De groeiende populariteit van de Flamenco

Een blik op de concertagenda van het najaar volstaat om de onstuitbare opkomst vast te stellen van de flamenco. De fascinerende zang en ritmes uit Andalucía zijn goed op weg om de soundtrack te worden van de komende eeuwwisseling. Wat hebben Vlamingen met de flamenco en wie wordt er beter van deze nieuwe muzikale mode?

Gie Goris

MO*redactie
Hoofdredacteur, Azië, religie & conflict
1 december 1998
Eind oktober. De Antwerpse kaaien zijn leeg en guur. Het hondse herfstweer heeft iedereen naar een plek gewaaid waar de voeten warm en droog blijven. De ‘Peña Al Andalus’ aan de Vlaamse Kaai in Antwerpen heeft alles om de verlatenheid van gevallen bladeren te koppelen aan de warme intensiteit van een ontmoeting BIJ een kampvuur. De Spaanse rode wijn is er uitstekend op temperatuur en de rommel van het café wordt onzichtbaar achter het geluidsdecor dat opgetrokken wordt door de ritmiek van dertig stampende voeten op een plankenvloer. Een geknipte plek dus voor een gesprek met Ivo Hermans, auteur van het flamencoboek waarvan Wannes Van de Velde zegt dat het ‘alles in zich draagt om uit te groeien tot een standaardwerk omdat het de kern van de flamencokunst in zich draagt.’

‘Flamenco’, zegt Hermans, ‘heeft behoefte aan een omgeving waarin de nacht en zinnelijkheid van de maan regeren. Het is tussen de lakens van de duisternis dat de duivel van de ‘duende’ woelt en dat hij, via de flamenco-artiest, kan overspringen op het publiek.’ Duende. Het woord duikt altijd en overal op als je spreekt met iemand wiens leven door de flamenco overhoop werd gehaald. Toch slaagt niemand erin om een sluitende definitie van ‘duende’ te geven. In zijn boek omschrijft Hermans de ‘duende’ als ‘een demon die de huid koud maakt onder de hete zon maar die de kilte in een verlaten hart plots tot tranen toe verhitten kan.’ De ‘duende’ is niet te vangen in woorden, maar hij is ook niet te plannen in concerten of vast te leggen op platen. Het moment waarop de ziel verscheurd en tegelijk weer samengevoegd wordt, ‘het schitterende ogenblik van bevrijding’, weerstaat elke poging om het in te passen in eender welk schema. Deze weerspannige duende -deze donkere vonk in de ziel van zanger, gitarist, danser of publiek- is de kern waarrond de ware flamenco draait. Hermans: ‘Flamenco probeert niet, zoals Gregoriaanse gezangen of polyfonieën, om de ziel sereen te maken, zodat ze opengaat voor een bezoek van het goddelijke. Flamenco drijft op repetitieve ritmes en op muzikale akkoorden die tijdens de Middeleeuwen verboden werden door de kerk omdat ze de dierlijke, donkere kant van de mens opwekten. Flamenco probeert, met andere woorden, niet te behagen of te verheffen. Flamenco wil de artiest én de luisteraar beheksen.’

De zigeuner in de muziek

André Fonteyne koestert zijn duende op een kantoor in Turnhout waar de cd’s, cassettes en literatuur over flamenco me van alle kanten aanstaren. Het is vier uur in de namiddag en dus kan het gesprek met Fonteyne wat academischer zijn, minder aangevuurd door een woelende duivel en meer door de nieuwsgierigheid van een onwetende redacteur. Hoe belangrijk zijn zigeuners voor de flamenco, wil ik weten. Fonteyne bezweert me niet zulke wijdloopse vragen te stellen, wil ik het pand nog voor middernacht verlaten. Hij weerstaat de verleiding om een verhandeling te geven over het ontstaan van de flamenco en vat zijn kennis en overtuigingen samen: ‘Zonder de aanwezigheid van zigeuners in Andalucía, zou er nooit flamenco ontstaan zijn; anderzijds hadden de zigeuners die flamenco niet bij zich toen ze zich in de 15de eeuw in Andalucía vestigden. Flamenco is een versmelting van bestaande volksmuziek met de ziel en de benadering van zigeuners die vervolgd en verdrukt werden.’ Die gemengde wortels van de flamenco resulteren volgens André Fonteyne in twee hoofdbewegingen in de flamenco: ‘Enerzijds zijn er de flamencogenres die tot de ‘cante festero’ behoren, de eerder ritmische en snelle genres die vaak bij het begin van een flamenco-ontmoeting gezongen worden. Anderzijds zijn er de genres die tot de ‘cante jondo’ behoren. Deze ‘diepe gezangen’ zijn trager en tragischer en krijg je meestal te horen tegen de vroege ochtend aan, als de uitbundigheid van de ‘cante festero’ plaats maakt voor de onderliggende herinneringen aan pijn en uitsluiting.’

De zigeuner in ons bewustzijn

Zigeuners zijn levende symbolen van de verloren vrijheidsdrang van de Europeanen. Wij hebben ons collectief overgeleverd aan de dwingelandij van een efficiënte economie en aan de knellende normen van een kleinburgerlijke samenleving. De schrijnende pijnen van passionele liefde en onbegrijpelijke eenzaamheid proberen we te vermijden door ons leven te organiseren rond werkzekerheid, hypothecair krediet en consumptie. De rust en voorspelbaarheid die we zo verkrijgen, lijken echter verdacht veel op leegheid en verveling. Daarom hebben zigeunerfilms en zigeunermuziek zoveel succes. Het zijn dromen in technicolor of in hifi over de ongebonden mens die in elk van ons sluimert. Het zijn bovendien dromen die te koop zijn; die je kan aanzetten en afzetten wanneer het je uitkomt. Is het die exotische zucht naar een verloren paradijs die ons in steeds grotere getale richting flamenco-concerten drijft?

Ivo Hermans twijfelt. De zachte, rode wijn draait rond in zijn glas en trekt langzaam druppels aan de randen. ‘Indien het exotisme een rol speelt in de huidige interesse, dan beschouw ik het als een soort promotie. Een stapje in de richting van de echte flamenco. Zodra mensen de eerbied en het respect kunnen opbrengen om hun eigen esthetische normen opzij te zetten en bereid zijn om zich te laten uitdagen door een heel andere, veel fragielere soort schoonheid, dan verdwijnt het exotisme en verschijnt de ontmoeting.’ André Fonteyne zit op dezelfde lijn: ‘Als mensen geïnteresseerd geraken in de flamenco door het vreemde, de buitenkant die zo anders is dan onze eigen muzikale omgeving, dan is dat oppervlakkig en voorlopig. De Gipsy Kings spelen slechts één soort flamenco -de rumba- en zijn eigenlijk niet waard om met flamenco geassocieerd te worden. Maar als zij enkele fans ertoe aanzetten om naar meer authentieke muziek te luisteren, dan is dat toch mooi meegenomen.’

Toch is de modieuze aandacht voor de flamenco niet zonder gevaren. De luisteraar is anno 1998 immers gewend aan het gebruik van een beperkt aantal ritmes en aan een beperkte melodische verscheidenheid. Een flamencoartiest die snel veel geld wil verdienen, doet er dus best aan om de complexiteit van zijn kunst bij te stellen voor die gemiddelde oren. Of hij gaat met zijn flamenco-elementen binnen populaire genres -van rock tot symfonische muziek of jazz- aan de slag. Elk levend muziekgenre is natuurlijk voortdurend in beweging. Stilstand is er alleen voor folklore, per definitie dode muziek. Dat flamenco experimenteert, is daarom geen bezwaar. Het probleem is wel dat flamenco gebouwd is op een geheel van duidelijke ritmes en regels. ‘Door het samenspel van bepaalde klanken, woorden en gebaren en alleen door dat samenspel wordt de duende geboren’, schrijft Ivo Hermans.

Terwijl de studenten, huisvrouwen en ingebeelde zigeuners aan de andere kant van het scherm nog steeds bezig zijn de gitanoritmes uit de grond te stampen, mijmert Hermans verder over de vele pogingen om de flamenco te verweven met andere muziekgenres: ‘Flamenco is zijn Andalusische wieg al lang ontgroeid. Het is planetaire muziek geworden die onvermijdelijk samen slaapt met klassieke muziek, met jazz of met rock. Een goede fusie zou echter moeten groeien als een langzame, erotische verkenning van elkaar. Tijd en tempo zijn uitzonderlijk belangrijk: de versmelting mag niet geforceerd worden, maar moet verlopen met een snelheid die de twee partners zelf kiezen en onder controle houden. Vandaag is de opnamestudio echter uitgegroeid tot een laboratorium waarin meer rekening wordt gehouden met de verkoopbaarheid van het eindproduct dan met de spanning die gepaard gaat met het aftasten van elkaars vormen en inhouden.’

Concerten

Er worden regelmatig goede flamencoconcerten georganiseerd in het Zuiderpershuis te Antwerpen (03/248.01.00), in De Warande te Turnhout (014/41.94.94) en in De Gele Zaal te Gent (09/235.37.06)

Boek

‘Duende. Een bericht over Andalucía, flamenco en zigeuners’ van Ivo Hermans verscheen bij EPO. Wereldwijdabonnees kunnen dit boek bestellen (met 10% korting) op ons redactieadres.

CD’s

‘Guitarra Gitana’ (NM 15 694) van Tomatito is een recente cd waarop één van de meest virtuose flamencogitaristen van vandaag zijn kunde toont.

Aanraders vanwege André Fonteyne: La Niña de los Peines (Chant du Monde LDX 274 859); ‘Cante Gitano’ met José de la Tomasa, Maria la Burra, Maria Soléa, Paco del Gastor, Juan del Gastor (Nimbus NI 5168); Camarón de la Isla (liefst de oudere opnames); ‘Viento del Este’ van Miguel Poveda (Nuevos Medios NM 15675).

LEES OOK

© Daan Bauwens
Afrikaanse leiders wijzen te snel met een beschuldigende vinger in de richting van Europa wanneer het over de belabberde staat van de landbouw gaat.
© Benoît Cros
Voormalig president Lula da Silva haalde met zijn maatregelen voor armoedebestrijding miljoenen Brazilianen uit de extreme armoede en wilde deze positieve ervaringen met andere ontwikkelingslanden
Wanneer wij in België genieten van een heerlijke kop dampende koffie, of dat nu thuis aan de keukentafel of in een gezellige koffiebar is, dan zijn daar een heel proces en een hoop werk aan vo
Welcome Collection (CC0)
De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) heeft opnieuw het besluit uitgesteld om de banden met de tabaksindustrie te verbreken.

Meest recent van Gie Goris

CC IOM (CC BY-NC-NA 2.0)
De belangrijkste opdracht voor 2018: een wereldwijd verdrag over migratie
Binnen de Verenigde Naties wordt gewerkt aan twee nieuwe, mondiale verdragen: eentje over vluchtelingen, en ander over migranten.
CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)
‘De stad leeft in haar publieke ruimte -soms als ontmoeting, soms als conflict’
MO* sprak met Joan Clos, directeur van UN Habitat, over het belang van steden en openbare ruimte voor migranten.
© Marco Delogu
Jhumpa Lahiri: ‘In een eentalig universum bekijk je de wereld door één oog. Je mist perspectief.’
Als kind voelde Jhumpa Lahiri zich vaak een soort alien, zowel in Rhode Island als in Calcutta, de twee polen in haar leven.
2 miljoen gastarbeiders in Qatar profiteren van conflict met Saoedi-Arabië
Vorige week sloten Qatar en de Internationale Arbeidsorganisatie een akkoord af waardoor de 2 miljoen migrantenarbeiders in de kleine Golfstaat eindelijk rechten en betere werkomstandigheden krijge