers van de Egyptische president Abdul Fatah al-Sisi. ‘Veel Egyptenaren zijn blij dat er enige stabiliteit is, dat er geen grote aanslagen zijn, dat er geen grote demonstraties of straatgevechten zijn’, vervolgt de auteur. ‘Dat het rustig is en dat ze hun leven kunnen leiden. Daarom waren heel veel Egyptenaren in eerste instantie pro-Sisi.’

Hard werken en Engels leren

Maar de ontevredenheid over de economische situatie groeit. ‘Er zijn de voorbije jaren zware economische hervormingen doorgevoerd, die ook de onder- en de middenklasse hard getroffen hebben. Ze waren bedoeld om de economische groei te bevorderen, en dat lukte ook tot op zekere hoogte. Maar de economische groei was nooit groot genoeg om de bevolkingsgroei bij te benen. De hervormingen hebben de levenstandaard van burgers niet kunnen verhogen.’

‘Het is meer een legergeleide economie. Of dat een model is dat de bevolking uit de armoede kan helpen, is zeer de vraag.’

Wie zou denken dat Egyptenaren niet hard genoeg werken, moet maar naar de koffiehuizen komen kijken, schrijft de auteur. In zijn stamcafé Halawa, in de volkswijk Mounira in Caïro waar hij van 2014 tot 2017 woonde, draaien de werknemers shiften van twaalf uur, zeven dagen per week. Meestal komen ze uit dorpen in het zuiden van het land.

‘Mijn bewaba, mijn portier, die op het dak in een hutje woont, wil dat haar kinderen Engels leren. Ze hoopt dat zij geen portier hoeven te worden. Een boer in Egypte hoopt dat zijn kinderen een huis kunnen kopen en een gezin kunnen stichten. Dat is de grote uitdaging voor het regime’, zegt Eduard Cousin.

Naast het feit dat de economische groei niet hand in hand gaat met de bevolkingsgroei, roept het economische model van Egypte vragen op, vindt Cousin. ‘Het leger krijgt steeds greep op de economie. Wil je een project starten, dan moet je dat samen met het leger doen. Het is meer een legergeleide economie. Of dat een model is dat de bevolking uit de armoede kan helpen, is zeer de vraag.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Ontevredenheid

Maar economie is niet alles, ook niet voor arme Egyptenaren. ‘Er is het probleem van de straffeloosheid van de politie’, zegt de auteur. En dat is eigenaardig, want het was juist het protest tegen de politie dat aanleiding gaf tot de revolutie op 25 januari 2011.

‘In de ontevredenheid over de economische situatie zit ook die straffeloosheid verweven waarmee de politie mag opereren. Politieagenten mogen cafés binnenvallen en sluiten. Je moet hen gewoon omkopen om opnieuw open te mogen. In coronatijd moesten alle cafés dicht, maar één café bleef open. Er werd 24 uur op 24 shisha gerookt, en in dat café zaten politieagenten. De ontevredenheid over dat alles is erg groot, en dat is een zaak die ook tot ontploffingen zou kunnen leiden.’

Nu de wereld niet meer kijkt van Eduard Cousin is uitgegeven door Atlas Contact, 2021. 240 blz. ISBN 9789045041674

Deze analyse werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur